Nefit houdt Nederland war m Installatie-instructie Nefit EcomLine HR
VOORWOORD Als Nederlandse fabrikant van cv-toestellen is Nefit B.V. er veel aan gelegen toestellen te produceren die zo zuinig en zo schoon mogelijk functioneren. 819015 Alle Nefit HR-toestellen hebben daarom een ‘Hoog Rendement’ en ‘Lage NOx’ uitstoot. Deze toestellen zijn volledig modulerend. Dit houdt in dat het toestel zich voortdurend aanpast aan de warmtevraag van de woning. Door het vermogen aan te passen aan de gewenste temperatuur in de woning wordt een gelijkmatige ruimtetemperatuur bereikt.
INHOUDSOPGAVE 1. INSTALLEREN 1-1 1.1 1.5 Toestel algemeen 1.1.1 Voorschriften 1.1.2 Gaskeurlabels 1.1.3 Plaatsingsmogelijkheden 1.1.4 Montage Luchttoevoer en rookgasafvoer 1.2.1 Luchttoevoer en rookgasafvoer bij gesloten opstelling 1.2.2 Luchttoevoer en rookgasafvoer bij open opstelling 1.2.3 Centraal lucht- en verbrandingsgasafvoersysteem 1.2.4 Condensafvoer 1.2.5 Vorstbeveiliging 1.2.6 Rookgasafvoer- en luchttoevoerweerstandstabel cv-water- en tapwatercircuit 1.3.1 cv-watercircuit 1.3.
36 1 16 3 13 9 2 17 5 4 21 32 8 1 0 1 10 1 10 10 7 18 14 37 22 28 25 27 19 26 20 33 34 24 23 38 35 15 31 6 12 11 294145 29 30 211088 HR Installatie-instructie Nefit EcomLine Classic HR-toestellen
NEFIT ECOMLINE HR-TOESTELLEN 1. Frame 2. Warmtewisselaar 3. Ionisatiepen 4. Condens(opvang)bak 5. Safetysensor 6. Warm water Ø 15 mm 7. Temperatuur- en drukmeter 8. Display 9. Gloeiplug 10. Universele brander automaat (UBA) 11. Gasleiding ½” (buitendraad) 12. Condensafvoer Ø 32 mm 13. Branderhuisdeksel 14. Boiler (25 liter) 15. Driewegklep 16. Branderthermostaat 17. Gasinspuiter 18. Aansluiting Service Tool 19. Kroonsteenaansluiting 20. Ventilator 21. Lucht/gas-aansluitstuk 22.
1. INSTALLEREN 1.1 Toestel algemeen De Nefit EcomLine HR(C)-toestellen zijn ontworpen om als gesloten toestel geïnstalleerd te worden. Dit betekent dat de verbrandingslucht van buiten de opstellingsruimte wordt opgehaald en de verbrandingsgassen naar buiten worden afgevoerd. De Nefit EcomLine HR(C)-toestellen mogen ook als open toestel worden geïnstalleerd. Zie voor eisen ten aanzien van de luchttoevoer en rookgasafvoer voor gesloten en open opstelling paragraaf 1.2.
1. INSTALLEREN Tabel 1.1.1.1 Maximaal overbrugbare lengte gasleiding Nefit EcomLine HR(C) 22 H/V Nefit EcomLine HR(C) 30 H/V Nefit EcomLine HR 43 Nefit EcomLine HR 65 ½” 6 3 - ¾” 28 17 8 3 Leidingdiameter [m] 1” 15 mm 22 mm 28 mm 85 3 24 60 51 1 15 42 28 8 21 13 3 10 De luchttoevoer- en rookgasafvoersystemen moeten voldoen aan de NEN 1078 en NEN 2757. Daarnaast moet de dakdoorvoer voldoen aan de daarvoor geldende keuringseisen.
1. INSTALLEREN Tabel 1.2.1 Taphoeveelheid bij 40 ºC ( T=30 K) [l/min] CW tapdebiet [l/min] Badvulling [l/min] Effectieve toestelwachttijd [s] Tapwaterzijdig drukverschil [kPa] spec.
1. INSTALLEREN 1.1.3 Plaatsingsmogelijkheden Om vast te stellen of de installatie van een Nefit EcomLine HR(C)-toestel in een bepaalde ruimte mogelijk is, moet u rekening houden met de volgende aspecten: 1. Er is een wandcontactdoos aanwezig met randaarde of een wandcontactdoos met randaarde kan aangelegd worden. 2. De afmetingen van het toestel en de benodigde ruimte voor de rookgasafvoer vormen geen belemmering in de beschikbare ruimte.
1. INSTALLEREN Houd hierbij rekening met: - Een vrije ruimte van minimaal 10 cm links en rechts naast het toestel (paragraaf 1.1.3). De eisen en de benodigde ruimte voor het luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem. Houd rekening met concentrisch en dubbelpijps. De benodigde ruimte onder het toestel voor sifon en cv-aansluitingen. 2. Monteer de Nefit dak- of muurdoorvoerset (zie paragraaf 1.2). Raadpleeg de installatie-instructie muur- en dakdoorvoerset van Nefit HR-toestellen. Figuur 1.1.4.
1. INSTALLEREN Bij een lengte van meer dan 10 meter van de rookgasafvoer moet een aparte condensafvoer aangebracht worden die voorkomt dat het condenswater in het toestel terecht komt. Dit is mogelijk door een condensring, van dezelfde diameter als het rookgasafvoerkanaal te monteren in een horizontaal of verticaal lopende kanaaldeel. 1.2.1 Luchttoevoer en rookgasafvoer bij gesloten opstelling Figuur 1.2.1.
1. INSTALLEREN Figuur 1.2.4.1 Aansluiting condensafvoer Voor open opstellingen dient de losse dubbelpijps aansluitplaat op het toestel bevestigd te worden (zie figuur 1.2.1.1). Deze aansluitplaat is te bestellen met bestelnummer EV 28266. 1.2.3 Centraal lucht- en verbrandingsgasafvoersysteem Het is alleen mogelijk om de Nefit EcomLine HR(C)-toestellen aan te sluiten op een inpandig centrale lucht- en verbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) na overleg en met akkoord van Nefit. 1.2.
1. INSTALLEREN Tabel 1.2.6.
1. INSTALLEREN 1.3 cv-water- en tapwatercircuit 1.3.1 cv-watercircuit De aansluitingen voor retour- en aanvoerleiding van het cv-circuit bevinden zich aan de onderzijde van het toestel (zie paragraaf 5.6). Het is aan te bevelen het toestel aan het leidingnet te koppelen met afsluiters. Sluit de leidingen spanningsvrij aan. Figuur 1.3.1.
1. INSTALLEREN Figuur 1.3.1.3 Principeschema van Nefit EcomLine HR Single met drukverschilregelaar op afstand Nefit EcomLine HR(C)-toestellen zijn niet geschikt voor installaties met natuurlijke watercirculatie. Ook de toepassing van een open verbinding met de buitenlucht (open cv-installatie) is niet toegestaan. Hierdoor kan corrosie ontstaan. Corrosie in het cv-systeem is afhankelijk van o.a.
1. INSTALLEREN Indien de toegepaste vloerbuis niet 100% zuurstofdiffusiedicht is, dient u een gesloten systeem toe te passen. Dit systeem dient voorzien te zijn van een eigen expansievat, een drukbeveiliging en een vulmogelijkheid (figuur 1.3.2.1). Voor het scheiden van de cv-installatie en de vloerverwarming kan een platenwisselaar worden toegepast. Om verzekerd te zijn van warm cv-water voor de vloerverwarmingsinstallatie is het noodzakelijk een drukverschilregelaar te plaatsen.
1. INSTALLEREN De Nefit combi-toestellen kunnen niet worden aangesloten op een tapwatercirculatieleiding met daarin opgenomen een sanitaire tapwaterpomp. In deze situatie kan een Nefit EcomLine Single-toestel in combinatie met bijvoorbeeld een 120 liter boiler worden toegepast. Figuur 1.3.4.1 Pompschakelaar 11 kW 10 1 10 1 0 1 1 2 Bij circulatiesystemen dient een boilersensorweerstand gebruikt te worden om de bewaartemperatuur op 65 °C te fixeren. 10 1.3.
1. INSTALLEREN Selecteer de externe indirect gestookte boiler aan de hand van tabel 1.3.5.2. Tabel 1.3.5.
1. INSTALLEREN 1.4 Elektrische aansluitingen 1.4.1 Aansluiting netspanning Figuur 1.4.2.1 UBA-kroonsteen aan/uit kamerthermostaat Nefit ModuLine kamerthermostaten datacommunicatie buitenvoeler 24 V voeding driewegklep aansluiting 211042 aan/uit kamerthermostaat 459126 ModuLine kamerthermostaat 459125 buitenvoeler 211090 Figuur 1.4.4.1 Modulerende cascaderegelaar Het toestel is uitgevoerd met een randaarde netstekker. Het toestel moet dan ook op een wandcontactdoos met randaarde worden aangesloten.
1. INSTALLEREN Figuur 1.4.5.1 Stekker driewegklep type VC 8010 1.4.5 Externe boiler met driewegklep Er zijn 3 typen driewegklep die kunnen worden aangesloten op het toestel. Dit zijn: 6 Type 3 Honeywell VC 8010 Taconova TN 256.3095.590 willekeurig type tweedraads driewegklep 2 211288 24 V voeding draden diameter doorlaat 3 3 2 1" 5/4" 1" Driewegklep type Honeywell VC 8010 (met 3 draden) kan op twee manieren aangesloten worden, te weten: - Rechtstreeks op de contrastekker.
1. INSTALLEREN 1.5 Aansluiting propaan De Nefit Ecomline HR(C)-toestellen zijn geschikt voor ombouw van aardgas naar propaangas met uitzondering van de Nefit EcomLine HR 65. Er moet worden voldaan aan de geldende voorschriften (paragraaf 1.1.1). De ombouw bestaat uit het vervangen van de gasinspuiter en de luchtrestrictie. De voordruk bij propaangas behoort tussen de nominaal 30 en 50 mbar te liggen. De voordruk van de Nefit EcomLine HR(C)-toestellen moet na vervanging gecontroleerd worden.
2. IN BEDRIJF STELLEN Figuur 2.1.1 Vul- en aftapkraan 2.1 Vullen en ontluchten van het cv-circuit Om het cv-circuit met water te vullen moeten de volgende handelingen uitgevoerd worden. 1. Haal de netstekker uit de wandcontactdoos. 2. Sluit een slang aan op de waterleiding en laat deze vol met water lopen, zodanig dat er geen lucht meer in de slang zit. 3. Sluit de slang aan op de vulkraan (figuur 2.1.1) van de installatie en draai achtereenvolgens de waterkraan en de vulkraan open. 211085 Figuur 2.1.
2. IN BEDRIJF STELLEN Figuur 2.2.1 Vullen sifon via rookgasafvoeraansluiting 2.2 In bedrijf stellen Voor het in bedrijf stellen van het toestel moet u de volgende handelingen uitvoeren. 1. Vul de sifon in het toestel met water via het rookgasafvoeraansluiting alvorens het toestel in bedrijf te stellen (figuur 2.2.1). 2. Controleer de stand van de drukmeter. Als de druk lager is dan 1,0 bar moet eerst de installatie bijgevuld worden. 3. Vul het sanitair gedeelte. Nefit 4.
2. IN BEDRIJF STELLEN Aanvoertemperatuur Aanvoertemperatuur De instelknop, aangeduid met een radiator, dient om de cv-watertemperatuur in te stellen. Deze is instelbaar tussen 40 en 90 °C. De standaard instelling is 80 ºC en werkt onafhankelijk van warmwaterbedrijf. Warmtapwatertemperatuur Om veiligheidsredenen is de hoogste temperatuur bij de Nefit EcomLine HR Combi toestellen via de UBA gefixeerd op 60 °C.
Figuur 2.3.2.1 Voordruk meten 2. IN BEDRIJF STELLEN 2.3.2 Voordruk meten 1 2 3 4 Om de voordruk te controleren, moeten de volgende handelingen uitgevoerd worden: - Sluit de manometer op het meetpunt voordruk van het gasregelblok aan. Bij de manometer aansluiten op de + kant (figuur 2.2.2). De voordruk behoort nominaal 25 mbar te zijn. - Zet voldoende radiatoren open. - Zet de testschakelaar in de bovenste stand (vollast) en zorg dat het toestel brandt.
2. IN BEDRIJF STELLEN Let op: Figuur 2.3.3.3 Drukverschil gas/lucht bij laaglast fout 17. Sluit de drukmeetnippels weer goed af. Controleer deze op lekkage. 18. Zet de instelknop op de gewenste instelling. 19. Verwijder T-stuk en sluit de slang weer aan op P1+. 20. Zet de testschakelaar weer op stand 0. 21. Plaats het dekseltje weer op de UBA. fout goed Indien de slangen onjuist zijn aangesloten tijdens de meting is het meetresultaat foutief. 2.3.
2. IN BEDRIJF STELLEN Om het toestel geheel buiten bedrijf te stellen moeten de volgende handelingen uitgevoerd worden: 1. Haal de net stekker uit de wandcontactdoos. 2. Draai de gaskraan onder het toestel dicht. 3. Tap de cv-installatie en boiler in geval van bevriezingsgevaar af (zie paragraaf 2.5). Let op: Voeg geen antivriesmiddelen toe. 2.
3. ONDERHOUD Figuur 3.1.1 Meten verschildruk P1+ / P2- 3.1 Algemeen Nefit maakt onderscheid in het soort onderhoud dat kan worden uitgevoerd, namelijk: - klein onderhoud - groot onderhoud 1 2 3 4 5 6 7 Het verschil tussen klein en groot onderhoud bestaat uit het al dan niet volledig reinigen van de warmtewisselaar (verbrandingsgaszijdig). Vervuilde warmte wisselaars zullen eerder voorkomen bij laag gestookte systemen (zoals bijvoorbeeld vloerverwarming).
3. ONDERHOUD Figuur 3.2.1 Voorbereiden demonteren brander 3.2 Klein onderhoud Voor een kleine onderhoudsbeurt moeten de volgende werkzaamheden verricht worden. 211214 Figuur 3.2.2 Demonteren en reinigen brander 1. Verwijder of demonteer achtereenvolgens - de mantel van het toestel (zie paragraaf 1.1.
3. ONDERHOUD 3.3 Groot onderhoud Figuur 3.3.1 Demonteer condensbak A Voor groot onderhoud gelden dezelfde werkzaamheden als voor klein onderhoud, echter bij groot onderhoud wordt ook de warmtewisselaar verbrandingszijdig volledig gereinigd. A Volg de werkzaamheden die bij paragraaf 3.2 (klein onderhoud) onder de punten 1 en 2 op. B A 211230 Figuur 3.3.2 Demonteer de ionisatie-elektrode a. Inspecteer de warmtewisselaar. b.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG 4.1 Bedrijfsfuncties 4.1.1 Algemene verklaring display- en servicecodes Op de UBA bevindt zich een display. De displaycode geeft aan wat de huidige - globale - bedrijfstoestand van het toestel is. Door op de serviceknop te drukken geeft de display een servicecode. De combinatie van beide codes geeft gedetailleerde informatie over de bedrijfstoestand van het toestel. De getoonde displaycode correspondeert met de hieronder vermelde bedrijfsfuncties. displaycode 0 -. =.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG 4.1.2 Display- en servicecodes tijdens normaal bedrijf Wanneer de Nefit EcomLine HR(C)-toestel normaal in bedrijf is (er zijn geen storingen), zal één van de volgende codes en bijbehorende servicecode op het display zichtbaar zijn: displaycode servicecode bedrijfstoestand toestel P C C d 0 0 0 0 0 0 A C H L U Y Anti-pendelprogramma in werking. -. =. 2 H H F Toestel is in bedrijf voor cv. Opstarten van de UBA / “24 uur” testprocedure. Herstart van de UBA na reset.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG 4.2 Storingen en oorzaken 4.2.1 Storingsdiagnose Door de getoonde display- en servicecode te combineren met het gedrag van het toestel en/of installatie kan de oorzaak van de storing achterhaald worden. Het display vertoont standaard de bedrijfscode. Bij indrukken van de serviceknop verschijnt de servicecode. In de onderstaande tabel kunt u de belangrijkste combinaties van codes en ketelgedrag terugvinden. In de kolom ‘oorzaken’ wordt met een nummer verwezen naar paragraaf 4.2.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG Onderstaande display- en servicecodes treden op bij niet werkend toestel. displaycode servicecode toestelgedrag en/of installatiegedrag 1 2 2 C C F Aansluiting voor rookgasthermostaat is open. 2 2 3 4 4 P U C A C Safetysensor van de warmtewisselaar te warm. Warmteverschil tussen de safety- en aanvoersensor is te groot. De aanvoer- en retoursensor zijn onderling verwisseld. Temperatuur safetysensor stijgt te snel.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG displaycode servicecode toestelgedrag en/of installatiegedrag 9 9 9 9 9 A C F H L UBA defect. oorzaken 39/53 UBA ziet geen KIM. 37 Fout m.b.t. referentietemperatuur UBA. 41 Interne fout UBA. 41 Elektrische aansluiting gasregelcombinatie niet goed. UBA defect. 9 9 E E E E E E P U A C F H P L Interne fout UBA of ModuLine defect. geen geen Geen display en geen servicecode. Displaycode Servicecode = normaal zichtbaar. = zichtbaar tijdens indrukken serviceknop.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG oorzaak omschrijving van de oorzaak 7 De kamerthermostaat is verkeerd ingesteld (anticipatieweerstand). Er is slecht contact in kamerthermostaatbedrading (aan/uit thermostaat). Er is een slecht contact tussen de kamerthermostaat en de kamerthermostaatgrondplaat. De thermostaat wordt foutief bediend. Ketel wordt te snel aan- en uitgeschakeld. 8 De sensor is defect. Meet de weerstand van de sensor door (zie paragraaf 5.5).
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG oorzaak omschrijving van de oorzaak 23 Mogelijk is er een sluiting in het sensorcircuit. Neem connector van sensor los. Druk op reset tot "r" op display verschijnt. Bij dezelfde storingscode is er in de kabelboom sluiting of is de UBA defect. Is dit niet het geval, dan is de sensor defect. Meet de weerstand van de sensor door (zie paragraaf 5.5). 24 Mogelijk is er een onderbreking in het sensorcircuit. Neem connector van sensor los.
4. DIAGNOSE TOESTELGEDRAG oorzaak omschrijving van de oorzaak 38 Mogelijk is er een onderbreking in het elektrische circuit van het gasregelblok: - controleer elektrische aansluitingen op het gasregelblok. - controleer bedrading op loszitten en/of breuk. - UBA is mogelijk defect. Controleer de UBA door tijdelijk een andere UBA aan te sluiten. Druk op reset tot "r" op display verschijnt. 39 Netspanning of ModuLine thermostaat wordt extern beïnvloed: - controleer de ModuLine thermostaat.
5. SPECIFICATIES 5.1 Technische specificaties Toestelspecificaties nominale max. belasting o.w. nominale max. belasting b.w. nominale min. belasting b.w. nominaal vermogen (80/60 °C) nominaal vermogen (50/30 °C) rendement (50/30 °C) o.w. rendement (50/30 °C) b.w.
5. SPECIFICATIES HR 22 Algemene toestelgegevens hoogte breedte diepte gewicht opgenomen max. vermogen standby/ deellast/ vollast maximaal geluidsniveau IP classificaties max. Inschakeldruk 20°C na 10sec. max. Inschakeldruk 20°C na 30sec. max.
5. SPECIFICATIES ketel identificatie module De ketel identificatie module (KIM) beheert in ieder toestel de benodigde configuratiegegevens. De UBA maakt gebruik van deze gegevens bij de eerste opstartprocedure na spanningsonderbrekingen. anti-pendelprogramma Het anti-pendelprogramma zorgt er voor dat de intervaltijd tussen twee opstartsessies minimaal 10 minuten is. beveiligingen Alle belangrijke functies worden gecontroleerd en beveiligd met sensoren. Alle sensoren hebben identieke NTC-weerstanden.
5. SPECIFICATIES 5.
5. SPECIFICATIES 5.
5.
Vooraanzicht 5.
Vooraanzicht 445 110 Nefit EcomLine HRC 22H Nefit EcomLine HRC 30H Zijaanzicht * 900 431 335 158 LTV 685 RGA 2 5 3 6 4 30 1 55 46 130 430 505 656 731 214043 Nefit EcomLine HRC 22V Nefit EcomLine HRC 30V 560 * 110 445 335 158 * NOOT: Toestelaansluitplaat (EV28266) dubbelpijps, wordt meegeleverd met de muur- en dakdoorvoerset. Een concentrische toestelaansluitplaat (EV28265) Ø 80/125 mm kan separaat besteld worden.
Konformitätserklärung Declaration of conformity Déclaration de conformité Wir Nefit B.V.
NOTITIES Installatie-instructie Nefit EcomLine Classic HR-toestellen
NOTITIES Installatie-instructie Nefit EcomLine Classic HR-toestellen
NOTITIES Installatie-instructie Nefit EcomLine Classic HR-toestellen
Controle ionisatiestroom : norm ≥ 2µA bij laaglast Instellen doorstroombegrenzer Datum inspectie: 10. 11. 12. Paraaf : Installateur / service organisatie : Controle gasvoordruk : norm 30-50 mbar (propaan) * Doorhalen wat niet van toepassing is 9. en / of gemeten Controle gasvoordruk : norm 25 mbar (aardgas) bij vollast en / of gemeten 8. en / of gemeten Controle / reinigen rookgasafvoer en / of gemeten Controle / reinigen sifon / extra sifon en / of gemeten 7. en / of gemeten 6.
705.428A-4200 03/2005 Nefit werkt continu aan verbeteringen van haar producten. Wijzigingen in de technische gegevens zijn dus mogelijk. Nefit houdt Nederland war m Nefit B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer. DealerLine: 0570 - 67 85 66. Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00. Fax: 0570 - 67 85 86. E-mail: consument@nefit.nl Internet: www.nefitdealer.