Operation Manual

53
BELICHTING
Bij opnamen in de A-stand kan de beeldkwaliteit bij sluitertijden langer dan 1/2
seconde verminderen.
Om opnemen in de A-stand te beëindigen herhaalt u de instelprocedure om P in te
stellen of u drukt op de Program-reset toets.
Veranderingen in de diafragma-instelling zijn in het zoekerbeeld niet te zien, maar
wel in de gemaakte opnamen.
Zie blz 81 voor het gebruik van flits in de A-stand.
Draai aan het instelwiel om het
diafragma in te stellen.
In de zoeker zal doorgaans alleen het
onderwerp scherp zijn, voor- en
achtergrond niet. De opname zal een
scherptediepte vertonen die
overeenstemt met het gekozen
diafragma.
Het diafragmabereik is afhankelijk van
het gebruikte objectief; u kunt
diafragmawaarden instellen van f/6,7
tot f/22.
3
Wanneer 2000 of 2˝ (2 seconden)
knippert ligt de benodigde sluitertijd-
instelling buiten het instelbereik van
de camera en zal het beeld worden
over- of onderbelicht. Pas het
diafragma aan totdat het knipperen
ophoudt.