Operation Manual
162
Problemen oplossen
Werkt de camera niet naar behoren, schakel hem dan uit, verwijder en herplaats de batterijen of ver-
breek en herstel de netstroomverbinding. Schakel de camera altijd uit met het instelwiel (hoofdscha-
kelaar), anders kan de geheugenkaart beschadigd raken en worden de camera-instellingen op de
standaard instellingen teruggezet.
Bij langdurig gebruik stijgt de temperatuur van de camera. Houd daar rekening mee wanneer u de
camera, de batterijen of de geheugenkaart vastpakt.
Sluitertijd/diafragma-combinatie
geeft extreme onder- of
overbelichting van het live-
beeld.
Verander de sluitertijd- en/of diafragma-
instelling totdat er een beeld op de
monitor verschijnt (blz. 56).
Opname-in-
formatie
verschijnt, maar
het live-beeld is
geheel wit of
zwart.
Camera staat op
handmatige
belichtingsregeling
(M).
Probleem Symptoom Oorzaak Oplossing
Gebruik van filters
In de groothoekstand (minder dan 50 mm op de zoomring) kan het voorkomen dat polarisatiefilters en
close-up-lenzen vignettering veroorzaken. Bij zeer sterke close-up-lenzen als een +3 of de Minolta
No.2 kan vignettering ook al onder de 100 mm optreden.
De meeste verloopringen veroorzaken vignettering. De Minolta Step-up Adapter (verloopring) voor
gebruik van 62 mm filters op de 49 mm vatting van de camera kan worden gebruikt.
Onderwerp of scène buiten
meetbereik van de camera,
Verander de cameragevoeligheid
(blz. 66) of zorg voor meer of minder
licht.
Onjuiste
belichting bij zeer
lichte of donkere
onderwerpen.
Aanduiding
lichtmeetmethode
is rood.
De CCD wordt gekalibreerd. Deze procedure neemt enkele seconden in
beslag. Verwijder tijdens deze periode de batterij niet. Dit duidt niet op
een defect en de camera zal zich automatisch uitschakelen.
De camera
schakelt zich
soms niet direct
uit.
Het zandloper-
symbool
verschijnt op een
blanco LCD-
monitor.










