Installation Guide
Table Of Contents
- Plafondventilatie
- nl
- Inhoudsopgave
- 1 Veiligheid
- 2 Materiële schade vermijden
- 3 Milieubescherming en besparing
- 4 Functies
- 5 Uw apparaat leren kennen
- 6 Accessoires
- 7 Voor het eerste gebruik
- 8 De Bediening in essentie
- 8.1 Apparaat inschakelen
- 8.2 Machine uitschakelen
- 8.3 Ventilatorstand instellen
- 8.4 Intensiefstand inschakelen
- 8.5 Intensiefstand uitschakelen
- 8.6 Ventilatornaloop inschakelen
- 8.7 Ventilatornaloop uitschakelen
- 8.8 Automatische modus inschakelen
- 8.9 Automatische stand uitschakelen
- 8.10 Intervalventilatie
- 8.11 Sensorbesturing
- 8.12 Sensorbesturing instellen
- 8.13 Verzadigingsindicatie instellen
- 8.14 Verzadigingsindicatie terugzetten
- 8.15 Verlichting inschakelen
- 8.16 Helderheid instellen
- 8.17 Toetssignaal inschakelen
- 8.18 Toetssignaal uitschakelen
- 9 Home Connect
- 10 Afzuigregeling van het kookveld
- 11 Reiniging en onderhoud
- 12 Storingen verhelpen
- 13 Servicedienst
- 14 Accessoires
- 15 Afvoeren
- 16 Conformiteitsverklaring
- 17 Montagehandleiding
nl Milieubescherming en besparing
6
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
▶ Niet aan designelementen trekken.
▶ Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
▶ De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
▶ De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
▶ De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze
geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
¡
Het uitschakelen van de extra functies reduceert
het stroomverbruik.
4 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen
gebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge-
steld. →Pagina10
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.