Gebruiks- en montagehandleiding Inductiekookplaten KM 5987 / 5993 / 5997 Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat. nl - NL M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Kookzonedisplay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Beveiligingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Vergrendeling instellingen / apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Stop & Go . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Veiligheidsuitschakeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 Oververhittingsbeveiliging . . . . .
Algemeen Kookplaat ac Kookzones met TwinBooster bde Kookzones met enkele booster 4
Algemeen Bedieningspaneel Sensortoetsen a Instellen vermogensstand b Booster c Inschakelen timer, wisselen tussen functies, kiezen kookzone e Vergrendeling f Instellen tijd / kiezen memory-programma g Aan/Uit-toets kookplaat h Memory-functie Controlelampje d Vergrendeling 5
Algemeen Kookzonedisplay a Weergave: 0 = kookzone klaar voor gebruik ^ = warmhoudstand 1 t/m 12 = vermogensstand I = booster I II = booster II # = restwarmte ß = geen pan of een ongeschikte pan (zie "Inductie") F = foutmelding (zie "Veiligheidsuitschakeling") A = aankookautomaat bij instelling extra vermogensstanden P0 etc. = programma (zie "Programmering") S0 etc.
Algemeen Kookzones Kookzone KM 5993 / KM 5997 Minimale tot maximale C in cm* Vermogen in Watt bij 230 V** y 16 - 23 normaal: met booster I: met booster II: 2300 3000 3700 w 10 - 16 normaal: met booster: 1400 1800 b 18 - 28 normaal: met booster I: met booster II: 2400 3000 3700 x 14 - 20 normaal: met booster: 1850 2900 z 14 - 20 normaal: met booster: 1850 2900 Totaal: 11100 * Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebruiken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Verantwoord gebruik Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben. Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen ~ Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen. ~ Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ~ Kinderen mogen het apparaat alleen zonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid ~ Controleer het apparaat voor de in- bouw op zichtbare schade. Neem een beschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen. ~ De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moet bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de kookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden gemaakt. ~ Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd, anders vervalt de garantie. ~ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden! ~ Verwarm geen dichte blikken en ~ Flambeer nooit onder een afzuig- gladde bodem. Een ruwe bodem kan krassen op de keramische plaat veroorzaken. kap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen. dergelijke op de kookzones.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Als de stoffen afkoelen kan de keramische plaat beschadigd raken. Let op dat u uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Vóór het eerste gebruik Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing. Eerste reiniging Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers. Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een vochtige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog. Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Vóór het eerste gebruik Instelling sensortoetsen Automatische instelling Om veilig te stellen dat de sensortoetsen altijd goed reageren, wordt de gevoeligheid van de sensoren: – na het aansluiten van het apparaat en na een onderbreking van de stroomtoevoer (bijvoorbeeld bij stroomuitval), opnieuw ingesteld. Tijdens de automatische instelling brandt het controlelampje van de vergrendeling en kan de kookplaat niet worden ingeschakeld.
Inductie Principe Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan. Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet. Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan.
Inductie Inductiegeluiden Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei. – Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld. – Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan een knetterend geluid optreden.
Inductie De juiste pannen Let op! Geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem – geëmailleerd staal – gietijzer Niet geschikt zijn pannen van: Plaats pannen altijd midden op een kook- of braadzone. Als een pan slechts gedeeltelijk op een kook- of braadzone staat, kunnen de grepen zeer heet worden. Tip om energie te besparen Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.
Bediening Sensortoetsen Inschakelen Het bedieningspaneel van de kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen. Deze reageren op vingercontact. U kunt de kookzones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kookplaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal. Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is! Kookplaat inschakelen ^ Druk op de Aan/Uit-toets s.
Bediening Tabel vermogensstanden Bereidingsproces Vermogensstand* instelling af fabriek (12 vermogensstanden) gewijzigde instelling** (23 vermogensstanden) h h 1-2 1 - 2. 3 3 - 3. 4-5 4-5 6 5. - 6. Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Deegwaren wellen 7-8 7-8 Vis, schnitzel, braadworst, eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) 9 - 10 8. - 10. Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 11 11 - 11.
Bediening Aankookautomaat Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel). Doorkookstand* Aankooktijd in minuten en seconden (ca.) 1 0 : 15 1. 0 : 15 2 0 : 15 Wordt tijdens de aankooktijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de aankookautomaat uitgeschakeld.
Bediening Aankookautomaat activeren ^ Schakel de kookzone met de sensortoets - in. Druk op de toets, totdat de gewenste vermogensstand in het display verschijnt, bijvoorbeeld: 3. Gedurende de aankooktijd branden de 12 segmenten van de standenindicator. Na de aankooktijd komt het aantal segmenten overeen met de ingestelde doorkookstand. Koken zonder aankookautomaat ^ Schakel de kookzone met de sensortoets + in. Druk op de toets, totdat de gewenste vermogensstand in het display verschijnt, bijvoorbeeld: 4.
Bediening Boosterfunctie De kookzones hebben een enkele booster (I) of een TwinBooster (I/II), zie het hoofdstuk "Algemeen". Met de boosterfunctie wordt een extra hoog vermogen geleverd, waarmee u bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water kunt verhitten. Met booster I werken de kookzones gedurende 10 minuten met een verhoogd vermogen, met booster II gedurende 15 minuten. U kunt de boosterfunctie bij twee kookzones tegelijk gebruiken, dat wil zeggen bij een kookzone links en bij een kookzone rechts.
Bediening Booster I inschakelen Booster uitschakelen ^ Schakel eventueel de gewenste kookzone in. U kunt de booster ook eerder uitschakelen. ^ Druk op de toets B van de betreffende kookzone. ^ Druk zo vaak op de toets B van de betreffende kookzone totdat in het display het controlelampje voor de booster dooft en er een vermogensstand verschijnt of druk op de toets van de betreffende kookzone. In het display van de kookzone verschijnt I. Bovendien licht het controlelampje voor de boosterfunctie op.
Bediening Warmhouden Tips Alle kookzones hebben een warmhoudfunctie (stand "h"). Deze stand bevindt zich tussen de vermogensstanden "0" en "1". Houd gerechten alleen in de pan warm. Dek de pan met een deksel af. Als u de warmhoudstand instelt, wordt de kookzone na maximaal 2 uur uitgeschakeld. De warmhoudstand is voor het warmhouden van gerechten meteen na de bereiding (dus als deze nog warm zijn).
Bediening Uitschakelen en restwarmte-indicatie Het uitschakelen van een kookzone ^ Druk tegelijk op de toetsen - en + van de betreffende kookzone. In het display verschijnt gedurende enige seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt daarna de restwarmte weergegeven. De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaar kunt aanraken.
Timer en memory-functie Timer Kookwekkertijd instellen U kunt de timer voor twee functies gebruiken: U kunt de kookwekker inschakelen als de kookplaat in gebruik is, maar ook als de kookplaat uit is. – voor het instellen van een kookwekkertijd. ^ Tip de sensortoets m, - of + aan. – voor het automatisch uitschakelen van een kookzone. In het timer-/memory-display verschijnt 00. U kunt een tijd instellen van 1 minuut (01) tot 91/2 (9.^) uur. Een half uur wordt aangegeven met een punt achter het cijfer.
Timer en memory-functie Automatisch uitschakelen van een kookzone elk moment veranderen met de toets of +. U kunt een tijd instellen waarna een eerder gekozen kookzone automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt een kookzone alleen automatisch laten uitschakelen als u voor die kookzone een vermogensstand heeft ingesteld. Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd. Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen, voert u de beschreven handelingen nog eens uit.
Timer en memory-functie Memory-functie Memory-programma opslaan U kunt de instellingen van een kookzone (van het inschakelen tot het uitschakelen) als memory-programma opslaan. U kunt maximaal 5 frequent gebruikte bereidingen opslaan. U kunt slechts één programma tegelijk opslaan of gebruiken. U kunt voor alle kookzones memory-programma's opslaan. U kunt ook meerdere programma's voor één kookzone opslaan. Kies een geheugenplaats (memory-programma) en bedien de kookzone zoals gebruikelijk.
Timer en memory-functie Memory-programma gebruiken Memory-programma controleren Als u bij een memory-programma hetzelfde resultaat wilt bereiken als tijdens de registratie, moet u dezelfde pan gebruiken. Ook de hoeveelheid en de afmetingen van het gerecht moeten gelijk zijn. ^ Schakel de kookplaat in. ^ Schakel de kookplaat in. ^ Tip de sensortoets M aan. In het timer-/memory-display verschijnt P 1. ^ Druk zo lang op de toets + totdat het gewenste programmanummer verschijnt.
Timer en memory-functie Timer en memory-functie tegelijk gebruiken U wilt ook een kookwekkertijd instellen: Tip de sensortoets m zo vaak aan totdat de controlelampjes van de geprogrammeerde kookzones continu branden en in het timer-/memory-display 00 verschijnt. U wilt ook een of meer uitschakeltijden programmeren: Tip de sensortoets m zo vaak aan totdat het controlelampje van de gewenste kookzone begint te knipperen.
Beveiligingen Vergrendeling instellingen / apparaat Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling. De vergrendeling van de instellingen activeert u als de kookplaat in gebruik is. Als de vergrendeling actief is, kan het apparaat alleen nog beperkt worden bediend: – De vermogensstanden van de kookzones en de instellingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.
Beveiligingen Beide vergrendelingen zijn na een stroomonderbreking uitgeschakeld. Activeren ^ Druk zo lang op de sensortoets $ tot het betreffende controlelampje verschijnt. Na korte tijd gaat het controlelampje automatisch uit. U kunt de vergrendeling wijzigen van 1-vinger-bediening in 3-vinger-bediening (zie "Programmering"). Kinderen kunnen dan minder gemakkelijk functies activeren. Deactiveren ^ Druk zo lang op de sensortoets $ tot het controlelampje uitgaat.
Beveiligingen Stop & Go Activeren Uw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen van alle ingeschakelde kookzones tot 1 kunt verlagen. Als u de functie weer uitzet, worden de laatst ingestelde vermogensstanden weer ingeschakeld. Als u de functie niet uitzet, wordt de kookplaat na 1 uur automatisch uitgeschakeld. ^ Druk zo lang op de sensortoets $ tot u twee korte akoestische signalen hoort. Druk niet te lang op de toets $. U activeert anders de vergrendeling.
Beveiligingen Veiligheidsuitschakeling Het apparaat is voorzien van een beveiliging die de kookplaat automatisch uitschakelt als u vergeet deze uit te zetten. ... als een kookzone te lang aanstaat Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator. ...
Beveiligingen Oververhittingsbeveiliging Alle inductiespoelen en de koellichamen van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging bij de betreffende kookzone of de kookplaat voor een van de volgende reacties: – Als de boosterfunctie ingeschakeld is, wordt deze afgebroken. – Als een vermogensstand tussen 10 en 12 ingesteld is, wordt deze verlaagd.
Reiniging en onderhoud ,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Reinig het hele apparaat na elk gebruik. Laat het apparaat eerst afkoelen. Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. U voorkomt zo kalkafzetting.
Reiniging en onderhoud Keramische plaat Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper. Reinig de kookplaat vervolgens met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") en met keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reinigingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ontstaan.
Programmering U kunt de programmering van uw apparaat eventueel veranderen (zie tabel). Ga als volgt te werk: ^ De kookplaat moet zijn uitgeschakeld. Druk nu tegelijk op de Aan/Uit-toets s en de vergrendelingstoets $. Houd deze toetsen ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling begint te knipperen. In het kookzonedisplay verschijnen een P (programma), een S (status) en een cijfer dat de huidige instelling aangeeft.
Programmering Programma* P P P P P P * 0 1 2 3 4 5 Status** Instelling Demo-stand en fabrieksin- S stellingen S 0 Demo-stand aan 1 Demo-stand uit S 9 Fabrieksinstellingen herstellen S 0 Uit S 1 Aan Aantal vermogensstanden S 0 12 vermogensstanden (1, 2, 3 ... tot 12) S 1 23 vermogensstanden (1, 1., 2, 2., 3 ... tot 12) Let op! De aankookfunctie is nu te herkennen aan een A die afwisselend met de doorkookstand verschijnt.
Programmering Programma* P P P P 6 7 8 Status** Instelling Vergrendeling instellingen S 0 Vergrendeling met toets $ S 1 Vergrendeling met toets $ en de toetsen + van de beide rechter kookzones S 0 Handmatige activering van de vergrendeling S 1 Automatische activering van de vergrendeling S 0 Uit S 1 Aan S S S 0 1 2 Niet actueel Afgemeld Aangemeld Vergrendeling apparaat Aankookautomaat 10 Miele|home - alleen bij apparaten met communicatiemodule - § Aanmelding c.q.
Nuttige tips ,Reparaties aan elektrische ap- paraten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker. ... bij een nieuwe kookplaat geurtjes en damp vrijkomen? Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. De geurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid. Wat moet u doen als . . . ...
Nuttige tips ... een van de volgende storingen optreedt: – De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld. – In het kookzonedisplay knippert de ingestelde vermogensstand 10, 11 of 12 in afwisseling met een lagere vermogensstand. De lagere vermogensstand is ook te zien aan het aantal segmenten van de standenindicator. De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging"). ...
Bij te bestellen accessoires Miele-apparaten zijn hoogwaardig en moeten dan ook aan hoge eisen voldoen. Ze moeten de beste resultaten opleveren en een lange levensduur hebben. Hiervoor moeten alle factoren perfect samenwerken. Daarom heeft Miele een uitgebreid assortiment accessoires samengesteld dat optimaal aansluit bij onze apparaten. De onderhoudsmiddelen zijn volledig op de betreffende apparaten afgestemd.
Bij te bestellen accessoires Miele|home Voor communicatie geschikte apparaten maken voor de communicatie met de Miele|home-weergave-apparaten (SuperVision-apparaat, InfoControl) gebruik van het stroomnet (230 V) in huis (Powerline-techniek). Zo kunt u op elk moment informatie over uw apparaat op het weergave-apparaat aflezen, bijvoorbeeld de programmafase, een foutmelding, etc. Met Miele|home kunt u ook een verbinding maken tussen bepaalde afzuigkappen en kookplaten (Con{ctivity).
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Alleen een erkend vakman mag het apparaat inbouwen en op het elektriciteitsnet aansluiten. Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, mag het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd. ~ De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand boven het apparaat Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is de betreffende informatie niet beschikbaar (bijvoorbeeld bij een keukenplank), dan moet de afstand bij licht ontvlambare materialen ten minste 760 mm bedragen.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand zijkant / achterkant De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen). Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan: Niet toegestaan! – 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast). – 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand onder het apparaat Om de ventilatie van het apparaat te kunnen waarborgen, moet onder het apparaat een minimale afstand worden aangehouden ten opzichte van een oven, tussenbodem of lade. De minimale afstand vanaf de onderkant van de kookplaat tot de – bovenkant van de oven moet 15 mm zijn. – bovenkant van de tussenbodem moet 15 mm zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand bij een beklede nis Als er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uitsparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden. Bij te hoge temperaturen kunnen materialen beschadigd raken. Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand e tussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.
Kookplaten met randlijst / facetrand Inbouwmaten KM 5993 514 930 8 44 b ß R4 0 50 +1 500 + 1 6 91 - - a e 0 30 a 80 49 ) (54 c b 53 44 ,5 50 48 56 13 2 80 148 a Voorkant b Inbouwhoogte c Inbouwhoogte aansluitkabel d Aansluitkabel, L = 1440 mm 52 d e Aansluiting voor Miele|home (inbouwhoogte met aansluitkabel Miele@home = 54 mm)
Kookplaten met randlijst / facetrand Inbouwen Kookplaat positioneren Voorbereiding werkblad ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing in het werkblad naar beneden. ^ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de maatschets. Neem daarbij de veiligheidsafstanden in acht (zie ook "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen"). ^ De snijvlakken van houten werkbladen moeten met speciale lak, siliconenkit of giethars worden afgewerkt om te voorkomen dat het werkblad door vocht wordt aangetast.
Kookplaten met randlijst / facetrand Algemene inbouwaanwijzing Werkblad met tegels Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen plaat en werkblad. De voegen a en het gearceerde gedeelte onder de rand moeten glad en vlak zijn, zodat de lijst gelijkmatig aansluit en de dichting onder de rand van het apparaat voldoende afdicht.
Kookplaten zonder randlijst Inbouwmaten KM 5987 a Voorkant b Inbouwhoogte Afmetingen uitsparing natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst KM 5997 a Voorkant b Inbouwhoogte f Aansluiting voor Miele|home (inbouwhoogte met aansluitkabel Miele@home = 61 mm) c Inbouwhoogte aansluitkabel d Getrapte freesrand voor natuurstenen werkbladen e Aansluitkabel, L= 1440 mm 56 Afmetingen uitsparing natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst Inbouwen Kookplaten zonder randlijst zijn alleen geschikt voor inbouw in natuurstenen (graniet, marmer), massief houten en betegelde werkbladen. Informeer bij werkbladen van andere materialen bij de betreffende fabrikant of het werkblad geschikt is voor inbouw van een kookplaat zonder randlijst. Deze kookplaat – kan rechtstreeks in een correct voorbereid natuurstenen werkblad worden geplaatst. – moet in een massief-houten/betegeld werkblad met houten lijsten worden bevestigd.
Kookplaten zonder randlijst Werkblad voorbereiden en kookplaat bevestigen ^ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen. Werkblad van natuursteen ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden. ^ Plaats en centreer de kookplaat f in de uitsparing. ^ Sluit de kookplaat aan. ^ Controleer of het apparaat goed functioneert. ^ Vul de voeg g met een geschikte, temperatuurbestendige siliconen-voegenkit (minimaal 160 °C).
Kookplaten zonder randlijst Massief-houten/betegeld werkblad ^ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen. ^ Bevestig de houten lijsten a 7 mm onder de bovenkant van het werkblad (zie afbeelding). ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden. ^ Plaats en centreer de kookplaat f in de uitsparing. ^ Sluit de kookplaat aan. a Houten lijsten 7,5 mm (niet bijgeleverd) e Werkblad f Kookplaat ^ Controleer of het apparaat goed functioneert.
Elektrische aansluiting Aansluitwaarde Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hierbij moeten de landelijke voorschriften en de voorschriften van het energiebedrijf in acht worden genomen. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundige installatie, onderhoudswerkzaamheden of reparaties.
Elektrische aansluiting Scheidingssysteem Aansluitkabel Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars. Het apparaat moet met een kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) volgens het aansluitschema worden aangesloten. De kabel moet voldoende doorsnede hebben.
Elektrische aansluiting Aansluitschema 62
Klantcontacten / typeplaatje Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – de afdeling Klantcontacten van Miele. De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wijzigingen voorbehouden / 2310 M.-Nr.