Operation Manual
59
Belichtings- en flitscorrectie
U kunt zowel de gewone belichtingsregeling als de flitsdosering corrigeren om het uiteindelijke beeld
lichter of donkerder te maken. U kunt de belichting corrigeren tot plus/min 2 stops in stappen van 1/3
stop (blz. 105). De belichtingscorrectie en de flitscorrectie blijven gelden totdat u ze weer op nul zet.
Meer informatie over belichtingscorrectie op blz. 59.
De correctie moet worden ingesteld voordat de opname wordt gemaakt. Wanneer u de belichtings-
of flitscorrectie instelt verschijnt de verandering in lichtwaarden in de zoeker/monitor. Nadat de instel-
ling is uitgevoerd zijn de sluitertijd- en/of diafragma-aanduiding aangepast.
Flitscorrectie
Belichtingscorrectie
Druk op de op-toets van de stuureenheid (1) om
het scherm voor belichtings- en flitscorrectie te
laten verschijnen.
Gebruik de op/neer-toetsen van de stuureen-
heid (2) om belichtings- of flitscorrectie te selec-
teren. Gebruik de links/rechts-toetsen (3) om de
correctiewaarde in te stellen.
Druk op de centrale toets van de stuureenheid
of druk de ontspanknop half in om de instelling
te voltooien. Wordt enige seconden geen ande-
re verstelling uitgevoerd, dan worden de correc-
tiewaarden automatisch doorgevoerd. Werd er
een andere waarde ingesteld dan 0.0, dan ver-
schijnt er een aanduiding op de monitor. Kijk
ook bij camera-info op blz. 69 en 75.
Exposure comp.
:enter:adj.:move
2
3
1










