Installation Guide
Table Of Contents
- Plafondventilatie
- nl
- Inhoudsopgave
- 1 Veiligheid
- 2 Materiële schade vermijden
- 3 Milieubescherming en besparing
- 4 Functies
- 5 Uw apparaat leren kennen
- 6 Voor het eerste gebruik
- 7 De Bediening in essentie
- 7.1 Apparaat inschakelen
- 7.2 Machine uitschakelen
- 7.3 Ventilatorstand instellen
- 7.4 Intensiefstand inschakelen
- 7.5 Intensiefstand uitschakelen
- 7.6 Ventilatornaloop inschakelen
- 7.7 Ventilatornaloop uitschakelen
- 7.8 Automatische modus inschakelen
- 7.9 Automatische stand uitschakelen
- 7.10 Intervalventilatie
- 7.11 Sensorbesturing
- 7.12 Sensorbesturing instellen
- 7.13 Verzadigingsindicatie instellen
- 7.14 Verzadigingsindicatie terugzetten
- 7.15 Verlichting inschakelen
- 7.16 Helderheid instellen
- 7.17 Toetssignaal inschakelen
- 7.18 Toetssignaal uitschakelen
- 8 Home Connect
- 9 Afzuigregeling van het kookveld
- 10 Reiniging en onderhoud
- 10.1 Reinigingsmiddelen
- 10.2 Apparaat schoonmaken
- 10.3 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- 10.4 Bedieningselementen reinigen
- 10.5 Vetfilter verwijderen
- 10.6 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen
- 10.7 Vetfilter met de hand reinigen
- 10.8 Vetfilters inbouwen
- 10.9 Batterijen van de afstandsbediening vervangen
- 11 Storingen verhelpen
- 12 Servicedienst
- 13 Accessoires
- 14 Afvoeren
- 15 Conformiteitsverklaring
- 16 Montagehandleiding
- 16.1 Inhoud van de verpakking
- 16.2 Veiligheidsafstanden
- 16.3 Afmetingen van het apparaat
- 16.4 Veilige montage
- 16.5 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
- 16.6 Aanwijzingen m.b.t. de luchtafvoerleiding
- 16.7 Algemene aanwijzingen
- 16.8 Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting
- 16.9 Installatie
nl Milieubescherming en besparing
6
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
▶ Niet aan designelementen trekken.
▶ Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
▶ De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
▶ De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
▶ De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze
geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
¡
Het uitschakelen van de extra functies reduceert
het stroomverbruik.
4 Functies
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Om geurtjes te voorkomen bij het ge-
bruik van circulatielucht, dient u een
geurfilter te monteren. De verschillende
manieren om het apparaat met circula-
tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-
talogus of kunt u navragen bij uw speci-
aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-
horen is verkrijgbaar bij de speciaal-
zaak, de klantenservice of in de online-
shop.