Operation Manual

31
Druk de ontspanknop half in (2) om scherpstelling en belichting
te vergrendelen.
Is de scherpstelling uitgevoerd, dan verschijnt een AF-sensor in
het live-beeld om aan te geven waarop werd scherpgesteld. De
scherpstelsignalen (blz. 33) in de zoeker/monitor geven aan dat
de scherpstelling in orde is. Is het scherpstelsignaal rood, dan
kon de camera niet goed scherpstellen. Herhaal voorgaande
stappen totdat het signaal wit is. De sluitertijd- en diafragma-
waarde veranderen van wit naar zwart wanneer de belichting
wordt vergrendeld.
Druk de ontspanknop geheel in (3) om de opname te maken.
Het toegangslampje knippert om aan te geven dat de beeldin-
formatie naar de geheugenkaart wordt weggeschreven.
Verwijder een kaart nooit als er nog informatie wordt overge-
schreven.
Sluitertijd en diafragma
Scherpstelsignaal
AF-sensor
2
3