Installation Guide

Table Of Contents
nl Apparaat bedienen
12
Bedieningspaneel variant 4
Ventilator instellen
Inschakelen
Tip op het symbool #.
De ventilator start in de stand ƒ.
Tip op + of - om de intensiteit van de ventilator te
wijzigen.
Uitschakelen
Tip op het symbool #.
NoiseReduction-functie
De NoiseReduction-functie vermindert het
ventilatorgeluid.
Inschakelen
Aanwijzing: De functie is in alle ventilatiestanden,
behalve in de stand mogelijk. De functie blijft ook na
het uitschakelen van de ventilator geactiveerd.
Tip op het symbool Q.
Uitschakelen
Tip op het symbool Q.
AirFresh-functie
Inschakelen
Tip op het symbool 3.
Op het display wordt 3 weergegeven.De ventilator
loopt ca. 5 minuten per uur in ventilatiestand 1.
Uitschakelen
Tip op het symbool 3.
De AirFresh-functie is beëindigd.
Naloop ventilator
Inschakelen
Tip op het symbool A terwijl de ventilator in
ventilatiestand 1 loopt.
De ventilator loopt in ventilatiestand 1.
Na ca. 10 minuten schakelt de ventilator automatisch
uit.
Uitschakelen
Tip op het symbool @ om een andere ventilatiestand te
kiezen.
De ventilatornaloop wordt direct beëindigd.
Intensief-stand
Bij sterke geur- en dampvorming kunt u de intensief-
stand gebruiken.
Inschakelen
Tip op het symbool ˜. Op het display is ˜ƒ verlicht. Tip
opnieuw op het symbool ˜ om weer naar de
intensiefstand ˜‚ te gaan.
Aanwijzing: Na ca. zes minuten schakelt de afzuigkap
zelfstandig terug naar ventilatiestand 3.
Uitschakelen
Wilt u de intensiefstand voor afloop van de vooraf
ingestelde tijd beëindigen, tip dan op het symbool ˜.
Symbool Toelichting
#
Ventilator Aan/Uit
Q
NoiseReduction-functie
3
AirFresh-functie
A
Ventilatiestand verlagen/Naloop ventilator
@
Ventilatiestand verhogen/Intensiefstand 1,2
˜
Directe opvraag intensiefstand 2
k
AmbientLight
6
Licht Aan/Uit/Dimmen
Indicatie Toelichting
Q
NoiseReduction-functie
1-3 Ventilatiestanden
9
Naloop ventilator
3
AirFresh-functie