Installation Guide
Table Of Contents
- Plafondventilatie
- nl
- Inhoudsopgave
- 1 Veiligheid
- 2 Materiële schade vermijden
- 3 Milieubescherming en besparing
- 4 Functies
- 5 Uw apparaat leren kennen
- 6 Accessoires
- 7 Voor het eerste gebruik
- 8 De Bediening in essentie
- 8.1 Apparaat inschakelen
- 8.2 Machine uitschakelen
- 8.3 Ventilatorstand instellen
- 8.4 Intensiefstand inschakelen
- 8.5 Intensiefstand uitschakelen
- 8.6 Ventilatornaloop inschakelen
- 8.7 Ventilatornaloop uitschakelen
- 8.8 Automatische modus inschakelen
- 8.9 Automatische stand uitschakelen
- 8.10 Intervalventilatie
- 8.11 Sensorbesturing
- 8.12 Sensorbesturing instellen
- 8.13 Verzadigingsindicatie instellen
- 8.14 Verzadigingsindicatie terugzetten
- 8.15 Verlichting inschakelen
- 8.16 Helderheid instellen
- 8.17 Toetssignaal inschakelen
- 8.18 Toetssignaal uitschakelen
- 9 Home Connect
- 10 Afzuigregeling van het kookveld
- 11 Reiniging en onderhoud
- 12 Storingen verhelpen
- 13 Servicedienst
- 14 Accessoires
- 15 Afvoeren
- 16 Conformiteitsverklaring
- 17 Montagehandleiding
HomeConnect nl
11
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
9 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Wordt het apparaat niet verbonden met het thuisnet-
werk, dan functioneert het apparaat als een apparaat
zonder netwerkaansluiting dat nog steeds via de af-
standsbediening kan worden bediend.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
¡ Wanneer u om een verbinding te maken met uw
thuisnetwerk het MAC-adres van uw apparaat nodig
heeft, dan vindt u dit naast het typeplaatje.
→Pagina16
9.1 Apparaat automatisch met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) verbinden
Als uw router een WPS-functie heeft, kunt u het appa-
raat automatisch met uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) ver-
binden.
Opmerking:Tijdens het verbinden kan het apparaat
niet worden ingeschakeld. Om de bewerking af te bre-
ken, op drukken.
Vereisten
¡ Wifi aan de router is geactiveerd.
¡ Het apparaat heeft op de opstellocatie ontvangst van
het WLAN-thuisnetwerk (wifi).
¡ De HomeConnect app is op het mobiele eindappa-
raat geïnstalleerd.
¡ Het apparaat en het licht zijn uitgeschakeld.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 7 knippert.
2.
indrukken.
a In de led-indicatie knipperen led1 en led7.
3.
Binnen 2 minuten op de WPS-knop van de router
drukken.
a Als de verbinding tot stand werd gebracht, verbindt
het apparaat zich automatisch met de HomeCon-
nect app. In de led-indicatie knipperen de led 3 en
de led7.
4.
Als er geen verbinding tot stand kan worden ge-
bracht, wisselt het apparaat automatisch naar de
handmatige verbinding aan het thuisnetwerk, in de
led-indicatie knipperen de led 2 en de led 7. Het ap-
paraat handmatig aan het thuisnetwerk aanmelden
of op drukken om de automatische aanmelding
opnieuw te starten.
5.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat voor
de automatische netwerkaanmelding opvolgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.
9.2 Apparaat handmatig met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) verbinden
Opmerking:Tijdens het verbinden kan het apparaat
niet worden ingeschakeld. Om de bewerking af te bre-
ken, op drukken.
Vereiste:Het apparaat en het licht zijn uitgeschakeld.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 7 knippert.
2.
Twee keer op drukken om de handmatige aan-
melding in het thuisnetwerk te starten.
a In de led-indicatie knipperen led2 en led7.
3.
De aanwijzingen in de app opvolgen.
a Als de verbinding tot stand werd gebracht, verbindt
het apparaat zich automatisch met de HomeCon-
nect app. In de led-indicatie branden de led 3 en de
led7.
4.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat voor
de handmatige netwerkaanmelding opvolgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.
9.3 Apparaat verbinden met de Home
Connect app
Vereisten
¡ De HomeConnect app is op het mobiele eindappa-
raat geïnstalleerd.
¡ De HomeConnectapp is geopend.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 3 en de led 7 knipperen.
2.
Op het mobiele eindapparaat de aanwijzingen van
de HomeConnectapp volgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.