Operation Manual
84
FLITSEN
FLITSBELICHTINGSCORRECTIE
Met deze functie kunt u de intensiteit van het licht van een dedicated flitser over + 3
tot – 3 lichtwaarden (stops) aanpassen, in stappen van 0,5 lichtwaarde.
• Controleer de ingestelde correctiewaarde door gelijktijdig op de toetsen voor
belichtingscorrectie en handmatige invulflits te drukken.
• Hef de correctie-instelling op door de waarde op 0 te zetten of door de Program-
reset toets in te drukken.
• Gebruik de normale belichtingscorrectie (zie blz. 47) wanneer u zowel het
bestaande licht als het flitslicht wilt corrigeren. Stelt u hierbij ook nog een
flitsbelichtingscorrectie in, dan zijn beide correctiefactoren van toepassing op het
flitslicht. De som van beide waarden kan echter nooit groter zijn dan drie
lichtwaarden.
Druk gelijktijdig op de toets voor
belichtingscorrectie en de toets
voor handmatig invulflitsen.
1
Draai aan het instelwiel totdat de
gewenste correctiefactor op het
data-scherm en in de zoeker ver-
schijnt, laat daarna de toetsen
los.
2
• blijft zichtbaar op het data-
scherm.
• blijft zichtbaar in de zoeker.
• De flitsbelichtingscorrectie heeft geen
invloed op niet dedicated flitsers en
flitsers die op het flitskabelcontact zijn
aangesloten.
3










