Operation Manual

44
Geavanceerde opnametechniek
Toets scherpstelstand
Single-shot AF - autofocus-stand voor algemene toepassingen. De werking is beschreven bij
de basistechnieken opname.
Handmatige scherpstelling - Om zelf de afstand in te stellen, zie de volgende bladzijde.
Continu AF - voor het fotograferen van zich verplaatsende onderwerpen. Wordt de ontspan-
knop half ingedrukt, dan wordt het autofocussysteem geactiveerd en blijft het scherpstellen
totdat de foto is gemaakt. Gebruikt u continu AF in combinatie met het brede scherpstelveld
(blz. 46), dan verschijnen de AF-sensors die aangeven waarop wordt scherpgesteld niet in
beeld.
Het scherpstellen op zich snel verplaatsende onderwerpen kan in deze stand mogelijk niet
goed verlopen. Gebruik dan handmatige scherpstelling, stel in op een bepaalde afstand en
druk de ontspanknop in vlak voor het moment dat het onderwerp dat punt bereikt; er is een
kleine vertraging tussen het moment dat de ontspanknop wordt ingedrukt en het moment dat
de sluiter open gaat om de foto te maken.
Enkelvoudige AF - scherpstelling uitgevoerd en vergrendeld.
Continu AF - scherpstelling is uitgevoerd.
Rode scherpstelaanduiding - onderwerp is te dichtbij, of er doet zich iets voor dat
een goede scherpstelling verhindert. Er kan wel een foto worden gemaakt.
Enkelvoudige AF (Autofocus), continu AF en
handmatige scherpstelling worden ingesteld
met de toets voor de scherpstelstand. Druk op
de toets om de gewenste scherpstelstand te
kiezen.
De aanduidingen voor continu AF en handmati-
ge scherpstelling verschijnen in de rechter
benedenhoek van het zoeker/monitorbeeld.
Scherpstelsignalen