Operation Manual

41
BASISHANDELINGEN
Druk in de stand REC or op
de QUALITY-toets en houd hem
ingedrukt.
De geldende kwaliteitsinstelling
knippert.
1
Draai aan het instelwiel totdat de
gewenste kwaliteitsstand knip-
pert.
Wanneer superfijn is gekozen zullen
zowel SUPER en FINE knipperen.
2
Laat de QUALITY-toets los.
De gekozen instelling wordt op het
LCD-scherm getoond
3
Op een Compact Flash kaart kunt u de kwaliteitsinstellingen door elkaar gebruiken.
Wanneer de beelden op de Compact Flash kaart worden opgeslagen kan de
kwaliteitsinstelling niet meer worden veranderd.
De gekozen kwaliteitsinstelling blijft gehandhaafd als de camera is uitgeschakeld
(hoofdschakelaar op OFF).
Verandering van kwaliteitsinstelling is van invloed op het aantal beelden dat op de
Compact Flash kaart kan worden opgeslagen. Zeker wanneer u fijn of superfijn kiest
zal het aantal opnamen drastisch verminderen. Druk op de COUNTER-toets om te
zien hoeveel opnamen er nog op de kaart kunnen worden opgeslagen (zie blz. 73).