Operation Manual

ISO Auto
66
Geavanceerde opnametechniek
Cameragevoeligheid- ISO
In de auto-stand past de camera de gevoeligheid automatisch aan de lichtomstandigheden aan, tus-
sen ISO 50 en 200. Is er een andere dan de auto-stand gekozen, dan verschijnen "ISO" en de inge-
stelde waarde in het zoeker/monitorbeeld.
U kunt zelf een bepaalde gevoeligheid instellen. Net als de korrel bij conventionele fotografie neemt
de beeldruis toe als de gevoeligheid hoger wordt. Een instelling op ISO 50 geeft de minste ruis, ISO
800 de meeste.
Een verandering in ISO heeft ook invloed op het flitsbereik en het sluitertijdenbereik. Kijk op de vol-
gende bladzijde voor meer informatie over het flitsbereik, en op blz. 55 voor het sluitertijdenbereik.
Een verdubbeling van de ISO-waarde betekent een verdubbeling van de gevoeligheid. Overgaan van
100 naar 200, 200 naar 400 of 400 naar 800 betekent een verdubbeling van de gevoeligheid, ofwel
een verhoging ter waarde van 1 stop of lichtwaarde (zie blz. 105). Een verandering van 100 naar 800
verhoogt de gevoeligheid met een factor 8 oftewel 3 stops. Met hoge ISO-instellingen (400, 800) kunt
u ook bij weinig licht uit de hand fotograferen, zonder dat u een flitser nodig heeft.
Aanduiding handmatig ingestelde gevoelig-
heid
Voor de cameragevoeligheid kunt u kiezen uit vijf instellingen:
Auto, 50, 100, 200, 400 en 800. De waarden zijn gebaseerd op
ISO-equivalenten. ISO is de standaard voor filmgevoeligheid; hoe
hoger het getal, des te gevoeliger is de film.
De cameragevoeligheid wordt geselecteerd met de functietoets en
de stuureenheid (blz. 64).
:enter:sel.:move