Operation Manual
Gebruiksaanwijzing Nederlands
53
Garantie
De door onze verkoopmaat-
schappij of importeur in het
desbetreffende land uitgegeven
garantievoorwaarden zijn van
toepassing.
Storingen aan uw machine
verhelpen wij in het kader van
de garantie kosteloos als een
materiaal- of fabricagefout hiervan
de oorzaak is. Neem bij een defect
binnen de garantietermijn contact
op met uw leverancier of de
dichtstbijzijnde vestiging.
Informatie over de motor
De fabrikant van de motor is
aansprakelijk voor alle motor-
problemen met het oog op
vermogen, vermogensmeting,
technische gegevens, garantie en
service. Informatie vindt u in het
apart meegeleverde bedienings-
handboek van de fabrikant de
motor.
Hulp bij storingen
Gevaar
Verwondingsgevaar door
onbedoeld starten van de motor.
Bescherm uzelf tegen verwon-
dingen. Altijd voor werkzaamheden
aan deze machine:
– Zet de motor uit.
– Trek de sleutel uit het contact.
– Vergrendel de vastzetrem.
– Wacht tot alle bewegende delen
volledig tot stilstand gekomen
zijn. De motor moet afgekoeld
zijn.
– Trek de bougiestekker los van de
motor zodat onbedoeld starten
van de motor niet mogelijk is.
Storingen van de werking van uw
machine hebben vaak een een-
voudige oorzaak, die zelf kunt
opsporen en verhelpen. Bij vragen
of problemen helpt uw leverancier
u graag verder.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Starter draait niet. Veiligheidsblokkeersysteem is
geactiveerd.
Voor het starten op de bestuurdersstoel
plaatsnemen, rempedaal helemaal
indrukken of vastzetrem vergrendelen.
Schakel de PTO uit.
Accu niet correct aangesloten. Rode kabel aansluiten op pluspool (+) van
de accu en zwarte kabel aansluiten op de
minpool (–) van de accu.
Lege of zwakke accu. Accu controleren, opladen of vervangen.
Laad de accu vervolgens op. Zekering doorgeslagen. Wanneer de
zekering opnieuw doorslaat, moet de
oorzaak worden opgespoord (meestal
kortsluiting).
Losse massakabel tussen motor
en frame.
Massakabel aansluiten.
Starter draait, maar motor
start niet.
Verkeerde stand van choke en
gashendel.
Choke bedienen. Zet de gashendel op .
Carburateur krijgt geen brandstof,
brandstoftank leeg.
Vul met brandstof.
Defecte of vuile bougie. Controleer de bougie. Zie het handboek
voor de motor.
Geen ontstekingsvonk. Laat de ontsteking door een gespecialiseerd
bedrijf controleren.










