Operation Manual
73
Filter
U kunt de algehele kleur van een scene veranderen. De filter-effec-
ten verschillen naar gelang de gebruikte kleurinstelling, zie de
kleurvoorbeelden op blz. 171.
De filtereffecten worden ingesteld met de functietoets en de stuur-
eenheid (blz. 64) Verandert u de instelling, dan geven een symbool
plus een getal aan om welk filter het gaat.
Staat het filter op elke andere instelling behalve nul, dan blijft de
aanduiding als waarschuwing zichtbaar.
Filter - 3
Bij gebruik met de kleurinstellingen Natural Color, Vivid Color, Portrait of Embedded Adobe RGB kan
het Filter worden ingesteld in elf niveaus (± 5). Een positieve correctie werkt als een warmgetint filter.
Een negatieve correctie heeft het tegengestelde effect en maakt het beeld koeler.
Gebruikt u de filtercorrectie in de zwart-witstand van de kleurinstelling, dan zijn er elf tinten beschik-
baar. De filterinstelling volgt een cyclus van neutraal naar rood, naar groen, naar magenta, naar blauw
en dan weer terug naar neutraal. De nulstand is neutraal. Zwart-wit-filterinstellingen werken niet door
op RAW-beelden.
:enter:sel.:move










