Operation Manual
Bij gebruik
van de flitser
zijn de opna-
men te don-
ker.
Onderwerp buiten het flitsbereik (blz. 62).
Ga dichter bij het onderwerp
of stel de cameragevoeligheid
hoger in (blz. 62).
Probleem Symptoom Oorzaak Oplossing
Sluitertijd/diafragma-com-
binatie geeft extreme
onder- of overbelichting
van het live-beeld.
Verander de sluitertijd- en/of
diafragma-instelling totdat er
een beeld op de monitor ver-
schijnt (blz. 57).
Opname-infor-
matie ver-
schijnt, maar
het live-beeld
is geheel wit
of zwart.
Camera is
ingesteld op
handinstelling
van de belich-
ting (M).
105
"Err" ver-
schijnt op het
datascherm.
Zet de camera uit en verwijder en herplaats de batterijen, of ontkoppel de
netstroomadapter en sluit hem weer aan. Is de camera heet, laat hem dan
afkoelen voordat u de batterijen en de CompactFlash kaart verwijdert.
Werkt de camera niet naar behoren, schakel hem dan uit, verwijder en herplaats de batterijen of ver-
breek en herstel de netstroomverbinding. Schakel de camera altijd uit met het instelwiel (hoofdscha-
kelaar), anders kan de CompactFlash kaart beschadigd raken en worden de camera-instellingen op
de standaard instellingen teruggezet. Bij langdurig gebruik stijgt de temperatuur van de camera. Houd
daar rekening mee wanneer u de camera, de batterijen of de CompactFlash kaart vastpakt.
Gebruikt u Ni-MH batterijen, maak dan beide batterijcontacten schoon met een droge doek om vuil of
aanslag weg te vegen. Vanwege z’n geavanceerde computersysteem houdt de camera het batterij-
niveau scherp in de gaten. Zijn de batterijcontacten vuil, dan is het mogelijk dat de camera een onte-
rechte batterijwaarschuwing geeft. Zijn de batterijprestaties ongebruikelijk slecht, poets dan de batte-
rijcontacten schoon met een schone, droge doek.
De prestaties van Ni-MH batterijen nemen af wanneer ze regelmatig worden opgeladen als ze nog niet
volledig ontladen zijn. Maak Ni-MH batterijen bij voorkeur helemaal leeg voordat u ze oplaadt.
OVER NI-MH BATTERIJEN










