Operation Manual
54
Geavanceerde opnametechniek
Diafragmavoorkeuze kiest u met
de belichtingskeuzeknop (blz. 50).
De fotograaf kiest het diafragma
en de camera kiest de sluitertijd
die nodig is om de goede belich-
ting te krijgen. Wanneer de A-
stand is geselecteerd wordt de
diafragma-aanduiding in de zoe-
ker/monitor blauw.
Diafragmavoorkeuze - A
Draai aan het instelwiel om de gewenste diafragmawaarde in te stellen. Druk de ontspanknop half in
om het belichtingssysteem te activeren; de gekozen sluitertijd wordt weergegeven.
De diafragmawaarde kan in stappen van o,3 LW of 1/3 stop worden gevarieerd tussen f/2,8 en f/11 in
de groothoekstand en tussen f/3,5 en f/11 in de telestand. Leidt de diafragmastand tot een sluitertijd
die de camera niet kan instellen, dan wordt de sluitertijd in de zoeker/monitorbeeld rood.
Staat de cameragevoeligheid (ISO) op Auto (blz. 66), dan verandert de sluitertijd na verandering van
het diafragma mogelijk niet.
Maakt u opnamen met zeer heldere objecten, zoals de zon, bij een een groot diafragma (f/2,8 of
f/3,5), dan kunnen er in beeld zwarte partijen zonder details ontstaan. Verklein in zo’n situatie het
diafragma of gebruik een grijsfilter (ND-filter).
Richt de camera niet voor langere duur rechtstreeks naar de zon. De intensiteit van het zonlicht
kan de CCD beschadigen. Zet de camera tussen de opnamen door uit of plaats de lensdop op
het objectief.
Camera-info










