Gebruiks- en montagehandleiding Inductiekookplaten KM 6313 / KM 6314 KM 6315 / KM 6317 KM 6340 / KM 6342 / KM 6346 Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat. nl - NL M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KM 6313 / KM 6314 / KM 6315 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KM 6317 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 KM 6340 / KM 6342 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 KM 6346 . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44 Programmering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 Nuttige tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 Bij te bestellen accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53 Con|ctivity en Miele|home . . . . . . . .
Algemeen KM 6313 / KM 6314 / KM 6315 a Kookzone met TwinBooster bcd Kookzones met booster e 4 Bedieningspaneel
Algemeen KM 6317 ac Kookzones met TwinBooster bd Kookzones met booster e Bedieningspaneel 5
Algemeen KM 6340 / KM 6342 a Kookzone met TwinBooster bcd Kookzones met booster e 6 Bedieningspaneel
Algemeen KM 6346 ac Kookzones met TwinBooster bd Kookzones met booster e Bedieningspaneel 7
Algemeen Bedieningspaneel n m 88 o h g f h 8 8 k l e j d 8 8 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 a b ic Sensortoetsen a Aan/Uit-toets kookplaat b Toetsen voor - het instellen van de vermogensstand - het instellen van de tijd c Vergrendeling d Booster / TwinBooster e Toets voor het kiezen van een kookzone f Stop & Go g - Toets voor het kiezen van de timer - Voor het wisselen tussen de timerfuncties - Voor het kiezen van een uitschakeltijd (zie "Kookzone automatisch uitschakelen") h Uurfunctie 8
Algemeen Controlelampjes i Vergrendeling j Booster Kookzonedisplay k 0 ^ 1 t/m 9 f h ß # A = = = = = = = = kookzone klaar voor gebruik warmhoudfunctie vermogensstand stand 1 TwinBooster booster / stand 2 TwinBooster geen pan of een ongeschikte pan (zie "Inductie") restwarmte aankookautomaat bij instelling extra vermogensstanden l Controlelampje voor aankookautomaat of weergave extra vermogensstanden (zie "Programmering") Timerdisplay m Controlelampje toewijzing kookzone, bijvoorbeeld kookzone rechts acht
Algemeen Kookzones Kookzone KM 6313 / KM 6314 / KM 6315 / KM 6340 / KM 6342 Minimale tot maximale C in cm* Vermogen in Watt bij 230 V** y 16 - 23 Normaal TwinBooster, stand 1 TwinBooster, stand 2 2300 3000 3700 w 10 - 16 Normaal Booster 1400 2200 x 14 - 20 Normaal Booster 1850 3000 z 14 - 20 Normaal Booster 1850 3000 Totaal: 7400 Kookzone KM 6317 / KM 6346 Minimale tot maximale C in cm* y 16 - 23 Normaal TwinBooster, stand 1 TwinBooster, stand 2 2300 3000 3700 w 10 - 16 Normaal
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Verantwoord gebruik Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben. Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen ~ Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen. ~ Houd kinderen in de gaten wanneer zij zich in de buurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ~ Kinderen mogen het apparaat alleen zonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid ~ Controleer het apparaat voor de in- bouw op zichtbare schade. Neem een beschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen. ~ De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Is de kookplaat voorzien van een communicatiemodule, dan moet bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de kookplaat ook de communicatiemodule spanningsvrij worden gemaakt. ~ Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd, anders vervalt de garantie. ~ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden! ~ Verwarm geen dichte blikken en ~ Flambeer nooit onder een afzuig- gladde bodem. Een ruwe bodem kan krassen op de keramische plaat veroorzaken. kap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen. dergelijke op de kookzones.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Als de stoffen afkoelen kan de keramische plaat beschadigd raken. Let op dat u uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Vóór het eerste gebruik Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing. Eerste reiniging Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers. Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een vochtige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog. Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Inductie Principe Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan. Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet. Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan.
Inductie Geluiden Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei. – Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld. – Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan een knetterend geluid optreden.
Inductie De juiste pannen Geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem – geëmailleerd staal – gietijzer Niet geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem – aluminium of koper – glas/keramiek, aardewerk Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie, kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft de magneet hangen, dan is de pan geschikt.
Bediening Principe van de bediening De kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen. Deze reageren op vingercontact. U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal. De kookzones en de timer moeten "actief" zijn als u een vermogensstand of tijd wilt instellen of wijzigen. Om een kookzone of de timer te activeren, moet u de toets van de betreffende kookzone of van de timer aantippen.
Bediening Inschakelen Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is! Kookplaat inschakelen ^ Druk op de toets s. In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld. Kookzone inschakelen, vermogensstand instellen ^ Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.
Bediening Tabel vermogensstanden Het apparaat heeft af fabriek 9 vermogensstanden. Als u fijner afgestemde vermogensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie "Programmering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt achter het getal. Vermogensstand instelling af fabriek (9 vermogensstanden) Warmhouden gewijzigde instelling (17 vermogensstanden) h h 1-2 1 - 2. Rijstepap, havermoutpap maken 2 2 - 2. Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmen Rijst wellen 3 3 - 3.
Bediening Aankookautomaat Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand (doorkookstand) teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel). Activeren ^ Druk kort op de toets van de betreffende kookzone. Het display van de kookzone knippert.
Bediening Doorkookstand* Aankooktijd in minuten en seconden (ca.) 1 0 : 15 1. 0 : 15 2 0 : 15 2. 0 : 15 3 0 : 25 3. 0 : 25 4 0 : 50 4. 0 : 50 5 2 : 00 5. 5 : 50 6 5 : 50 6. 2 : 50 7 2 : 50 7. 2 : 50 8 2 : 50 8. 2 : 50 9 - * De doorkookstanden met punt zijn alleen beschikbaar als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie "Programmering").
Bediening Boosterfunctie De kookzones hebben een booster of een TwinBooster, zie het hoofdstuk "Algemeen". Met de boosterfunctie kunt u grote hoeveelheden snel verhitten, bijvoorbeeld water voor pasta. Als u de functie inschakelt, werken de kookzones gedurende 15 minuten met een verhoogd vermogen. U kunt de boosterfunctie bij twee kookzones tegelijk gebruiken, dat wil zeggen bij een kookzone links en bij een kookzone rechts.
Bediening – dat de vermogensstand van de verbonden kookzone wordt verlaagd als vermogensstand 9 was ingesteld. Het inschakelen van de TwinBooster op stand 2 leidt er bij de verbonden kookzone toe dat die kookzone wordt uitgeschakeld.
Bediening Booster inschakelen ^ Druk op de toets van de betreffende kookzone. ^ Kies zo nodig een vermogensstand. ^ Druk op de toets B I/II. Het controlelampje voor de booster licht op en in het display van de kookzone begint h te knipperen. Na enkele seconden brandt h constant en dooft het controlelampje. TwinBooster inschakelen Stand 1 ^ Druk op de toets van de betreffende kookzone. ^ Kies zo nodig een vermogensstand. ^ Druk op de toets B I/II.
Bediening Warmhoudfunctie Alle kookzones hebben een warmhoudfunctie (stand "h"). Deze stand bevindt zich tussen de vermogensstanden "0" en "1". Als u de warmhoudfunctie instelt, wordt de kookzone na maximaal 2 uur uitgeschakeld. De warmhoudfunctie is voor het warmhouden van gerechten meteen na de bereiding (dus als deze nog warm zijn). De functie is niet bedoeld voor het opwarmen van reeds afgekoelde gerechten! Warmhoudfunctie instellen ^ Druk op de toets van de betreffende kookzone.
Bediening Uitschakelen en restwarmte-indicatie Het uitschakelen van een kookzone ^ Druk 2x op de toets van de betreffende kookzone. In het kookzonedisplay knippert gedurende enkele seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna de restwarmte weergegeven. Het uitschakelen van de kookplaat ^ Druk op de toets s. Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van de kookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte weergegeven.
Tips om energie te besparen – Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt. zonder deksel met deksel – Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Voor een kleine pan is minder energie nodig dan voor een grote, niet geheel gevulde pan. – Gebruik zo weinig mogelijk water. – Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naar een lagere vermogensstand. – Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Timer De kookplaat moet ingeschakeld zijn, als u de timer wilt gebruiken. U kunt de timer voor twee functies gebruiken: – voor het instellen van een kookwekkertijd. – voor het automatisch uitschakelen van een kookzone. U kunt een tijd instellen tussen 1 minuut (01) en 9 uur (9^). Een tijd tot 99 minuten wordt in minuten ingesteld en weergegeven. Bijvoorbeeld: Bij een tijd langer dan 99 minuten moet u de timer op uren (h) zetten. De tijd wordt nu in stappen van een half uur ingesteld.
Timer Kookwekker Instellen Minuten U wilt bijvoorbeeld 15 minuten instellen: ^ Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd. ^ Druk op de toets m. In het timerdisplay verschijnt 00, de rechter 0 knippert. h Van de waarde "15" stelt u eerst de "1" in en dan de "5". ^ Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (in dit geval "1"). In het timerdisplay knippert rechts 1. h ^ Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (in dit geval "5"). Het timerdisplay wisselt.
Timer Uren Hele uren stelt u in door op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel te drukken. Halve uren stelt u in door tussen twee cijfers op het bedieningspaneel te drukken. U wilt bijvoorbeeld 2 uur en 30 minuten instellen: ^ Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd. ^ Druk op de toets m. In het timerdisplay verschijnt 00, de rechter 0 knippert. h ^ Druk op de toets "h" om het display op "uren" te zetten. h ^ Druk tussen de cijfers 2 en 3 op het bedieningspaneel.
Timer Wijzigen ^ Druk op de toets m. ^ Stel de gewenste tijd in, zoals in het voorgaande is beschreven. Wissen ^ Druk zo lang op de toets m totdat in het timerdisplay 00 verschijnt.
Timer Kookzone automatisch uitschakelen U kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatisch wordt uitgeschakeld. Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd. Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaal toegestane bedrijfsduur wordt de kookzone door de veiligheidsuitschakeling uitgeschakeld (zie de betreffende rubriek). ^ Stel voor de gewenste kookzone een vermogensstand in. ^ Druk zo vaak op de toets m totdat het controlelampje van die kookzone gaat knipperen.
Timer Timerfuncties tegelijk gebruiken U kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschakelen" tegelijk gebruiken. U heeft een of meer uitschakeltijden geprogrammeerd en wilt ook een kookwekkertijd instellen: Druk zo vaak op de toets m totdat de controlelampjes van de geprogrammeerde kookzones continu branden en in het timerdisplay 00 verschijnt.
Beveiligingen Vergrendeling instellingen / apparaat Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling. De vergrendeling van de instellingen activeert u als de kookplaat in gebruik is. Als de vergrendeling actief is, kan het apparaat alleen nog beperkt worden bediend: – De vermogensstanden van de kookzones en de instellingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.
Beveiligingen Activeren 3-vinger-bediening (standaardinstelling) ^ Druk tegelijk op de sensortoets $ en de keuzetoetsen van de beide rechter kookzones. Houd de toetsen ingedrukt, totdat het controlelampje van de vergrendeling en de letters LC in het timerdisplay verschijnen. Na korte tijd gaat het controlelampje uit en verdwijnen de letters LC. 1-vinger-bediening ^ Druk zo lang op de sensortoets $, totdat het controlelampje van de vergrendeling en de letters LC in het timerdisplay verschijnen.
Beveiligingen Stop & Go Uw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen van alle ingeschakelde kookzones tot 1 kunt verlagen. De vermogensstanden en de instelling van de timer kunnen dan niet meer worden gewijzigd. De kookplaat kan alleen worden uitgeschakeld. Als u de functie weer uitzet, worden de laatst ingestelde vermogensstanden weer ingeschakeld. Als u de functie niet uitzet, wordt de kookplaat na 1 uur automatisch uitgeschakeld.
Beveiligingen Veiligheidsuitschakeling Als een kookzone te lang aanstaat Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator. Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoals gebruikelijk. Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in uren h 2 1 / 1. 10 2 / 2. 5 3 / 3. 5 4 / 4. 4 5 / 5. 3 6 / 6. 2 7 / 7. 2 8 / 8.
Beveiligingen Oververhittingsbeveiliging Alle inductiespoelen en de koellichamen van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging voor een van de volgende reacties: Inductiespoel – Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld. – De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd. – De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld. In het timerdisplay knipperen afwisselend "FE" en "44".
Reiniging en onderhoud ,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Reinig het hele apparaat na elk gebruik. Laat het apparaat eerst afkoelen. Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. U voorkomt zo kalkafzetting. Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgende middelen niet worden gebruikt: – afwasmiddelen.
Reiniging en onderhoud Keramische plaat Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper. Reinig de kookplaat vervolgens met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") en met keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reinigingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ontstaan.
Programmering U kunt de programmering van uw apparaat wijzigen (zie tabel). U kunt meerdere instellingen na elkaar wijzigen. Na het oproepen van de programmering verschijnen in het timerdisplay P (programma) en S (status). Bij kookplaten met 3 kookzones verschijnt links achter ook een weergave. In de kookzonedisplays links voor en links achter wordt het programma weergegeven.
Programmering Programma* P P P P P * Status** Instelling 00 Demo-stand en fabrieksin- S stellingen 0 Demo-stand aan (na het inschakelen van de kookplaat verschijnt gedurende enkele seconden in het timerdisplay "dE") S 1 Demo-stand uit S 9 Fabrieksinstellingen herstellen 02 Aantal vermogensstanden S 0 9 vermogensstanden (1, 2, 3 ... tot 9) S 1 17 vermogensstanden (1, 1., 2, 2., 3 ...
Programmering Programma* P P P P P P 06 07 08 10 15 16 Status** Instelling Vergrendeling instellingen S 0 Vergrendeling met toets $ S 1 Vergrendeling met de toets $ en de keuzetoetsen van de beide rechter kookzones (tegelijk drukken) Vergrendeling apparaat S 0 Alleen handmatige activering van de vergrendeling S 1 Handmatige en automatische activering van de vergrendeling S 0 Uit S 1 Aan Miele|home S - alleen bij apparaten met S communicatiemodule S 0 Niet actueel 1 Afgemel
Nuttige tips De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet de hulp van een service-technicus hoeft in te roepen. Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een probleem te vinden en het probleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende: ,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
Nuttige tips Probleem Oorzaak Oplossing Bij de nieuwe kookplaat komen geurtjes en damp vrij. Bij elk volgend gebruik neemt de geurvorming af, totdat u niets meer waarneemt. In het display van een Op de kookzone staat geen pan of een ongekookzone knipperen afwisselend het sym- schikte pan. bool ß en de ingestelde vermogensstand. Gebruik geschikte pannen (zie "De juiste pannen"). De vergrendeling is ingeNa het inschakelen van de kookplaat ver- schakeld.
Nuttige tips Probleem Oorzaak De vermogensstand 9 wordt automatisch verlaagd als u bij de verbonden kook- c.q. braadzone eveneens vermogensstand 9 instelt. Bij gelijktijdig gebruik van vermogensstand 9 zou het maximale vermogen worden overschreden. Het apparaat wordt tijdens het gebruik uitgeschakeld. In het timerdisplay verschijnt een F en er klinkt een akoestisch signaal.
Nuttige tips Probleem Oorzaak Oplossing De gevoeligheid van de sensortoetsen is te groot of te klein. De gevoeligheid van de sensortoetsen is veranderd. Zorg eerst dat zon- of kunstlicht niet direct op de kookplaat valt. De omgeving van de kookplaat mag echter ook niet te donker zijn. Er mogen zich geen voorwerpen op de kookplaat en de sensortoetsen bevinden. Verwijder eventueel kookgerei en reinig de kookplaat indien dat nodig is. Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat gedurende ca.
Bij te bestellen accessoires Miele-apparaten zijn hoogwaardig en moeten dan ook aan hoge eisen voldoen. Ze moeten de beste resultaten opleveren en een lange levensduur hebben. Hiervoor moeten alle factoren perfect samenwerken. Daarom heeft Miele een uitgebreid assortiment accessoires samengesteld dat optimaal aansluit bij onze apparaten. De onderhoudsmiddelen zijn volledig op de betreffende apparaten afgestemd.
Bij te bestellen accessoires Miele|home Voor communicatie geschikte apparaten maken voor de communicatie met de Miele|home-weergave-apparaten (SuperVision-apparaat, InfoControl) gebruik van het stroomnet (230 V) in huis (Powerline-techniek). Zo kunt u op elk moment informatie over uw apparaat op het weergave-apparaat aflezen, bijvoorbeeld de programmafase, een foutmelding, etc. Met Miele|home kunt u ook een verbinding maken tussen bepaalde afzuigkappen en kookplaten (Con{ctivity).
Con|ctivity en Miele|home Het principe van Con|ctivity Met Con|ctivity wordt de communicatie tussen de kookplaat en de afzuigkap aangeduid. De afzuigkap reageert hierbij automatisch op de instellingen van de kookplaat. Om te kunnen communiceren, moet de afzuigkap zijn voorzien van de communicatiemodule XKM 2000 DA a en de kookplaat van de communicatiemodule XKM 2100 b. De kookplaat geeft de informatie over de instellingen via het stroomnet (Powerline-techniek) c door aan de afzuigkap.
Con|ctivity en Miele|home Het principe van Miele|home Voor communicatie geschikte apparaten maken voor de communicatie met de Miele|home-weergave-apparaten (InfoControl, SuperVision-apparaat) gebruik van het stroomnet (230 V) in huis (Powerline-techniek). Zo kunt u op elk moment informatie over uw apparaat op het weergave-apparaat aflezen, bijvoorbeeld de status, een foutmelding, etc.
Con|ctivity en Miele|home Kookplaat aanmelden Wilt u de kookplaat – bij Miele{home aanmelden, bereid dan eerst de aanmeldprocedure op het weergave-apparaat voor (zie de montage- en installatiehandleiding "Miele|home"). – bij Con|ctivity aanmelden, dan moet u eerst de afzuigkap aanmelden (zie de montage- en installatiehandleiding "Con|ctivity"). ^ Druk terwijl de kookplaat uitgeschakeld is tegelijk op de toetsen s en $. Druk zo lang totdat het controlelampje voor de vergrendeling gaat knipperen.
Con|ctivity en Miele|home Kookplaat afmelden Wilt u de kookplaat bij Miele{home afmelden, bereid dan eerst de afmeldprocedure op het weergave-apparaat voor (zie de montage- en installatiehandleiding "Miele|home"). ^ Druk terwijl de kookplaat uitgeschakeld is tegelijk op de toetsen s en $. Druk zo lang totdat het controlelampje voor de vergrendeling gaat knipperen. Na het oproepen van de programmering verschijnen in het timerdisplay P (programma) en S (status).
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Alleen een erkend vakman mag het apparaat inbouwen en op het elektriciteitsnet aansluiten. Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, mag het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd. ~ De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand boven het apparaat Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is de betreffende informatie niet beschikbaar (bijvoorbeeld bij een keukenplank), dan moet de afstand bij licht ontvlambare materialen ten minste 760 mm bedragen.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand zijkant / achterkant Bij inbouw van de kookplaat mag zich aan de achterkant en aan één kant (rechts of links) een hoge keukenkast of een wand bevinden (zie afbeeldingen). a Tussen de uitsparing in het werkblad en de achterkant van het werkblad dient de afstand minimaal 50 mm te zijn. Niet toegestaan! b Rechts van de uitsparing dient de afstand tot een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast) of een wand minimaal 50 mm te zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand onder het apparaat Om de ventilatie van het apparaat te kunnen waarborgen, moet onder het apparaat een minimale afstand worden aangehouden ten opzichte van een oven, tussenbodem of lade. De minimale afstand vanaf de onderkant van de kookplaat tot de – bovenkant van een oven moet 15 mm zijn. – bovenkant van een tussenbodem moet 15 mm zijn. – bodem van een lade moet 75 mm zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand bij een beklede nis Als er sprake is van een nisbekleding dient er een minimale afstand tussen de uitsparing in het werkblad en de bekleding te worden aangehouden. Bij te hoge temperaturen kunnen materialen beschadigd raken. Is de bekleding van brandbaar materiaal (zoals hout), dan moet de afstand e tussen de uitsparing in het werkblad en de nisbekleding minimaal 50 mm zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Kookplaten met randlijst / facetrand Werkblad met tegels Dichting tussen kookplaat en werkblad De voegen a en het gearceerde gedeelte onder de rand moeten glad en vlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatig aansluit en de dichting onder de rand van het apparaat voldoende afdicht. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen apparaat en werkblad. Gebruik voor het afdichten nooit kit (bijvoorbeeld siliconenkit).
Kookplaten met randlijst / facetrand Inbouwmaten KM 6313 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand KM 6314 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand KM 6317 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand KM 6340 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand KM 6342 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand KM 6346 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Aansluitkast De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Kookplaten met randlijst / facetrand Inbouwen Kookplaat positioneren Voorbereiding werkblad ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing in het werkblad naar beneden. ^ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de maatschets. Neem daarbij de veiligheidsafstanden in acht (zie ook "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen"). ^ De snijvlakken van houten werkbladen moeten met speciale lak, siliconenkit of giethars worden afgewerkt om te voorkomen dat het werkblad door vocht wordt aangetast.
Kookplaten zonder randlijst Inbouwmaten KM 6315 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluiting Miele|home d Getrapte freesrand voor natuurstenen werkbladen e Aansluitkast 72 De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd. Zie beslist de detailtekeningen voor de afmetingen van de uitsparing voor een natuurstenen werkblad.
Kookplaten zonder randlijst Inbouwen Kookplaten zonder randlijst zijn alleen geschikt voor inbouw in natuurstenen (graniet, marmer), massief houten en betegelde werkbladen. Indien kookplaten ook geschikt zijn voor inbouw in een glazen werkblad is dit vermeld in de rubriek "Inbouwmaten". Informeer bij werkbladen van andere materialen bij de betreffende fabrikant of het werkblad geschikt is voor inbouw van een kookplaat zonder randlijst.
Kookplaten zonder randlijst Werkblad van natuursteen Kookplaat positioneren Uitsparing werkblad maken ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden. ^ Plaats en centreer de kookplaat b in de uitsparing. ^ Sluit de kookplaat aan. ^ Controleer of het apparaat goed functioneert. a Werkblad ^ Vul de voeg c met een geschikte, hittebestendige siliconen-voegenkit (minimaal 160 °C).
Kookplaten zonder randlijst Massief-houten / betegeld / glazen werkblad Uitsparing werkblad maken Aansluitkabel op het apparaat aansluiten De aansluiting mag alleen door een vakman worden uitgevoerd. ^ Sluit de kabel volgens het aansluitschema op het apparaat aan (zie "Elektrische aansluiting / Aansluitschema"). Kookplaat positioneren a Werkblad ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden. b Kookplaat ^ Plaats en centreer de kookplaat b in de uitsparing.
Elektrische aansluiting Aansluitwaarde Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hierbij moeten de landelijke voorschriften en de voorschriften van het energiebedrijf in acht worden genomen. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundige installatie, onderhoudswerkzaamheden of reparaties.
Elektrische aansluiting Scheidingssysteem Aansluitkabel Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars. Het apparaat moet met een kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) volgens het aansluitschema worden aangesloten. De kabel moet voldoende doorsnede hebben.
Elektrische aansluiting Aansluitschema 78
Klantcontacten / typeplaatje Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – de afdeling Klantcontacten van Miele. De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wijzigingen voorbehouden / 4910 M.-Nr.