Operation Manual

Basisvaardigheden 2-16
Het apparaat vergrendelen
Wanneer u uw A701 vergrendelt, verhindert u de toegang tot persoonlijke
gegevens. U kunt deze gegevens nog beter beveiligen door een wachtwoord te
vragen wanneer de A701 wordt ingeschakeld.
1. Tik op
Instellingen Persoonlijk
Wachtwoord.
2. Tik om
Vragen indien apparaat niet gebruikt
wordt gedurende
te selecteren en selecteer in
het vak aan de rechterzijde een gewenste
duur.
3. Selecteer het wachtwoordtype:
Eenvoudig 4
cijfers
of Sterk alfanumeriek.
4. Voer in het vak
Wachtwoord het wachtwoord
in dat u wilt gebruiken om toegang te krijgen
tot de A701 wanneer het apparaat
vergrendeld is. Bevestig het wachtwoord,
indien nodig.
5. Voer op het tabblad
Geheugensteun een zin in die u kan helpen uw
wachtwoord te onthouden, maar laat niemand uw wachtwoord raden.
De geheugensteun wordt weergegeven nadat u vier maal een onjuist
wachtwoord hebt ingevoerd.
6. Tik op
ok om de instelling op te slaan.
Wanneer u het apparaat de volgende keer inschakelt, wordt u gevraagd uw
wachtwoord in te voeren. U moet dit wachtwoord ook invoeren op de
computer om een ActiveSync-verbinding te maken.
OPMERKING: Als u uw wachtwoord bent vergeten, moet u het geheugen wissen voordat
u toegang kunt krijgen tot A701. Zie sectie 8.2.