Installation Instructions

20
Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden!
Installatie-instructie • Nefit Auris E OS • uitgave 10/2009
Installatie5
Nefit B.V. • http://www.nefit.nl
5.10.1 Toestel aansluiten
V Verwijder de mantel van het toestel pagina 18.
V Open het deksel van de schakelkast.
V Leid de aansluitkabel door de kabeldoorvoer in de dek-
sel van het toestel naar de schakelkast ( figuur 3,
pos. 7).
Fig. 14 Schakelkast openen
V Sluit de kabel op de klemmen L1, L2, L3, N en (PE)
van het aansluitblok aan.
V Draai de aansluitschroefverbinding op het deksel van
het toestel vast.
Fig. 15 Klemmen voor netaansluiting
5.10.2 Temperatuursensoren aansluiten
De onderstaande externe temperatuursensors kunnen
worden aangesloten:
GT1: Cv-retoursensor
GT2: Buitentemperatuursensor
GT3X: Tapwatersensor
GT4: Potentiometer instelling ruimtetemperatuur
(in kamerthermostaat)
GT5: Kamersensor
Alle externe sensors worden op de sensorprint (figuur 16)
aangesloten:
V Om inductieve invloeden te voorkomen, moeten alle
laagspanningskabels (meetstroom) van 230 V- of
400 V-geleidende kabels gescheiden worden aange-
legd, (minimale afstand 100 mm).
V Wanneer kabels van temperatuursensors worden ver-
lengd, moeten onderstaande kabeldiameters worden
gebruikt:
tot een kabellengte van 20 m: 0,75 tot 1,50 mm
2
tot een kabellengte van 30 m: 1,0 tot 1,50 mm
2
vanaf een kabellengte van 30 m: 1,50 mm
2
.
Fig. 16 Sensorprint
1 Cv-retoursensor (GT1)
2 Buitentemperatuursensor (GT2)
3 Tapwatersensor (extern) (GT3X)
4 Aanvoersensor van het gemengde cv-circuit (GT4)
5 Kamersensor (GT5)
6 Alarmuitgang voor LED
1.
2.
Bij een verkeerde fasevolgorde wordt na het
inschakelen een foutmelding op het display
weergegeven.
6 720 614 593-044.1TD
PE N L1 L2 L3
ALARM
LED
SUMMA
LARM
J2
12345
6
6 720 614 593-013.2TD