Operation Manual
34
Basishandelingen opname
Gebruik van de ingebouwde flitser
Flitsbereik - automatische werking
Om de flitser te activeren klapt u hem aan de twee greepjes aan
weerszijden omhoog. Controleer of de flitser volledig is uitgeklapt
voordat u hem gebruikt. De flitser moet altijd handmatig worden in-
en uitgeklapt. Als hij is uitgeklapt wordt de flitser altijd ontstoken,
ongeacht de hoeveelheid omgevingslicht. De volgende flitsinforma-
tie verschijnt linksboven in het zoeker/monitorbeeld om de flitssta-
tus aan te duiden.
De camera regelt de flitsdosering automatisch. Voor een goede belichting is het nodig dat het onder-
werp zich binnen het flitsbereik bevindt. Door de constructie van het optische systeem zijn de berei-
ken in de groothoek- en telestand verschillend.
Groothoekstand
Telestand
0,5 m ~ 3,8 m
0,5 m ~ 3,0 m
De witte flitsaanduiding verschijnt wanneer de flitser gereed is om te flitsen.
De rode flitsaanduiding verschijnt wanneer de flitser zich oplaadt.
Na het maken van de foto verschijnt kort de aanduiding OK indien het onderwerp vol-
doende flitslicht heeft ontvangen.
Bij weinig licht of binnenshuis kunt u flitslicht gebruiken om het onderwerp te verlichten; daarmee
voorkomt u ook trillingsonscherpte als gevolg van een te lange sluitertijd. U kunt de flitser ook voor
invulflits gebruiken om te donkere beeldpartijen op te helderen. Verwijder altijd de zonnekap wanneer
u de ingebouwde flitser gebruikt; anders geeft de zonnekap schaduw onderin het beeld.










