Operation Manual
Wordt de beeldgrootte of de beeldfrequentie veranderd, dan geeft de opnameteller bij benadering het
aantal seconden weer dat bij de geldende instelling op de geheugenkaart kan worden opgeslagen. De
totale tijdsduur die op een geheugenkaart kan worden opgenomen wordt bepaald door de capaciteit
van de kaart en de opnamefrequentie. De werkelijke bestandsgrootte wordt door het onderwerp
bepaald; bij het ene onderwerp is een sterkere compressie mogelijk dan bij een ander.
De schrijfssnelheid van de geheugenkaart kan de opname van een filmclip voortijdig stoppen. Test de
kaart voordat u een belangrijke gebeurtenis opneemt. Kijk op de Konica Minolta website voor de
meest recente compatibiliteitsinformatie:
Noord-Amerika: http://www.konicaminolta.us
Europa: http://www.konicaminoltasupport.com
108
Beeldgrootte en beeldfrequentie
Films kunt u in drie formaten opnemen: 800x600, 640x480 en 320x240. Hoe groter het beeld, des te
hoger is beeldkwaliteit en des te groter zijn de beeldbestanden. De beeldgrootte wordt ingesteld in
het filmmenu.
Films kunnen worden opgenomen met twee beeldfrequenties: 15 bps of 30 bps. 800 x 600 films kun-
nen alleen worden opgenomen op 15 bps. Hoe hoger de frequentie, des te vloeiender worden bewe-
gingen weergegeven en des te groter wordt het filmbestand. De beeldfrequentie wordt ingesteld in het
filmmenu.
Filmstand
Movie mode
Globale capaciteit van een 128 MB geheugenkaart
Opnamefrequentie
30 bps - 1,1 MB/s
800x600 640x480
15 bps 850 KB/s 680 KB/s
30 bps
2 min. 36 sec. 3 min. 49 sec.15 bps
-1min. 54 sec.
700 KB/s
320x240
350 KB/s
5 min. 55 sec.
3 min. 6 sec.
Met de optie movie mode kiest u het type film. Er zijn twee opties:










