Operation Manual
5. INSTALLEREN VAN DE ROOKMELDER
Nu u de hoofdstukken 1 tot 4 doorgenomen heeft, kunt u uw
rookmelder DO 4003 installeren.
Haal het montageplaatje van de rookmelder door het tegen
de richting van de klok te draaien.
Houd het montageplaatje tegen
de gewenste installatieplaats en
teken met een potlood de 2
schroefgaten af.
Gebruik de 2 bijgeleverde
bevestigingsschroeven en
pluggen. Zet het
montageplaatje stevig vast.
Installeer de batterij (zie
hoofdstuk 6).
Zet de rookmelder vast op
het montageplaatje door
deze in de richting van de
klok te draaien tot deze
vergrendelt.
Bij levering van de DO 4003 is
de batterij niet geïnstalleerd.
De DO 4003 is voorzien van een
beveiliging waardoor deze niet
vergrendeld kan worden zonder
de batterij.
7. TESTEN VAN DE WERKING VAN DE DO
4003
De procedure voor de inbedrijfstelling wordt beschreven in de
gebruiksaanwijzing van de bijbehorende centrale.
Bij een normale werking knippert het rode lampje van de DO 4003
om de minuut. U moet één keer per maand en na het vervangen
van de batterij testen of de rookmelder goed functioneert. Houd
hiervoor gedurende 10 seconden de 'Test'-knop op de behuizing
ingedrukt (zie hoofdstuk 5):
Het lampje van de DO 4003 knippert.
Vervolgens laat de melder een scherp alarmgeluid horen en
wordt het brandalarm van de centrale ingeschakeld.
Zodra u de knop loslaat, stopt het alarm.
Vergeet niet uw medebewoners kennis te laten maken met het
geluid van de DO 4003 en leer ze dat ze het huis moeten verlaten
als ze het horen.
Blijf op een redelijke afstand van de rookmelder (met
gestrekte arm) om uw gehoor te beschermen tegen het
zeer harde geluid.
Geluidssterkte > tot 85 dBA op 3 m (94 dBA op 1 m)
Probeer het alarm niet op een andere manier te laten
afgaan (met een aansteker enz.). Hierdoor kan de rookmelder
beschadigd raken of erger, kan er brand ontstaan.
9. BEPERKINGEN VAN ROOKMELDERS
De rookmelder is een betaalbaar apparaat dat vroegtijdig kan
waarschuwen in geval van brand. Woningbranden kunnen echter
op verschillende manieren beginnen en zijn vaak niet te voorzien.
In bepaalde gevallen kan de rookmelder niet waarschuwen voor
brand:
Als de batterij bijna leeg of van het verkeerde type is (zie
hoofdstuk 6).
Als de elektronica faalt; u dient dit te testen zoals beschreven
in hoofdstuk 7.
Als nooit onderhoud gepleegd wordt (zie hoofdstuk 8).
Als hij op een ongeschikte plaats geïnstalleerd is (zie
hoofdstuk 4).
Als de rook de melder niet bereikt. De rookmelder kan rook
van een brand op een andere verdieping of aan de ander
kant van een deur niet detecteren.
Als de melder zich buiten het bereik van de centrale bevindt
(zie hoofdstuk 7).
Voor een optimale bescherming adviseren wij 1 rookmelder
in elke ruimte te installeren.
De DO 4003 helpt levens te redden, maar is geen
vervanging voor een goede personen-, woning- of
inboedelverzekering.
De levens- en gebruiksduur van de rookmelder is 10 jaar
indien geïnstalleerd in een gezonde omgeving.
'Test'-knop



