DIGITALE CAMERA Naslaggids Nl
Lees alle aanwijzingen grondig door om uw camera optimaal te benutten en bewaar de handleiding op een plaats waar iedereen die het product gebruikt deze kan lezen. Camera-instellingen Deze handleiding gaat er steeds van uit dat de standaardinstellingen worden gebruikt.
Uw camera optimaal benutten 0 ii Inhoudsopgave 0 iv s Inleiding z Foto’s maken en bekijken y Films opnemen en bekijken R Andere opnamestanden t Meer informatie over fotografie T Wi-Fi I Meer informatie over weergave Q Verbindingen o Het weergavemenu i Het opnamemenu ( Het filmmenu ) Het beeldverwerkingsmenu g Het setup-menu n Technische opmerkingen 0 1 0 28 0 54 0 63 0 79 0 93 0 103 0 114 0 128 0 139 0 164 0 169 0 183 0 192 i
Uw camera optimaal benutten Maak foto’s met de ontspanknop. Zie pagina 6 voor meer informatie. Ontspanknop Neem films op met de filmopnameknop. Door op de filmopnameknop te drukken in de standen automatisch (0 28), creatief (0 38) en geavanceerde film (0 54) kunnen films worden opgenomen. Filmopnameknop Download foto’s naar een computer. Installeer de meegeleverde software (0 114) en kopieer foto’s en films naar uw computer met behulp van ViewNX 2 (0 118). Bekijk foto’s in high-definition.
Accessoires Verbreed uw fotografische horizon met een uitgebreide selectie verwisselbare objectieven en andere accessoires (0 192).
Inhoudsopgave Uw camera optimaal benutten ......................................................... ii Accessoires ......................................................................................................iii Voor uw veiligheid ............................................................................. xi Kennisgevingen ................................................................................ xiv Draadloos..................................................................................
Andere opnamestanden 63 u Het moment kiezen (Beste moment vastleggen) .................. 63 Een opname handmatig kiezen (Actieve selectie) ..........................63 Uw moment kiezen (Trage weergave).................................................67 De camera het moment laten kiezen (Slimme fotoselectie) .......69 z Foto’s combineren met korte filmvignetten (Bewegingssnapshot) ................................................................. 74 Bewegingssnapshots bekijken...............................
Meer informatie over weergave 103 Foto-informatie................................................................................103 Miniatuurweergave.........................................................................106 Kalenderweergave ..........................................................................107 Zoomweergave ................................................................................108 Foto’s wissen .............................................................................
D-Lighting......................................................................................... 132 Verkleinen ........................................................................................ 133 Uitsnijden ......................................................................................... 134 Zoom m. gezichtprioriteit ............................................................. 135 Film bewerken ................................................................................. 135 4-sec.
Gezichtprioriteit...............................................................................161 Ingeb. AF-hulpverlichting..............................................................161 Flitserregeling ..................................................................................162 Flitscorrectie .....................................................................................163 Onderwaterflitser ............................................................................
Schermweergave ............................................................................ 185 Schermhelderheid ................................................................................... 185 Rasterweergave ........................................................................................ 186 Opname ....................................................................................................... 186 Weergave ...............................................................................
Problemen oplossen .......................................................................209 Batterij/schermweergave.......................................................................209 Opname (alle standen)............................................................................209 Opname (standen P, S, A en M) ..............................................................211 Films...............................................................................................................
Voor uw veiligheid Als u schade aan uw Nikon-product of letsel aan uzelf of anderen wilt voorkomen, dient u de volgende veiligheidsinstructies goed door te lezen voordat u dit product gaat gebruiken. Bewaar deze veiligheidsinstructies op een plaats waar iedereen die het product gebruikt ze kan lezen. De mogelijke gevolgen van het niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies in dit hoofdstuk worden met het volgende pictogram aangegeven: pictogram staat bij waarschuwingen.
A Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel. Deze camera zendt radiofrequenties uit die kunnen interfereren met medische apparatuur of vliegtuignavigatie. Schakel de draadloze netwerkfunctie uit voordat u aan boord van een vliegtuig gaat, en schakel de camera uit tijdens het opstijgen en landen. Volg in medische instellingen de instructies van het personeel met betrekking tot het gebruik van draadloze apparaten.
• Als de batterij niet in gebruik is, plaatst u het afdekkapje op de contactpunten en bergt u de batterij op een koele, droge plaats op. • Direct na gebruik of als het product gedurende een langere periode op de batterij heeft gewerkt, kan de batterij zeer warm zijn. Zet de camera daarom uit en laat de batterij afkoelen voordat u deze verwijdert. • Stop onmiddellijk met het gebruik van een batterij als u veranderingen opmerkt, zoals verkleuring of vervorming. A Gebruik geschikte kabels.
Kennisgevingen • Niets uit de handleidingen die bij dit • Nikon is niet aansprakelijk voor enige product horen, mag in enigerlei vorm schade die voortkomt uit het gebruik of op enigerlei wijze worden van dit product.
Kennisgevingen voor klanten in Europa WAARSCHUWING: GEVAAR VOOR EXPLOSIE ALS BATTERIJ WORDT VERVANGEN DOOR EEN ONJUIST TYPE. VOER BATTERIJEN AF VOLGENS DE INSTRUCTIES. Dit pictogram geeft aan dat elektrische en elektronische apparaten via gescheiden inzameling moet worden afgevoerd. Dit symbool op de batterij duidt aan dat de batterij afzonderlijk moet worden ingezameld.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren Let erop dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
AVC Patent Portfolio License DIT PRODUCT IS GELICENTIEERD ONDER DE AVC PATENT PORTFOLIO LICENSE VOOR HET PERSOONLIJK EN NIET-COMMERCIEEL GEBRUIK DOOR EEN CONSUMENT OM (i) VIDEO TE CODEREN IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-STANDAARD (“AVC-VIDEO”) EN/OF (ii) AVC-VIDEO TE DECODEREN DIE DOOR EEN CONSUMENT WERD GECODEERD IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE EN NIET-COMMERCIËLE ACTIVITEIT EN/OF WERD VERKREGEN VAN EEN VIDEOLEVERANCIER DIE OVER EEN LICENTIE BESCHIKT OM AVC-VIDEO AAN TE BIEDEN.
D Gebruik uitsluitend accessoires van Nikon Alleen originele Nikon-accessoires die door Nikon specifiek zijn gecertificeerd voor gebruik met uw digitale camera van Nikon, zijn ontworpen en getest om te voldoen aan de geldende veiligheids- en functioneringsvoorschriften. HET GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE NIKON-ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN UW CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN EN KAN UW GARANTIE VAN NIKON DOEN VERVALLEN.
Draadloos Dit product, met coderingssoftware ontwikkeld in de Verenigde Staten, valt onder de United States Export Administration Regulations en wordt mogelijk niet geëxporteerd of opnieuw geëxporteerd naar een land waarop de Verenigde Staten een embargo heeft gelegd. Voor de volgende landen geldt momenteel een embargo: Cuba, Iran, Noord-Korea, Soedan en Syrië.
Opmerkingen voor klanten in Europa Hierbij verklaart Nikon Corporation dat de 1 J4 aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC voldoet. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op http://imaging.nikon.com/support/pdf/DoC_1J4.
xxi
xxii
sInleiding Voordat u begint Controleer voordat u de camera voor het eerst gebruikt of de verpakking de items bevat die in de Gebruikshandleiding vermeld staan.
Onderdelen van de camera Neem even de tijd om uzelf vertrouwd te maken met de bedieningsonderdelen en schermweergaven van de camera. Leg eventueel een boekenlegger in dit hoofdstuk, zodat u het gemakkelijk kunt terugvinden terwijl u de rest van de handleiding leest. s De camerabody 16 1 23 4 5 5 6 7 8 14 9 10 17 18 15 13 12 11 1 Filmopnameknop ............................ 54, 55 2 Ontspanknop ................. 33, 59, 65, 70, 75 3 Hoofdschakelaar ......................................
De camerabody (vervolg) 2 1 3 4 5 6 7 12 13 s 8 11 10 9 1 Monitor....................................... 4, 103, 185 6 O (wissen)-knop..............................32, 109 2 K (weergave)-knop ................. 31, 72, 78 7 Afdekking van de stroomaansluiting voor optionele stroomaansluiting.... 195 3 G (menu)-knop................................... 8 4 Multi-selector.............................................. 7 8 Ontgrendeling deksel batterijvak/ geheugenkaartsleuf...............
De monitor 1 2 34 s 5 6 7 8 9 1011 36 35 34 33 32 31 30 29 28 12 13 14 15 16 17 18 19 27 26 25 24 23 22 21 20 1 Opnamestand............................................. 6 2 Livebeeldaanpassing ..............................36 Creatieve stand ........................................38 Selectie beste moment vastleggen ...................................................... 63, 67, 69 Selectie geavanceerde film ............ 54, 57 Belichtingsstand ...................................
A Gebied vastleggen Het gebied vastgelegd terwijl elektronische vibratiereductie (0 154) actief is tijdens filmopname wordt aangeduid door een kader in de opnameweergave.
De standknop De camera biedt keuze uit de volgende opnamestanden: s Standknop z Stand Bewegingssnapshot (0 74): Telkens wanneer de sluiter wordt ontspannen, legt de camera een foto en ongeveer 1,6 sec. aan filmopnamen vast. Wanneer de resulterende “Bewegingssnapshot” wordt bekeken op de camera, wordt de film in slow motion weergegeven gedurende ongeveer 4 sec., gevolgd door de foto.
De multi-selector De multi-selector en de J-knop worden gebruikt om de instellingen aan te passen en door de cameramenu’s te navigeren. Multi-selector s Instellingen: & Ga naar het menu & (functie), een contextgevoelig menu met een lijst opties voor opname en weergave (0 10). Menunavigatie: 1 Verplaats de cursor omhoog. Selecteer het gemarkeerde item. Instellingen: C Bekijk het menu continuopname/zelfontspanner (0 79, 81). Instellingen: E Bekijk het menu belichtingscorrectie (0 83).
De G-knop s De meeste opname-, weergave- en setupopties zijn toegankelijk via de cameramenu’s. Druk op de G-knop om het hieronder getoonde menuselectievenster weer te geven, gebruik vervolgens de multi-selector om het pictogram voor het gewenste menu te markeren en druk op J. Tik op 1 om de menu’s af te sluiten. Opnamemenu (0 139): Pas de instellingen voor foto’s aan. G-knop Filmmenu (0 164): Pas de filmopnameopties aan. Weergavemenu (0 128): Pas de instellingen voor weergave aan.
❚❚ De menu’s gebruiken Gebruik de multi-selector (0 7) om door de weergave-, opname-, film-, beeldverwerking-, setup- en Wi-Fi-menu’s te navigeren. Multi-selector 1 Selecteer een item. s Druk op 1 of 3 om menu-opties te markeren en druk op 2 om opties voor het gemarkeerde item te bekijken. 2 Selecteer een optie. Druk op 1 of 3 om de gewenste optie te markeren en druk op J om te selecteren. A De menu’s gebruiken De vermelde items kunnen variëren afhankelijk van de camera-instellingen.
Het menu & (Functie) Druk op & (functie) op de multi-selector om het functiemenu weer te geven en de camera-instellingen aan te passen of naar weergaveopties te gaan. s Menu & (opnamestand) Menu & (weergave) 1 Selecteer een item. Gebruik de multi-selector om een item te markeren en druk op J om opties weer te geven (om het menu & af te sluiten, druk de ontspanknop half in zoals beschreven op pagina 33 of markeer 1 en druk op J). 2 Selecteer een optie.
Het aanraakscherm gebruiken De aanraakgevoelige monitor ondersteunt de volgende bewerkingen: Tikken Tik op de monitor. s Vegen Veeg een vinger een klein stukje over de monitor. Schuiven Schuif een vinger over de monitor. Spreiden/samenknijpen Plaats twee vingers op de monitor en plaats ze uit elkaar of knijp ze samen.
A Het aanraakscherm Het aanraakscherm reageert op statische elektriciteit en reageert niet wanneer bedekt met in de handel verkrijgbare beschermlagen of bij het aanraken met uw nagels of bij het dragen van handschoenen. Gebruik geen overmatige kracht en raak het scherm niet aan met scherpe voorwerpen. A Het aanraakscherm gebruiken s Het tikken wordt mogelijk niet herkend door de camera als u uw vinger te lang op het scherm laat rusten.
Instellingen aanpassen Tik op gemarkeerde pictogrammen om instellingen te bekijken en tik op pictogrammen of schuifbalken om te wijzigen (de beschikbare items verschillen afhankelijk van de camera-instellingen). Tik op 0 om wijzigingen op te slaan en af te sluiten, of tik op 2 om naar de vorige weergave terug te keren. s A Tikopname-opties Tikopname-opties kunnen worden aangepast door op het rechts getoonde pictogram te tikken (0 90).
Inzoomen s Miniaturen bekijken Gebruik de bewegingen spreiden en samenknijpen om in en uit te zoomen en schuif om te scrollen. Om in te zoomen kunt u ook dubbeltikken op een foto in schermvullende weergave en dubbelklik nogmaals om zoom af te sluiten (0 108). Om “uit te zoomen” naar miniatuurbeeld (0 106), gebruik een knijpbeweging in schermvullende weergave. Gebruik samenknijpen en spreiden om het aantal beelden te kiezen dat met 4, 9 of 16 beelden wordt weergegeven.
Een menu kiezen Tik op menupictogram om een menu te kiezen. s Instellingen aanpassen Tik op menu-items om opties weer te geven en tik op pictogrammen of schuifbalken om te wijzigen. Tik op 2 om naar de vorige weergave terug te keren. ❚❚ Het &-menu Het aanraakscherm kan worden gebruikt om instellingen aan te passen in het &-menu. Instellingen aanpassen Tik op menu-items om opties weer te geven en tik op pictogrammen of schuifbalken om te wijzigen.
Eerste stappen 1 Bevestig de camerariem. Bevestig de riem stevig aan de twee cameraoogjes. s 2 Laad de batterij op. Plaats de batterij in de lader q en steek de stekker van de lader in het stopcontact w. Een ontladen batterij wordt volledig opgeladen in ongeveer drie uur. Haal de lader uit het stopcontact en verwijder de batterij wanneer het opladen is voltooid.
D De batterij en de lader Lees en volg de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen op pagina xi– xiii en 198–201 van deze handleiding. Gebruik de batterij niet bij omgevingstemperaturen lager dan 0°C of hoger dan 40°C; als u deze voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, kan de batterij beschadigd worden of kunnen de prestaties ervan verslechteren.
3 Plaats de batterij en een geheugenkaart. s De camera bewaart foto’s op microSD-, microSDHC- en microSDXC-geheugenkaarten (los verkrijgbaar; 0 194). Voordat u de batterij of geheugenkaarten plaatst, moet u de juiste richting controleren. Gebruik de batterij om de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden, schuif de batterij in totdat deze wordt vergrendeld en schuif vervolgens de geheugenkaart in de camera totdat deze op zijn plaats klikt.
D Batterijen en geheugenkaarten plaatsen en verwijderen Zet de camera altijd uit alvorens batterijen of geheugenkaarten te plaatsen of verwijderen. Merk op dat de batterij en geheugenkaarten na gebruik zeer warm kunnen zijn; ga daarom voorzichtig te werk bij het verwijderen van de batterij en geheugenkaarten. A Geheugenkaarten formatteren Als dit de eerste keer is dat de geheugenkaart in de camera wordt gebruikt of als de kaart in een ander apparaat werd geformatteerd, selecteer dan Geheugenkaart formatt.
A Batterijen en geheugenkaarten verwijderen s Controleer na het uitschakelen van de camera of het toegangslampje van de geheugenkaart (0 3) uit is en open het deksel van het batterijvak/de geheugenkaartsleuf. Om de batterij te verwijderen, dient u deze eerst te ontgrendelen door de oranje batterijvergrendeling in de richting getoond door de pijl te drukken. Verwijder vervolgens handmatig de batterij.
4 Bevestig een objectief. Let goed op dat er geen stof in de camera komt wanneer het objectief of de bodydop is verwijderd. Het objectief dat over het algemeen in deze handleiding voor illustratieve doeleinden wordt gebruikt is een 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM.
s Draai het objectief zoals getoond totdat het op zijn plaats vastklikt. Als het objectief vibratiereductie (VR) ondersteunt, kunt u de vibratiereductie regelen met de camera (0 153). A Het objectief losmaken Vergeet niet het objectief in te trekken voor verwijdering. Om het objectief te verwijderen, schakel de camera uit, houd vervolgens de objectiefontgrendeling (q) ingedrukt terwijl het objectief naar rechts wordt gedraaid (w).
5 Zet de camera aan. Druk op de hoofdschakelaar om de camera aan te zetten. Het aan/ uit-lampje brandt korte tijd groen en de monitor wordt ingeschakeld. Als het objectief is voorzien van een voorste objectiefdop, verwijder dan de dop voordat u een opname maakt. Als een 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM objectief bevestigd is, wordt het objectief automatisch uitgetrokken bij het aanzetten van de camera en ingetrokken bij het uitzetten van de camera.
s A Objectieven met knoppen voor de intrekbare objectiefcilinder De camera wordt automatisch ingeschakeld wanneer de vergrendeling van de intrekbare objectiefcilinder wordt ontgrendeld; als het beeld door het objectief wordt weergegeven of de monitor uit is, wordt de camera bovendien uitgeschakeld wanneer de objectiefcilinder wordt vergrendeld (voor 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 en 1 NIKKOR VR 30-110mm f/3.8-5.6 objectieven is firmwareversie 1.
7 Stel de klok in. Gebruik de multi-selector en J-knop (0 7) om de tijd en datum in te stellen. Merk op dat de camera een 24-uurs klok gebruikt. s Druk op 4 of 2 om de tijdzone te markeren en druk op J. Druk op 1 of 3 om de datumnotatie te markeren en druk op J. Druk op 1 of 3 om de zomertijdoptie te markeren en druk op J. Druk op 4 of 2 om items te markeren en druk op 1 of 3 om ze te wijzigen. Druk op J om terug te keren naar de opnameweergave wanneer de setup voltooid is.
A De cameraklok De cameraklok is minder nauwkeurig dan de meeste horloges en gewone klokken. Controleer de klok regelmatig door vergelijking met apparaten met een nauwkeurigere tijdsaanduiding en stel de tijd indien nodig opnieuw in. s 26 De cameraklok wordt gevoed door een onafhankelijke, herlaadbare voedingsbron, die indien nodig wordt opgeladen als de hoofdbatterij is geplaatst of als de camera wordt gevoed door een optionele EP-5E stroomaansluiting en EH-5b lichtnetadapter (0 195).
8 Controleer het batterijniveau en de capaciteit van de geheugenkaart. Controleer het batterijniveau en het aantal resterende opnamen in de monitor. Batterijniveau ❚❚ Batterijniveau Schermweergave Beschrijving Batterij volledig opgeladen of gedeeltelijk ontladen; niveau GEEN PICTOGRAM aangeduid door pictogram L of K in gedetailleerde schermweergave (0 186). Batterij bijna leeg. Houd een volledig opgeladen H batterij bij de hand of laad weldra de batterij op. Kan geen foto’s maken.
zFoto’s maken en bekijken In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u foto’s maakt, bekijkt en wist in de automatische en creatieve stand. Richten-en-opnemen-fotografie (Automatische stand) z Volg de onderstaande stappen om foto’s te maken in de automatische stand, een “richten-en-opnemen”-stand waarbij de camera automatisch het onderwerptype detecteert en instellingen aanpast aan het onderwerp en de situatie. 1 Zet de camera aan. Druk op de hoofdschakelaar om de camera aan te zetten. 2 Selecteer C-stand.
3 Maak de camera gereed. Houd de camera met beide handen stevig vast, en let daarbij op dat u het objectief, de AF-hulpverlichting of de microfoon niet blokkeert. Draai de camera zoals rechtsonder getoond wanneer u foto’s “staand” (in portretstand) maakt. z 4 Kadreer de foto. Plaats uw onderwerp in het midden van het beeld. 5 Stel scherp. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
6 Maak de foto. z Druk voorzichtig de ontspanknop volledig in om de sluiter te ontspannen en de foto vast te leggen. Het toegangslampje van de geheugenkaart brandt en de foto wordt enkele seconden in de monitor weergegeven (de foto verdwijnt automatisch van het scherm wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt). Werp de geheugenkaart niet uit en verwijder de batterij niet voordat het lampje uit is en de opname is voltooid.
Foto’s bekijken Druk op K om uw meest recente foto schermvullend in de monitor weer te geven (schermvullende weergave). K-knop z Druk op 4 of 2 of draai aan de multiselector om nog meer foto’s te bekijken. Om de weergave te beëindigen en naar de opnamestand terug te keren, druk de ontspanknop half in. A Het menu & (Functie) (0 10) De volgende opties zijn toegankelijk door te drukken op & wanneer een foto wordt weergegeven: 1 2 3 4 7 6 1 Diashow starten.....................................
Foto’s wissen Druk op O om de huidige foto te wissen. Merk op dat eenmaal gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld. 1 Geef de foto weer. Geef de foto weer die u wenst te wissen, zoals beschreven op de voorgaande pagina. 2 Druk op O. z Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. O-knop 3 Wis de foto. Druk opnieuw op O om de foto te wissen en terug te keren naar weergave, of druk op K om af te sluiten zonder de foto te wissen.
A De ontspanknop De camera heeft een tweetraps ontspanknop. De camera stelt scherp wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken. Scherpstellen: druk half in Foto maken: druk volledig in A Meerdere foto’s achter elkaar maken Als Uit is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu (0 131), kunt u aanvullende foto’s maken zonder opnieuw scherp te stellen door de ontspanknop tussen de opnamen in half ingedrukt te houden.
A Een zoomobjectief gebruiken Gebruik de zoomring om op het onderwerp in te zoomen zodat het een groter gebied van het beeld vult, of zoom uit om het zichtbare gebied in de definitieve foto te vergroten. Tijdens filmopname met de 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM wordt de zoomsnelheid niet beïnvloed door de snelheid waarmee de ring wordt gedraaid. Inzoomen Uitzoomen z Zoomring Als u een 1 NIKKOR VR 10–100mm f/4.5–5.
A Meerdere foto’s wissen De optie Wissen in het weergavemenu (0 109) kan worden gebruikt om alle of geselecteerde foto’s te wissen. A Zie ook Zie pagina 186 voor informatie over het uitschakelen van het geluidssignaal dat klinkt wanneer de camera scherpstelt of de sluiter wordt ontspannen. Voor informatie over het schakelen tussen foto-informatie aan of uit, zie pagina 186. Zie pagina 106 voor informatie over het bekijken van meerdere beelden.
Livebeeldaanpassing z Met livebeeldaanpassingen kunt u vooraf zien hoe de aanpassingen van invloed zijn op de definitieve foto. Om een livebeeldaanpassing voor de automatische stand te kiezen, druk op J om het menu voor livebeeldaanpassing weer te geven; gebruik vervolgens de multi-selector om een aanpassing te markeren en druk op J om het effect te bekijken. Draai aan de multi-selector om een instelling te kiezen en druk op J om te selecteren.
Bewegingsaanpassing: suggereer beweging door bewegende voorwerpen onscherp te maken, of “bevries” beweging om bewegende voorwerpen duidelijk vast te leggen. Beweging bevriezen Beweging onscherp maken Beweging bevriezen Helderheidsaanpassing: maak foto’s helderder of donkerder. Helderder z Beweging onscherp maken Donkerder Helderder Donkerder D Livebeeldaanpassing Continu-opname is niet beschikbaar (0 79) en de ingebouwde flitser kan niet worden gebruikt wanneer livebeeldaanpassing actief is.
Een creatieve stand kiezen Kies een creatieve stand om instellingen aan te passen aan het onderwerp of de situatie, neem foto’s met speciale effecten of regel de sluitertijd en het diafragma. 1 Selecteer de w-stand. Draai de standknop naar w (creatief). z 2 Kies een optie. Druk op & (functie) op de multi-selector om het menu & weer te geven, markeer vervolgens Creatief en druk op J. Markeer een optie die past bij uw onderwerp en creatieve wensen (0 39) en druk op J.
Een stand kiezen die past bij het onderwerp of de situatie Kies een creatieve stand op basis van het onderwerp of de situatie: Optie Beschrijving De camera stelt de sluitertijd en het diafragma in voor Automatisch een optimale belichting (0 41). Aanbevolen voor programma (P) snapshots en in andere situaties waarbij er weinig tijd is om de camera-instellingen aan te passen. U kiest de sluitertijd; de camera selecteert een diafragma Sluitertijdvoorkeuze voor de beste resultaten (0 42).
A Het menu & (Functie) (0 10) Als u op & drukt in de creatieve stand, worden de onderstaande items weergegeven. De beschikbare items variëren afhankelijk van de geselecteerde optie voor creatieve stand (0 39). 1 2 3 4 5 z 6 1 Opnamestand............................................. 6 2 Creatief....................................................... 38 3 Sluitertijd ............................................ 42, 44 4 Diafragma........................................... 43, 44 5 ISO-gevoeligheid........
Foto’s maken in de standen P, S, A en M De standen P, S, A en M bieden verschillende regelniveaus voor sluitertijd en diafragma. Kies een stand en pas de instellingen aan uw creatieve wensen aan. ❚❚ P Automatisch programma In deze stand past de camera automatisch de sluitertijd en het diafragma aan voor een optimale belichting in de meeste situaties. Deze stand wordt aanbevolen voor snapshots en andere situaties waarin u de sluitertijd en het diafragma door de camera wilt laten bepalen.
❚❚ S Sluitertijdvoorkeuze In sluitertijdvoorkeuze kiest u de sluitertijd terwijl de camera automatisch het diafragma selecteert dat de optimale belichting oplevert. Gebruik lange sluitertijden om beweging te suggereren door bewegende voorwerpen onscherp te maken, en korte sluitertijden om beweging te “bevriezen”. z Korte sluitertijd (1/1.600 sec.) Lange sluitertijd (1 sec.) Een sluitertijd kiezen Draai aan de multi-selector om uit sluitertijden tussen 30 sec. en 1/16.000 sec. te kiezen.
❚❚ A Diafragmavoorkeuze In diafragmavoorkeuze kunt u het diafragma kiezen terwijl de camera automatisch de sluitertijd selecteert die de optimale belichting oplevert. Grote diafragma’s (lage f-waarden) verminderen de scherptediepte, waardoor voorwerpen achter en voor het hoofdonderwerp onscherp zijn. Kleine diafragma’s (hoge f-waarden) verhogen de scherptediepte, waardoor details in de achter- en voorgrond er uitspringen.
❚❚ M Handmatig In de handmatige stand regelt u zowel sluitertijd als diafragma. z Sluitertijd en diafragma kiezen Pas sluitertijd en diafragma aan met betrekking tot de belichtingsaanduiding (zie hieronder). Druk op 2 om sluitertijd of diafragma te markeren en draai aan de multi-selector om een waarde te kiezen, herhaal dit vervolgens voor het resterende item.
A De belichtingsaanduiding Wanneer er andere sluitertijden dan “Bulb” zijn geselecteerd, toont de belichtingsaanduiding of de foto bij de huidige instellingen onder- of overbelicht zou zijn.
2 Kies sluitertijd “Bulb”. Druk op 2 om de sluitertijd te markeren en draai de multi-selector naar links om “Bulb” te selecteren. z 3 Open de sluiter. Druk na het scherpstellen de ontspanknop volledig in. Houd de ontspanknop ingedrukt tot de belichting is voltooid. 4 Sluit de sluiter. Haal uw vinger van de ontspanknop. Na circa twee minuten wordt de opname automatisch beëindigd. Houd er rekening mee dat het opnemen van lange tijdopnamen enige tijd in beslag kan nemen.
Het Creatief pallet Om een creatief effect te kiezen, draai aan de multi-selector of gebruik een vinger om het creatief palet in de monitor rond te draaien. Het geselecteerde effect is zichtbaar in de monitor en wijzigt geleidelijk terwijl het palet wordt rondgedraaid. z Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met het geselecteerde effect (tikopname-opties zijn niet beschikbaar wanneer het creatief palet wordt weergegeven; tik op 4 om het creatief palet te bekijken of te verbergen).
HDR Details in hoge lichten en schaduwen blijven bewaard met behulp van HDR (hoog dynamisch bereik). Telkens wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, maakt de camera snel opeenvolgend twee opnamen en combineert de camera deze zodat details in hoge lichten en schaduwen in scènes met hoog contrast bewaard blijven; de ingebouwde flitser flitst niet. Het kan enige tijd duren om de foto’s te verwerken; de definitieve foto wordt weergegeven wanneer de verwerking is voltooid.
Eenvoudig panorama Volg de onderstaande stappen om panorama’s te maken. Tijdens de opname stelt de camera scherp met behulp van automatisch veld-AF (0 159); gezichtdetectie (0 34) is niet beschikbaar. Belichtingscorrectie (0 83) kan worden gebruikt, maar de ingebouwde flitser flitst niet. 1 Stel scherpstelling en belichting in. Kadreer het begin van het panorama en druk de ontspanknop half in. Er verschijnen hulplijnen in de weergave. z 2 Start de opname.
Hieronder wordt een voorbeeld getoond hoe de camera te pannen. Pan de camera in een gelijkmatige curve in horizontale of verticale richting, zonder uw positie te wijzigen. Time de panbewerking overeenkomstig de optie geselecteerd voor Beeldformaat in het opnamemenu: het duurt circa 15 seconden om de panbewerking te voltooien wanneer A Normaal panorama is geselecteerd, circa 30 seconden wanneer B Breed panorama is geselecteerd.
❚❚ Panorama’s bekijken Panorama’s kunnen worden bekeken door op 3 te drukken zodra een panorama schermvullend wordt weergegeven (0 31). De start van het panorama wordt weergegeven op het kleinste formaat dat de weergave vult en de camera bladert vervolgens in de oorspronkelijke panrichting door de foto. z Navigatievenster Gids U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren: Functie Knop Beschrijving Pauzeren Afspelen Pauzeer de weergave.
Selectieve kleur Neem zwart-witfoto’s waarin één tint in kleur verschijnt. 1 Kies Kleur selecteren. Druk op & om het menu & (functie) weer te geven, markeer vervolgens Kleur selecteren en druk op J. z 2 Kies een kleur. Draai aan de multi-selector om een kleur te kiezen en druk op J. 3 Maak foto’s. Druk de ontspanknop volledig in om foto’s te maken. Alleen de geselecteerde tint verschijnt in kleur; alle andere tinten worden opgenomen in schakeringen van grijs.
Cross-process Selecteer een basistint om foto’s te nemen met gewijzigde kleuren. 1 Selecteer Tint. Druk op & om het menu & (functie) weer te geven, markeer vervolgens Tint en druk op J. 2 Kies een kleur. z Gebruik de multi-selector om een basiskleur (rood, groen, blauw of geel) te kiezen en druk op J. 3 Maak foto’s. Druk de ontspanknop volledig in om foto’s te maken met gewijzigde kleuren.
yFilms opnemen en bekijken Films opnemen Gebruik de filmopnameknop om films op te nemen in de automatische stand, creatieve stand en geavanceerde filmstand. 1 Zet de camera aan. Druk op de hoofdschakelaar om de camera aan te zetten. y 2 Kies een opnamestand. Draai de standknop naar C (automatisch), w (creatief) of v (geavanceerde film) zoals beschreven op pagina 6. In de geavanceerde filmstand kunt u een filmtype kiezen met de optie Geavanceerde film in het menu & (0 57). 3 Kadreer de beginopname.
4 Start de opname. Druk op de filmopnameknop om de opname te beginnen. Tijdens de opname wordt een opnameaanduiding, de verstreken tijd en de beschikbare tijd weergegeven. A Audio-opname Zorg dat de microfoon niet wordt bedekt en houd er rekening mee dat de ingebouwde microfoon mogelijk geluiden opneemt die door de camera of het objectief worden veroorzaakt.
❚❚ Opnamestand Er kunnen geen films worden opgenomen in de onderstaande opnamestanden. Er kunnen geen films worden opgenomen in de stand beste moment vastleggen of Bewegingssnapshot. C Automatische stand (0 28) Kies deze stand om de camera de instellingen te laten kiezen. De camera past automatisch de instellingen aan op basis van het onderwerp en de situatie. w Creatieve stand (0 38) Neem films op in de belichtingsstand P (automatisch programma).
❚❚ Geavanceerde filmopties In de v-stand (geavanceerde film) zijn de volgende opties toegankelijk door te drukken op & en Geavanceerde film te selecteren in het menu & (functie). 0 HD-film y Slow motion Neem high-definition films (HD) op. Neem maximaal drie seconden geluidloze slow motion-filmopnamen op. Slow motion-films worden opgenomen bij 400 bps en afgespeeld bij ongeveer 30 bps.
A Het menu & (Functie) (0 10) Als u op & drukt in de geavanceerde filmstand, worden de onderstaande items weergegeven. De beschikbare items variëren afhankelijk van het geselecteerde filmtype (0 57). 1 2 3 4 5 y 6 1 Opnamestand............................................. 6 2 Geavanceerde film .................................. 57 Belichtingsstand ....................................142 3 Sluitertijd ............................................ 42, 44 4 Diafragma........................................
Fotograferen tijdens filmopname Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken zonder de filmopname te onderbreken. Foto’s gemaakt tijdens filmopname hebben een beeldverhouding van 3 : 2. A Fotograferen tijdens filmopname y Er kunnen maximaal 20 foto’s worden gemaakt bij elke filmopname. Merk op dat er geen foto’s kunnen worden gemaakt bij slow motion-films.
Films bekijken Films worden aangeduid met een 1-pictogram in schermvullende weergave (0 31). Druk op 3 om de weergave te starten. Aanduiding filmweergave/ huidige positie/totale lengte 1-pictogram/lengte y Volume Gids U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren: Functie Knop Beschrijving Pauzeren Afspelen Pauzeer de weergave. Hervat de weergave wanneer de film wordt gepauzeerd of tijdens achteruit/vooruit. Druk op 4 om achteruit en op 2 om vooruit te gaan.
A Het menu & (Functie) (0 10) De volgende opties zijn toegankelijk door te drukken op & wanneer een film wordt weergegeven: 1 2 3 1 Diashow starten.....................................111 2 Uploaden via Wi-Fi.................................. 93 3 Beveiligen................................................131 4 Score .........................................................131 5 Film bewerken........................................135 4 5 y Films wissen Druk op O om de huidige film te wissen.
A Zie ook Zie pagina 135 voor informatie over het bijsnijden van ongewenste filmopnamen van films. Voor informatie over de beschikbare beeldformaat- en beeldsnelheidopties voor HD-films, zie pagina 167.
RAndere opnamestanden Naast de hierboven beschreven standen biedt de camera een u -stand (beste moment vastleggen) om u te helpen met moeilijk te timen opnamen en een z-stand (Bewegingssnapshot) die foto’s combineert met korte filmvignetten (0 74).
1 Selecteer de u-stand. Draai de standknop naar u (beste moment vastleggen). 2 Kies Actieve selectie. R Druk op & (functie) om het menu & weer te geven. Markeer Beste moment vastleggen en druk op J, markeer vervolgens Actieve selectie en druk op J. 3 Kadreer de foto. Stel de compositie van de foto samen met uw onderwerp in het midden van het beeld.
4 Begin met het bufferen van de foto’s. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen (0 29). Zodra de camera begint met het vastleggen van beelden in het buffergeheugen, wordt een &-pictogram weergegeven. 5 Maak de foto. Druk op soepele wijze de ontspanknop volledig in. De 20 beelden vastgelegd in de buffer tijdens de momenten voor en na het volledig indrukken van de ontspanknop worden gekopieerd naar de tijdelijke opslag. R 6 Selecteer maximaal 20 beelden.
A Actieve selectie Bij standaardinstellingen wordt het beeld, vastgelegd op het moment dat de ontspanknop volledig werd ingedrukt, automatisch gemarkeerd met een p-pictogram in Stap 6. A Het menu & (Functie) (0 10) Als u op & drukt in de stand beste moment vastleggen, worden de onderstaande items weergegeven. De beschikbare items variëren afhankelijk van de geselecteerde stand (0 63, 67, 69). 1 2 3 4 5 R 6 1 Opnamestand............................................. 6 2 Beste moment vastleggen ..........
Uw moment kiezen (Trage weergave) Als trage weergave is geselecteerd in de stand u (beste moment vastleggen), dan legt de camera een korte serie foto’s vast en speelt ze af in slow motion zodat u het juiste moment voor een foto kunt kiezen. 1 Selecteer de u-stand. Draai de standknop naar u (beste moment vastleggen). 2 Selecteer Trage weergave. Druk op & (functie) om het menu & weer te geven. Markeer Beste moment vastleggen en druk op J, markeer vervolgens Trage weergave en druk op J.
4 Druk de ontspanknop half in. Na het scherpstellen legt de camera 20 beelden vast in een tijdelijk buffergeheugen. Vervolgens worden ze langzaam en continu afgespeeld zo lang als de ontspanknop half ingedrukt Voortgangsaanduiding wordt gehouden. Er wordt een &-pictogram weergegeven in de monitor. R 68 Zodra het gewenste beeld wordt weergegeven, druk de ontspanknop volledig in om het huidige beeld vast te leggen en de resterende beelden te verwijderen.
De camera het moment laten kiezen (Slimme fotoselectie) Slimme fotoselectie helpt u bij het vastleggen van een vluchtige blik op het gezicht van een persoon of andere opnamen die moeilijk zijn te timen, zoals groepsfoto’s tijdens een feest. Elke keer dat de sluiter wordt ontspannen, selecteert de camera automatisch de beste opname en de vier beste opnamekandidaten op basis van compositie en beweging. R 1 Selecteer de u-stand. Draai de standknop naar u (beste moment vastleggen). 2 Kies Slimme fotoselectie.
3 Kadreer de foto. Stel de compositie van de foto samen met uw onderwerp in het midden van het beeld. 4 Begin met het bufferen van de foto’s. R Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen (0 29). Zodra de camera begint met het vastleggen van beelden in het buffergeheugen, wordt een &pictogram weergegeven. De camera past de scherpstelling voortdurend aan om rekening te houden met wijzigingen in de afstand tot het onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. 5 Maak de foto.
A Slimme fotoselectie De camera kiest automatisch een onderwerpstand die past bij het onderwerp. A Bufferen Bufferen begint wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt en eindigt na ongeveer 90 seconden of wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. Ontspanknop half ingedrukt om scherp te stellen Ontspanknop volledig ingedrukt Opname wordt beëindigd Bufferen D Slimme fotoselectie-bestanden Verwijder het bestand “NCSPSLST.
R ❚❚ Foto’s bekijken die met Slimme fotoselectie zijn gemaakt Druk op K en gebruik de multi-selector om foto’s weer te geven die met Slimme fotoselectie zijn gemaakt (0 31; foto’s gemaakt met Slimme fotoselectie worden aangeduid door een y-pictogram).
❚❚ Foto’s wissen Door het indrukken van O wanneer een foto wordt geselecteerd die met Slimme fotoselectie is gemaakt, wordt een bevestigingsvenster weergegeven; druk opnieuw op O om de beste opname en de beste opnamekandidaten te wissen, of druk op K om af te sluiten zonder de foto’s te wissen. Merk op dat eenmaal gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld.
z Foto’s combineren met korte filmvignetten (Bewegingssnapshot) Neem korte filmvignetten op met uw foto’s. Telkens wanneer de sluiter wordt ontspannen, legt de camera een foto en ongeveer 1,6 sec. aan filmopnamen vast. Wanneer de resulterende “Bewegingssnapshot” wordt bekeken op de camera, wordt de film in slow motion weergegeven gedurende ongeveer 4 sec., gevolgd door de foto. R 1 Selecteer de z-stand. Draai de standknop naar z (Bewegingssnapshot). 2 Kadreer de foto.
3 Begin met bufferen. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen (0 29). Zodra de camera begint met het vastleggen van filmopnamen in het buffergeheugen, wordt een &-pictogram weergegeven. 4 Maak de foto. Druk op soepele wijze de ontspanknop volledig in. De camera neemt een foto op, samen met ongeveer 1,6 sec. filmopnamen, beginnend voor en eindigend na het moment dat de ontspanknop volledig werd ingedrukt. Merk op dat dit enige tijd kan duren.
A Het menu & (Functie) (0 10) Als u op & drukt in de stand Bewegingssnapshot, worden de volgende items weergegeven: 1 2 3 4 5 1 Opnamestand............................................. 6 2 Belichtingsstand ....................................142 3 Sluitertijd ............................................ 42, 44 4 Diafragma........................................... 43, 44 5 ISO-gevoeligheid...................................175 6 Film voor/na ...........................................
❚❚ Audio Om ongeveer vier seconden geluid met bewegingssnaphots vast te leggen beginnend bij de start van de filmopname, gebruik de multi-selector en druk op de J-knop om Sfeer te selecteren voor Audio in het menu & (functie) (0 76). Bewegingssnaphots kunnen ook worden opgenomen met achtergrondmuziek (Achtergrondmuziek) of zonder geluid (Geen). R A Stand Bewegingssnapshot Er kunnen geen films worden opgenomen met behulp van de filmopnameknop en de flitser kan niet worden gebruikt.
Bewegingssnapshots bekijken Druk op K en gebruik de multi-selector om een bewegingssnapshot weer te geven (0 31; bewegingssnapshots worden aangeduid met een z-pictogram). Als u op 3 drukt wanneer een bewegingssnaphot wordt weergegeven, wordt het filmgedeelte in slow motion afgespeeld gedurende ongeveer 4 sec., gevolgd door de foto; de weergave wordt vergezeld van de audiotrack geselecteerd met de optie Audio (0 77).
tMeer informatie over fotografie Dit hoofdstuk beschrijft andere functies die u kunt gebruiken wanneer u foto’s maakt. Continustand Maak een continue reeks (serieopname) van foto’s. 1 Geef de opties voor de ontspanstand weer. Druk op 4 (C) om de opties voor de ontspanstand weer te geven. 2 Selecteer I. Markeer I (continu) en druk op 2 om de beeldsnelheidopties weer te geven. t 3 Selecteer een beeldsnelheid. Markeer de gewenste beeldsnelheid en druk op J.
D Continustand Slechts één foto wordt gemaakt als de flitser flitst wanneer I is geselecteerd; bij de instellingen 10, 20, 30 en 60 bps flitst de ingebouwde flitser niet. Het toegangslampje van de geheugenkaart brandt wanneer foto’s op de geheugenkaart worden vastgelegd. Afhankelijk van de opnameomstandigheden en de schrijfsnelheid van de geheugenkaart kan het opnemen enige tijd duren.
Zelfontspannerstanden De zelfontspanner wordt gebruikt om het ontspannen van de sluiter te vertragen tot 10 of 2 seconden na het volledig indrukken van de ontspanknop. 1 Geef de opties voor de ontspanstand weer. Druk op 4 (C) om de opties voor de ontspanstand weer te geven. 2 Selecteer E. Markeer E (zelfontspanner) en druk op 2 om de zelfontspanner weer te geven. t 3 Selecteer de gewenste zelfontspanneroptie. Gebruik de multi-selector om c of a te markeren en druk op J.
5 Kadreer en maak de foto. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk vervolgens de knop volledig in. Het zelfontspannerlampje begint te knipperen en er klinkt een geluidssignaal. Twee seconden voordat de foto wordt gemaakt, stopt het lampje met knipperen en volgen de geluidssignalen elkaar sneller op.
Belichtingscorrectie Via belichtingscorrectie kan de door de camera geselecteerde belichtingswaarde gewijzigd worden om foto’s helderder of donkerder te maken. –1 LW Geen correctie +1 LW 1 Geef de opties voor belichtingscorrectie weer. Druk op 2 (E) om de opties voor belichtingscorrectie weer te geven. t 2 Kies een waarde. Gebruik de multi-selector om te kiezen uit waarden tussen –3 LW (onderbelichting) en +3 LW (overbelichting) in stappen van 1/3 LW.
De ingebouwde flitser Gebruik de ingebouwde flitser voor extra verlichting wanneer het onderwerp slecht belicht is of voor het “invullen” (verlichten) van onderwerpen met tegenlicht.
❚❚ Flitsstanden De volgende flitsstanden zijn beschikbaar in de standen C (automatisch), q (zacht), r (miniatuureffect), s (selectieve kleur), 6 (cross-process) en 7 (speelgoedcamera-effect): • o (automatisch flitsen): bij weinig licht of een onderwerp met tegenlicht klapt de flitser automatisch op wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt en flitst hij indien nodig. • n (automatisch met rode-ogenreductie): gebruik dit voor portretten.
Handmatige pop-upstanden Wanneer P, S, A of M is geselecteerd in de w-stand (creatief), moet de flitser handmatig worden opgeklapt. De flitser flitst niet als deze niet is opgeklapt. 1 Klap de flitser op. Druk op de pop-upknop voor de flitser om de flitser op te klappen. Pop-upknop voor de flitser t 2 Kies een flitsstand. Druk op 3 (N) op de multi-selector om een lijst van flitsstanden weer te geven, gebruik vervolgens de multi-selector om de gewenste stand te markeren en druk op J om te selecteren.
❚❚ Flitsstanden De volgende flitsstanden zijn beschikbaar wanneer P, S, A of M is geselecteerd in de w-stand (creatief): • N (invulflits): de flitser flitst bij elke opname. • NY (rode-ogenreductie): gebruik dit voor portretten. De flitser flitst bij elke opname, maar voordat hij flitst, gaat het lampje van de rode-ogenreductie branden om “rode ogen” te verminderen.
D De flitser opklappen Zorg dat de flitser volledig is opgeklapt bij het gebruik van de flitser, zoals rechts aangeduid. Raak de flitser niet aan tijdens het opnemen. A De ingebouwde flitser inklappen Om energie te besparen wanneer de flitser niet in gebruik is, druk de flitser voorzichtig naar beneden totdat de vergrendeling vastklikt. Gebruik geen kracht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een defect aan het product tot gevolg hebben.
A De ingebouwde flitser gebruiken Als de flitser meerdere keren snel achter elkaar flitst, worden de flitser en sluiter mogelijk tijdelijk uitgeschakeld om de flitser te beschermen. Na een korte pauze kan de opname worden hervat. Voorwerpen dicht bij de camera worden mogelijk overbelicht in foto’s gemaakt met de flitser bij hoge ISO-gevoeligheden. Om vignettering te vermijden, verwijder de zonnekappen en maak de opname op afstanden van ten minste 0,6 m.
Tikopname-opties Tik op het rechts getoonde pictogram en kies de bewerking uitgevoerd door het tikken op de monitor in opnamestand. De beschikbare items variëren afhankelijk van de opname- en scherpstelstand. Automatische stand Kies uit de volgende opties. 3 7 t Wanneer u in de weergave op een onderwerp tikt, stelt de camera scherp en maak een foto. Het tikken op de weergave tijdens opname heeft geen effect.
❚❚ Handmatige scherpstelstand De volgende opties zijn beschikbaar in handmatige scherpstelstand. 3 5 7 Wanneer u op de weergave tikt, maakt de camera een foto zonder eerst de scherpstelling aan te passen. Tik op een onderwerp om deze op groter formaat in de monitor weer te geven (0 157). Het tikken op de weergave tijdens opname heeft geen effect. Geavanceerde filmstand De bewerking uitgevoerd door te tikken op de weergave hangt af of de camera zich in autofocusstand of handmatige scherpstelstand bevindt.
D Beste moment vastleggen/Bewegingssnapshot Tikopname-opties zijn niet beschikbaar in de standen Beste moment vastleggen en Bewegingssnapshot. D Foto’s maken met behulp van tikopname-opties Vermijd te hard tikken. Het is mogelijk dat de camera beweegt wanneer de sluiter wordt ontspannen, waardoor foto’s onscherp worden. De ontspanknop kan worden gebruikt om scherp te stellen en foto’s te maken, zelfs wanneer het 3-pictogram wordt weergegeven om te tonen dat de tikopname-opties actief zijn.
TWi-Fi Wat Wi-Fi voor u kan betekenen De camera kan via Wi-Fi draadloze netwerken verbinding maken met een smartapparaat waarop de speciale Wireless Mobile Utilityapplicatie van Nikon draait (0 94). Het smartapparaat kan worden gebruikt om op afstand de camera te bedienen en foto’s te maken, of kunnen foto’s van de camera naar het smartapparaat worden gedownload en worden gedeeld met anderen op het internet. Ook is het mogelijk om foto’s van de camera naar het smartapparaat te uploaden (0 99).
Toegang tot de camera T Alvorens verbinding te maken via Wi-Fi (draadloos LAN), installeer eerst de Wireless Mobile Utility op uw smartapparaat met Android of iOS. Instructies voor toegang tot de camera varieert afhankelijk van het type verbinding gebruikt door het smartapparaat. Android • WPS met drukknop: Als het smartapparaat drukknop-WPS ondersteunt (d.w.z.
WPS (alleen Android) 1 Selecteer Wi-Fi. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven, markeer vervolgens Wi-Fi en druk op J. 2 Maak verbinding. Schakel WPS-knopverbindingen in op de camera en het smartapparaat: • Camera: Markeer Type Wi-Fi-verbinding en druk op 2, markeer vervolgens WPS met drukknop en druk op 2 om de camera gereed te maken voor een WPS-verbinding. De camera wacht ongeveer twee minuten op een WPS-verbindingsverzoek van het smartapparaat. Druk op J om de wachttijd te verlengen.
PIN invoeren (alleen Android) 1 Selecteer Wi-Fi. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven, markeer vervolgens Wi-Fi en druk op J. 2 Selecteer Type Wi-Fi-verbinding > WPS met PIN-invoer. Markeer Type Wi-Fi-verbinding en druk op 2. T Markeer WPS met PIN-invoer en druk op 2. 3 Voer de PIN in. Voer de PIN in weergegeven door het smartapparaat. Druk op 4 of 2 om getallen te markeren en druk op 1 of 3 om te wijzigen. Druk op J zodra de invoer is voltooid. 4 Start de Wireless Mobile Utility.
SSID (Android en iOS) 1 Selecteer Wi-Fi. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven, markeer vervolgens Wi-Fi en druk op J. 2 Selecteer Verbinden. Markeer Verbinden en druk op 2. T 3 Selecteer Ja. Markeer Ja en druk op J om de SSID van de camera te bekijken. 4 Selecteer de SSID van de camera op het smartapparaat. Selecteer de SSID van de camera in de lijst met netwerken weergegeven door het smartapparaat.
5 Start de Wireless Mobile Utility. Start de Wireless Mobile Utility op het smartapparaat. Het hoofdvenster wordt weergegeven. ❚❚ Standaardinstellingen herstellen Om standaardinstellingen te herstellen, markeer Type Wi-Fi-verbinding > Wi-Fi-inst. herstellen en druk op 2. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer Ja en druk op J om de standaard netwerkinstellingen te herstellen.
Foto’s uploaden naar een smartapparaat Volg de onderstaande stappen om foto’s te uploaden van de camera naar een smartapparaat. Films kunnen niet worden geselecteerd voor uploaden. Foto’s één voor één uploaden Gebruik de optie Uploaden via Wi-Fi in het weergavemenu & (functie) (0 10) om de foto die momenteel in schermvullende weergave wordt getoond te uploaden. 1 Geef de foto op de camera weer. Geef de foto in schermvullende weergave weer. 2 Selecteer Uploaden via Wi-Fi.
5 Download de foto naar het smartapparaat. Start de Wireless Mobile Utility op het smartapparaat en volg de instructies op het scherm om de foto te downloaden. Wanneer het downloaden is voltooid, drukt u op de G-knop van de camera om de Wi-Fi-verbinding te beëindigen.
Meerdere geselecteerde foto’s uploaden Om meerdere geselecteerde foto’s te uploaden, gebruikt u de optie Uploaden via Wi-Fi in het weergavemenu. 1 Kies Uploaden via Wi-Fi. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven. Markeer Uploaden via Wi-Fi in het weergavemenu en druk op 2. G-knop T 2 Selecteer foto’s. Druk op 4 of 2 om door foto’s te bladeren en druk op 3 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken, of houd 1 ingedrukt om de gemarkeerde foto schermvullend te bekijken.
4 Selecteer Ja. Markeer Ja en druk op J. 5 Selecteer de SSID van de camera op het smartapparaat. Selecteer de SSID van de camera in de lijst met netwerken weergegeven door het smartapparaat. 6 Download de foto’s naar het smartapparaat. Start de Wireless Mobile Utility op het smartapparaat en volg de instructies op het scherm om de geselecteerde foto’s te downloaden. Wanneer het downloaden is voltooid, drukt u op de G-knop van de camera om de Wi-Fi-verbinding te beëindigen.
IMeer informatie over weergave Foto-informatie Foto-informatie wordt boven op beelden in schermvullende weergave weergegeven (0 31). De weergegeven informatie kan worden geselecteerd met de optie Schermweergave > Weergave in het setup-menu (0 186). ❚❚ Basisinformatie 1 2 112 2 3 3 11 13 10 9 4 10 9 8 7 6 5 Foto's 1 Opnamestand 2 Beveiligingsstatus................................. 131 3 Beeldnummer/totaal aantal beelden 4 Beeldkwaliteit........................................ 143 Beeldsnelheid ..
❚❚ Gedetailleerde informatie 1 2 3 29 4 5 6 28 7 8 27 26 25 16 15 14 13 12 11 17 18 19 10 9 5 3 6 14 27 17 28 13 12 26 25 104 21 20 2 30 31 4 1 I 23 22 24 Foto's 24 23 22 Films 1 Opnamestand 2 Beeldnummer/totaal aantal beelden 3 Beveiligingsstatus................................. 131 4 Cameranaam 5 Retouche-aanduiding........ 132, 133, 134 Aanduiding filmbewerking ................ 135 6 Histogram met verdeling van toonwaarden in beeld........................ 105 7 ISO-gevoeligheid ....
22 Mapnummer-bestandsnummer 23 Opnametijd ......................................25, 189 24 Opnamedatum ................................25, 189 25 Batterijaanduiding ..................................27 26 Witbalans ................................................ 170 Fijnafstelling witbalans ....................... 171 27 Kleurruimte ............................................ 151 28 Score ........................................................ 110 29 Automatische vertekeningscorrectie ..................
Miniatuurweergave Om foto’s in “overzichten” van 4, 9 of 16 beelden te bekijken, druk op J wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven en draai de multi-selector naar links. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren: Functie Knop Meer beelden weergeven I Draai de multi-selector naar rechts om het aantal weergegeven beelden te verlagen van 16 naar 9 of van 9 naar 4. Draai de selector naar rechts wanneer er 4 beelden worden weergegeven om het gemarkeerde beeld schermvullend te bekijken.
Kalenderweergave Draai de multi-selector naar links wanneer er 16 foto’s worden weergegeven om foto’s te bekijken die op een geselecteerde datum zijn gemaakt (0 106). U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren: Functie Knop Kalender weergeven Beschrijving Om de kalender te bekijken, draai de multiselector naar links wanneer er 16 beelden worden weergegeven (0 106). Om naar 16-beeldenweergave terug te keren, draai de multi-selector naar rechts wanneer de kalender wordt weergegeven.
Zoomweergave Om op een foto in te zoomen, geef de foto schermvullend weer, druk op J en draai de multi-selector naar rechts. Zoomweergave is niet beschikbaar voor films of bewegingssnapshots. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren: Functie Knop Inzoomen Draai de multi-selector naar rechts om in te zoomen, naar links om uit te zoomen. Wanneer u in- of uitzoomt, wordt een navigatievenster weergegeven met het gebied dat momenteel zichtbaar is in de schermweergave aangeduid met een gele rand.
Foto’s wissen Foto’s kunnen van de geheugenkaart worden gewist zoals hieronder wordt beschreven. Merk op dat eenmaal gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld; beveiligde beelden worden echter niet gewist. De huidige foto wissen Om de foto te wissen die momenteel in schermvullende weergave wordt weergegeven of is geselecteerd in de miniaturenlijst, druk op O.
Foto’s van een score voorzien Geef foto’s een score of duid ze aan als kandidaten om later te wissen. Score is niet beschikbaar voor beveiligde beelden. 1 Selecteer een foto. Geef een foto in schermvullende weergave weer. 2 Selecteer Score. Druk op & (functie) om het menu & weer te geven. Markeer Score en druk op J. I 110 3 Kies een score. Markeer een score van nul tot vijf sterren, of selecteer ) om de foto als kandidaat voor later wissen te markeren. Druk op J om de gemarkeerde score te selecteren.
Diashows Druk op de G-knop, selecteer Diashow in het weergavemenu en volg de onderstaande stappen om een diashow van de foto’s op de geheugenkaart te bekijken. G-knop 1 Selecteer het type beeld dat in de show wordt gebruikt. Markeer de gewenste optie en druk op J. Geef alle beelden op de geheugenkaart weer. Geef alleen foto’s weer. Beelden gemaakt met behulp Foto's van Eenvoudig panorama wordt weergegeven in panoramastand (0 51).
2 Pas weergavetijden en audio-instellingen aan. Pas de volgende opties aan: Kies hoe lang elke foto wordt weergegeven. Kies hoeveel er van elke film wordt afgespeeld voordat de volgende dia wordt weergegeven. Kies Zelfde als Afspeelduur van beeldinterval om de volgende dia weer te geven na de film tijd die is geselecteerd voor Beeldinterval, Geen limiet om de gehele film af te spelen voordat de volgende dia wordt weergegeven.
De volgende bewerkingen kunnen tijdens de diashow worden uitgevoerd: Functie Naar vorig/ volgend beeld gaan Pauzeren/ hervatten Knop J Volume aanpassen Naar weergavestand terugkeren Beschrijving Druk op 4 om naar het vorige beeld terug te keren, of op 2 om naar het volgende beeld te gaan. Pauzeer de diashow. Druk opnieuw om te hervatten. Draai aan de multi-selector om het volume aan te passen. K Beëindig de diashow en keer terug naar de weergavestand.
QVerbindingen De meegeleverde software installeren Installeer de meegeleverde software om foto’s naar uw computer te kopiëren en ze te bekijken en te bewerken. Controleer voordat u de software installeert of uw systeem aan de vereisten op pagina 116 voldoet. 1 Start het installatieprogramma. Start de computer, plaats de q Selecteer regio (indien nodig) installatie-cd van ViewNX 2 en start het installatieprogramma.
3 Sluit het installatieprogramma af. Klik op Ja (Windows) of OK (Mac) wanneer de installatie is voltooid. Windows Mac Klik op Ja Klik op OK 4 Verwijder de installatie-cd uit de cd-romspeler. A Meegeleverde software Zorg ervoor dat de nieuwste versies van de meegeleverde software zijn geïnstalleerd. Nikon Message Center 2 controleert periodiek op updates terwijl de computer met het internet is verbonden.
Systeemvereisten De systeemvereisten voor ViewNX 2 zijn: Windows • Foto’s: Intel Celeron, Pentium 4, Core-serie; 1,6 GHz of hoger • Films (weergave): Pentium D 3,0 GHz of hoger; Intel Core i5 of hoger aanbevolen voor het bekijken van films met een CPU beeldformaat van 1.280 × 720 of meer bij een beeldsnelheid van 30 bps of hoger of films met een beeldformaat van 1.920 × 1.080 of meer • Films (bewerken): Intel Core i5 of hoger Vooraf geïnstalleerde versies van Windows 8.
Mac • Foto’s: Intel Core of Xeon-serie • Films (weergave): Core Duo 2 GHz of hoger; Intel Core i5 of hoger aanbevolen voor het bekijken van films met een CPU beeldformaat van 1.280 × 720 of meer bij een beeldsnelheid van 30 bps of hoger of films met een beeldformaat van 1.920 × 1.080 of meer • Films (bewerken): Intel Core i5 of hoger OS OS X 10.9, 10.8 of 10.
Foto’s op een computer bekijken en bewerken Foto’s overzetten 1 Kies hoe u foto’s naar de computer wilt kopiëren. Kies een van de volgende methodes: • Directe USB-verbinding: schakel de camera uit en zorg dat de geheugenkaart in de camera is geplaatst. Sluit de camera op de computer aan met behulp van de meegeleverde USB-kabel (oefen geen kracht uit en plaats de aansluitingen niet onder een hoek) en schakel vervolgens de camera in.
2 Start de component Nikon Transfer 2 van ViewNX 2. Als een bericht wordt weergegeven met de mededeling dat u een programma moet kiezen, selecteer dan Nikon Transfer 2. A Windows 7 Als het volgende dialoogvenster wordt weergegeven, selecteer dan Nikon Transfer 2 zoals hieronder beschreven. 1 Klik onder Afbeeldingen en video’s importeren op Ander programma. Er wordt een programmaselectievenster weergegeven; selecteer Bestand importeren met Nikon Transfer 2 en klik op OK. 2 Dubbelklik op Bestand importeren.
Foto’s bekijken Zodra de overdracht is voltooid, worden foto’s weergegeven in ViewNX 2. A ViewNX 2 handmatig starten • Windows: dubbelklik op de snelkoppeling van ViewNX 2 op het bureaublad. • Mac: klik op het pictogram van ViewNX 2 in de Dock. ❚❚ Foto’s retoucheren Klik op de Bewerking-knop in de taakbalk om foto’s uit te snijden en taken uit te voeren zoals het aanpassen van scherpte en toonniveaus. Q ❚❚ Foto’s afdrukken Klik op de Afdrukken-knop in de taakbalk.
Foto’s op een televisie bekijken Sluit voor weergave de camera aan op een televisie. A Een HDMI-kabel aansluiten Schakel de camera altijd uit voordat HDMI-kabels worden aangesloten of losgekoppeld. Gebruik geen kracht of probeer stekkers niet onder een hoek aan te sluiten bij het aansluiten van kabels. High definition-apparaten Een type D High-Definition Multimedia Interface-kabel (HDMI) (los verkrijgbaar in de detailhandel) kan worden gebruikt om de camera op high definition-videoapparaten aan te sluiten.
D Sluit het deksel van de aansluitingen Sluit het deksel van de aansluitingen wanneer de aansluitingen niet in gebruik zijn. Vuil in de aansluitingen kan de overdracht van gegevens verstoren. A Televisieweergave Het volume kan worden aangepast met behulp van de bedieningsknoppen van de televisie; het volume aanpassen op de camera heeft geen effect. Gebruik van een EH-5b lichtnetadapter en EP-5E stroomaansluiting (los verkrijgbaar) wordt aanbevolen voor langdurige weergave.
Foto’s afdrukken Geselecteerde JPEG-beelden kunnen worden afgedrukt op een PictBridge-printer die rechtstreeks op de camera is aangesloten. De printer aansluiten Sluit de camera aan met behulp van de meegeleverde USB-kabel. 1 Schakel de camera uit. 2 Sluit de USB-kabel aan. Schakel de printer in en sluit de USB-kabel aan zoals getoond. Gebruik geen kracht of probeer de stekkers niet onder een hoek aan te sluiten. 3 Zet de camera aan.
Foto’s één voor één afdrukken 1 Geef de gewenste foto weer. Druk op 4 of 2 om extra foto’s te bekijken. Draai de multiselector naar rechts om op het huidige beeld in te zoomen (0 108; draai de multi-selector naar links om zoomen af te sluiten). Om negen foto’s tegelijkertijd te bekijken, draai de selector naar links wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven. Druk op 1, 3, 4 of 2 om foto’s te markeren, of draai de multi-selector naar rechts om de gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
3 Start het afdrukken. Markeer Afdrukken starten en druk op J om het afdrukken te starten. Druk opnieuw op J om te annuleren voordat alle exemplaren zijn afgedrukt.
Meerdere foto’s afdrukken 1 Geef het PictBridge-menu weer. Druk op de G-knop in het PictBridge-weergavescherm (0 123). 2 Kies een optie. Markeer een van de volgende opties en druk op 2. • Beelden sel. voor afdruk: selecteer foto’s om af te drukken. Druk op 4 of 2 om foto’s te markeren en druk op 1 of 3 om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). • DPOF-afdrukopdr. afdr.: druk de huidige DPOF-afdrukopdracht af (0 127).
Een DPOF-afdrukopdracht maken: afdrukset De optie DPOF-afdrukopdracht wordt gebruikt om digitale “afdrukopdrachten” te maken voor PictBridge-compatibele printers en apparaten die DPOF ondersteunen. Druk op de G-knop, selecteer DPOF-afdrukopdracht in het weergavemenu en kies uit de volgende opties: Druk op 4 of 2 om foto’s te markeren (0 130). Druk op 1 om de huidige foto voor afdrukken te selecteren.
oHet weergavemenu Druk op G en selecteer Weergave om het weergavemenu weer te geven. G-knop Het weergavemenu bevat de volgende opties: Optie Wissen Beschrijving Meerdere beelden wissen. Diashow Foto’s en films in een diashow bekijken. Controlebeeld o Draai portret Uploaden via Wi-Fi Kies of foto’s na de opname worden weergegeven. “Staande” foto’s (portretstand) draaien voor weergave tijdens het afspelen. Upload geselecteerde foto’s naar smartapparaten via draadloze netwerken.
Optie Beschrijving Standaard Schaduwen in donkere foto’s of foto’s met tegenlicht helder maken, waarbij een geretoucheerde kopie D-Lighting — wordt gemaakt die afzonderlijk van het onaangepaste origineel wordt opgeslagen. Kleine kopieën van geselecteerde Kies formaat: Verkleinen foto’s maken. 1280×856; 1,1 M Uitgesneden kopieën van Beeldverhouding: 3 : 2 Uitsnijden geselecteerde foto’s maken. Kies of 4 en 2 kunnen worden gebruikt tijdens zoomweergave Zoom m.
Meerdere beelden selecteren Bij het kiezen van de onderstaande opties wordt een beeldselectievenster weergegeven. Druk op 4 of 2 om foto’s te markeren (alleen foto’s waarop de bewerking van toepassing is, kunnen worden geselecteerd). • Wissen > Gesel.
Controlebeeld Als Aan is geselecteerd, worden foto's onmiddellijk na de opname weergegeven. Om foto’s te bekijken wanneer Uit is geselecteerd, druk op de K-knop. Draai portret Kies of u “staande” foto’s (portretstand) voor weergave wilt draaien tijdens het afspelen. Houd er rekening mee dat de camera zelf al de juiste richting heeft bepaald tijdens de opname, en beelden bijgevolg niet automatisch worden gedraaid tijdens controlebeeld.
D-Lighting Bij toepassing op geselecteerde beelden maakt D-Lighting kopieën die zijn bewerkt om schaduwen helderder te maken. Voor Na Druk op 4 of 2 om een beeld te markeren (0 130) en druk op J om de rechts getoonde opties weer te geven. Druk op 1 of 3 om de hoeveelheid uitgevoerde correctie te kiezen (het effect kan als voorbeeld in de schermweergave worden bekeken) en druk op J om een geretoucheerde kopie te maken.
Verkleinen Maak kleine kopieën van geselecteerde foto’s. Selecteer Kies formaat en kies een formaat uit 1280×856; 1,1 M (1.280 × 856 pixels), 960×640; 0,6 M (960 × 640 pixels) en 640×424; 0,3 M (640 × 424 pixels), en kies vervolgens Beelden selecteren. Druk op 4 of 2 om foto’s te markeren (0 130) en druk op 3 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Zodra de selectie is voltooid, druk op J om een bevestigingsvenster weer te geven en selecteer Ja om de verkleinde kopieën op te slaan.
Uitsnijden Maak een uitgesneden kopie van geselecteerde foto’s. Beelden Om een beeld voor bijsnijden te selecteren, kies Beelden selecteren selecteren, markeer een foto (0 130) en druk op J. Beeldverhouding Kies uit de beeldverhoudingen 3 : 2, 4 : 3, 1 : 1 en 16 : 9. Het geselecteerde beeld wordt weergegeven met een standaarduitsnede van de geselecteerde beeldverhouding getoond in geel.
Zoom m. gezichtprioriteit Als Aan is geselecteerd, kunnen 4 en 2 worden gebruikt tijdens zoomweergave om gedetecteerde gezichten met behulp van gezichtprioriteit te selecteren. Als Uit is geselecteerd, kunnen 4 en 2 samen met 1 en 3 worden gebruikt om door de schermweergave te bladeren. Film bewerken Snijd filmopnamen van films bij om bewerkte kopieën te maken. 1 Kies een bewerkingsoptie. Markeer een van de volgende opties en druk op 2: • Kies beginpunt: verwijder alle beelden vóór een gekozen beginbeeld.
3 Pauzeer de film op het begin- of eindbeeld. Speel de film af door op J te drukken om te beginnen en de weergave te hervatten en op 3 om te pauzeren (0 60; het eerste beeld wordt aangeduid met een h-pictogram in de schermweergave, het laatste beeld met i). Druk terwijl het afspelen wordt gepauzeerd op 4 of 2 om terug of vooruit te gaan met één beeld tegelijk. Pauzeer het afspelen wanneer u het beeld bereikt dat het nieuwe begin- of eindbeeld wordt. 4 Wis de ongewenste beelden.
4-sec.films samenvgn. Voeg maximaal acht 4-secondenfilms samen tot één film (4-secondenfilms worden opgenomen met de optie 4-secondenfilm in de geavanceerde filmstand; zie pagina 57 voor meer informatie). 1 Selecteer films. Selecteer 4-secondenfilms zoals beschreven op pagina 130. Druk op 3 om de volgorde waarin de clips in de definitieve film verschijnen weer te geven of te verbergen. Om een clip vooraf te bekijken, markeer deze en druk op 1. 2 Voeg de geselecteerde films samen. Druk op J.
NMS-films samenvgn. Voeg de filmsegmenten van maximaal acht bewegingssnapshots in NMS-formaat (0 148) samen in één film. 1 Selecteer bewegingssnapshots. Selecteer bewegingssnapshots zoals beschreven op pagina 130. Druk op 3 om de volgorde waarin de clips in de definitieve film verschijnen weer te geven of te verbergen. Om het filmgedeelte van de gemarkeerde bewegingssnapshot vooraf te bekijken, druk op 1. 2 Voeg de geselecteerde bewegingssnapshots samen. Druk op J.
iHet opnamemenu Druk op G en selecteer Opname om het opnamemenu weer te geven. G-knop Het opnamemenu bevat de volgende opties: Optie Opname-opties herstellen Creatief Beschrijving De opnameopties terugzetten naar de standaardwaarden. Kies een creatieve stand. Kies tussen Actieve selectie, Beste moment Trage weergave en Slimme vastleggen fotoselectie.
Optie Beschrijving Kies het aantal opnamen geselecteerd door Slimme fotoselectie (0 69). Kies wanneer het filmgedeelte Film voor/na van bewegingsnapshots wordt opgenomen (0 74). Kies een bestandsindeling voor Bestandsindeling nieuwe bewegingssnapshots (0 74). Kies de audio opgenomen bij Audio bewegingssnapshots (0 74). Kies de tint die in kleur verschijnt in foto’s gemaakt Kleur selecteren met Selectieve kleur geselecteerd in de creatieve stand.
Optie Beschrijving Kies een kleurruimte voor nieuwe foto’s. Vermijd verlies van details in Actieve D-Lighting hoge lichten en schaduwen. Ruisonderdr. Verminder ruis in lange lange belich. tijdopnamen. Kies of optische vibratiereductie wordt Optische VR gebruikt met compatibele 1 NIKKOR-objectieven. Kies of elektronische vibratiereductie wordt Elektronische VR gebruikt in de stand Bewegingssnapshot (0 74). Scherpstelstand Kies hoe de camera scherpstelt.
Opname-opties herstellen Selecteer Ja om de opties in het opnamemenu en andere opnameinstellingen terug te zetten naar de standaardwaarden (0 139, 205). Belichtingsstand De opties in het menu voor de belichtingsstand bieden verschillende regelniveaus voor sluitertijd en diafragma in de standen Bewegingssnapshot en geavanceerde film (0 54, 57) en wanneer Actieve selectie of Trage weergave is gekozen in de stand Beste moment vastleggen (0 63).
Beeldkwaliteit Kies een bestandsindeling en compressieverhouding voor foto’s. Optie Bestandstype Beschrijving Gecomprimeerde 12-bits onbewerkte gegevens van de beeldsensor worden rechtstreeks op de NEF (RAW) NEF geheugenkaart opgeslagen. Witbalans, contrast en andere instellingen kunnen na de opname worden aangepast op een computer. Leg JPEG-beelden vast met een JPEG Fijn compressieverhouding van circa 1 : 4 (beeldkwaliteit Fijn).
❚❚ Panorama’s De volgende opties zijn beschikbaar wanneer Eenvoudig panorama is geselecteerd in de creatieve stand. Optie Formaat (pixels) 1 Camera horizontaal gepand: 4.800 × 920 Camera verticaal gepand: 1.536 × 4.800 Camera horizontaal gepand: 9.600 × 920 Breed B panorama Camera verticaal gepand: 1.536 × 9.
A NEF (RAW)/NEF (RAW) + JPEG De geselecteerde optie voor beeldformaat is niet van invloed op het formaat van NEF (RAW)-afbeeldingen. NEF (RAW)-afbeeldingen kunnen worden bekeken op de camera of met behulp van software zoals Capture NX 2 (los verkrijgbaar; 0 193) of ViewNX 2 (meegeleverd). Wanneer foto’s gemaakt met de instelling NEF (RAW) + JPEG op de camera worden bekeken, wordt alleen de JPEG-afbeelding weergegeven.
Actieve selectie Kies de beelden die Actieve selectie (0 63) vastlegt in tijdelijke opslag, de tijdsduur waarover de beelden worden vastgelegd en het standaardaantal opgeslagen beelden. ❚❚ Opname bij loslaten knop Kies de beelden die worden gekopieerd vanaf de buffer naar tijdelijke opslag wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. De camera legt de 20 voorgaande frames vast.
Film voor/na Kies of de filmgedeelten van bewegingssnapshots worden beëindigd wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt of ongeveer 0,6 sec. later (0 74). Als 1,6 sec./0 sec. is geselecteerd, is de foto gebruikt voor het bewegingssnapshot het laatste beeld van de film. Filmopnamen beginnen ongeveer een seconde voordat de ontspanknop volledig wordt ingedrukt en eindigen ongeveer 0,6 sec. later. Ontspanknop half Ontspanknop volledig ingedrukt ingedrukt 1,0 sec./ 0,6 sec. 1,0 sec. 0,6 sec.
Bestandsindeling Kies de bestandsindeling voor bewegingssnapshots (0 74). NMS-bestanden MOV-bestand Bewegingssnapshots worden opgenomen als een 4 sec. MOV-bestand en een JPEG-beeld. Bewegingssnapshots kunnen alleen op de camera worden bekeken of met behulp van ViewNX 2 (0 115). Bewegingssnapshots worden opgenomen als een 10 sec. MOV-bestand dat kan worden bekeken in verschillende computertoepassingen.
Speelgoedcamera-effect Pas verzadiging en vignettering aan voor foto’s gemaakt met Speelgoedcamera-effect geselecteerd in de creatieve stand. ❚❚ Verzadiging Kies uit Hoog, Normaal en Laag. ❚❚ Vignettering Kies de mate van vignettering uit Hoog, Normaal en Laag. Lichtmeting Kies hoe de camera de belichting instelt.
Autom. vertekeningscorr. Verminder vertekening veroorzaakt door de optische kenmerken van het objectief. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van het type objectief dat is bevestigd. Als de volgende opties worden weergegeven, kies dan een instelling al naargelang de camera aan land of onder water wordt gebruikt. Merk op dat onderwatergebruik een WP-N3 waterdichte behuizing vereist (apart verkrijgbaar).
Kleurruimte De kleurruimte bepaalt het kleurbereik dat beschikbaar is voor kleurreproductie. Kies sRGB voor afdrukken en weergave met een algemeen doel; Adobe RGB, met een groter kleurbereik, is meer geschikt voor opnamen bestemd voor professionele publicaties en commercieel drukwerk. A Adobe RGB Voor nauwkeurige kleurreproductie vereisen Adobe RGB-afbeeldingen applicaties, schermen en printers die kleurmanagement ondersteunen.
Actieve D-Lighting Met Actieve D-Lighting blijven details in hoge lichten en schaduwen behouden voor een natuurlijk contrast. Gebruik dit voor scènes met een hoog contrast zoals een fel verlicht buitentafereel gekadreerd in een deur of venster of een onderwerp in de schaduw op een zonnige dag. Dit werkt het best met Matrix lichtmeting (0 149).
Ruisonderdr. lange belich. Foto’s gemaakt bij lange sluitertijden worden automatisch verwerkt om “ruis” (heldere vlekken, willekeurige heldere pixels of waas) te verminderen, waardoor de opnametijden enigszins toenemen. Het selecteren van Aan vergroot de hoeveelheid ruisonderdrukking uitgevoerd bij sluitertijden langer dan 1 sec. en verhoogt de tijd die is vereist voor het vastleggen van beelden met ca. 1,5 tot 2 keer.
Elektronische VR Selecteer Aan om elektronische vibratiereductie in te schakelen in de stand Bewegingssnapshot (0 74) bij het filmen in automatische en creatieve standen en wanneer HD-film is geselecteerd in de geavanceerde filmstand (0 57, maar merk op dat elektronische VR niet beschikbaar is wanneer 1080/60p of 720/60p is geselecteerd voor Beeldformaat/-snelheid). Deze functie is zelfs beschikbaar als het bevestigde 1 NIKKOR-objectief geen ondersteuning biedt voor vibratiereductie.
Scherpstelstand Kies hoe de camera scherpstelt. AF-A AF-S AF-C AF-F MF Autom. AF-selectie: de camera selecteert automatisch AF-S als het onderwerp niet beweegt, AF-C als het beweegt. Enkelvoudige AF: voor niet-bewegende onderwerpen. De scherpstelling wordt vergrendeld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. * Continue AF: voor bewegende onderwerpen.
A Scherpstelstand De beschikbare opties verschillen zoals hieronder wordt getoond. Menu Scherpstelstand AF-A (standaard), AF-S, AF-C, MF Opname Films 0 HD-film, 1 Versneld afspelen, 2 Jump-cut, 3 4-secondenfilm y Slow motion AF-F (standaard), AF-S, MF AF-S (standaard), MF A Goede resultaten verkrijgen met autofocus Autofocus werkt niet goed in de onderstaande omstandigheden.
A Zie ook Zie pagina 187 voor informatie over het regelen van het geluidssignaal dat klinkt wanneer de camera scherpstelt. Handmatige scherpstelling Handmatige scherpstelling kan worden gebruikt wanneer autofocus niet het gewenste resultaat produceert. 1 Selecteer handmatige scherpstelling. Markeer Handm. scherpstell. in het menu voor de scherpstelstand (0 155) en druk op 2. 2 Kies een vergroting. Markeer een optie en druk op J. Kies uit 10× zoom, 5× zoom, 2× zoom en 1× zoom (zoom uit).
4 Stel scherp. Draai aan de multi-selector tot op het onderwerp is scherpgesteld. Draai de multi-selector naar rechts om de scherpstelafstand te vergroten, naar links om te verkleinen; hoe sneller u aan de multi-selector draait, hoe sneller de scherpstelafstand wijzigt. De scherpstelaanduiding toont de geschatte scherpstelafstand. Druk op J wanneer op het onderwerp is scherpgesteld.
AF-veldstand Kies hoe het scherpstelveld voor autofocus wordt geselecteerd. Automatisch De camera detecteert automatisch het onderwerp en veld selecteert het scherpstelveld. Druk op J om de schermweergave voor selectie van het scherpstelveld te bekijken, gebruik vervolgens de multi-selector om het scherpstelveld over uw c Enkel punt onderwerp te plaatsen en druk Scherpstelveld op J; de camera stelt alleen scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld.
Scherpstelvergrendeling Wanneer Enkelvoudige AF is geselecteerd voor Scherpstelstand (0 155), kan scherpstelvergrendeling worden gebruikt om de compositie te wijzigen na scherpstelling op het onderwerp in het midden van het beeld, waarbij u kunt scherpstellen op een onderwerp dat zich niet in het midden van de uiteindelijke compositie bevindt.
Gezichtprioriteit Kies Aan om gezichtprioriteit in te schakelen (0 34). Ingeb. AF-hulpverlichting Wanneer Aan is geselecteerd, brandt de ingebouwde AF-hulpverlichting om slecht belichte onderwerpen te verlichten als: • AF-S is geselecteerd voor scherpstelstand (0 155) of enkelvoudige AF is geselecteerd in AF-A, en • Automatisch veld of Enkel punt is geselecteerd voor AF-veldstand (0 159).
Flitserregeling Kies een flitserregelstand voor de ingebouwde flitser. De flitssterkte wordt automatisch aangepast als reactie op de opname-omstandigheden (i-DDL-flitssturing). Kies een flitssterkte tussen Vol en 1/32 (1/32 van maximaal vermogen). Bij maximaal vermogen heeft de ingebouwde flitser een richtgetal van ongeveer 5 (m, ISO 100, 20 °C; bij ISO 160 is het richtgetal 2 Handmatig ongeveer 6,3).
Flitscorrectie Flitscorrectie past de door de camera geadviseerde flitssterkte aan, waardoor de helderheid van het hoofdonderwerp ten opzichte van de achtergrond verandert. Kies uit waarden tussen –3 LW (donkerder) en +1 LW (helderder) in stappen van 1/3 LW; in het algemeen maken positieve waarden het onderwerp helderder terwijl negatieve waarden het donkerder maken. Er wordt een Y-pictogram weergegeven wanneer flitscorrectie actief is.
(Het filmmenu Druk op G en selecteer Films om het filmmenu weer te geven. G-knop Het filmmenu bevat de volgende opties: Optie Filmopties herstellen Geavanceerde film ( Beschrijving Zet de filmmenuopties terug naar de standaardwaarden. Kies een filmtype voor de geavanceerde filmstand. Kies hoe de camera de Belichtingsstand belichting instelt in de geavanceerde filmstand. Kies een beeldsnelheid voor slow motion-films opgenomen Slow motion in de geavanceerde filmstand (0 57).
Optie Beschrijving Standaard Kies of optische vibratiereductie wordt gebruikt met Optische VR Aan compatibele 1 NIKKORobjectieven. Kies of elektronische Elektronische VR vibratiereductie wordt gebruikt Aan tijdens het opnemen van films. Scherpstelstand Kies hoe de camera scherpstelt. Zie pagina 156 Kies hoe het scherpstelveld AF-veldstand Automatisch veld 1 wordt geselecteerd. Schakel gezichtprioriteit in of Gezichtprioriteit Aan 2 uit.
Filmopties herstellen Selecteer Ja om de opties in het filmmenu terug te zetten naar de standaardwaarden (0 164). Slow motion Kies een beeldsnelheid voor slow motion-films (0 57). Hoe sneller de beeldsnelheid, hoe kleiner het beeldformaat. Optie Beeldformaat (pixels) Bitsnelheid 1 Maximale lengte (opname) 1 120 bps 400 bps 1200 bps 1.
Beeldformaat/-snelheid Kies een beeldformaat en beeldsnelheid voor films opgenomen in automatische en creatieve standen en wanneer HD-film is geselecteerd in de geavanceerde filmstand (0 57). Optie t r u s 1.080/60p 1.080/30p 720/60p 720/30p Beeldformaat (pixels) Opnamesnelheid 1.920 × 1.080 1.280 × 720 59,94 bps 29,97 bps 59,94 bps 29,97 bps Bitsnelheid Maximale lengte (ca.
Opties voor filmgeluid Pas de opname-instellingen van het filmgeluid aan voor de ingebouwde microfoon. ❚❚ Microfoon Selecteer Microfoon uit om de geluidsopname uit te schakelen. Het selecteren van elke andere optie schakelt de opname in en stelt de microfoon in op de geselecteerde gevoeligheid. A Het 2-pictogram Films opgenomen met de microfoon uit worden aangeduid met een 2pictogram in schermvullende weergave en filmweergave.
)Het beeldverwerkingsmenu Druk op G en selecteer Beeldverwerking om het beeldverwerkingsmenu weer te geven. G-knop Het beeldverwerkingsmenu bevat de volgende opties: Optie Verwerk.opties herstellen Beschrijving Zet de beeldverwerkingsopties terug naar de standaardwaarden. Pas instellingen voor Witbalans verschillende soorten licht aan. Regel de gevoeligheid van de ISO-gevoeligheid camera voor licht. Kies hoe de camera foto’s Picture Control verwerkt. Eigen Picture Maak eigen Picture Controls.
Verwerk.opties herstellen Selecteer Ja om de opties in het beeldverwerkingsmenu terug te zetten naar de standaardwaarden (0 169). Witbalans Witbalans zorgt ervoor dat de kleuren niet worden beïnvloed door de kleur van de lichtbron. Automatische witbalans wordt aanbevolen voor de meeste lichtbronnen, maar indien nodig kunnen andere waarden worden geselecteerd overeenkomstig het type bron.
Fijnafstelling witbalans Andere opties dan Handmatige preset kunnen als volgt nauwkeurig worden afgesteld: 1 Geef de opties voor fijnafstelling weer. Markeer een andere optie dan Handmatige preset en druk op 2 om de rechts getoonde opties voor fijnafstelling weer te geven. Coördinaten Aanpassing 2 Stel witbalans nauwkeurig af. Gebruik de multi-selector om de witbalans nauwkeurig af te stellen.
Handmatige preset U kunt handmatige preset gebruiken om aangepaste witbalansinstellingen op te slaan en te gebruiken voor opnamen bij verschillende soorten licht of om lichtbronnen met een duidelijke kleurzweem te corrigeren. 1 Belicht een referentievoorwerp. Plaats een neutraal grijs of wit voorwerp in het licht dat voor de uiteindelijke foto wordt gebruikt. Voor verhoogde precisie kan er een standaard grijskaart worden gebruikt. 2 Selecteer Handmatige preset.
3 Meet de witbalans. Wanneer de camera klaar is om de witbalans te meten, wordt een knipperende L weergegeven. Voordat de aanduiding stopt met knipperen, kadreer het referentievoorwerp zodat het de schermweergave vult en druk de ontspanknop volledig in. Er wordt geen foto vastgelegd; witbalans kan nauwkeurig worden gemeten zelfs wanneer de camera niet is scherpgesteld. 4 Controleer de resultaten. Als de camera een waarde heeft kunnen meten voor witbalans, wordt het rechts getoonde bericht weergegeven.
D Automatisch uitschakelen Witbalansmeting wordt beëindigd zonder dat er een nieuwe waarde wordt verkregen als er geen handelingen worden uitgevoerd gedurende de geselecteerde tijd voor Automatisch uitschakelen in het setup-menu (0 187; de standaardinstelling is 1 minuut). D Voorinstelling witbalans De camera kan voor voorinstelling witbalans slechts één waarde tegelijk opslaan; de bestaande waarde wordt vervangen wanneer een nieuwe waarde wordt gemeten.
ISO-gevoeligheid De gevoeligheid van de camera voor licht kan worden aangepast aan de hoeveelheid beschikbaar licht. Hoe hoger de ISOgevoeligheid, hoe minder licht nodig is voor een belichting, zodat kortere sluitertijden of kleinere diafragma’s mogelijk zijn. De camera past de ISO-gevoeligheid aan de lichtomstandigheden aan.
Picture Control Kies hoe de camera foto’s verwerkt. Q Standaard R Neutraal S Levendig T Monochroom e Portret f Landschap Standaardverwerking voor evenwichtige resultaten. Aanbevolen voor de meeste situaties. Minimale verwerking voor natuurlijke resultaten. Kies dit voor foto’s die later uitgebreid zullen worden verwerkt of geretoucheerd. Foto’s worden verbeterd voor een levendig fotoprinteffect. Kies dit voor foto’s met voornamelijk primaire kleuren. Maak monochrome foto’s.
2 Pas de instellingen aan. Druk op 1 of 3 om de gewenste instelling te markeren en druk op 4 of 2 om een waarde te kiezen. Herhaal deze stap totdat alle instellingen zijn aangepast, of selecteer Snel aanpassen om een vooringestelde combinatie van instellingen te kiezen. U kunt de standaardinstellingen herstellen door op de O-knop te drukken. 3 Sla de wijzigingen op en sluit af. Druk op J.
❚❚ Instellingen van Picture Control Verminder of versterk het effect van de geselecteerde Picture Control (houd er rekening mee dat alle handmatige Snel aanpassen aanpassingen hierdoor ongedaan worden gemaakt). Niet beschikbaar voor Neutraal, Monochroom of eigen Picture Controls. Pas de scherpte van contouren handmatig Verscherping aan, of selecteer A om de scherpte automatisch aan te passen.
A Vorige instellingen Het streepje onder de waarde weergegeven in het menu voor instelling van Picture Control geeft de vorige waarde voor de instelling aan. Gebruik dit als referentie bij het aanpassen van instellingen. A Filtereffecten (alleen monochroom) Met de opties in dit menu wordt het effect van kleurfilters op monochrome foto’s nagebootst. De volgende filtereffecten zijn beschikbaar: Y (geel) O (oranje) R (rood) G (groen) Verbeter het contrast.
Eigen Picture Control De met de camera meegeleverde Picture Controls kunnen worden gewijzigd en als eigen Picture Controls worden opgeslagen. Bewerken/opslaan Selecteer Bewerken/opslaan en volg de onderstaande stappen om een eigen Picture Control te creëren. 1 Selecteer een Picture Control. Markeer een bestaande Picture Control en druk op 2, of druk op J om verder te gaan naar Stap 3 en een kopie van de gemarkeerde Picture Control op te slaan zonder deze verder te wijzigen.
3 Sla de Picture Control op. Markeer een bestemming (C-1 tot C-9) en druk op J om de eigen Picture Control op te slaan en terug te keren naar het beeldverwerkingsmenu. De nieuwe Picture Control wordt vermeld in het menu Picture Control. Laden van/opsl.
Selecteer Laden van/opsl. op kaart in het menu Eigen Picture Control om eigen Picture Controls naar of vanaf de geheugenkaart te kopiëren of eigen Picture Controls van de geheugenkaart te wissen. De volgende opties worden weergegeven: Kopieer eigen Picture Controls van de geheugenkaart naar eigen Picture Controls C-1 tot C-9. Wis de geselecteerde eigen Picture Controls van de geheugenkaart.
gHet setup-menu Druk op G en selecteer Instellingen om het setup-menu weer te geven. G-knop Het setup-menu bevat de volgende opties: Optie Beschrijving Standaard Zet de setup-menuopties Setup-opties terug naar de — herstellen standaardwaarden. Geheugenkaart Formatteer de — formatt. geheugenkaart. Ontspan de sluiter wanneer Ontspan. bij geen er geen geheugenkaart in de Ontspanknop vergrendeld kaart camera is geplaatst.
Optie Beschrijving Kies of de belichting wordt AE-vergr. met vergrendeld wanneer de ontspankn. ontspanknop half wordt ingedrukt. Kies of afstandsbedieningen voor HDMI-CEC-apparaten HDMIwaarop de camera is apparaatbesturing aangesloten kunnen worden gebruikt voor het bedienen van de camera. Verminder fikkering of Flikkerreductie strepen. Bestandsnr. Zet de bestandsnummering terugzetten terug. Tijdzone en datum Stel de cameraklok in. Kies een taal voor de Taal (Language) schermweergaven van de camera.
Setup-opties herstellen Selecteer Ja om alle opties van het setup-menu behalve Flikkerreductie, Tijdzone en datum en Taal (Language) naar de standaardwaarden terug te zetten. Geheugenkaart formatt. Selecteer Ja om de geheugenkaart te formatteren. Merk op dat dit alle gegevens op de kaart wist, inclusief beveiligde beelden; kopieer belangrijke foto’s en andere gegevens naar een computer alvorens verder te gaan (0 118). Om af te sluiten zonder de geheugenkaart te formatteren, markeer Nee en druk op J.
Rasterweergave Selecteer Aan om een raster weer te geven (0 30). Opname Kies de informatie die wordt weergegeven tijdens de opname (0 4). Eenvoudig Gedetailleerd Weergave Kies de informatie die wordt weergegeven tijdens de weergave (0 103). Basisinformatie Gedetailleerde informatie Alleen beeld Stil fotograferen g 186 Selecteer Aan om de geluiden te dempen die door de camera worden gemaakt tijdens de opname.
Geluidsinstellingen Markeer items en druk op 2 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Selecteer AF voor een geluidsignaal wanneer de camera scherpstelt, Zelfontspan. voor een geluidssignaal tijdens zelfontspannerfotografie, Aanraakschermbediening voor een geluidssignaal in reactie op het gebruik van de aanraakschermbediening, of verwijder de vinkjes om deze geluiden te dempen. Druk op J om af te sluiten zodra de instellingen zijn voltooid.
Flikkerreductie Verminder flikkering en strepen in de schermweergave en in films tijdens opnamen onder tl-licht of kwikdamplampen. Kies een frequentie die overeenkomt met de frequentie van het lokale lichtnet. A Flikkerreductie Als u niet weet welke frequentie het lokale lichtnet heeft, test dan beide opties en kies de optie die de beste resultaten geeft. Flikkerreductie geeft mogelijk niet de gewenste resultaten als het onderwerp zeer helder is.
Tijdzone en datum Wijzig tijdzones, stel de cameraklok in, kies de weergavevolgorde van datums of schakel zomertijd in of uit (0 25). Kies een tijdzone. De cameraklok wordt automatisch ingesteld op de tijd in de nieuwe tijdzone. Datum en tijd Stel de cameraklok in. Kies de volgorde waarin dag, maand en jaar worden Datumnotatie weergegeven. Schakel zomertijd in of uit. De cameraklok wordt automatisch Zomertijd een uur vooruit of achteruit gezet. De standaardinstelling is Uit.
Autom. beeldrotatie Foto’s die zijn gemaakt terwijl Aan is geselecteerd bevatten informatie over de oriëntatie van de camera, waardoor ze automatisch kunnen worden gedraaid tijdens de weergave of wanneer ze worden bekeken in ViewNX 2 (meegeleverd) of Capture NX 2 (los verkrijgbaar; 0 193). De volgende oriëntaties worden vastgelegd: Landschap (liggend) Camera 90° rechtsom gedraaid Camera 90° linksom gedraaid De oriëntatie van de camera wordt niet vastgelegd wanneer Uit is geselecteerd.
Pixel-mapping Controleer en optimaliseer de beeldsensor en beeldprocessors van de camera als u onverwachte heldere vlekken in uw foto's waarneemt (merk op dat de camera al met geoptimaliseerde sensor en processors wordt geleverd). Controleer of de batterij volledig is opgeladen alvorens pixel-mapping volgens de onderstaande beschrijving uit te voeren. 1 Bevestig een objectief en objectiefdop. Schakel de camera uit en bevestig een 1 NIKKOR-objectief.
nTechnische opmerkingen Lees dit hoofdstuk voor informatie over compatibele accessoires, het reinigen en opbergen van de camera en wat u moet doen als er een foutmelding verschijnt of als u tijdens het gebruik van de camera problemen ondervindt. Optionele accessoires Op het moment dat deze handleiding werd samengesteld, waren voor de camera de volgende accessoires beschikbaar.
Onderwaterflitsers Speedlight SB-N10 voor onder water: gebruik deze samen met de optionele WP-N3 waterdichte behuizing. Software Capture NX 2: een compleet fotobewerkingspakket met functies zoals witbalansaanpassing en kleurcontrolepunten. Opmerking: gebruik de nieuwste versies van Nikon-software; zie de websites vermeld op pagina xviii voor de nieuwste informatie over ondersteunde besturingssystemen.
Goedgekeurde geheugenkaarten De volgende kaarten werden getest en goedgekeurd voor gebruik in de camera. Voor filmopname worden kaarten met een schrijfsnelheid van klasse 6 of hoger aanbevolen. Wanneer kaarten met een lagere schrijfsnelheid worden gebruikt, kan de opname onverwacht worden beëindigd.
Een stroomaansluiting en lichtnetadapter bevestigen Zet de camera uit voordat u een optionele stroomaansluiting en lichtnetadapter aansluit. 1 Maak de camera gereed. Open het deksel van het batterijvak/ de geheugenkaartsleuf en afdekkingen van de stroomaansluiting. 2 Plaats de EP-5E stroomaansluiting. Plaats de aansluiting in de aangegeven richting en gebruik de aansluiting om de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden.
4 Sluit de lichtnetadapter aan. Sluit het netsnoer van de lichtnetadapter aan op de wisselstroomaansluiting op de lichtnetadapter (q) en het EP-5E netsnoer op de gelijkstroomaansluiting (w). Een P-pictogram wordt in de monitor weergegeven wanneer de camera door de lichtnetadapter en stroomaansluiting wordt gevoed.
Opslag en reiniging Opslag Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de batterij en bewaar deze op een koele, droge plek met het afdekkapje geplaatst. Berg de camera op in een droge, goed geventileerde ruimte om vorming van schimmel te voorkomen.
Onderhoud van de camera en batterij: waarschuwingen Laat niet vallen: blootstelling aan sterke schokken of trillingen kan tot storing van het product leiden. Houd droog: dit product is niet waterbestendig, onderdompeling in water of blootstelling aan een hoge luchtvochtigheid kan tot storing van het product leiden. Roesten van het interne mechanisme kan tot onherstelbare schade leiden.
Reiniging: gebruik een blaasbalgje om stof of vuil te verwijderen en veeg de camerabody voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. Na gebruik van de camera op het strand of aan zee dient u eventueel aanwezig zand of zout te verwijderen met een doek die licht bevochtigd is met schoon water. Droog de camera daarna grondig af. Objectieven zijn gevoelig voor beschadigingen. Verwijder stof en vuil voorzichtig met een blaasbalgje.
Richt het objectief niet langdurig naar de zon: richt het objectief niet gedurende lange tijd naar de zon of een andere sterke lichtbron. Blootstelling aan intens licht kan beschadiging van de beeldsensor of een witte onscherpte op de foto’s tot gevolg hebben. Moiré: moiré is een interferentiepatroon dat ontstaat door de wisselwerking tussen het raster in de beeldsensor van de camera en beelden waarin regelmatig gevormde rasters voorkomen, zoals weefpatronen in stoffen of ramen in gebouwen.
• Een merkbare daling van de tijd waarin een volledig opgeladen batterij zijn lading behoudt wanneer deze bij kamertemperatuur wordt gebruikt, wijst erop dat de batterij moet worden vervangen. Koop een nieuwe EN-EL22 -batterij. • Laad de batterij voor gebruik op. Houd een extra EN-EL22 batterij die volledig is opgeladen bij de hand wanneer u foto’s van belangrijke gebeurtenissen maakt. Afhankelijk van uw locatie kan het moeilijk zijn om snel vervangingsbatterijen te kopen.
Beschikbare instellingen De onderstaande tabel vermeldt de instellingen die in elke stand kunnen worden aangepast. ❚❚ Standen C Automatisch, u Beste moment vastleggen, v Geavanceerde film en z Bewegingssnapshot Opname-, film- en beeldverwerkingsmenu’s n 202 Beeldkwaliteit Beeldformaat 2 Lichtmeting Autom. vertekeningscorr. Kleurruimte Actieve D-Lighting Ruisonderdr. lange belich.
Overige instellingen Continu 6 Zelfontspanner 6 Belichtingscorrectie Flitsstand C ✔ ✔ ✔ ✔5 s — — ✔7 — u t — — ✔7 — y — — — — v h P, S, A — — ✔ ✔ ✔ ✔ — — M — ✔ — — z h P, S, A — — — — ✔ ✔ — — M — — — — 1 Heeft geen invloed op films die zijn opgenomen met de filmopnameknop. 2 RAW-beelden vastgelegd bij 5.232 × 3.488 pixels. 3 Beschikbaar wanneer P, S, A of M is geselecteerd voor Belichtingsstand. 4 Niet beschikbaar wanneer y Slow motion is geselecteerd in de geavanceerde filmstand (0 57).
❚❚ w Creatieve stand In de onderstaande tabel worden de creatieve standen vertegenwoordigd door de volgende pictogrammen: 4 creatief palet, 5 HDR, p eenvoudig panorama, q zacht, r miniatuureffect, s selectieve kleur, 6 cross-process en 7 speelgoedcamera-effect. Opname-, film- en beeldverwerkingsmenu’s Overige instellingen Beeldkwaliteit Beeldformaat Lichtmeting Autom. vertekeningscorr. Kleurruimte Actieve D-Lighting Ruisonderdr. lange belich.
Standaardinstellingen Standaardinstellingen voor de opties in de weergave-, opname-, film-, beeldverwerkings- en setup-menu’s zijn respectievelijk te vinden op pagina’s 128, 139, 164, 169 en 183. Standaardinstellingen voor de overige instellingen worden hieronder vermeld.
Capaciteit van geheugenkaart De volgende tabel toont het aantal foto’s of de hoeveelheid filmopnamen dat kan worden opgeslagen op een 16 GB SanDisk SDSDQXP-016G-J35 UHS-I microSDHC-kaart bij verschillende beeldkwaliteiten, formaten of filminstellingen. Alle getallen zijn bij benadering; de bestandsgrootte hangt af van het kaarttype en het opgenomen onderwerp.
❚❚ Eenvoudig panorama Beeldkwaliteit (0 143) JPEG Fijn JPEG Normaal Beeldformaat (0 143) Normaal panorama Breed panorama Normaal panorama Breed panorama 4.800 × 920 1.536 × 4.800 9.600 × 920 1.536 × 9.600 4.800 × 920 1.536 × 4.800 9.600 × 920 1.536 × 9.600 Bestandsformaat Aantal beelden 4,4 MB 4,4 MB 8,6 MB 8,6 MB 2,3 MB 2,3 MB 4,4 MB 4,4 MB 3.400 3.400 1.700 1.700 6.500 6.500 3.400 3.
❚❚ HD, Versneld afspelen, Jump-cut en 4-secondenfilms Beeldformaat/-snelheid (0 167) 1 1.080/60p 1.080/30p 720/60p 720/30p Maximale totale lengte (ca.) 2 47 minuten 1 uur 20 minuten 1 uur 57 minuten 2 uur 32 minuten 1 Alleen HD-films. Versneld afspelen, jump-cut en 4 -secondenfilms worden opgenomen bij 1.080/30p. 2 Voor informatie over de maximale lengte die kan worden opgenomen in een enkele clip, zie pagina 167.
Problemen oplossen Als de camera niet naar verwachting functioneert, kijk dan in de onderstaande lijst met veelvoorkomende problemen voordat u uw leverancier of Nikon-vertegenwoordiger raadpleegt. Batterij/schermweergave De camera is aan maar reageert niet: wacht tot de opname of een andere bewerking is voltooid. Zet de camera uit als het probleem zich blijft voordoen.
Er wordt slechts één foto gemaakt telkens wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt in de continu-ontspanstand: I is geselecteerd in de continustand (0 79) en de ingebouwde flitser is opgeklapt. De camera stelt niet automatisch scherp: • Het onderwerp is niet geschikt voor autofocus (0 156). • De camera is ingesteld op de handmatige scherpstelstand (0 155, 157). De scherpstelling wordt niet vergrendeld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt: stel de scherpstelstand in op AF-S (0 155, 160).
Opname (standen P, S, A en M) De ontspanknop is uitgeschakeld: u selecteerde stand S na het kiezen van sluitertijd “Bulb” in stand M (0 42). Kies een andere sluitertijd. Sommige sluitertijden zijn niet beschikbaar: u gebruikt de flitser. Kleuren zijn onnatuurlijk: • Kies een witbalans die bij de lichtbron past (0 170). • Pas de instellingen van Picture Control aan (0 176). Kan de witbalans niet meten: het onderwerp is te donker of te helder (0 173).
Weergave NEF (RAW)-afbeeldingen worden niet weergegeven: De camera geeft alleen de JPEG-kopieën van NEF (RAW) + JPEG Fijn-afbeeldingen weer (0 145). “Staande” foto’s (portret) worden “liggend” (landschap) weergegeven: • Selecteer Aan voor Draai portret (0 131). • De foto’s werden met Autom. beeldrotatie uit (0 190) vastgelegd. • Camera was omhoog of omlaag gericht toen de foto werd gemaakt (0 190). • De foto wordt weergegeven in controlebeeld (0 131).
Foutmeldingen Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de foutmeldingen die in de schermweergave verschijnen. Oplossing 0 Als het onderwerp te helder is, verlaag dan de ISO-gevoeligheid of kies een 42, 43, kortere sluitertijd of kleiner diafragma 44, 175 (Schermweergave van (hogere f-waarde). sluitertijd of diafragma Als het onderwerp te donker is, verhoog knippert) 42, 43, dan de ISO-gevoeligheid, gebruik de 44, 84, flitser, of kies een langere sluitertijd of 175 groter diafragma (lagere f-waarde).
Bericht Deze geheugenkaart kan niet worden gebruikt. Kaart is mogelijk beschadigd. Plaats andere kaart. Oplossing • Gebruik een goedgekeurde kaart. • Formatteer de kaart. Als het probleem aanhoudt, is de kaart mogelijk beschadigd. Neem contact op met een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger. • Plaats een nieuwe geheugenkaart. 0 194 185 18, 194 Deze geheugenkaart is Selecteer Ja om de kaart te formatteren, niet geformatteerd.
Bericht Oplossing Gebruik een objectief met een brandpuntsafstand van 6 tot 30 mm om panorama’s te maken. Als u een zoomobjectief gebruikt, kies dan een brandpuntsafstand tussen 6 en 30 mm. Zet de camera uit en weer aan en probeer Update van opnieuw te updaten. Als het probleem objectieffirmware zich blijft voordoen of vaak opnieuw mislukt. Zet de camera verschijnt, neem dan contact op met een uit en weer aan en door Nikon geautoriseerde probeer het opnieuw. servicevertegenwoordiger.
Specificaties Nikon 1 J4 digitale camera Type Type Objectiefvatting Effectieve beeldhoek Effectieve pixels Beeldsensor Beeldsensor Opslag Beeldformaat (pixels) n 216 Digitale camera met ondersteuning voor verwisselbare objectieven Nikon 1-vatting Ca.
Bestandsindeling Picture Control-systeem Media Bestandssysteem Opnamestanden • NEF (RAW): 12-bits, gecomprimeerd • JPEG: JPEG-Baseline-compatibel met fijne (ca. 1 : 4), normale (ca. 1 : 8) compressie • NEF (RAW) + JPEG: Enkele foto vastgelegd in zowel NEF (RAW)- als JPEG-formaat Standaard, Neutraal, Levendig, Monochroom, Portret, Landschap; geselecteerde Picture Control kan worden gewijzigd; opslag voor eigen Picture Controls microSD- (micro Secure Digital), microSDHC- en microSDXC-geheugenkaarten DCF 2.
Belichting Lichtmeting DDL-lichtmeting met behulp van beeldsensor Methode voor lichtmeting • Matrix • Centrumgericht: meet een cirkel van 4,5 mm in het midden van het beeld • Spot: meet een cirkel van 2 mm in het midden van het geselecteerde scherpstelveld Stand P automatisch programma met flexibel programma; S sluitertijdvoorkeuze; A diafragmavoorkeuze; M handmatig; h auto onderwerpselectie Belichtingscorrectie –3–+3 LW in stappen van 1/3 LW Belichtingsvergrendeling Lichtwaarde vergrendeld bij gemeten waar
Flitser Ingebouwde flitser Richtgetal (GN) Besturing Stand Flitscorrectie Flitsgereedaanduiding Witbalans • Automatisch; Zacht, Miniatuureffect, Selectieve kleur, Cross-process, Speelgoedcamera-effect (Creatieve stand): flitser klapt automatisch op en flitst indien nodig • P automatisch programma, S sluitertijdvoorkeuze, A diafragmavoorkeuze, M handmatig (Creatieve stand): handmatig opklappen Ca. 5 (m, ISO 100, 20 °C; bij ISO 160 is het richtnummer ca.
n 220 Film Lichtmeting DDL-lichtmeting met behulp van beeldsensor Methode voor lichtmeting • Matrix • Centrumgericht: meet een cirkel van 4,5 mm in het midden van het beeld • Spot: meet een cirkel van 2 mm in het midden van het geselecteerde scherpstelveld Beeldformaat (pixels)/ HD-films (beeldverhouding 16 : 9) opnamesnelheid • 1.920 × 1.080/60p (59,94 bps) • 1.920 × 1.080/30p (29,97 bps) • 1.280 × 720/60p (59,94 bps) • 1.280 × 720/30p (29,97 bps) Slow motion-films • 1.
Draadloos Standaards IEEE 802.11b, IEEE 802.11g Communicatieprotocollen • IEEE 802.11b: DSSS/CCK • IEEE 802.11g: OFDM Werkingsfrequentie 2.412–2.462 MHz (kanalen 1–11) Bereik (gezichtslijn) Circa 10 m (aanvaardt geen interferentie; bereik kan variëren naargelang de signaalsterkte en aanwezigheid of afwezigheid van obstakels) Gegevenssnelheid 54 Mbps Maximale logische gegevenssnelheden overeenkomstig IEEE-standaard. Werkelijke snelheden kunnen afwijken.
• Tenzij anders vermeld, hebben alle getallen betrekking op een camera met een volledig opgeladen batterij gebruikt bij een temperatuur bepaald door de Camera and Imaging Products Association (CIPA): 23 ±3 °C. • Nikon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hardware en software die in deze handleiding worden beschreven op elk gewenst moment en zonder voorafgaande aankondiging te wijzigen.
1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM Type Objectief met 1-vatting Brandpuntsafstand 10–30 mm Maximaal diafragma f/3.5–5.6 Opbouw 9 elementen in 7 groepen (inclusief 4 asferische lenselementen, 1 ED-objectiefelement en HRI-objectiefelementen) Beeldhoek 77°–29° 40′ Vibratiereductie Lens-shift met voice coil motors (VCMs) Kortste scherpstelafstand 0,2 m vanaf filmvlak bij alle zoomstanden Diafragmalamellen 7 (ronde diafragmaopening) Diafragma Volautomatisch Diafragmabereik • 10 mm brandpuntsafstand: f/3.
❚❚ 1 NIKKOR-objectieven 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM Objectiefbevestigingsmarkering Objectiefbescherming CPU-contacten Zoomring 1 NIKKOR 11-27,5mm f/3.5-5.
1 NIKKOR-objectieven zijn uitsluitend voor gebruik met Nikon 1 digitale camera’s met verwisselbare objectieven. De beeldhoek is equivalent aan een kleinbeedformaatobjectief met een brandpuntsafstand die circa 2,7× langer is. De 1 NIKKOR VR 10-30mm f/3.5-5.6 PD-ZOOM ondersteunt vibratiereductie en kan worden gebruikt met vibratiereductie Aan of Uit geselecteerd voor Optische VR in de menu’s van de camera (0 153). Gebruik de zoomring om in- en uit te zoomen (0 34).
A Meegeleverde accessoires • 40,5 mm opklikbare voorste objectiefdop LC-N40.5 (voor gebruik met de 1 NIKKOR 11-27,5mm f/3.5-5.6) • Achterste objectiefdop LF-N1000 A Optionele accessoires • 40,5 mm opschroefbare filters (voor gebruik met de 1 NIKKOR 11-27,5mm f/3.5-5.6) • 40,5 mm opschroefbare kap HN-N102 (voor gebruik met de 1 NIKKOR 11-27,5mm f/3.5-5.
❚❚ De optionele FT1-vattingadapter Lees dit deel voor informatie over het gebruik van de optionele FT1-vattingadapter. Zorg dat u deze handleiding en de documentatie voor de FT1 en objectieven leest en begrijpt voordat u verdergaat. Autofocus Autofocus is alleen beschikbaar voor AF-S-objectieven; andere objectieven ondersteunen alleen handmatige scherpstelling. Stel de scherpstelstand van de camera in op AF-S of AF-C.
Als AF-S of AF-C is geselecteerd voor Scherpstelstand en het objectief autofocus met handcorrectie ondersteunt, kunt u scherpstellen met behulp van autofocus en vervolgens de ontspanknop half ingedrukt houden en aan de scherpstelring van het objectief draaien om de scherpstelling handmatig nauwkeurig af te stellen. Druk de ontspanknop nogmaals half in om opnieuw scherp te stellen met behulp van autofocus.
De elektronische afstandsmeter Als in de handmatige scherpstelstand een CPU-objectief is bevestigd, kan de scherpstelaanduiding worden gebruikt om te controleren of de camera op het onderwerp in het midden van het scherpstelveld is scherpgesteld. Scherpstelaanduiding I 2 4 2 4 (knippert) Status Scherpgesteld. Camera voor het onderwerp scherpgesteld. Camera achter onderwerp scherpgesteld. Kan scherpstelling niet vaststellen.
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik • Objectieven zwaarder dan 380 g moeten te allen tijde worden ondersteund. Houd de camera niet vast of draag de camera niet met behulp van de riem zonder het objectief te ondersteunen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot beschadiging van de objectiefvatting van de camera. • Er kunnen lijnen verschijnen in foto’s die zijn gemaakt met objectieven zonder CPU en ingesteld op minimaal diafragma.
❚❚ Ondersteunde standaards • DCF versie 2.0: Design Rule for Camera File Systems (Ontwerpnormen voor camerabestandssystemen) (DCF) is een algemeen gebruikte standaard voor digitale camera’s waarmee de compatibiliteit tussen verschillende cameramerken wordt gewaarborgd. • DPOF: Digital Print Order Format (DPOF) is een industriestandaard die het mogelijk maakt foto’s af te drukken op basis van afdrukopdrachten die zijn opgeslagen op de geheugenkaart. • Exif versie 2.
A Handelsmerkinformatie Mac en OS X zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows en Windows Vista zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Het PictBridge-logo is een handelsmerk. De microSD-, microSDHC- en microSDXC-logo’s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC.
Gebruiksduur van de batterij Het aantal foto’s of filmopnamen dat kan worden gemaakt met een volledig opgeladen batterij varieert afhankelijk van de staat van de batterij, de temperatuur, het interval tussen de opnamen en de tijdsduur dat de menu’s worden weergegeven. Voorbeeldgetallen voor EN-EL22 batterijen (1.010 mAh) worden hieronder weergegeven. • Foto’s: circa 300 foto’s • Films: circa 70 minuten bij 1.
Index Symbolen n 234 C (Automatische stand) ................. 6, 28 w (Creatieve stand) ....................... 6, 38 u (Stand Beste moment vastleggen) . 6, 63 v (Geavanceerde filmstand) 6, 54, 57 z (Stand Bewegingssnapshot) .... 6, 74 h (Auto onderwerpselectie) .......... 142 P (Automatisch programma) ......39, 41, 142 S (Sluitertijdvoorkeuze) ........ 39, 42, 142 A (Diafragmavoorkeuze) ...... 39, 43, 142 M (Handmatig) ........................ 39, 44, 142 4 (Creatief pallet) ............................
Automatische onderwerpselectie ... 33 Automatische stand .............................. 28 B Basisinformatie ............................103, 186 Batterij ................................ 16, 18, 27, 222 Beelden selecteren voor afdruk ..... 126 Beeldformaat ......................................... 143 Beeldformaat/-snelheid .................... 167 Beeldkwaliteit ....................................... 143 Beeldselectie ......................................... 130 Beeldsnelheid ....................
Foto-informatie .................................... 103 FT1 ............................................................. 227 Fulltime-AF ............................................. 155 G Geavanceerde filmstand .......... 6, 54, 57 Gedetailleerde foto-informatie ...... 104, 186 Gedetailleerde weergave ..............4, 186 Geheugenkaart .... 18, 20, 185, 194, 206 Geheugenkaart formatt. ............ 19, 185 Geluidsinstellingen ............................. 187 Geluidssignaal .........................
Ontspan. bij geen kaart ..................... 185 Ontspanknop 29, 33, 65, 68, 70, 75, 187 Opgesl frames (stand.) ....................... 146 Opname bij loslaten knop ................ 146 Opnamemenu ....................................... 139 Opname-opties herstellen ............... 142 Opties voor filmgeluid ....................... 168 Optische VR ............................................ 153 P Paginaformaat (PictBridge) .............. 124 PictBridge ......................................
VR ......................................................153, 154 W Waterdichte behuizing .............170, 192 Weergave ......................................... 31, 103 Weergavemenu .................................... 128 Wi-Fi .....................................................xix, 93 Wi-Fi-inst. herstellen ..............................98 Wireless Mobile Utility ...................93, 94 Wissen .......................... 32, 61, 73, 78, 109 Witbalans ................................................
Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk (behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen) worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION.