Voor de installateur Installatie-instructie 6 720 614 593-001-01N Nefit Auris E OS Elektrische Warmtepomp
Toestelopbouw Toestelopbouw 1 2 3 4 5 6 7 29 8 9 10 28 11 12 13 27 14 26 15 16 25 17 24 23 22 Fig. 1 Toestelopbouw Nefit Auris E OS 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Cv-retour Cv-aanvoer Koudwater in Tapwater uit Typeplaat Bron-aanvoer (van bron) Bron-retour (naar bron) Bedieningspaneel Klemmenstrook Aansluitprint Sensorprint Compressorbeveiliging Zekeringsautomaat Zekeringsautomaat elektrische bijverwarming Relais Nefit B.V. • http://www.nefit.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Opstellingsruimte Werkzaamheden aan de warmtepomp Verklaring symbolen 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.10.1 2.11 2.
1 Veiligheidsvoorschriften 1 Veiligheidsvoorschriften 1.1 Voor uw veiligheid Gevaar door elektrische stroom bij geopende warmtepomp V Alvorens de warmtepomp te openen: schakel de warmtepomp stroomloos door de netstekker uit de wandcontactdoos te halen. V Beveilig de warmtepomp tegen onbedoeld opnieuw inschakelen. Opslag V Sla de warmtepomp alleen verticaal op, zodat de compressor zich altijd onderin bevindt.
Toestelgegevens 2 Toestelgegevens 2.1 Toepassingsgebied Het toestel mag alleen worden toegepast in gesloten verwarmings-en tapwaterinstallaties en conform EN 12828. Een andere toepassing is niet toegestaan. Hieruit resulterende schade is uitgesloten van garantie. 2.2 EG-typegoedkeuring Dit toestel voldoet aan de geldende normen van de Europese richtlijnen 73/23/EWG, 89/336/EEG en die van het internationale keurmerk voor warmtepompen van de initiatiefgroep "Wärmepumpen e. V".
2 2.8 Toestelgegevens Leveringsomvang 1 2 7 3 4 5 8 9 6 6720614593-002.4TD Fig. 2 Leveringsomvang 1 2 3 4 5 Warmtepomp Cv-retoursensor (extern) Buitentemperatuursensor Documentatieset Afsluiter met filter (R ¾ inwendige schroefdraad) voor Cv-circuit Stelvoeten Kamerthermostaat (GT5) Afsluiter met filter (R 1 inwendige schroefdraad) voor broncircuit Tang voor het demonteren/monteren van filters 6 7 8 9 Nefit B.V. • http://www.nefit.
Toestelgegevens 2 4 5 8 SE 3 205 SA 6 WW 640 220 HR 1 47 79 119 100 100 73 67 305 100 52 600 63 100 * 200 Afmetingen en inbouwruimte 300 2.9 2 KW 7 800 1800 HV 6 720 614 593-008.8TD Fig. 3 Maattekening 1 2 3 4 5 6 7 Cv-retour Bron-aanvoer Bron-retour Tapwater uit Koudwater in Cv-aanvoer Elektrische kabeldoorvoeren * Bij warmtepompen met de bronaansluitingen aan de linkerzijde dient een minimale afstand van 500 mm te worden aangehouden.
2 Toestelgegevens 2.10 Functieschema 1 2 3 4 5 6 7 28 M 8 29 27 26 25 24 23 M 9 22 21 20 19 11 10 p 17 18 13 12 p 16 14 15 6720614593-009.3TD Fig. 4 Functieschema 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Cv-aanvoer Cv-retour Tapwater uit Koudwater in Bron-retour (naar bron) Bron-aanvoer (van bron) Bedieningspaneel Boiler Magneetklep Koeler Bron-aanvoersensor (GT10) Verdamper Expansieventiel Kijkglas Droogfilter Nefit B.V. • http://www.nefit.
Toestelgegevens 2 2.10.1 Werking warmtepomp De warmtepomp bestaat uit 4 hoofdcomponenten: – Verdamper; het koudemiddel verdampt door de warmte die uit het broncircuit wordt opgenomen. – Condensor; het koudemiddel condenseert door de warmte af te geven aan het cv-circuit. – Expansieklep; verlaagt de druk van het koudemiddel. – Compressor; verhoogt de druk van het koudemiddel. A Broncircuit Door middel van de bronpomp (14) wordt er bronvloeistof opgepompt en in de verdamper (19) geleid.
2 Toestelgegevens 2.11 Elektrisch schema 2 3 4 5 6 18 19 7 17 20 16 14 22 8 9 23 13 21 15 12 10 1 11 6 720 614 593-010.2TD Fig.
Toestelgegevens A 2 2a E 1a D ALARM ALGEMEEN LED ALARM B 3b C 3a 1 2 3 6720614593-048.1TD Fig. 9 Aansluitingen regelunit A B C D E 1 2 3 Bedieningspaneel Regelunit Aansluitprint interne sensoren Sensorprint Aansluitprint UTP-kabel Kabelboom 18-pins Platte kabel Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden! Installatie-instructie • Nefit Auris E OS • uitgave 10/2009 Nefit B.V. • http://www.nefit.
2 Toestelgegevens 2.12 Voorbeeld van de cv-installatie 6 720 614 593-004.7TD Fig.
Voorschriften 3 Voorschriften Om een goede werking van de warmtepomp te kunnen waarborgen dienen bron, warmtepomp en cv-installatie goed op elkaar te worden afgestemd. Neem contact op met Nefit voor advisering over de installatie. De navolgende voorschriften zijn van toepassing: – Plaatselijke bepalingen en voorschriften van de verantwoordelijke stroomleverancier met de bijbehorende specifieke voorschriften. – NEN 1006 Tapwater. – NEN 1010 Elektro. – EN 378 Veiligheid en milieu relevante eisen.
4 4 Transport Transport V Gebruik voor het verplaatsen van het toestel een pompwagen. V Beveilig het toestel tegen vallen. V Verplaats het toestel alleen verticaal, zodat de compressor zich altijd onderin bevindt. V Voor het verplaatsen, bijv. via trappen, mag het toestel kortstondig worden gekanteld. Nefit B.V. • http://www.nefit.
Installatie 5 5 Installatie Plaatsing, aansluiting van de voedingsspanning en inbedrijfstelling mogen alleen door een door de energieleverancier erkende installateur worden uitgevoerd. 5.1 Opstellingsplaats kiezen De ruimte waarin het toestel wordt geplaatst mag niet in de buurt van ruimten die gevoelig zijn voor lawaai (bijv. een slaapkamer) liggen. Het geluidsniveau van het toestel kan in sommige gevallen als hinderlijk worden ervaren.
5 Installatie 5.3.4 Inregelventiel monteren Belangrijk voor de warmtepomp is dat er altijd voldoende waterstroming plaatsvindt over de koude (verdamper) zijde en over de warme (condensor) zijde van de warmtepomp. Aan beide eisen kan worden voldaan door een gedeelte van het afgiftesysteem zo uit te voeren dat doorstroming en warmte- en koudeafgifte altijd mogelijk is.
Installatie 5.4 5 Cv-zijdig aansluiten Belangrijk voor de warmtepomp is dat er altijd voldoende waterstroming plaatsvindt over de koude (verdamper) zijde en over de warme (condensor) zijde van de warmtepomp. Aan beide eisen kan worden voldaan door een gedeelte van het afgiftesysteem zo uit te voeren dat doorstroming en warmte- en koudeafgifte altijd mogelijk is.
5 5.5 Installatie Tapwaterleidingen aansluiten V Sluit de koudwaterleiding aan ( figuur 3, pos. 5). V Monteer in de koudwaterleiding een "KIWA" goedgekeurde inlaatcombinatie. V Sluit de tapwaterleiding aan ( figuur 3, pos. 4). 5.6 Leiding-isolatie Alle warmte- en koudegeleidende leidingen moeten overeenkomstig de geldende normen worden voorzien van een adequate verwarming-isolatie. V Voer de isolatie van alle inpandige bronleidingen dampdicht uit. 5.
Installatie 5.9 5 Vullen van de cv-installatie Voorzichtig: Schade aan het toestel! Door vervuiling in het cv-systeem kan het toestel beschadigd worden. V Spoel de cv-installatie om vuil te verwijderen. 5.9.1 Cv-circuit vullen V Stel de voordruk van het te plaatsen expansievat op de statische hoogte van de cv-installatie in. V Open de radiatorventielen. V Open de afsluiter ( figuur 12, pos. 7), vul en sluit de cv-installatie tot op 1 tot 2 bar. V Ontlucht de radiatoren.
5 Installatie 5.10.1 Toestel aansluiten V Verwijder de mantel van het toestel pagina 18. V Open het deksel van de schakelkast. V Leid de aansluitkabel door de kabeldoorvoer in de deksel van het toestel naar de schakelkast ( figuur 3, pos. 7). 1. 2. Fig. 14 V Sluit de kabel op de klemmen L1, L2, L3, N en van het aansluitblok aan. Schakelkast openen (PE) PE N L1 L2 L3 Bij een verkeerde fasevolgorde wordt na het inschakelen een foutmelding op het display weergegeven.
Installatie 5.10.3 Montage kamerthermostaat De regelkwaliteit van het toestel/regeling is afhankelijk van de montageplaats (hoofdvertrek) van de kamerthermostaat. 0,6 m 0,3 m 1,2 - 1,5 m Eisen die aan de plaats van montage worden gesteld: – Waar mogelijk op de binnenmuur zonder tocht of warmtestraling (ook niet van achteren, bijv. via een lege leiding, een holle wand enz). – Een ongehinderde circulatie van de kamerlucht onder de kamerthermostaat (gearceerd vlak op figuur 17 vrijhouden).
5 Installatie 5.10.4 Verzamelalarm Het verzamelalarm meldt wanneer op één van de aangesloten sensors een storing is opgetreden. ALARM- SUMMALED LARM V Sluit het verzamelalarm aan op de sensorprint (figuur 20) op de klemmen ALARM-LED (figuur 20, pos. 1) of SUMMA-LARM (figuur 20, pos. 2) aan. Op de ALARM-LED-uitgang staat 5 V, 20 mA voor de aansluiting van een bijbehorend bedrijfs-LED. De SUMMA-LARM-uitgang heeft een potentiaalvrij contact voor maximaal 24 V, 100 mA.
Installatie 5.10.5 Externe ingang (optie) Door middel van de externe ingang kunnen verschillende functies van het toestel op afstand worden bestuurd, bijv. – Een overbelastingsbescherming kan de bijverwarming uitschakelen. – Ter bescherming van een vloerverwarming kan de warmtepomp en de bijverwarming d.m.v. een temperatuurbegrenzer (TB 1) worden uitgeschakeld. Daarvoor moet in menu 5.7 de gewenste functie worden geselecteerd. Door de externe ingang te sluiten wordt het geselecteerde menu-item geactiveerd.
6 Bediening 6 Bediening 6.1 Algemeen Met de draaiknop en de toetsen naast het display kan door de menustanden worden gebladerd en kunnen waarden worden ingesteld. De actieve functies van de toetsen worden op het display weergegeven ( tabel 3). – Het display en de bedieningselementen dienen voor het weergeven van toestel en installatie-informatie en voor het wijzigen van waarden. – Het display gaat uit wanneer de stroom uitvalt. Alle instellingen blijven behouden.
Bediening 6.2 Toestel in- en uitschakelen 6 Rego604 K1 DOELMATIG VERWARMEN 070614 12:00:00 Za Verwarming Info Menu Toestel inschakelen V Druk de hoofdschakelaar (figuur 22, pos. 7) in. De bedrijfs-LED brandt groen en het display (figuur 22, pos. 2) geeft het startmenu weer. 6 720 614 593-021.1TD Fig. 24 Toestel uitschakelen V Druk de hoofdschakelaar in. De bedrijfs-LED knippert groen en het display gaat uit.
6 Bediening V Druk toets Instellen in. Temp.hoger/lager 0 5,0 Annuleren 10 6 720 614 593-023.1TD Fig. 26 V Wijzig met de draaiknop de waarde. V Druk toets Opslaan in. V Selecteer met de draaiknop de overige instellingen. -ofV Druk de toets Terug in om naar het startmenu terug te keren. Temp.hoger/lager 0 5,4 Annuleren 10 Opslaan 6 720 614 593-024.1TD Fig. 27 6.
Bediening Toegangsniveau I/S (voor de installateur) Op het toegangsniveau I/S zijn alle instellingen (K1, K2, alsmede alle overige instellingen) samengevat. Rego604 I/S 070614 12:00:00 Za Verwarming Info Menu Voorzichtig: Wijzingen op het toegangsniveau I/S kunnen ernstige gevolgen voor het toestel hebben. V Laat instellingen op het toegangsniveau I/S mogen alleen door de installateur uitvoeren! 6 6 720 614 593-027.1TD Fig.
6 6.5 Bediening Menuoverzicht Diverse instellingen kunnen alleen weergegeven en gewijzigd worden, wanneer de bijbehorende sensoren GT4 en GT5 zijn aangesloten. Nr. Menu K1 K2 I/S Pag. 1 Instellingen binnentemp 1.1 Temp hoger/lager 33 1.2 Fijninstelling temp. 33 1.3 Stooklijn aanpassen 34 1.4 Stooklijn vertraging 34 1.8 Neutrale zone shunt (koeling) 35 1.10 Kamertemperatuur instellen 35 1.11 Invloed kamersensor instellen 35 1.19 Omschakelen verw./koelen 36 1.
Bediening Nr. Menu 4 Timer volgens klok 4.1 Timer warmtepomp volgens klok 40 4.1.1 Niveau warmtepomp +/- instellen 41 4.2 Timer bijverwarming volgens klok 41 4.3 Timer tapwater volgens klok 41 5 Installatie/service voor installateur 5.2 Vermogen kiezen verwarmelement 42 5.3 Alle functies handmatig bedienen 42 5.4 Functie kiezen alleen bijverwarming 43 5.5 Functie kiezen bijverwarming ja/nee 43 5.6 Snelle herstart warmtepomp 43 5.7 Externe besturing kiezen 44 5.
6 6.6 Bediening Tijd en datum instellen Het instellen van de tijd en datum wordt uitvoerig beschreven. Het doorlopen van de menustructuur en het selecteren van de diverse opties gebeurt bij alle andere instellingen op dezelfde manier. Uitgangspunt vormt het startmenu op het toegangsniveau K1. Rego604 K1 070614 12:00:00 Za Verwarming Info Menu 6 720 614 593-025.1TD Fig. 31 V Druk op de toets Verwarming, tot „Toegang = KLANT2“ verschijnt. Rechtsboven op het display staat K2.
Bediening 6 V Druk op de toets -> en stel met de draaiknop het jaar in. Wanneer u het instellen van de datum en tijd wilt afbreken, op de toets Annuleren drukken. Klok instellen 070614 12:00:00 Za Annuleren -> ^^ 6 720 614 593-030.1TD Fig. 36 V Druk op de toets -> en stel met de draaiknop de maand in. Klok instellen 070614 12:00:00 Za Annuleren <- -> 6 720 614 593-031.1TD Fig. 37 V Druk op de toets -> en stel met de draaiknop de betreffende dag in.
6 Bediening V Druk op de toets -> en stel met de draaiknop de seconden in. Klok instellen 070614 12:00:00 Za Annuleren <- -> 6 720 614 593-036.1TD Fig. 41 V Druk op de toets -> en stel met de draaiknop de dag van de week in. Klok instellen 070614 12:00:00 Za Annuleren <- Opslaan 6 720 614 593-037.1TD Fig. 42 V Druk op de toets Opslaan. Op het display verschijnt kort "Opslaan" en aansluitend: Klok instellen 070614 12:00:00 Terug Za Instellen 6 720 614 593-030.1TD Fig.
Bediening 6 6.7 Menu instellingen Alle gewijzigde instellingen kunt u in tabel 57, pagina 59 noteren. 6.7.1 Verwarming instellen In dit hoofdmenu worden de basisverwarmingsinstellingen voor de cv-installatie uitgevoerd. Toegangsniveau K1, K2, I/S Instelbereik 0 tot 10 in stappen van 0,1 Fabrieksinstelling 2 Tabel 6 GT1 [°C] 90 80 70 60 50 40 30 20 F 10 0 20 15 10 Submenu (1.2): Fijninstelling temp. Fijninstelling van de kamertemperatuur door parallelle verschuiving van de stooklijn.
Bediening Submenu (1.3): Stooklijn aanpassen Aanpassing van de stooklijn aan de individuele karakteristiek van het gebouw. De stooklijn wordt bij vastgelegde buitentemperaturen verschoven. Een hogere waarde komt overeen met een verschuiving van de stooklijn naar boven ( figuur 46), de kamertermperatuur wordt verhoogd.
Bediening Submenu (1.8): Neutrale zone shunt (koeling) Het neutrale bereik van de mengventiellijn is het temperatuurinterval waarin het mengventiel geen stuurcommando's ontvangt. Boven het ingestelde interval sluit het mengventiel, eronder wordt deze geopend.
6 Bediening Submenu (1.19): Omschakelen verw./koelen De gewenste buitentemperatuur waarbij omgeschakeld moet worden tussen verwarming en koelen. Voorwaarde Toegangsniveau K2, I/S Instelbereik 10 K (°C) tot 35 K (°C) in stappen van 0,1 K (°C) Fabrieksinstelling 18 K (°C) Tabel 13 Submenu (1.20): Blokkering tijd koelen/verw. De minimale tijd die tussen 2 omschakelingen moet liggen (anti-pendel).
Bediening 6 Submenu (1.23): Instelpunt koeling (GT8) Instelling gewenste temperatuur koelwater uit naar afgifteysteem. Voorwaarde Toegangsniveau I/S Instelbereik 10 K (°C) tot 25 K (°C) in stappen van 0,1 K (°C) Fabrieksinstelling 18 K (°C) Tabel 17 6.7.2 Instellingen tapwater wijzigen In dit hoofdmenu worden de instellingen voor de tapwater bereiding uitgevoerd. Submenu (2.1): Duur voor extra tapwater (2.1) Tijdspanne voor de bereiding van extra tapwater invoeren.
6 Bediening Submenu (2.2): Duur tussen piek tapwater De legionellafunctie dient voor de thermische desinfectie. Het programma verwarmt het water met de compressor en elektrische bijverwarmer tot een temperatuur van ca. 65 °C. Inactief betekent dat geen thermische desinfectie plaatsvindt. Dagelijks betekent dat elke dag van de week om 01:00 uur een thermische desinfectie plaatsvindt. Zo, Za, ...Ma betekent dat eenmaal per week op de geselecteerde dag om 01:00 uur een thermische desinfectie plaatsvindt.
Bediening 6 Submenu (2.4): Vertraging tapwater instellen Verschil in schakeltemperatuur van tapwater instellen. De waarde boven en onder de instelling van submenu 2.3 wordt gemeten. Voorwaarde Toegangsniveau I/S Instelbereik 2 °C tot 15 °C in stappen van 0,1 K (°C) Fabrieksinstelling 5 °C Tabel 22 Submenu (2.9): Starttijd voor tapwaterpiek Starttijd voor tapwaterpiek verwarming. Advies instelling gedurende de nacht, om gebruik te maken van laag E-tarief.
6 Bediening 6.7.4 Timer volgens klok In dit hoofdmenu worden de tijdsintervallen ingesteld: – voor het verlagen of verhogen van de kamertemperatuur – voor blokkeertijden van de tapwaterbereiding. Bij moderne goed geïsoleerde woningen wordt geadviseerd geen verlaging toe te passen. Dit is niet kostenefficiënt. De energiebesparing wordt weer verbruikt aan de toestelopwarming. Per saldo levert dit geen besparing op. Het is wel kostenefficiënt om nachttarief toe te passen.
Bediening Submenu: Niveau warmtepomp +/– instellen (4.1.1) Verlaging resp. verhoging van de kamertemperatuur voor de tijdbesturing 4.1 instellen. Toegangsniveau K2, I/S Instelbereik –20 K (°C) tot +20 K (°C) in stappen van 0,1 K (°C) Fabrieksinstelling 0 K (°C) 6 Warmtepomp +/-------- --------20° 0,0° 20° Terug Instellen 6 720 614 593-041.1TD Fig. 52 Tabel 26 De nachttemperatuur mag niet te laag worden gekozen, omdat anders de bijverwarmer aan het einde van de temperatuurdaling wordt geactiveerd.
6 6.7.5 Bediening Installatie/service voor de installateur Submenu (5.2): Vermogen kiezen verwarmelement Voorzichtig: V Het component moet voor de geselecteerde aansluitwaarde elektrisch afgezekerd zijn. Toegangsniveau I/S Instellingen 1/3, 2/3 of 3/3 Fabrieksinstelling 2/3 Tabel 29 Wanneer de aansluitwaarde 3/3 wordt geselecteerd, geeft het display een veiligheidsvraag ten aanzien van de elektrische zekering van het component weer. V Druk op Ja in om de vraag te bevestigen. Submenu (5.
Bediening 6 Submenu (5.4): Functie kiezen alleen bijverwarming Met deze instelling kan het toestel als cv-toestel en voor tapwaterbereiding in bedrijf worden genomen, als het broncircuit nog niet is aangesloten. Bij gebruik met alleen maar de bijverwarming worden de compressor uitgeschakeld. Cv- en tapwaterbereiding draaien uitsluitend op de bijverwarming.
6 Bediening Submenu (5.7): Externe besturing kiezen Met een externe schakelaar op de klemmen EXT van de aansluitprint kunnen verschillende instellingen van het toestel worden uitgeschakeld. Door de externe ingang te sluiten wordt het geselecteerde menu-item gactiveerd, d.w.z. dat de gewenste instelling wordt overgenomen. Bijvoorbeeld bij menu-item 1 stoppen WP, ZH en WW.
Bediening 6.7.6 6 Aflezing timerstatus Submenu (6.1): Lezen timer tapwaterpiek Als piekbelasting tapwatervoorziening is gekozen, kunt u daarvan de status zien. Toegangsniveau I/S Tabel 37 Submenu (6.2): Lezen timer bijverwarming De resterende tijd tot aan de volgende start van de elektrische bijverwarming wordt weergegeven. Het tijdsinterval overeenkomstig timer bijverwarming instellen (8.1) op pagina 47 instellen. Wanneer timer niet terugtelt is er geen behoefte aan bijverwarming.
6 6.7.7 Bediening Aflezen bedrijfsuren wp + bijverw Submenu (7.1) Aantal uren warmtepomp in bedrijf? Geeft de opgetelde bedrijfstijd van de compressor aan. Toegangsniveau K2, I/S Tabel 41 Submenu (7.2): Verdeling warmtepomp over tapwater en cv in % Geeft het aandeel van de compressorlooptijd voor het verwarmings- en tapwaterbedrijf aan. Toegangsniveau K2, I/S Tabel 42 Submenu (7.3): Aantal uren bijverwarming in bedrijf? Geeft de opgetelde bedrijfstijd van de bijverwarming aan.
Bediening 6.7.8 6 Instelling bijverwarming en shunt Submenu: (8.1) Instellen timer bijverwarming Wanneer de middels het koudemiddelcircuit opgewekte verwarming onvoldoende is, wordt, nadat de ingestelde tijd van de timer bijverwarming is verstreken, de elektrische bijverwarming bijgeschakeld. Toegangsniveau I/S Instelbereik 1 minuut tot 300 minuten in stappen van 1 minuut Fabrieksinstelling 120 minuten Tabel 45 Inschakelvertraging (menu 8.
6 Bediening Submenu: Elektr. vermogen in bedrijf tonen (8.5) Het stroomverbruik in % wordt weergegeven. Deze berekende waarde geeft het stroomverbruik van de bijverwarming tijdens de werking bij benadering aan (zie ook submenu 5.2 " Vermogen kiezen verwarm. element"). Toegangsniveau I/S Tabel 47 Submenu: Openen/sluiten shunt tonen (8.6) Het openen/sluiten van mengklep koeling wordt getoond. Toegangsniveau I/S Tabel 48 6.7.
Inbedrijfstelling 7 Inbedrijfstelling 7.1 Functietest 7 Koudemiddelcircuit Ingrepen in het koudemiddelcircuit mogen alleen door erkende installateurs (STEK gecertificeerd) worden uitgevoerd. Wanneer het toestel aanloopt en een snelle temperatuurverandering plaatsvindt, kan in het kijkglas ( figuur 53, pos. 1) een tijdelijke bellenvorming worden geconstateerd.
7 Inbedrijfstelling Voor het bijvullen de slang met water vullen. Daarmee wordt voorkomen, dat lucht in het verwarmingswater binnendringt. alarmmelding voor onjuiste fasevolgorde weergegeven, schakel dan de voeding naar de warmtepomp uit en verwissel de twee fasen. V Als de druk niet constant blijft: verwarmingsinstallatie en indien nodig expansievat op lekkage controleren. V Als de druk niet constant blijft: cv-installatie en indien nodig expansievat op lekkage controleren.
Inbedrijfstelling 7 Inbedrijfname protocol invullen V Vul de checklist (10) van het inbedrijfnameprotocol geheel in. Parameterinstellingen instellen/vastleggen V Stel na deze controles de regeling in op de installatie parameters en leg deze vast op het blad met de eigen instellingen (11.3). V De bij iedere installatie in te stellen parameters zijn met een „*“ voorzien. Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden! Installatie-instructie • Nefit Auris E OS • uitgave 10/2009 Nefit B.V.
8 8 Onderhoud Onderhoud Gevaar: door elektrische stroom! V Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken (zekering, hoofdschakelaar). Geadviseerd wordt om het toestel door een erkende installateur, in de vorm van een functietest, jaarlijks te laten inspecteren. V Er mogen alleen originele onderdelen gemonteerd worden! V Reserve-onderdelen uit de lijst met reserve-onderdelen bestellen. V Vervang verwijderde afdichtingen en O-ringen door nieuwe onderdelen.
Storingen 9 9 Storingen Uitvoerige gegevens m.b.t. de storingsdiagnose/verhelpen van storingen staan vermeld in de service-instructie. Wanneer tijdens de werking een storing optreedt knippert de storings-LED ( figuur 23, pos. 1) en op het display verschijnt de melding Alarm. V De toets Bevestigen indrukken. Wanneer de storings-LED blijft branden: V De storing verhelpen of de leverancier bellen en de storing alsmede het toestelgegevens doorgeven.
9 Storingen Display/beschrijving Oorzaak Remedie ALARM Hoge-drukschakelaar Lucht in de cv-installatie. De cv-installatie controleren en eventueel ontluchten. Een te geringe doorstroming via de warmtepomp. Controleren of de pomp stil staat of dat een afsluiter is gesloten. Filter aan de warme kant verstopt. Het filter controleren en eventueel reinigen. Het koudemiddelcircuit is te ver gevuld. Contact opnemen met de leverancier. Het droogfilter is verstopt.
Storingen 9 Display/beschrijving Oorzaak Remedie ALARM Hoog retour WP De verwarmingsinstelling (Temp hoger/lager) is te hoog ingesteld. De verwarmingsinstelling (Temp hoger/lager) lager instellen. De tapwatertemperatuur is te hoog ingesteld. De tapwatertemperatuur lager instellen. De kranen van de radiatoren of vloerverwarming zijn gesloten. De kranen openen. Een te geringe doorstroming naar de warmtepomp. Controleren of de circulatiepomp stil staat of dat een klep is gesloten.
10 10 Inbedrijfnameprotocol Inbedrijfnameprotocol Voor het invullen van het inbedrijfnameprotocol dienen de volgende zaken gereed te zijn: – de warmtepomp dient elektrisch volledig te zijn aangesloten. – alle voelers dienen volledig te zijn aangesloten. – de warmtepomp dient waterzijdig volledig te zijn aangesloten en ingeregeld. – de broninstallatie en cv-installatie dienen zeer goed ontlucht te worden.
Appendix 11 11 Appendix 11.
11 Appendix Eenheid C4 C5 C7 dB(A) 28 30 30 Elektrische spanning V 400 V, N (3 x 230) 400 V, N (3 x 230) 400 V, N (3 x 230) Frequentie Hz 50 50 50 Zekering, traag; bij (elektrische) bijverwarming 3 0f 6 kW/9 kW A 16/20 16/20 16/20 Beveiligingsklasse IP IP21 IP21 IP21 Toegestane omgevingstemperaturen °C 0 ... 45 0 ... 45 0 ... 45 Afmetingen (breedte x diepte x hoogte) mm 600 x 600 x 1.770 600 x 600 x 1.770 600 x 600 x 1.
Appendix 11 11.3 Eigen instellingen submenu fabrieksinstelling 1.1 * Verwarming +/- 1.2 * Verwarming fijninst 2 K (°C) 1.3 Stooklijn aanpassen De stooklijn als rechte lijn 1.4 Schakelverschil van de stooklijn 2 K (°C) 1.8 Mengventiel koeling neutrale zone 1 K (°C) 1.10 * Kamertemperatuur instellen 20,9 °C 1.11 Kamersensorinvloed instellen 2 1.19 Zomeruitschakeling instellen 18 °C 2.2 Interval voor tapwaterpiek 1 dag 2.3 Tapwatertemperatuur instellen 53 °C 4.
6 720 614 593 (10/2009) 7532B Nefit B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer DealerLine: 0570 - 67 85 66 Consumenten Infolijn: 0570 - 67 85 00 Fax: 0570 - 67 85 86 Internet: www.nefit.