Operation Manual
57
BELICHTING
Druk op de toets voor handmatig
invulflitsen en draai daarbij aan
het instelwiel om het diafragma
in te stellen.
• Het diafragmabereik is afhankelijk van
het gebruikte objectief; u kunt
diafragmawaarden instellen van f/6,7
tot f/22.
4
Lichtmeting bij handinstelling
Bij handinstelling zal de meetindex aangeven hoe uw instelling zich verhoudt tot de
lichtmeting door de camera. De aanduiding + geeft aan dat uw instelling tot overbe-
lichting zal leiden, een - duidt op onderbelichting. Verschijnt geen van beide indicaties,
dan stemt uw instelling overeen met de meting van de camera. Druk de ontspanknop
half in om de lichtmeter te activeren.
Juiste belichting
Overbelichting
Onderbelichting
• Bij opnamen in de M-stand kan de beeldkwaliteit teruglopen wanneer sluitertijden
langer dan 2 seconden worden gebruikt.
• Om opnamen in de M-stand te beëindigen herhaalt u de instelprocedure om P in te
stellen of u drukt u op de Program-reset toets.
• Zie blz 81 voor het gebruik van flitslicht in de M-stand.










