Installation Instructions

21
Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden!
Installatie-instructie • Nefit Auris E OS • uitgave 10/2009
Installatie 5
Nefit B.V. • http://www.nefit.nl
5.10.3 Montage kamerthermostaat
De regelkwaliteit van het toestel/regeling is afhankelijk
van de montageplaats (hoofdvertrek) van de kamerther-
mostaat.
Eisen die aan de plaats van montage worden gesteld:
Waar mogelijk op de binnenmuur zonder tocht of
warmtestraling (ook niet van achteren, bijv. via een lege
leiding, een holle wand enz).
Een ongehinderde circulatie van de kamerlucht onder
de kamerthermostaat (gearceerd vlak op figuur 17 vrij-
houden).
Bij handkranen met voorinstelling in het hoofdvertrek:
V Stel de capaciteit van de radiatoren zo laag mogelijk in.
Daardoor wordt het hoofdvertrek gelijk met de overige
vertrekken verwarmd.
Fig. 17 Aanbevolen plaats van montage voor de kamerther-
mostaat
Bij thermostaatkranen in het hoofdvertrek:
V Open de thermostaatkranen geheel.
V Stel de capaciteit van de radiatoren met de retourkop-
peling zo laag mogelijk in.
Daardoor wordt het hoofdvertrek gelijkmatig met de
overige vertrekken verwarmd.
Fig. 18 Aansluiten kamerthermostaat
Instelling ruimtetemperatuur met knop op kamerthermo-
staat met 3 °C te verhogen/verlagen.
Kamertemperatuurinstelling zie submenu 1.10 op
pag. 35.
Fig. 19 Instellen kamerthermostaat
0,3 m
0,3 m
0,6 m
1,2 - 1,5 m
6 720 614 593-020.2TD
ALARM
LED
ALGEMEEN
ALARM
1234
56
6 720 614 593-047.1TD
Terminal board
external
connections
GT1 GT2 GT3X GT4 GT5
ALARM
LED
SUMMA
LARM
EXT
J3: ALARM LED
J2: POTMETER
J1: SENSOR
KAMERTHERMOSTAAT
6 720 614 593-050.1TD