Operation Manual
55
BELICHTING
• Bij opnamen in de S-stand kan de beeldkwaliteit afnemen wanneer sluitertijden
langer dan 1/2 seconde worden gebruikt.
• Om opnamen in de S-stand te beëindigen herhaalt u de instelprocedure om P in te
stellen of u drukt op de Program-reset toets.
• Zie blz 81 voor het gebruik van flits in de S-stand.
Draai aan het instelwiel om de
sluitertijd in te stellen.
• Het sluitertijdenbereik loopt van
1/2000~2 seconden.
• Wanneer de diafragma-indicatie
knippert ligt de benodigde instelling
buiten het bereik van het objectief.
draai aan het instelwiel totdat het
knipperen ophoudt.
3
• Wanneer de diafragmawaarde
knippert ligt de vereiste instelling
buiten het sluitertijdenbereik van de
camera: het beeld zal worden onder-
of overbelicht Verander de sluitertijd
totdat het knipperen ophoudt.
• Getallen als 90 en 500 op het data-
scherm duiden op delen van een
seconden, dus 1/90 of 1/500seconde.
Getallen als or betekenen 0,7
respectievelijk 2 seconden.










