Gebruiks- en montagehandleiding Inductiekookplaten KM 5940 / KM 5950 Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat. nl - NL M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KM 5940. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 KM 5950. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Nuttige tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Bij te bestellen accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Veiligheidsinstructies voor het inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34 Inbouwmaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 KM 5940. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Algemeen KM 5940 abcd Kookzones e 4 Bedieningspaneel
Algemeen KM 5950 abcd Kookzones e Bedieningspaneel 5
Algemeen Bedieningspaneel Sensortoetsen voor: a Booster b Vermogensstand en vergrendeling c Aan/Uit (kookplaat) d Aan/Uit (kookzones) Kookzonedisplay e Weergave: 0 = 1 t/m 9 = # = ß = P = P0 etc. = S0 etc.
Algemeen Kookzones Kookzone KM 5940 Minimale tot maximale C in cm* Vermogen in Watt bij 230 V** y 14 - 20 normaal: met booster: 1850 2500 w 14 - 20 normaal: met booster: 1850 2500 x 16 - 23 normaal: met booster: 2300 3200 z 10 - 16 normaal: met booster: 1400 1800 Totaal: 7400 Kookzone KM 5950 Minimale tot maximale C in cm* Vermogen in Watt bij 230 V** y 16 - 23 normaal: met booster: 2300 3200 w 10 - 16 normaal: met booster: 1400 1800 x 14 - 20 normaal: met booster: 1850 25
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Verantwoord gebruik Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben. Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen ~ Kinderen kunnen ook verbrandingen ~ Maak gebruik van de vergrendeling, oplopen als zij pannen van het apparaat trekken. Draai de grepen daarom zo dat ze zich boven het werkblad bevinden. Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaat kunnen komen. zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid ~ Open in geen geval de ommanteling ~ Controleer het apparaat voor de in- van het apparaat. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanning staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, levert dit gevaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert. bouw op zichtbare schade. Neem een beschadigd apparaat nooit in gebruik.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd, anders vervalt de garantie. ~ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van die onderdelen kan Miele garanderen dat zij aan de veiligheidseisen voldoen. ~ Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een speciale kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden! ~ Verwarm geen dichte blikken en ~ Flambeer nooit onder een afzuig- gladde bodem. Een ruwe bodem kan krassen op de keramische plaat veroorzaken. kap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen. dergelijke op de kookzones.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Als de stoffen afkoelen kan de keramische plaat beschadigd raken. Let op dat u uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Vóór het eerste gebruik Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing. Eerste reiniging Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers. Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een vochtige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog. Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Inductie Principe Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan. Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet. Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan.
Inductie Inductiegeluiden Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei. – Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld. Om de levensduur van de elektronica te vergroten, is het apparaat voorzien van een ventilator.
Inductie De juiste pannen Let op! Geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem – geëmailleerd staal – gietijzer Niet geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem – aluminium of koper Pannenformaat Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u het formaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnenste en de buitenste markering van de kookzone past.
Bediening Sensortoetsen Het bedieningspaneel van de kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen. Deze reageren op vingercontact. U kunt de kookzones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kookplaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal. Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, anders reageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld functies. Ook kan de kookplaat dan automatisch worden uitgeschakeld (zie de rubriek "Veiligheidsuitschakeling").
Bediening Inschakelen Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is! Kookplaat inschakelen ^ Druk op de Aan/Uit-toets s. In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld. Kookzone inschakelen ^ Druk 1 keer kort op het gedeelte onder het display van de betreffende kookzone.
Bediening Tabel vermogensstanden Bereidingsproces Vermogensstand* Boter smelten Gelatine oplossen 1-2 Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmen Gerechten warmhouden die snel aankoeken Rijst wellen Groente ontdooien (in een blok) 3 Gerechten verwarmen die veel vocht bevatten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.
Bediening Aankookautomaat Aankookautomaat activeren Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel). ^ Als in het display van de kookzone een 0 knippert, drukt u op de toets totdat de gewenste doorkookstand verschijnt, bijvoorbeeld 6.
Bediening Boosterfunctie Alle kookzones hebben een boosterfunctie. Met de boosterfunctie kunt u grote hoeveelheden snel verhitten, bijvoorbeeld water voor pasta. Als u de functie inschakelt, werken de kookzones gedurende 10 minuten met een verhoogd vermogen op vermogensstand 9 . U kunt de boosterfunctie bij twee kookzones tegelijk gebruiken, dat wil zeggen bij een kookzone links en bij een kookzone rechts.
Bediening Uitschakelen en restwarmte-indicatie Het uitschakelen van een kookzone ^ Tip 2 keer de sensortoets van de betreffende kookzone aan. In het kookzonedisplay knippert gedurende enkele seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna de restwarmte weergegeven. De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaar kunt aanraken.
Beveiligingen Vergrendeling Activeren Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling. ^ Druk tegelijk op de toetsen - en +. Druk zo lang totdat u een akoestisch signaal hoort. U kunt de vergrendeling activeren als de kookplaat is uitgeschakeld, maar ook als het apparaat in gebruik is. ^ Druk tegelijk op de toetsen - en +. Druk zo lang totdat u een akoestisch signaal hoort.
Beveiligingen Veiligheidsuitschakeling Het apparaat is voorzien van een beveiliging die de kookplaat automatisch uitschakelt als u vergeet deze uit te zetten. ... als een kookzone te lang aanstaat Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand gewijzigd is, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator. Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoals gebruikelijk.
Beveiligingen Oververhittingsbeveiliging Alle inductiespoelen en de koellichamen van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of de koellichamen oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging bij de betreffende kookzone of de kookplaat voor een van de volgende reacties: – Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld. – De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd. De oververhittingsbeveiliging reageert, wanneer – leeg kookgerei verhit wordt.
Reiniging en onderhoud ,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Reinig het hele apparaat na elk gebruik. Laat het apparaat eerst afkoelen. Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. U voorkomt zo kalkafzetting.
Reiniging en onderhoud Keramische plaat Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper. Reinig de kookplaat vervolgens met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") en met keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reinigingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ontstaan.
Programmering U kunt de programmering van uw apparaat veranderen. Status instellen: ^ Druk op de toets van de kookzone rechts voor. ^ Druk (terwijl de kookplaat is uitgeschakeld) tegelijk op de Aan/Uit-toets van de kookplaat s en de toets voor de booster B. Houd de toetsen ingedrukt, totdat in het kookzonedisplay de letters P (programma) en S (status) verschijnen, alsmede cijfers. Deze combinaties geven de actuele instellingen aan. Het bijbehorende cijfer begint te knipperen.
Nuttige tips ,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker. ... bij een nieuwe kookplaat geurtjes en damp vrijkomen? Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat het apparaat verkeerd is aangesloten of defect is. De geurtjes en de damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid. Wat moet u doen als . . . ...
Nuttige tips ... een van de volgende storingen optreedt: ... de ventilator na het uitschakelen doorwerkt? – De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld. Dit is geen storing! De ventilator draait door totdat het apparaat is afgekoeld en wordt dan automatisch uitgeschakeld. – De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd. – De kookzone werkt niet zoals u gewend bent op de ingestelde vermogensstand. De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging"). ...
Bij te bestellen accessoires Miele-apparaten zijn hoogwaardig en moeten dan ook aan hoge eisen voldoen. Ze moeten de beste resultaten opleverenen een lange levensduur hebben. Hiervoor moeten alle factoren perfect samenwerken. Daarom heeft Miele een uitgebreid assortiment accessoires samengesteld dat optimaal aansluit bij onze apparaten. De onderhoudsmiddelen zijn volledig op de betreffende apparaten afgestemd.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen ~ De aansluitkabel van de kookplaat Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, moet het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd. ~ De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand boven het apparaat Als in de gebruiksaanwijzing of montagehandleiding van verschillende apparaten (bijvoorbeeld een wokbrander of een elektrische kookplaat) verschillende veiligheidsafstanden worden genoemd voor plaatsing onder een afzuigkap, kies dan de grootste afstand. Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Zijkant De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen). Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan: – 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast). Niet toegestaan! – 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand onder het apparaat Om de ventilatie van het apparaat te kunnen waarborgen, moet onder het apparaat een minimale afstand worden aangehouden ten opzichte van een oven, tussenbodem of lade. De minimale afstand vanaf de onderkant van de kookplaat tot de – bovenkant van de oven moet 15 mm zijn. – bovenkant van de tussenbodem moet 15 mm zijn.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Veiligheidsafstand bij een beklede nis Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm. Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of ander brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding (voor zover praktisch realiseerbaar).
Inbouwmaten KM 5940 504 574 3 48 b 0 03 0 50 ß R4 490 + 3 0 +3 56 a b a 422 209 48 0 25 5 47 c a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluitkabel, L = 1440 mm 39
Inbouwmaten KM 5950 504 764 48 3 b 0 03 ß R4 05 0 490 + 3 0 +3 75 a a b 15 422 b b 15 c 209 48 5 12 0 25 75 4 9 14 a Voorkant b Inbouwhoogte c Aansluitkabel, L = 1440 mm 40
Inbouwen Voorbereiding werkblad Kookplaat positioneren ^ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de maatschets. Neem de minimale afstand tot de achterwand in acht en tot een eventueel aanwezige zijwand (rechts of links). Zie ook het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen". ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
Algemene inbouwaanwijzing Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen plaat en werkblad. Gebruik nooit kit tussen de lijst van het apparaat en het werkblad! Anders kan het apparaat later - voor servicedoeleinden - alleen nog met moeite uit het werkblad worden gehaald. Lijst en werkblad kunnen daarbij beschadigd raken.
Elektrische aansluiting Alleen een erkend elektricien mag het apparaat op het elektriciteitsnet aansluiten en (indien nodig) de aansluitkabel vervangen. Een erkend elektricien is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt deze zorgvuldig in acht. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig inbouwen of door een verkeerde aansluiting.
Elektrische aansluiting Scheidingssysteem Aansluitkabel Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars. Het apparaat moet met een kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) volgens het aansluitschema worden aangesloten. De kabel moet voldoende doorsnede hebben.
Elektrische aansluiting Aansluitschema 45
Klantcontacten / typeplaatje Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – de afdeling Klantcontacten van Miele. De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wijzigingen voorbehouden / 0808 M.-Nr.