Gebruiks- en montage-aanwijzing voor de koel-vriescombinaties KD 1210 S KT 2010 S KT 2210 S Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. M M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KD 1210 S, KD 1410 S. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KT 2010 S, KT 2210 S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen . . . . . . .
Inhoud Het ontdooien van de koel-vriescombinatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Het ontdooien van de koelzone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Het ontdooien van de diepvrieszone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Het reinigen van de koel-vriescombinatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . . .
Algemeen KD 1210 S, KD 1410 S a Temperatuurregelaar, binnenverlichting en winterschakeling* b Plateaus g Botervak / Eierrekjes h Lichtcontactschakelaar i Deurvakken en deurvak voor flessen c Flessenrek* d Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater e Groente- en fruitladen f Diepvriesladen, voor een deel met diepvrieskalender * Afhankelijk van het model 4
Algemeen KT 2010 S, KT 2210 S a Plateau diepvrieszone g Botervak / Eierrekjes b Temperatuurregelaar, binnenverlichting en winterschakeling* h Lichtcontactschakelaar i Deurvakken en deurvak voor flessen c Plateaus d Flessenrek* e Gootje voor het dooiwater en afvoeropening van het dooiwater f Groente- en fruitladen * Afhankelijk van het model 5
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Hoe meer koelmiddel een koelvriescombinatie bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin de koelvriescombinatie wordt opgesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koelvriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting. Gebruik Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden. Gebruik geen elektrische apparaten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Gebruik geen scherpe voorwerpen om – rijp- en ijslagen te verwijderen – en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken. Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koelvriescombinatie niet meer. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie. Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen. Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar. Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door – koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken; – buisleidingen om te buigen; – beschermende lagen af te krabben. Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Het besparen van energie Normaal energieverbruik Plaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventileerd Te hoog energieverbruik In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd Op een plaats waar de zon niet di- Op een plaats waar de zon direct rect op kan schijnen op kan schijnen Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) Bij een kamertemperatuur van ca.
Het besparen van energie Ontdooien Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit. Een ijslaag in het diepvriesgedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie Voor het eerste gebruik Het apparaat begint te koelen. Wanneer de deur wordt geopend gaat de binnenverlichting van de koelzone aan. Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat. ^ Verwijder de transportbeveiligingen van het apparaat en gooi ze op verantwoorde wijze weg. ^ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
De juiste temperatuur Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven. Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De juiste temperatuur Het instellen van de temperatuur De temperatuur kunt u met behulp van de temperatuurregelaar instellen. ^ Draai de temperatuurregelaar op een stand tussen de 1 en 5. Hoe hoger de stand, des te lager de temperatuur in het apparaat. Wanneer het apparaat normaal wordt gebruikt en er producten in de diepvrieszone zitten die korte tijd moeten worden bewaard, adviseren wij een stand tussen de 1 en 2.
De juiste temperatuur Stijgt de omgevingstemperatuur boven de 18°C, schakel de winterschakeling dan weer uit. Wanneer de winterschakeling is ingeschakeld, wordt de diepvrieszone tot een omgevingstemperatuur tot 10 °C voldoende gekoeld. Daalt de omgevingstemperatuur onder de 10°C, dan wordt de diepvrieszone niet voldoende gekoeld en is een goede werking van het apparaat niet meer gewaarborgd.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen Gedeelten met verschillende temperaturen Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen. Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van. De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat. Koelste gedeelte in de koelzone Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groente- en fruitladen.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Dit in verband met explosiegevaar. Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar. Wanneer er in de koelzone vet- of oliehoudende levensmiddelen zijn opgeslagen, zorg er dan voor dat eventueel vrijkomend vet of olie niet met de kunststof onderdelen van het apparaat in aanraking komt.
Het indelen van de binnenruimte Plateaus De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet/neergelegd. ^ Til het plateau iets op en haal het eruit. ^ Zet het plateau op de gewenste plaats en schuif het weer naar binnen. De opstaande rand moet aan de achterkant zitten en naar boven wijzen, zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Het gebruik van de diepvrieszone De diepvrieszone kunt u gebruiken voor – het bewaren van diepvriesproducten; – het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen (voor maximale vriescapaciteit binnen 24 uur, zie typeplaatje); – het maken van ijsblokjes en ijs.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen – Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen. – Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet. Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. – Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen ^ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieslade/-zone vastvriezen. Het ontdooien van ingevroren producten Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen. Gebeurt dat wel, dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Het bereiden van ijsblokjes (Afhankelijk van het model) ^ Vul het bakje voor de ijsblokjes voor driekwart met water. ^ Zet het bakje op de bodem van de bovenste diepvrieslade of van de diepvrieszone. ^ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken. ^ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie Het ontdooien van de koelzone Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen. Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampingssysteem aan de achterkant van het apparaat. Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie ^ Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat de diepvrieszone weer klaar is voor gebruik. Het ontdooien Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn. ^ Schakel het apparaat met de temperatuurregelaar uit. Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in het apparaat.
Het reinigen van de koel-vriescombinatie Voor het reinigen Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigingsmiddelen of chemische oplosmiddelen. Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorzaken. ^ Schakel de koel-vriescombinatie met de temperatuurregelaar uit. Let erop dat er geen water in de temperatuurregelaar, verlichting, luchttoevoer- of luchtafvoeropeningen terechtkomt. ^ Ontdooi de diepvrieszone.
Het reinigen van de koel-vriescombinatie Het reinigen van de luchttoevoer- of luchtafvoeropeningen ^ Reinig de luchttoevoer- of luchtafvoeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger. Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt. Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (de warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.
Nuttige tips Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico’s lopen. Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen. Wat moet u doen, wanneer . . . . . . de koel-vriescombinatie niet koelt? ^ Controleer of: – de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0"; – de stekker stevig in het stopcontact zit; – de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is ingeschakeld.
Nuttige tips Is dit zo, ^ verhoog dan de kamertemperatuur. Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan en kan het in de diepvrieszone te warm worden. ^ Schakel de winterschakeling in als uw apparaat daarover beschikt. . . . de ingevroren producten vastgevroren zijn? ^ Pak de lampafdekking aan de achterkant van onder vast en trek deze eraf. ^ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los. ^ Draai het gloeilampje eruit.
Geluiden en de oorzaken ervan Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan? Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wanneer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Sssrrrrr....
Technische Dienst Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met – uw Miele-handelaar of – met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing. Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat.
Elektrische aansluiting Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V. Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde. Het is het beste wanneer de contactdoos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Tips voor het plaatsen van het apparaat Zet geen apparaten op uw kast die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons. Doet u dat wel, dan wordt er onnodig veel energie verbruikt. Moet uw apparaat naast een ander koelapparaat, vriesapparaat of koel-diepvriescombinatie staan, houd dan een afstand aan van minstens 2 cm. Doet u dat niet, dan kan er condenswater ontstaan met alle schadelijke gevolgen van dien.
Tips voor het plaatsen van het apparaat Het stellen van het apparaat ^ Stel het apparaat stevig en waterpas via de beide voorste stelvoeten.
Het veranderen van de draairichting van de deur Het apparaat wordt geleverd met een rechtsscharnierende deur. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting. Het is beslist noodzakelijk dat u iemand vraagt om u daarbij te helpen. U hebt nodig: een sleufschroevendraaier, een kruiskopschroevendraaier en een steeksleutel. ^ Open de bovenste deur van het apparaat. ^ Draai de lagerpen c uit het deurscharnier b en draai de pen er in het gat ernaast weer in. Let op het scharnier d.
Het veranderen van de draairichting van de deur Het monteren van de deuren van het apparaat het apparaat. De plaat moet hoorbaar vastklikken. Het verplaatsen van de deurgrepen ^ Maak de afdekkapjes a en b aan de zijkanten van de deuren los. ^ Plaats de onderste deur van het apparaat op de scharnierpen j en sluit de deur van het apparaat. ^ Draai het middelste deurscharnier f en schroef het er aan de andere kant weer aan. Daarvoor moet de onderste deur van het apparaat weer geopend zijn.
Het veranderen van de draairichting van de deur ^ Draai daarna de schroeven g aan de andere kant los. ^ Plaats de deurgreep aan de andere kant en schroef de greep eerst aan de zijkant en daarna in het midden vast h. ^ Draai de schroeven er aan de andere kant i weer in. ^ Plaats de afdekkapjes a en b aan de zijkanten van de deuren. ^ Klik het middelste afdekplaatje d er weer op.
Wijzigingen voorbehouden / 1105 KD 1210 S, KT 2010 S, KT 2210 S M.-Nr.