NL GEBRUIKSAANWIJZING 9222-2777-15 HA-A204
VOORDAT U BEGINT Gefeliciteerd met uw aanschaf van deze Minolta digitale camera. Neem uw tijd deze gebruiksaanwijzing goed door te lezen; dan bent u er zeker van dat u alle mogelijkheden van uw camera maximaal zult benutten. Deze gebruiksaanwijzing bevat informatie over producten die voor mei 2002 werden geïntroduceerd.
CORRECT EN VEILIG GEBRUIK Neem onderstaande opmerkingen en waarschuwingen ter harte voordat u dit product gebruikt. WAARSCHUWING Verkeerd gebruik van batterijen kan leiden tot het vrijkomen van schadelijk vloeistoffen, oververhitting of explosie, waardoor schade en letsel kunnen ontstaan. Volg onderstaande waarschuwingen op: • Gebruik alleen batterijen van het in deze gebruiksaanwijzing opgegeven type. • Plaats de batterijen niet met de polen (+/-) verkeerd om.
CORRECT EN VEILIG GEBRUIK • Bewaar dit product buiten het bereik van kinderen. Wees in de nabijheid van kinderen voorzichtig, zodat u ze niet met dit product of onderdelen ervan kunt verwonden. • Flits niet van korte afstand rechtstreeks in iemands ogen. Het kan tot aantasting van het gezichtsvermogen leiden. • Flits niet in de richting van bestuurders van voertuigen. Afleiding of verblinding kan tot een ongeluk leiden. • Kijk niet op de monitor wanneer u loopt of een voertuig bestuurt.
WEES VOORZICHTIG • Gebruik of bewaar dit product niet in een warme of vochtige omgeving als het dashboardkastje of de bagageruimte van een auto. Het kan leiden tot schade aan het product of de batterijen, wat brandwonden of ander letsel als gevolg hitte, brand, explosie, of lekkende batterijvloeistof kan veroorzaken. • Zijn de batterijen gaan lekken, gebruik dit product dan niet meer. • Bij lang voortdurend gebruik wordt de camera warm.
INHOUD Over deze gebruiksaanwijzing De basishandelingen voor deze camera worden behandeld op de pagina’s 14 tot en met 38. In dit deel van de gebruiksaanwizing worden de onderdelen van de camera behandeld, de voorbereiding van de camera voor gebruik, plus de basishandelingen voor opname, weergave en het wissen van beelden. Het deel over de automatische opnamestand behelst alle basisfuncties die in deze stand beschikbaar zijn plus de multifunctionele opnamestand.
Over de werking van de camera .............................................................................................25 Basishandelingen opname ......................................................................................................26 Scherpstelsignalen ..................................................................................................................27 Speciale scherpstelsituaties ............................................................................................
INHOUD Witbalans .................................................................................................................................62 Automatische witbalans ...................................................................................................62 Vaste witbalans ................................................................................................................62 Eigen witbalansinstellingen................................................................................
Beelden op TV bekijken...........................................................................................................94 Setup-stand – de werking van de camera regelen ..............................................................................95 Navigeren door het setup-menu ..............................................................................................96 Helderheid lcd-monitor ......................................................................................................
BENAMING VAN DE ONDERDELEN Camerahuis * Deze camera is een geavanceerd optisch instrument. Houd de aangewezen plaatsen zorgvuldig schoon. Lees ook de informatie over onderhoud en opslag achterin deze gebruiksaanwijzing (blz. 121). Keuzeknop (Hoofdschakelaar) Ontspanknop Datascherm (blz. 13) Zelfontspanner/Afstandsbedieningslampje (blz. 42) Microfoon Luidspreker Ontvanger afstandsbediening Flitser (blz. 32) Objectief* Zoekervenster* 10 De statiefaansluiting zit op de onderkant van het camerahuis.
Flitsstand/Informatie-toets (blz. 32, 78) Zoeker* (blz. 12) Belichtingscorrectietoets (blz. 52) Koord-oogje (blz. 15) Stuurknop Lampje voeding/toegang LCD-monitor* Weergavetoets (blz. 31, 81) QV/Wissen-toets (blz. 34) Menu-toets Toets digitale onderwerpsprogramma’s (blz. 29) • Is het lampje rood, dan wordt er beeldinformatie naar of van de kaart overgespeeld. Deurtje batterijruimte (blz. 14) Deurtje kaartsleuf (blz.
BENAMING VAN DE ONDERDELEN Zoeker Scherpstellampje (groen) Flitslampje (oranje) Doordat de optische zoeker en het objectief op enige afstand van elkaar zitten, stemmen de beelden die ze vormen niet honderd procent overeen; dit verschijnsel wordt parallax genoemd. Op korte afstanden kan de parallax leiden tot verkeerde beelduitsneden; de afwijking is sterker naarmate er meer wordt ingezoomd.
Datascherm Het datascherm bovenop de camera geeft de status van de camera weer. Voor de duidelijkheid is hiernaast alle informatie weergegeven die erop kan verschijnen. Handmatige scherpstelling (blz. 65) Cameragevoeligheid (blz. 67) Opnameteller (blz. 47) Spotmeting (blz. 66) Witbalans (blz. 62) Transportstand (blz. 40) Batterijconditie (blz. 16) Microfoon (blz. 48, 76, 87) Belichtingscorrectie (blz. 52) Flitssstand (blz. 32) De opnameteller gaat niet hoger dan 999.
AAN DE SLAG AAN DE SLAG CR-V3 batterij verwisselen Deze digitale camera gebruikt één CR-V3 lithiumbatterij. Wanneer u de batterij verwisselt dient de keuzeknop in de uitstand (OFF) te staan. 2 Open het deurtje van de batterijruimte door het deurtje naar de onderkant van de camera toe te schuiven (1) om de beveiliging te ontgrendelen; dan kan het deurtje worden geopend (2). 1 Plaats de batterij. • De CR-V3 batterij moet met de polen naar voren in de camera worden geschoven.
AA-batterijen plaatsen Hoewel de prestaties met een CR-V3 lithiumbatterij beter zijn kunt u ook twee AA-formaat Ni-MH batterijen gebruiken. Andere typen AA-batterijen dienen niet te worden gebruikt. Werkt u met Ni-MH batterijen, laad ze dan volledig, met een lader die geschikt is voor geavanceerde elektronische apparatuur. Raadpleeg uw handelaar voor een geschikte lader. Plaats de AA-batterjen zoals hiernaast aangegeven; let er daarbij op dat de plus- en de minpool op de juiste manier zijn geplaatst.
AAN DE SLAG Aanduiding batterijconditie Deze camera is uitgerust met een automatische aanduiding voor de batterijconditie. Wanneer de camera aan staat verschijnt de batterij-indicatie op het datascherm en de lcd-monitor. Het monitorsymbool verandert van wit in rood wanneer de batterij bijna leeg is. Zijn het datascherm, de elektronische zoeker en de lcd-monitor blanco, dan is de batterij leeg of verkeerd geïnstalleerd. Batterij vol - De batterij is vers/geheel geladen.
Netstroomadapter aansluiten (apart leverbaar) Met de AC-6 netstroomadapter kunt u de camera vanuit het lichtnet van stroom laten voorzien. Gebruik de netstroomadapter wanneer de camera op de computer wordt aangesloten of wanneer hij langdurig intensief moet wordengebruikt. Zet de camera altijd uit wanneer u op een andere stroombron overgaat. Verwijder de batterij uit de camera. 1 Open het deksel van de netstroomaansluiting (1). • Om verlies te voorkomen zit het deksel aan de camera vast.
AAN DE SLAG Geheugenkaart verwisselen Om te kunnen functioneren moet er een SD -geheugenkaart of een MultiMedia-kaart in de camera zijn geplaatst. Zit er geen kaart in de camera, dan verschijnt er automatisch een no-card-waarschuwing op de lcd-monitor en verschijnen er drie streepjes (– – –) op de opnameteller op het datascherm. Kijk voor onderhoud en opslag van geheugenkaarten op blz. 122.
Verschijnt er een boodschap dat de kaart door de camera niet wordt herkend (card-not-recognized), dan is het waarschijnlijk noodzakelijk de kaart te formatteren. Soms kan het nodig zijn een kaart die in een andere camera werd gebruikt opnieuw te formatteren. Verschijnt de boodschap dat de kaart niet kan worden gebruikt (unable-to-use-card), dan is de kaart niet compatible met de camera en kan hij niet worden geformatteerd. Formateren van de kaart gebeurt via de basic-sectie van het setup-menu (blz. 96).
AAN DE SLAG Datum en tijd instellen Nadat u voor de eerste maal een geheugenkaart en een batterij in de camera hebt geplaatst moet u de klok en der kalender van de camera instellen. Bij het opslaan van gemaakte opnamen wordt altijd de datum en de tijd van opname geregistreerd. Afhankelijk van het land van aankoop kan het ook nodig zijn de menu-taal in te stellen. Kijk daarvoor op de volgende bladzijde. Zet de keuzeknop in de setup-stand. De camera gaat aan en het setup-menu verschijnt.
Custom1 Basic Reset default – Date/Time set – Date format Video output Custom2 YYYY/MM/DD Gebruik de rechts-toets om de custom 2 tab bovenaan het menu te markeren. Gebruik de op/neer-toets om de menu/optie voor datum en tijd te markeren. NTSC Druk op de rechts-toets. “Enter” verschijnt op de rechterzijde van het menu. Weergavemenu: custom 2 sectie Druk op de centrale toets om het scherm voor het instellen van datum en tijd op te roepen.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND AUTOMATISCHE OPNAMESTAND BASISHANDELINGEN In dit deel van de gebruiksaanwijzing komen de basishandelingen aan de orde. Maak uzelf goed vertrouwd met de handelingen die hier worden behandeld voordat u verder gaat met meer specialistische handelingen en technieken. De geavanceerde technologie die in de automatische opnamestand wordt toegepast ontlast de fotograaf van ingewikkelde camera-instellingen, zodat hij zich slechts hoeft te concentreren op onderwerp en compositie.
Camera instellen op automatisch opnemen 1 Ze de keuzeknop in de automatische opnamestand (1); alle camerafuncties werken nu automatisch. De autofocus-, belichtings- en beeldverwerkingssystemen werken nu samen om u zonder rompslomp mooie opnamen te bezorgen. Veel van de systemen in de camera mogen dan wel automatisch zijn, het is mogelijk de camera-automatiek voor bepaalde onderwerpen te optimaliseren, simpelweg door middel van de knop voor digitale onderwerpsprogramma’s (blz. 29). De flitsstand (blz.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Gebruik van het zoomobjectief Deze camera is uitgerust met een 7,8 tot 23,4 mm zoomobjectief. Het optisch zoombereik is vergelijkbaar met dat van een 38 tot 114 mm zoomobjectief voor kleinbeeld. In de kleinbeeldfotografie gelden brandpuntsafstanden korter dan 50 mm als groothoek; de beeldhoek is dan groter dan die van het menselijk oog. Langer dan 50 mm geldt als tele; u krijgt er onderwerpen vergroot mee in beeld.
Over de werking van de camera De automatische opnamestand gebruikt geavanceerde technologie om u in staat stellen zonder bijzondere inspanningen uitstekende foto’s te maken. De Automatische Selectie van Digitale Onderwerpsprogramma’s optimaliseert belichting, kleur en de beeldbewerkingsinstellingen voor elk onderwerp. Het geavanceerde AF-systeem localiseert en volgt het onderwerp automatisch.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Basishandelingen opname Staat de keuzeknop in de automatische opnamestand, dan is de camera ingeschakeld en is de lcd-monitor geactiveerd. De automatische opnamestand gebruikt twee geavanceerde AF-systemen, Area AF en Subject Tracking AF, om het onderwerp binnen het extra ruime scherpstelkader te vinden en te volgen.. Plaats het onderwerp ergens in het scherpstelkader. • Zorg ervoor dat het onderwerp zich binnen het scherpstelbereik bevindt: 0,5 m - ∞.
Scherpstelsignalen Deze digitale camera is uitgerust met een snel en nauwkeurig autofocus-systeem. Het scherpstelsymbool linksonder op de lcd-monitor en het groene lampje naast de zoeker geven de status aan. Scherpstelsymb.: wit Lampje: brandt Scherpstelling vergrendeld. Camera blijft onderwerp in scherpstelveld volgen Scherpstelsymb.: rood Lampje : knippert Scherpstelling niet mogelijk. Onderwerp te dichtbij of een van onderstaande situaties doet zich voor.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Automatische Selectie Digitale Onderwerpsprogramma’s De Automatische Selectie van de Digitale Onderwerpsprogramma’s kiest tussen de standaard programma-automatiek en een van de vijf onderwerpsprogramma’s: Portret, Sport/Actie, Landschap, Zonsondergang en Nachtportret. De digitale onderwerpsprogramma’s optimaliseren de prestaties van de camera voor speciale situaties en onderwerpen. Belichting, witbalans en beeldverwerkingssystemen werken samen voor fraaie resultaten.
Toets digitale onderwerpsprogramma’s 1 Druk op de toets van de digitale onderwerpsprogramma’s (1) om de instellingen te laten passeren. Het actieve onderwerpsprogramma verschijnt bovenin het live-beeld. Het onderwerpsprogramma blijft actief totdat er een ander programma wordt gekozen of de keuzeknop in een andere stand wordt gezet. Met uitzondering van macro kunnen digitale onderwerpsprogramma’s niet in de multifunctionele opnamestand worden gebruikt.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND MACRO – te gebruiken voor dichtbij-opnamen tussen 20 en 60 cm (gemeten vanaf de CCD). Het objectief zoomt automatisch naar de macrostand; de beeldhoek kan niet worden veranderd. Vanwege parallax dient u de lcd-monitor te gebruiken om de compositie te bepalen. PORTRET – speciaal afgestemd op het bereiken van een zachte huidtoonweergave en een lichte onscherpte in de achtergrond.
Weergavetoets – opnamestand Met de weergavetoets regel u de weergave op de lcd-monitor. Elke keer dat u op de knop drukt krijgt u de volgende van de drie weergavestanden: volledige weergave, alleen live-beeld, monitor uit. U kunt energie sparen door bij het fotograferen de lcd-monitor uit te zetten en door de zoeker te kijken. Drukt u op de menutoets of de belichtingscorrectietoets, of schakelt u de macrostand in, dan wordt de monitor automatisch ingeschakeld.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Flitsstanden Wilt u de flitsstand veranderen, druk dan simpelweg op de flitsstand-toets (1) op de achterzijde van de camera totdat de gewenste stand verschijnt. 1 Automatisch flitsen Automatisch flitsen+ rode-ogen-reductie Automatisch flitsen – De flitser wordt automatisch ontstoken bij weinig licht en tegenlicht. Invulflits Rode-ogen-reductie – Voorafgaand aan de werFlitser uit kelijke flitsopname flitst de flitser twee maal om het rode-ogen-effect te verminderen.
Flitsbereik – automatische opnamestand De camera regelt de flits-output automatisch. Voor goed belichte opnamen moet het onderwerp zich binnen het flitsbereik bevinden. Door de constructie van het objectief is het flitsbereik in de telestand kleiner dan in de groothoekstand. Groothoekstand 0,5 m ~ 2,9 m Telestand 0,5 m ~ 1,7 m 1 Flitssignalen Het oranje flitslampje naast de zoeker geeft de status van de flitser aan.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Snelweergave (Quick View) In de automatische en de multifunctionele opnamestand kunt u gemaakte opnamen meteen bekijken. Druk simpelweg op de QV/Wissen-toets om de opnamen op te roepen. De datum en tijd van de opname, het opnamenummer, de printstatus, de vergrendelingsstatus, de beeldgrootte en de beeldkwaliteit worden daarbij weergegeven.
Gebruiksstand Scherm snelweegave (Quick View) Beeldgrootte (blz. 46) Beeldkwaliteit (blz. 46) Diafragma Sluitertijd Opnametijd Druk op de informatietoets om het histogram te zien. Witbalansinstelling (blz. 62) Opnamedatum Aanduiding audio Vergrendeling (blz. 86) Printaanduiding (blz. 90) Opnamenummer/totaal aantal beelden Gevoeligheid (blz. 67) Waarde belichtingscorrectie (blz.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Vergrote weergave In snelweergave of in de enkelvoudige weergave (blz. 77) kunt u een opgeslagen foto vergroten om details beter te kunnen bekijken, in zes stappen: 1.5X, 2.0X, 2.5X, 3.0X, 3.5X, 4.0X, 4.5X en 5.0X. Druk terwijl het te vergroten beeld wordt vertoond op de op-toets om de vergrote weergave te activeren.. • De vergrotingsfactor verschijnt op de lcd-monitor. Druk op de op-toets om de vergrotingsfactor te verhogen, druk op de neer-toets om het beeld te verkleinen.
Andere mogelijkheden met Snelweergave In snelweergave kunt u ook gesproken memo’s (blz. 48) en audio-commentaren (blz. 87) weergeven. Is een van dit soort audio-bestanden aan een foto gekoppeld, dan verschijnt de audio-aanduiding onderin de lcd-monitor. Druk op de centrale knop om de audio-weergave te starten. Stop Vol. De afspeeltijd wordt weergegeven op een balk bovenin het beeld. Wanneer het geluid is afgelopen wordt teruggekeerd naar snelweergave. Druk op de menu-toets om om de weergave te stoppen.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Navigeren door het menu van de automatische opnamestand In de automatische opnamestand haalt u het menu op met de menu-toets (1); op dezelfde manier verbergt u het weer. Gebruik de vierwegtoetsen van de stuurknop (2) om de cursor door het menu te sturen. Druk op de centrale toets om een instelling vast te leggen Gebruik de op/neer-toetsen (2) om door de menu-opties te scrollen. Markeer de optie waarvan u de instelling wilt veranderen.
Basic Drive mode Single Continuous Timer/RC Bracketing 2272 X 1704 1600 x 1200 1280 X 960 640 X 480 Super fine Fine Standard Economy 15 sec. 5 sec. Off On/Off Image size Quality Voice memo Digital zoom Instellingen in het menu van de automatische opnamestand blijven van kracht totdat ze worden veranderd of de camera op de standaardinstelling is teruggezet (blz. 101). Drive mode – transportstand: regelt de wijze waarop beelden worden geregistreerd.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Transportstanden De transportstand bepaalt hoe uw foto’s worden gemaakt. Het symbool voor de gekozen stand verschijnt op het datascherm en in de lcd-monitor. LCD-monitor Data-scherm 40 Voor de duidelijkheid zijn hier alle symbolen afgebeeld. Enkelbeeld- en continu transport bezetten dezelfde positie op het datascherm. Alle transportstand-symbolen verschijnen in de rechter benedenhoek van de lcd-monitor.
Continu transport In de stand voor continu-opnamen worden er achtereen opnamen gemaakt zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. De continu-stand werkt als de motordrive van een conventionele fotocamera. Het aantal opnamen dat u achtereen kunt opnemen en het haalbare tempo zijn afhankelijk van de instellingen voor beeldkwaliteit en beeldgrootte. De maximale opnamesnelheid is 1,2 beeld per seconde met de sluiter FX aan (blz. 101), of 1,5 beeld per seconde als die uit staat.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Zelfontspanner Met de zelfontspanner stelt u het moment van de opname met ongeveer 10 seconden uit, zodat u zelf op de foto kunt komen. Wordt de transportsstand ingesteld op zelfontspanner, dan verandert de scherpstelmethode van Subject Tracking AF in enkelvoudige AF met de mogelijkheid van scherpstelvergrendeling (blz. 51). De zelfontspanner wordt ingesteld in het menu 1 van de automatische opnamestand (blz.
ENKELVOUDIGE AF Afstandsbediening (apart leverbaar) De afstandsbediening IR Remote Control RC-3 maakt het mogelijk de camera vanaf maximaal 5 m afstand te ontspannen. De afstandsbediening kan ook voor filmopnamen worden gebruikt (blz. 75). Plaats de camera op een statief en zet de transportstand op zelfontspanner/ afstandsbediening (blz. 38, 55). Bepaal de compositie voor de opname. Zorg ervoor dat het onderwerp binnen het scherpstelkader valt.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Bracketing In deze stand maakt de camera een belichtingstrapje van drie opnamen. Elke opname wordt met een iets andere belichting gemaakt, zodat later de beste kan worden uitgekozen. Belichtingstrapjes zijn alleen geschikt voor statische onderwerpen. De bracketing-stand wordt ingesteld in het menu van de automatische opnamestand (blz. 38) of de basic-sectie van de het menu van de multifunctionele opnamestand (blz. 56). In de stand superfijn (blz. 41) is bracketing niet mogelijk.
1 2 Bereid de opname voor zoals is besproken bij de basishandelingen voor de opname (blz. 26). Druk de ontspanknop half in (1) om de scherpstelling op het onderwerp te vergrendelen en om de belichting voor de bracketingserie te vergrendelen. Druk de ontspanknop in en houd hem helemaal ingedrukt (2) om de bracketing-reeks te maken: er worden drie opeenvolgende opnamen gemaakt. Het resterende aantal opnamen van de bracketing-serie verschijnt naast het bracketingsymbool op de monitor.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Beeldgrootte en beeldkwaliteit De beeldgrootte is bepaDatascherm lend voor het aantal pixels dat het beeld bevat. Hoe groter de maat, des te groter is het beeldbestand. Kies de beeldgrootte op basis van de toepassing van het beeld. Voor een hoge printkwaliteit en grote formaten hebt u grote bestanden nodig, voor webtoepassingen volstaan kleine. LCD-monitor Aantal pixels (hor. X vert.
Bestandsformaten veranderen met de beeldkwaliteitsinstelling. Superfijn-beelden worden als TIFFbestand opgeslagen. Opnamen met fijn, standaard en economy worden opgeslagen als JPEGbestand. Superfijn, fijn, standaard en economy bestanden kunnen als kleuren- of zwartwit-opnamen worden opgeslagen (blz. 68) in de multifunctionele opnamestand. De beeldgrootte moet voor de opname worden gekozen. De veranderde instelling is te zien op het datascherm en op de lcd-monitor.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Gesproken memo’s (Voice memo) Met de functie voor gesproken memo’s (voice memo) kunt u vijf of vijftien seconden audio bij een opgeslagen foto opnemen. De functie wordt geactiveerd en de opnameduur wordt ingesteld in het automatische opname-menu (blz. 38), of in de custom 2 sectie van het multifunctionele opnamemenu (blz. 56). Is de functie actief, dan verschijnt het microfoonsymbool op het datascherm en de lcd-monitor. Spraakopname moet worden ingesteld voordat u de opname maakt.
Digitale zoom De digitale zoom wordt geactiveerd in het menu van de automatische opnamestand (blz. 38) en in de custom 2 sectie van het multifunctionele opname-menu (blz. 56). De digitale zoom verlengt het telebereik van de optische zoom tot 2,5 X, in 6 stappen: 1,25X, 1,5X, 1,75X, 2,0X, 2,25X en 2,5X. De overgang tussen optische en digitale zoom is zonder onderbreking. Is de digitale zoom actief, dan wordt de vergroting op de monitor weergegeven. De autofocus wordt ingesteld op enkelvoudige AF (blz. 64).
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Scherpstelveldselectie 1 Het is mogelijk zelf individuele scherpstelvelden te selecteren. Hou de stuurknop (1) ingedrukt totdat de Area-AF lijnen veranderen in de weergave voor spot-scherpstelling. Houd de stuurknop opnieuw ingedrukt als u wilt terugkeren naar het kader van Area-AF (het grote scherpstelkader waarbinnen de camera zelf kan kiezen). 2 Gebruik de vierwegtoetsen van de stuurknop (2) om het gewenste scherpstelveld te laten oplichten; het actieve veld is blauw.
Scherpstelvergrendeling De scherpstelvergrendeling wordt gebruikt wanneer het onderwerp zich buiten het beeldmidden en buiten het scherpstelveld bevindt of in een speciale situatie waarin de autofocus niet goed functioneert (zie blz. 27). U gebruikt deze vergrendeling via de ontspanknop; de vergrendeling is te gebruiken in combinatie met scherpstelveldselectie en enkelvoudige AF (blz. 64). Richt het scherpstelveld op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in en houd hem in die stand.
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND Belichtingscorrectie De belichting kan worden gecorrigeerd om het uiteindelijke beeld donkerder of lichter te maken, in een bereik van plus/min 2 LW in stappen van 1/3 LW. De gekozen correctie blijft in werking totdat de belichtingscorrectie is veranderd of op 0 gezet. In de automatische opnamestand wordt de belichtingscorrectie ook ongedaan gemaakt wanneer de keuzeknop in een andere stand wordt gezet. De belichtingscorrectie moet worden ingesteld voordat de opname wordt gemaakt.
Opnametips Soms wordt de belichtingsmeter van de camera door bepaalde omstandigheden misleid. Dan biedt de belichtingscorrectie uitkomst. Zo kan bijvoorbeeld een zeer licht tafereel, zoals een sneeuwlandschap of een zonbeschenen wit strand, te donker op de opname komen. Pas dan voordat u de opname maakt de belichting aan met een correctie van +1 of +2 om een juiste belichting te krijgen. In dit voorbeeld ziet het donkere tafereel er op de lcd-monitor licht en uitgebleekt uit.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND MULTI-FUNCTIONELE OPNAMESTAND GEAVANCEERDE HANDELINGEN Op de digitale onderwerpsprogramma's na zijn de basishandelingen in de multifunctionele opnamestand gelijk aan die in de automatische opnamestand. Het is daarom belangrijk dat u goed vertrouwd bent met wat wat er in het vorige hoofdstuk werd behandeld. In de multifunctionele opnamestand hebt u meer zeggenschap over de manier waarop het beeld tot stand komt.
Weergave multifunctionele opnamestand a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. Macrostand (blz. 29) Microfoon Gebruiksstand Flitsstand (blz. 32) Correctie Verscherping, Contrast en Kleurverzadiging (blz. 68) Belichtingscorrectie (blz. 52) Witbalans (blz. 62) Belichtingsstand (blz. 58) Sluitertijd Lichtmeetmethode (blz. 66) k. Diafragma l. Waarschuwing cameratrilling (blz. 33) m. Camera-gevoeligheid (ISO) (blz. 67) n. Scherpstelsignaal (blz. 27, 51) o. Data-inbelichting (blz. 70) p. Opnameteller (blz. 13, 47) q.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Navigeren door het multifunctionele opnamemenu Met de menu-toets roept u het menu op en laat u het na het verrichten van de instellingen ook weer verdwijnen. Gebruik de vierwegtoetsen van de stuurknop om de cursor in het menu te verplaatsen. Druk op het midden van de stuurknop om een instelling te openen. Activeer het opnamemenu met de menu-toets. De tab "Basic" bovenin het menu licht op.
Basic Exposure mode Drive mode Image size Quality White balance Custom 1 Program Aperture priority Shutter priority Manual Single Continuous Self-timer Bracketing 2272 X 1704 1600 x 1200 1280 X 960 640 X 480 Super fine Fine Standard Economy Cust set CustRecall Auto Preset Focus mode Full-time AF AF sensor display Metering mode CameraSensitivity AF-single Tracking AF MF On/Off On/Off Multi-segment Spot 100 – 800 ISO Auto Custom 2 Digi FX ctrl Voice memo Date imprinting Digital zoom Instant playbac
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Belichtingsstanden Programma-automatiek In de programmastand regelt de camera zowel de sluitertijd als het diafragma. Het geavanceerde belichtingssysteem stelt de fotograaf in staat in alle vrijheid te werken, zonder zich te bekommeren om de technische details van de belichtingsinstellingen. De gekozen sluitertijd- en diafragmawaarden verschijnen op de monitor. Worden sluitertijd en diafragma rood, dan liggen de lichtomstandigheden buiten het regelbereik van de camera.
Omdat het grootste diafragma in de telestand niet gelijk is aan het grootste diafragma in de groothoekstand verandert het diafragma als de zoominstelling wordt veranderd. Leidt de diafragmawaarde tot een sluitertijd die niet kan worden ingesteld, dan wordt de sluitertijdaanduiding op de monitor rood. Sluitertijdvoorkeuze – S De fotograaf stelt de sluitertijd in, de camera kiest de diafragma-instelling die een juiste belichting oplevert.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Handmatige belichtingsinstelling – M Handinstelling maakt een vrije keuze van sluitertijd en diafragma mogelijk. In deze stand worden sluitertijd en diafragma niet door de camera geregeld; de fotograaf heeft zelf alle zeggenschap over de belichting. De gevolgen van uw instelling zijn in de zoeker/monitor te zien. Is het beeld onder- of overbelicht, dan worden sluitertijd en diafragma rood op de monitor weergegeven.
Tijdopnamen Tijdopnamen maakt u met de handmatige belichtingsregeling. U kunt belichtingstijden van maximaal 15 seconden instellen door de ontspanknop een bepaalde tijd ingedrukt te houden. Bij tijdopnamen is een statief onontbeerlijk. Gebruik de stuurknop (1) om de sluitertijdinstelling te verlagen tot na 4 seconden de aanduiding "bulb" verschijnt, voor tijdopnamen. Wilt u het diafragma instellen, druk dan op de knop voor belichtingscorrectie (2); de diafragmaweergave wordt blauw.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Witbalans De witbalans zorgt ervoor dat er onder uiteenlopende lichtomstandigheden een neutrale kleurweergave wordt verkregen. Het effect is vergelijkbaar met de keuze voor daglicht- of kunstlichtfilm of kleurcorrectiefilters bij traditionele fotografie. Er verschijnt een symbool op de monitor wanneer er een andere Instelling dan automatische witbalans is gekozen. De witbalans wordt ingesteld in de basic sectie van het multifunctionele opname-menu (blz. 56).
Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om de vaste witbalansinstelling te selecteren; een symbool verschijnt in de linker benedenhoek van de lcd-monitor en het live-beeld toont het effect van de geselecteerde instelling. Druk op centrale toets van de stuurknop (2) om de instelling door te voeren. 1 2 select enter Eigen witbalansinstelling Het is mogelijk de witbalans van de camera op een speciale lichtsituatie af te stemmen. U kunt deze instelling blijven gebruiken totdat u hem terugzet.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Scherpstelstanden De camera beschikt over automatische en handmatige scherpstelling. De scherpstelmethode wordt ingesteld in de custom 1 sectie van het multifunctionele opname-menu (blz. 56). Autofocus geeft in bijna elke situatie perfecte resultaten. Er zijn echter omstandigheden waaronder het autofocus-systeem niet optimaal werkt; kijk daarvoor bij de speciale scherpstelsituaties op blz. 27. In die gevallen kan de camera met de hand worden scherpgesteld.
Handmatige scherpstelling Hebt u de camera ingesteld op handinstelling (manual focus, MF), dan verschijnen “ZOOM” en “FOCUS” bovenin de lcd-monitor. Druk op de centrale toets van de stuurknop om tussen deze twee functies te wisselen; de functie in blauw is de actieve functie. Zorg ervoor dat “FOCUS” blauw is gemarkeerd, en gebruik de op/neer-toetsen van de stuurknop voor de scherpstelling; het monitorbeeld wordt automatisch vergroot, zodat u de scherpte goed kunt beoordelen.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Weergave AF-sensor Bij gebruik van Area AF is het mogelijk de AF-sensorweergave (AF sensor display) , waarmee het punt van scherpstelling wordt aangegegeven, uit te schakelen. Het Area-AF scherpstelkader is zichtbaar wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Meetmethoden Welke meetmode is ingeschakeld is alleen op de lcd-monitor te zien, via symbolen. De lichtmeetmethode wordt ingesteld in de custom 1 sectie van het multifunctionele opname-menu.
Cameragevoeligheid (ISO) Voor de cameragevoeligheid kunt u kiezen uit vijf instellingen: Auto, 100, 200, 400 en 800. De waarden zijn gebaseerd op ISO-equivalenten. ISO is de standaard voor filmgevoeligheid; hoe hoger het getal, des te gevoeliger is de film. De cameragevoeligheid wordt ingesteld in de custom 1 sectie van het multifunctionele opname-menu (blz. 56). In de auto-stand past de camera de gevoeligheid automatisch aan de lichtomstandigheden aan, tussen 100 en 200.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Regeling Digital Effecten Veranderingen in kleur, verscherping, contrast en kleurverzadiging kunnen worden uitgevoerd in de custom 2 sectie van het multifunctionele opname-menu (blz. 56). Deze correctie-instellingen stellen u in staat de beeldinformatie in een situatie te optimaliseren.
Wilt u kleur, verscherping, contrast of kleurverzadiging veranderen, selecteer dan de instelling in de optie Digital Effects Control in de custom 2 sectie van het multifunctionele opnamemenu; het instelscherm blijft geopend. 1 2 select Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop (1) om de kleurinstelling, het verscherpingsniveau, het contrast of de kleurverzadiging te kiezen; er verschijnt een symbool en het live-beeld geeft het effect van de instelling weer.
MULTIFUNCTIONELE OPNAMESTAND Datum/tijd in opname Het is mogelijk de datum van de opname in het beeld op te nemen. Datum-opname-aanduiding Deze functie moet worden geactiveerd voordat de opname wordt gemaakt. Daarna blijft de datumopname actief totdat de functie weer wordt uitgezet. Een gele balk achter de opnameteller op de monitor geeft aan dat de imprint-functie actief is. Datumopname wordt geactiveerd in de custom 2 sectie van het multifunctionele opnamemenu (blz. 56).
Directe weergave Nadat een beeld is opgenomen kan het worden weergegeven voordat het op de geheugenkaart wordt opgeslagen. Wanneer deze functie wordt gebruikt in combinatie met de continu-stand of bracketing (blz. 40), dan verschijnen er thumbnails van de laatste zes beelden in de serie. Directe weergave wordt geactiveerd in de custom 2 sectie van het multifunctionele opnamemenu (blz. 56). Er is keuze tussen een weergave van 2 of 12 seconden.
FOTOGRAFISCHE BASISPRINCIPES Fotograferen is een waardevolle en aangename bezigheid. Met de moderne cameratechniek wordt u gelukkig veel meet- en regelwerk uit handen genomen. Kennis van nu de volgende basisprincipes zal u helpen uw foto's nog meer naar uw hand te zetten. Het diafragma, de regelbare opening in het objectief, regelt niet alleen de hoeveelheid doorgelaten licht, maar ook de scherptediepte; dat is de zone voor en achter het onderwerp waarin alles scherp wordt weergegeven.
De sluiter regelt niet alleen de duur van de belichting maar bepaalt ook in hoeverre beweging scherp (bevroren) worden weergegeven. Korte sluitertijden worden gebruikt in actiefotografie om beweging te bevriezen. Lange sluitertijden geven bewegingen in een waas weer, denk bijvoorbeeld aan het stromen van een waterval. Bij lange sluitertijden is een gebruik van een goed statief belangrijk. De uitwerking van een diafragma/sluitertijdcombinatie is niet op het live-beeld van de camera te zien.
FILMOPNAMEN FILMOPNAMEN Deze camera kan tot 35 seconden video met geluid opnemen. Het motion JPEG beeld meet 320 X 240 pixels (QVGA). De totale opnametijd met een 16 MB geheugenkaart is circa 41 seconden. Voor digitale video-opnamen is ongeveer 340 KB per seconde vereist. De werkelijk opslagcapaciteit van de kaart is afhankelijk van het onderwerp en het aantal foto’s dat al op de kaart is opgeslagen.
1 2 Aftellen in seconden Digitale videoclips maken gaat heel eenvoudig. Zet de keuzeknop op filmopnamen (1). Neem het onderwerp in beeld als beschreven bij de basishandelingen (blz. 26). Druk de ontspanknop half in om scherpstelling te vergrendelen. Druk de ontspanknop geheel in om de opname te starten (2). Tijdens de opname is de scherpstelling vergrendeld, maar een traploze 2,5 X zoom is beschikbaar.
AUDIO-OPNAME AUDIO-OPNAME 1 Microfoon PressShutterButtonToRecord. 2 Het is mogelijk met deze camera geluid zonder beeld op te nemen. Op een 16 MB geheugenkaart kunt u ongeveer 30 minuten geluid opnemen. Audio wordt opgenomen met ongeveer 8 KB/s. U kunt maximaal 30 minuten per keer opnemen. Zet de keuzeknop in de stand audio-opname(1); er verschijn een blauw scherm. Resterende opnametijd In stand-by geven de monitor en het datascherm de globale opnametijd weer.
WEERGAVESTAND BEELDEN BEKIJKEN EN BEWERKEN Enkelvoudige weergave en histogram-weergave Gebruiksstand Beeldgrootte (blz. 46) Beeldkwaliteit (blz. 46) Diafragmawaarde Sluitertijd Tijdstip van de opname Datum van de opname Audiobestand (blz. 78) Vergrendeling (blz. 86) Printaanduiding (blz. 90) Opnamenummer/totaal aantal opnamen Witbalans-instelling (blz. 62) Gevoeligheid (blz. 67) Waarde belichtingscorrectie (blz.
WEERGAVESTAND Beelden bekijken Zet de keuzeknop in de weergavestand om toegang te krijgen tot opgenomen beeld- en geluidsbestanden. U kunt deze bestanden niet alleen weergeven, maar ook wissen, kopiëren en vergrendelen. Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om door de beelden en audiobestanden te scrollen. Gesproken memo’s en audio-commentaren afspelen Gesproken memo’s (blz. 48) en audio-commentaren (blz.
Film- en audio-opnamen afspelen Filmclips en audio-opnamen speelt u op gelijke wijze af. Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om het film- of audiobestand weer te geven; audiobestanden worden met een blauw scherm weergegeven. Druk op de centrale toets van de stuurknop om een film- of audio: play bestand af te spelen. • Druk op de weergavetoets om een filmclip met of zonder regelbalk te zien.
WEERGAVESTAND Vergrote weergave Bij enkelbeeldweergave kan een foto worden vergroot om hem in detail te bekijken: 1,5X, 2,0 X, 2,5 X, 3,0X, 3,5 X, 4,0X, 4,5X en 5,0X. Druk wanneer het te beoordelen beeld wordt weergegeven op de op-toets van de stuurknop om de vergrote weergave te activeren. • De vergrotingsfactor wordt op de lcd-monitor getoond. Druk op de op-toets om het beeld te vergroten, op de neer-toets om het beeld te verkleinen.
Weergavetoets – weergavestand Met de weergavetoets bepaalt u de wijze van weergeven. Elke keer dat u de knop indrukt wordt de volgende weergavemethodegeactiveerd: volledige weergave, alleen beeld en indexweergave. Volledige weergave Alleen beeld Weergavetoets Indexweergave Bij indexweergave verplaats u het gele kader met de vierwegtoetsen. Wordt een beeld met het kader gemarkeerd, dan verschijnen opnamedatum, het voice memo symbool, de vergrendelings- en printstatus en het opnamenummer onderin beeld.
WEERGAVESTAND Navigeren door het weergavemenu Met de menu-toets roep u het menu op en laat u het na het verrichten van de instellingen ook weer verdwijnen. Gebruik de vierwegtoetsen van de stuurknop om de cursor in het menu te verplaatsen. Druk op het midden van de stuurknop om een instelling te openen. Activeer het weergavemenu met de menu-toets. De tab "Basic" bovenin het menu licht op.
Basic Delete Lock Audio caption This frame All frames Marked frames This frame All frames Marked frames Unlock frames Enter Yes No “Yes” kiezen voert de bewerking uit, “No” heft de bewerking op. Recording audio Custom 1 Slide show Duration Repeat Start 1 – 60 sec.
WEERGAVESTAND Beeldselectiescherm Wanneer u in een menu een instelling hebt gekozen waarbij beelden moeten worden gemarkeerd, dan verschijnt het beeldselectiescherm. Het biedt keuze uit een aantal beelden. Met de links/rechtstoetsen van de stuurknop verplaatst u het gele selectiekader. Menu-toets Hiermee verlaat u het scherm en worden alle handelingen opgeheven. Met de op-toets van de stuurknop kiest u het beeld; wanneer het beeld is gekozen verschijnt ernaast een symbool.
Bestanden wissen Wissen verwijdert bestanden permanent. Een gewist beeld kan niet worden teruggehaald. Ga bij het wissen zeer zorgvuldig te werk. In het weergavemenu kunt u enkele beelden wissen, maar ook meerdere beelden tegelijk of alle beelden van de geheugenkaart. Voordat een beeld wordt gewist verschijnt een bevestigingsscherm; "Yes" voert het wissen uit, met "No" ziet u er van af. De wisfunctie heeft drie instellingen: This frame - Dit beeld: het weergegeven of gemarkeerde beeld wordt gewist.
PLAYBACK MODE Bestanden vergrendelen U kunt een beeld, een selectie van beelden en alle beelden van een map vergrendelen. Een vergrendeld beeld kan niet worden gewist. Het is verstandig belangrijke opnamen te vergrendelen. Wilt u beelden in een andere map vergrendelen, kies die map dan in de basic-sectie van het setupmenu (blz. 82). Er zijn vier instellingen voor de vergrendelingsfunctie: This frame - Dit beeld: het weergegeven of gemarkeerde beeld wordt vergrendeld.
Audio-commentaar U kunt een foto van een vijftien seconden durend commentaar voorzien. Deze functie vervangt tevens een gesproken memo-bestand dat bij een beeld werd opgenomen. Geluidscommentaren kunnen niet bij filmclips worden gevoegd; u kunt er geen geluidssporen mee wegschrijven. Zorg ervoor dat het beeld te zien is waar u het audio-commentaar aan wilt koppelen. Is het beeld vergrendeld, ontgrendel het dan via de basic sectie van het weergavemenu (blz. 82).
WEERGAVESTAND Diashow De custom 1 sectie van het weergavemenu betreft de dia-show-functie. Hiermee worden alle beelden op de geheugenkaart automatisch weergegeven in aflopende numerieke volgorde. Aftellend opnamenummer/ totaal aantal opnamen in de presentatie Druk op de stuurknop om de presentatie te pauzeren en te herstarten. Druk op de neer-toets om de presentatie te stoppen.
Menu-opties Slidehow Instellingen Enter Hiermee start u de dia-vertoning. Druk midden op de stuurknop om de presentatie even stil te zetten. Wilt u de diashow stoppen, druk tijdens de vertoning op de neer-toets van de stuurknop; u gaat dan terug naar het weergavemenu. All frames Hiermee kiest u alle beelden in een map voor presentatie in een dia-show. Marked frames Hiermee selecteert u specifieke beelden in de map voor weergave in een dia-show.
WEERGAVESTAND Over DPOF Deze camera wordt ondersteund door DPOF™ versie 1.1. DPOF (Digital Print Order Format) maakt het mogelijk direct vanuit de camera prints van foto's te (laten) maken. Na het vormen van een DPOF orderbestand kunt u de geheugenkaart simpelweg inleveren bij een foto-afwerkadres, of u steekt de kaart in de sleuf van een DPOF-compatible printer. Is een DPOF-bestand aangemaakt, dan wordt er op de geheugenkaart automatisch een 'misc.' map aangemaakt (blz. 100).
Kiest u voor een enkel beeld of voor alle beelden, dan verschijnt een scherm waarin gevraagd wordt hoeveel prints er van elke opname moeten worden gemaakt; het maximum is negen prints per beeld. Gebruik de op/neer-toetsen van de stuurknop om het aantal in te stellen. Werd de all frames instelling gebruikt, dan worden opnamen die daarna worden toegevoegd niet geprint. U kunt geen DPOF-orderbestanden maken voor beelden die met een andere camera zijn opgenomen.
WEERGAVESTAND Kopie (copy) en E-mail-kopie (E-mail copy) De kopieerfunctie maakt exacte kopieën van audio- of beeldbestanden en slaat ze op om ze op een andere geheugenkaart weg te schrijven. E-mail-kopie maakt een standaard 640 X 480 (VGA) JPEG kopie van het origineel, dan makkelijk per e-mail kan worden verzonden. Werd er voor E-mail-kopie een beeld gekozen dat werd opgenomen in de economy-stand, dan verandert de beeldkwaliteit niet.
Copy 1 Copying to camera memory. 2 Change card. 3 Copying to memory card. Zijn de beelden geselecteerd die moeten worden gekopieerd of waarvan een e-mail-kopie moet worden gemaakt, dan verschijnt er een scherm met vier meldingen. Tijdens de kopieerprocedure lichten de meldingen beurtelings op. 4 Copying completed. Enter Wanneer de boodschap” Change card” oplicht moet u de geheugenkaart uit de camera verwijderen en de kaart in de camera plaatsen waarop de kopieën moeten worden weggeschreven.
WEERGAVESTAND Beelden op TV bekijken Het is mogelijk gemaakte opnamen op uw televisie weer te geven. De camera heeft een video-uitgang, waarmee u hem met behulp van de meegeleverde AV-kabel kunt aansluiten. De camera is compatible met zowel de PAL- als de NTSC-standaard. U kunt controleren voor welk van deze twee systemen de camera is ingesteld in de custom 2 sectie van het setup-menu (blz. 96). 1. Zet de televisie en de camera uit 2. Steek de mini-stekker van de AV-kabel in de videouitgang van de camera.
SETUP-STAND DE WERKING VAN DE CAMERA REGELEN In de setup-stand kunt u de camerafuncties en instellingen regelen en beeldmappen selecteren. In "Navigeren door het setup-menu" vindt u eerst een overzicht van het setup-menu. Daarna worden de instellingen apart behandeld. Minolta-historie Innovatie en creativiteit zijn altijd de drijvende krachten geweest achter de Minolta producten. De Electro-zoom X was zuiver een oefening in camera-design. Hij werd gepresenteerd tijdens de Photokina van 1966, in Keulen.
SETUP-STAND Navigeren door het setup-menu Met de menu-toets roept u het menu op en laat u het na het verrichten van de instellingen ook weer verdwijnen. Gebruik de vierwegtoetsen van de stuurknop om de cursor in het menu te verplaatsen. Druk op het midden van de stuurknop om een instelling te openen. De tab "Basic" bovenin het menu licht op. Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop om de gewenste menu-tab te doen oplichten; bij veranderen van de tabs verandert ook het menu.
Basic LCD brightness Format Power save Language Enter Enter 1, 3, 5, 10 min. Japanese English Deutsch Français Español Yes No “Yes” kiezen in de bevestigingsschermen voert de bewerking uit, “No” heft de bewerking op. Gebruik de links/rechts-toetsen om de helderheid van de monitor in te stellen; druk op de centrale toets om het niveau vast te leggen.
SETUP-STAND Helderheid lcd-monitor De helderheid van de lcd-monitor.is instelbaar in 11 niveaus. Het scherm voor instelling van de helderheid wordt geopend in de basic-sectie van het setup-menu (blz. 96). Gebruik de links/rechts-toetsen van de stuurknop (1) om de helderheid in te stellen; het beeld op de monitor past zich aan het ingestelde niveau aan. Druk op de centrale toets van de stuurknop (2) om de instelling vast te leggen.
Automatische spaarschakeling (Power save) De camera schakelt zich om stroom te sparen uit wanneer er binnen een bepaalde tijd geen handeling is uitgevoerd. De wachttijd kan worden ingesteld op 1, 3, 5, en 10 minuten. Is de camera op een computer aangesloten, dan wordt de automatische spaarschakeling ingesteld op 10 minuten. Deze waarde kan niet worden veranderd. Taal De taal van de menu’s is instelbaar.
SETUP-STAND Mapnaam Alle beelden worden op de geheugenkaart opgeslagen in mappen. Mapnamen zijn er in twee uitvoeringen: standaard en met datum. Standaard-mappen hebben namen van acht tekens. De eerste map krijgt de naam 100MLT08. De eerste drie tekens zijn het serienummer van de map, wat met 1 wordt verhoogd als er een nieuwe mapnaam wordt toegekend. De nu volgende drie letters hebben betrekking op Minolta, en de laatste twee nummers staan voor de gebruikte camera; 08 is de DiMAGE F100.
Shutter FX Drukt u de ontspanknop geheel in, dan geeft een geluidseffect een bevestiging van de opname. Het geluid kan worden uitgeschakeld in de custom 1 sectie van het setup-menu (blz. 96). Er zijn twee sluitergeluiden beschikbaar: signaal 1 is mechanisch, signaal 2 is elektrisch. Het mechanische sluitergeluid is afkomstig van de legendarische Minolta CLE, een compacte meetzoekercamera die het meesterstuk vertegenwoordigt in de ontwikkeling van de Leitz-Minolta CL.
SETUPSTAND Lichtmeetmethode Meerveldsmeting blz. 66 Belichtingscorrectie 0.0 blz. 52 Cameragevoeligheid (ISO) Auto blz. 67 Witbalans Auto blz. 62 Weergave AF-sensor Aan blz. 66 Gesproken memo Uit blz. 48 Datum in beeld Uit blz. 70 Directe weergave Uit blz. 71 Kleurinstelling Natural Color blz. 68 Verscherping Normaal blz. 68 Contrast Normaal blz. 68 Kleurverzadiging Normaal blz. 68 Datumvolgorde JJJJ/MM/DD blz. 103 Duur (Diashow) 5 seconden blz.
Datum en tijd instellen Het is belangrijk dat u de klok goed gelijk zet. Wanneer u een foto of filmclip opneemt worden datum en tijd bij de beeldinformatie opgeslagen; bij weergave worden ze afgebeeld. Ook kunt u datum en tijd oproepen met behulp van de DiMAGE Viewer software die op de CD-ROM zit. De klok van de camera wordt ook gebruikt voor het imprinten van de datum (blz. 70). Wanneer de optie voor instellen van datum en tijd is geselecteerd en geopend verschijnen tijd en datum.
OVERSPEELSTAND OVERSPEELSTAND AANSLUITING OP DE COMPUTER Lees dit hoofdstuk goed door voordat u de camera met een computer verbindt. Details over het gebruik en de installatie van de DiMAGE Image Viewer Utility software vindt u in software-gebruiksaanwijzing. De DiMAGE gebruiksaanwijzingen geven geen informatie over de basishandelingen voor het gebruik van computers en hun besturingssystemen; kijk in de documentatie die daarvoor bij uw computer is geleverd..
Systeemeisen Wilt u de camera direct op de computer aansluiten en gebruiken als een mass storage device (extern opslagmedium) dan moet de computer zijn uitgerust met een USB-aansluiting als standaard interface. De computer en het besturingssysteem moeten gegarandeerd goed werken met USB interface. De volgende besturingssystemen zijn compatible met de camera IBM PC / AT Compatible Windows 98, 98SE, Me, 2000 Professional en XP. Macintosh Mac OS 8.6 – 9.2.2 en Mac OS X 10.1.1 – 10.1.
OVERSPEELSTAND Camera op de computer aansluiten Gebruik wanneer u de camera op de computer aansluit een volle batterij. Het gebruik van een netstroomadapter (apart verkrijgbaar) is bij overspelen overigens te prefereren boven batterijvoeding. Gebruikers van Windows 98, 98 SE of Mac OS 8.6 dienen eerst de tekst te lezen over de computeraansluiting bij hun besturingssystemen (Windows 98 - blz. 96; OS 8.6 - blz. 111). 1 Start de computer. 2 Plaats de geheugenkaart in de camera.
5 Om de USB-verbinding te starten kan de keuzeknop in elke stand staan. • Zolang de camera in verbinding is met de computer wordt het overspeelscherm vertoond. Wanneer de verbinding tot stand is gekomen verschijnt er een drive-symbool op het bureaublad van de computer. Gebruikt u Windows XP, dan verschijnt het symbool van de verwisselbare schijf. Herkent de computer de camera niet, verbreek dan de verbinding en start de computer opnieuw op. Herhaal vervolgens bovenstaande procedure.
OVERSPEELSTAND Verbinding met Windows 98 en 98SE De driver hoeft maar eenmaal te worden geïnstalleerd. Kan de driver niet automatisch worden geïnstalleerd, dan kunt u hem handmatig installeren met de wizard voor nieuwe hardware; kijk bij de instructies op de volgende bladzijde. Vraagt het besturingssysteem tijdens de installatie om de Windows 98 CD-ROM; plaats die dan in de CD-ROM drive en volg de verdere instructies op het scherm.
Handmatige installatie Wilt u de Windows 98 driver handmatig installeren, volg dan eerst de instructies voor het aansluiten van de camera op de computer op blz 106. Wanneer de camera op de computer is aangesloten merkt het besturingssysteem dat er nieuwe hardware is aangesloten en de wizard voor nieuwe hardware wordt geopend. Plaats de DiMAGE software CD-ROM in de CD-ROM drive. Klik om naar het volgende scherm te gaan.
OVERSPEELSTAND De wizard voor nieuwe hardware zal de locatie van de driver bevestigen. Klik om te vervolgen met de installatie van de driver in het systeem. • Een van deze drie drivers zal worden gevonden: MNLVENUM.inf, USBPDR.inf of USBSTRG.inf • De letter van de CD-ROM drive kan per computer verschillen. Het laatste venster zal de installatie van de driver bevestigen. Klik om de wizard voor nieuwe hardware af te sluiten. Herstart de computer.
Verbinding met Mac OS 8.6 Om deze camera te verbinden met een computer waarop Mac OS 8.6 is geïnstalleerd moet het USB ondersteuningsprogramma USB storage support eerst worden geïnstalleerd. Deze software wordt gratis verstrekt door Apple Computer, Inc. U kunt de software downloaden van de Apple Software Updates website http://www.apple.com/support. Volg voor het downloaden de instructies op de Apple website.
OVERSPEELSTAND Werken met mappen op de geheugenkaart Drive-icoon Dcim Is de camera eenmaal aangesloten op de computer, dan kunt u beeldbestanden openen door er simpelweg dubbel op te klikken. Overzetten van beelden kunt u uitvoeren door bestanden met de muis naar de computer of een map van de computer te slepen. Bestanden en mappen op de geheugenkaart kunt u via de computer wissen. Formatteer een geheugenkaart nooit vanuit de computer, doe dat altijd met de camera. Misc De map misc.
Beeldbestandsnamen beginnen met "PICT," gevolgd door een viercijferig bestandsnummer plus een tif, jpg, mov, of thm extensie. Spraakopname-bestanden hebben een wav extensie en dezelfde naam als het beeld. De thumbnails (thm) worden door de camera gebruikt en kunnen niet worden geopend. Kopie-beelden (blz. 92) worden geplaatst in een map met een naam die eindigt met “CP.” E-mailkopie-beelden worden geplaatst in een map waarvan de naam eindigt met “EM.
OVERSPEELSTAND Camera van de computer loskoppelen Ontkoppel de camera nooit wanneer het toegangslampje rood brandt – de informatie of de geheugenkaart zelf kan er door beschadigen Windows 98 en 98SE Controleer of het toegangsglampje niet rood brandt. Zet de camera uit en ontkoppel de USB-kabel. Windows ME, 2000 Professional en XP Klik met de linker muisknop op het symbool voor het ontkoppelen van hardware in de taakbalk. Er verschijnt een venster met het apparaat dat kan worden afgesloten.
In het venster voor het loskoppelen van hardware worden de te stoppen apparaten in een lijst weergegeven. Markeer het apparaat door er op te klikken en klik op "Stop”. Er verschijnt een bevestigingsscherm, met daarin de af te sluiten apparaten. "OK" zal het apparaat stoppen. Het derde en laatste scherm verschijnt om aan te geven dat de camera nu veilig van de computer kan worden losgekoppeld. Zet de keuzeknop in een andere stand en ontkoppel de USB-kabel.
OVERSPEELSTAND Geheugenkaart verwisselen (overspeelstand) Pas goed op wanneer u geheugenkaarten verwisselt terwijl de camera met de computer verbonden is. Bij verkeerde handelingen kan er beeldinformatie verloren gaan. Kijk altijd goed of het toegangslampje niet rood brandt voordat u de geheugenkaart verwijdert. Windows 98 en 98SE 1. Zet de camera uit 2. Verwissel de geheugenkaart. 3. Zet de camera aan om de USB-verbinding tot stand te brengen. Windows ME, 2000 Professional en XP 1.
PROBLEMEN OPLOSSEN Hieronder wordt een aantal eenvoudige bedieningsproblemen behandeld. Voor verdergaande problemen of defecten of wanneer bepaalde problemen steeds terugkeren kunt u het beste contact opnemen met de Technische Dienst van Minolta. Probleem Camera doet het niet Er kan geen foto worden gemaakt Symptoom Oorzaak Oplossing Batterij is leeg. Vervang batterij (blz. 14). AA Ni-MH batterijen zijn verkeerd geplaatst. Plaats de batterijen opnieuw.
PROBLEMEN Probleem OPLOSSEN Symptoom Scherpstelsignaal is rood. Opnamen zijn niet scherp Opnamen zijn zonder flits binnen of bij weinig licht gemaakt. Continu transport en bracketing werken niet. Bij gebruik van de flitser zijn de opnamen te donker. 118 Oorzaak Oplossing Onderwerp te dichtbij. Let er op dat het onderwerp zich binnen het AF-bereik bevindt (blz. 24) of gebruik de macro-stand (blz. 29). Camera staat in de macrostand Verlaat de macro-instelling (blz. 29).
Probleem Symptoom Oorzaak Opnameinformatie verschijnt, maar het livebeeld is geheel wit of zwart. Camera is ingesteld op handinstelling van de belichting (M). Sluitertijd/diafragma-combinatie geeft extreme onder- of overbelichting van het live-beeld. Oplossing Verander de sluitertijd- en/of diafragma-instelling totdat er een beeld op de monitor verschijnt (blz. 53).
PROBLEMEN OPLOSSEN Driver-software verwijderen – Windows 1.Plaats een geheugenkaart in de camera en verbind hem met een USB-kabel met de computer. Tijdens deze procedure moeten andere apparaten niet zijn aangesloten. 2.Rechts-klik op Deze Computer en kies “Eigenschappen” uit het menu. Windows XP: ga van het Start-menu naar het Configuratiescherm. Klik op Prestaties en onderhoud. Klik op “Systeem” om het venster met eigenschappen te openen. 3.
ONDERHOUD EN OPSLAG ONDERHOUD • Stel de camera niet bloot aan slagen of schokken. • Zet de camera tijdens transport uit. • Deze camera is niet water- of spatwaterdicht. Met natte handen plaatsen/verwijderen van de batterijen of de geheugenkaart of met natte handen bedienen van de camera kan tot schade leiden. • Denk er aan het water en op het strand aan dat u de camera niet aan water en zand blootstelt. Water, zand, stof of zout kan de camera beschadigen. • Laat de camera niet lang in de zon liggen.
ONDERHOUD EN OPSLAG BEDRIJFSTEMPERATUUR EN -OMSTANDIGHEDEN • Deze camera is ontworpen voor gebruik in temperaturen van 0°C tot 40°C. • Laat de camera nooit achter in een omgeving waarin het erg warm kan worden, zoals in een auto die in de zon staat, of waar het erg vochtig is. • Brengt u de camera van een koude naar een warme omgeving, doe hem dan in een goed afgesloten plastic zak om condensvorming te voorkomen. Laat de camera acclimatiseren en haal hem dan uit de plastic zak.
BATTERIJEN • Batterijprestaties nemen af naarmate het kouder is. In een koude omgeving is het aan te bevelen reservebatterijen op een warme plaats te bewaren, onder een jas bijvoorbeeld. Wanneer ze weer op temperatuur komen kunnen batterijen zich weer herstellen. • Verwijder de batterijen wanneer de camera voor langere tijd niet in gebruik zal zijn. Vrijkomende batterijvloeistof kan in de de batterijruimte schade aanrichten. • Let er bij het plaatsen van batterijen op dat de polen schoon zijn.
ONDERHOUD EN OPSLAG COPYRIGHT • Op TV programma's, film, videotapes, foto's en andere materialen kan auteursrecht rusten. Ongeoorloofd opnemen of dupliceren van zulk materiaal kan een inbreuk op de auteursrechten zijn. Zonder toestemming opnemen van uitvoeringen, tentoonstellingen, enzovoorts is verboden. Materialen waarop auteursrecht rust kunnen alleen worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden van het auteursrecht is voldaan.
Op het product kunt u de volgende merktekens tegenkomen: This mark certifies that this camera meets requirements concerning interference causing equipment regulations in Japan. Dit teken aan de onderkant van dit product geeft aan dat het voldoet aan de eisen van de EU (Europese Unie) op het gebied van apparatuur die storing kan veroorzaken. CE staat voor Conformité Européenne (Europese Conformiteit).
TECHNISCHE GEGEVENS Aantal effectieve pixels: CCD: 3,95 miljoen 1/1,8-type interline complementary-color CCD met totaal 4,13 miljoen pixels.
Batterijen: Externe stroombron: Afmetingen: Gewicht: Bedrijfstemperatuur: Luchtvochtigheidsbereik: Eén CR-3V lithiumbatterij of twee AA Ni-MH batterijen. AC-6 adapter 111,0 (B) X 52,3 (H) X 32,0 (D) mm Circa 185 gram (zonder batterij en geheugenkaart) 0° – 40°C 5 – 85% (niet condenserend) Specificaties zijn gebaseerd op meest recente informatie op moment van druk en kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd.
© 2002 Minolta Co., Ltd. under Berne Convention and Universal Copyright Convention.