Installation Instructions
18
Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden!
Installatie-instructie • Nefit Auris E OS • uitgave 10/2009
Installatie5
Nefit B.V. • http://www.nefit.nl
5.5 Tapwaterleidingen aansluiten
V Sluit de koudwaterleiding aan ( figuur 3, pos. 5).
V Monteer in de koudwaterleiding een "KIWA" goedge-
keurde inlaatcombinatie.
V Sluit de tapwaterleiding aan ( figuur 3, pos. 4).
5.6 Leiding-isolatie
V Voer de isolatie van alle inpandige bronleidingen
dampdicht uit.
5.7 Mantel verwijderen
V Verwijder de schroeven en verwijder de mantel naar
boven toe.
Fig. 13 Mantel verwijderen
5.8 Aansluitwaarden
Kwaliteit van het grondwater
Let erop dat de in tabel 1 gedefinieerde, minimale
waterkwaliteit beschikbaar is.
V Voer voorafgaande aan de montage van het toestel een
wateranalyse uit.
V Voer na installatie met regelmaat een wateranalyse uit.
V Neem bij afwijkende waarden contact op met de leve-
rancier.
Alle warmte- en koudegeleidende leidingen
moeten overeenkomstig de geldende nor-
men worden voorzien van een adequate ver-
warming-isolatie.
1.
1.
2.
6 720 614 593-052.1TD
De platenwisselaars en de leidingen voor het
broncircuit van de warmtepomp naar de pla-
tenwisselaars en de externe grondwater-
pomp moeten worden gedimensioneerd.
V Neem voor advisering contact op met de
leverancier.
Inhoudsstof Concentratie
Max. deeltjesgrootte
0,5 mm
pH-waarde
≥
6
Chloride
≤
300 mg/l
Sulfaat
≤
50 mg/l
Nitraat
≤
100 mg/l
Niet-gebonden CO
2
niet toegestaan
Ammonium
≤
2mg/l
IJzer
≤
1mg/l
Mangaan
≤
1mg/l
Totaal ijzer + mangaan
≤
1mg/l
Sulfide
niet toegestaan
Tabel 1










