Operation Manual

Principe van de bediening
De kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen.
Deze reageren op vingercontact.
Als de kookplaat uit is, ziet u alleen de symbolen van de sen
-
sortoetsen "Aan/Uit" en "Vergrendeling". Als u de kookplaat in
-
schakelt, lichten ook de andere sensortoetsen op. Van de cij
-
fers op het bedieningspaneel lichten de nullen feller op dan
de andere cijfers.
U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsen
aan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met een
akoestisch signaal.
Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, anders
reageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld functies.
Ook kan de kookplaat automatisch worden uitgeschakeld
(zie de rubriek "Veiligheidsuitschakeling").
Zet nooit hete pannen op de toetsen om beschadiging van
de elektronische onderdelen te voorkomen.
Bediening
20