Operation Manual

49
BELICHTING
SPOTMETING
Standaard bepaalt deze camera de juiste belichting met een lichtmeetsysteem dat 14
segments honingraat-meetpatroon gebruikt, dat het totale beeld analyseert.
Het is ook mogelijk de belichting op een klein deel van het beeld af te stemmen.
Schakelt u de spotmeting in, dan wordt alleen het middelste meetsegment gebruikt.
Het deel van het beeld dat voor de meting wordt gebruikt wordt gemarkeerd door de
spotmeetcirkel in het midden van de zoeker.
Richt de spotmeetcirkel op de
beeldpartij waarvan u de belich-
ting wilt meten.
1
Druk op de SPOT-toets en houd
hem ingedrukt. zal in de zoe-
ker verschijnen.
De gemeten belichting blijft
vergrendeld zolang de spot-toets
ingedrukt wordt gehouden.
2
Bepaal de beeldcompositie, druk
de ontspanknop geheel in om de
opname te maken.
Door de ontspanknop eerst half
ingedrukt te houden kunt u de scherp-
stelvergrendeling toepassen. U kunt
de scherpstelling vergrendelen op
dezelfde partij waarop het licht werd
gemeten, maar ook op een andere
partij.
3