Gebruiks- en montagehandleiding Inductiekookplaat KM 5773 Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. M M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Kookzonedisplay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Beveiligingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Vergrendeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Stop & Go . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 Automatische uitschakeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Algemeen Kookplaat abcde Kookzones Sensortoetsen Bedieningspaneel f Instellen vermogensstand g Booster h Inschakelen timer, wisselen tussen functies, kiezen kookzone j Vergrendeling k Instellen tijd / kiezen memory-programma l Kookplaat AAN/UIT m Memory-functie Controlelampje i Vergrendeling 4
Algemeen Kookzonedisplay n Weergave: 0 = 1 t/m 12 = # = ß = F = A = P0, etc. = S0, etc.
Algemeen Display timer/memory r Controlelampje toewijzing kookzone, bijvoorbeeld kookzone rechts achter s Weergave tijd/memory-programma 00 t/m 99 = tijd P1 t/m P5 = memory-programma t Controlelampje voor gedefinieerd memory-programma Kookzones Kookzone KM 5773 Minimale tot maximale C in cm* Vermogen in Watt bij 230 V** y 16 -23 normaal: met booster: 2300 3200 w 10 - 16 normaal: met booster: 1400 1800 b 18 - 28 normaal: met booster: 2400 3200 x 14 - 20 normaal: met booster: 1850 2500 z
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Open in geen geval de ommanteling van het apparaat. Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanning staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, levert dit gevaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert. Verantwoord gebruik Alleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand): Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaar zijn tussen de kookplaat en het werkblad.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen. Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing. Kinderen kunnen de gevaren van een apparaat niet altijd goed inschatten. Houd daarom voldoende toezicht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van schade aan het apparaat Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kan scheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd terechtkomt. Gebruik geen pannen of schalen met een niet gepolijste bodem (bijvoorbeeld gietijzer) of met een scherpe bodemrand. Daardoor ontstaan krassen die niet meer te verwijderen zijn. Ook zandkorrels kunnen krassen veroorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van brandwonden Wanneer u de kookzones gebruikt, worden deze zeer heet. Ook na het uitschakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan of een kookzone nog heet is. Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Als het apparaat defect is Wanneer u een defect aan het apparaat constateert, schakel dan eerst het apparaat uit en daarna de hoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Is het apparaat niet ingebouwd en heeft het geen vaste aansluiting, trek dan ook de aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekker vast. Bel nu de afdeling Klantcontacten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van andere gevaren Personen met een pacemaker dienen er rekening mee te houden dat in de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat een elektromagnetisch veld ontstaat dat de werking van de pacemaker nadelig kan beïnvloeden. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts. Zet pannen altijd midden op een kookzone. Zo voorkomt u onnodige blootstelling aan het elektromagnetische veld.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug.
Vóór het eerste gebruik Informatie vooraf Uw apparaat heeft een programmeringsfunctie. Hiermee kunt u het apparaat aan uw eigen voorkeuren aanpassen (zie ook het hoofdstuk "Programmering"). Reiniging voor het eerste gebruik Wij raden u aan het apparaat met een vochtige doek te reinigen en daarna weer droog te wrijven, voordat u het voor het eerst gebruikt. Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Vóór het eerste gebruik Instelling sensortoetsen Automatische instelling Om veilig te stellen dat de sensortoetsen altijd goed reageren, wordt de gevoeligheid van de sensoren: – na het aansluiten van het apparaat en na een onderbreking van de stroomtoevoer (bijvoorbeeld bij stroomuitval), opnieuw ingesteld. Tijdens de automatische instelling brandt het controlelampje van de vergrendeling en kan de kookplaat niet worden ingeschakeld.
Inductie Principe Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan. Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet. Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan.
Inductie Inductiegeluiden Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei. – Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld. – Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem) kan een knetterend geluid optreden.
Inductie De juiste pannen Let op! Geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem – geëmailleerd staal – gietijzer Niet geschikt zijn pannen van: – roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem – aluminium of koper Pannenformaat Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u het formaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnenste en de buitenste markering van de kookzone past.
Bediening Sensortoetsen Inschakelen Het bedieningspaneel van uw keramische kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen. Deze reageren op vingercontact. U kunt de kookzones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kookplaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal. Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen. Bedien alleen de betreffende toetsen. Druk daarbij van boven op het midden van de toets.
Bediening Tabel vermogensstanden Bereidingsproces Vermogensstand* instelling af fabriek (12 vermogensstanden) gewijzigde instelling** (23 vermogensstanden) 1-2 1 - 2. 3 3 - 3. 4-5 4-5 6 5. - 6. Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Deegwaren wellen 7-8 7-8 Vis, schnitzel, braadworst, eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) 9 - 10 8. - 10. Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 11 11 - 11.
Bediening Aankookautomaat Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel). Doorkookstand* Aankooktijd in minuten en seconden (ca.) 1 0 : 15 1. 0 : 15 2 0 : 15 Wordt tijdens de aankooktijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de aankookautomaat uitgeschakeld.
Bediening Het activeren van de aankookautomaat: ^ Als in het display van de kookzone een 0 te zien is, drukt u op de toets - totdat de gewenste doorkookstand verschijnt, bijvoorbeeld 3. Gedurende de aankooktijd branden de 12 segmenten van de standenindicator. Na de aankooktijd komt het aantal segmenten overeen met de ingestelde doorkookstand. Koken zonder aankookautomaat Ga als volgt te werk: ^ Schakel de kookzone met de sensortoets + in.
Bediening Boosterfunctie Alle kookzones hebben een boosterfunctie waarmee een extra hoog vermogen kan worden geleverd. Is de booster ingeschakeld, dan werken de kookzones 10 minuten met een verhoogd vermogen op vermogensstand 12. Met deze functie kunt u bijvoorbeeld grote hoeveelheden water snel verhitten. U kunt maximaal drie boosters tegelijk gebruiken. Wordt tijdens de boostertijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de boosterfunctie uitgeschakeld.
Bediening Uitschakelen en restwarmte-indicatie Zo schakelt u een kookzone uit: ^ Druk tegelijk op de toetsen - en + van de betreffende kookzone. In het display verschijnt gedurende enige seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt daarna de restwarmte aangegeven. De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaar kunt aanraken.
Timer en memory-functie Inleiding Kookwekker instellen De kookplaat heeft: - een kookwekker (timerfunctie). - automatische uitschakeling van de kookzones (timerfunctie). - een memory-functie. U kunt de kookwekker gebruiken als de kookplaat is ingeschakeld, maar ook als deze is uitgeschakeld. De kookwekker functioneert in principe als een mechanische kookwekker. In de volgende rubrieken wordt uitgelegd, hoe u de functies afzonderlijk kunt gebruiken.
Timer en memory-functie Kookzones automatisch uitschakelen U kunt een tijd instellen, waarna een door u gekozen kookzone automatisch moet worden uitgeschakeld. U kunt deze functie voor alle kookzones tegelijk gebruiken. ^ Stel voor de betreffende kookzone, bijvoorbeeld rechts achter, op de gebruikelijke manier een vermogensstand in. ^ Tip de sensortoets m zo vaak aan totdat het controlelampje van die kookzone begint te knipperen (rechts achter).
Timer en memory-functie Memory-functie Memory-programma opslaan U kunt de instellingen van een kookzone (van het inschakelen tot het uitschakelen) als memory-programma opslaan. U kunt maximaal 5 frequent gebruikte bereidingen opslaan. U kunt slechts één programma tegelijk opslaan of gebruiken. U kunt voor alle kookzones memory-programma's opslaan. U kunt ook meerdere programma's voor één kookzone opslaan. Kies een geheugenplaats (memory-programma) en bedien de kookzone zoals gebruikelijk.
Timer en memory-functie Memory-programma gebruiken Memory-programma controleren Als u bij een memory-programma hetzelfde resultaat wilt bereiken als tijdens de registratie, moet u dezelfde pan gebruiken. Ook de hoeveelheid en de afmetingen van het gerecht moeten gelijk zijn. ^ Schakel de kookplaat in. ^ Schakel de kookplaat in. In het betreffende kookzonedisplay verschijnt de ingestelde vermogensstand.
Timer en memory-functie Combinatiegebruik U kunt de functies kookwekker, automatisch uitschakelen en de memory-functie tegelijk gebruiken. U wilt ook de kookwekker gebruiken: Tip de sensortoets m zo vaak aan totdat de controlelampjes van de geprogrammeerde kookzones continu branden en in het timer-/memory-display 00 verschijnt. U wilt ook een of meer uitschakeltijden programmeren: Tip de sensortoets m zo vaak aan totdat het controlelampje van de gewenste kookzone begint te knipperen.
Beveiligingen Vergrendeling Zo activeert u de vergrendeling: Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling. ^ Druk zo lang op de vergrendelingstoets $ tot het bijbehorende controlelampje verschijnt. De vergrendeling kan worden geactiveerd, als de kookplaat is uitgeschakeld, maar ook als het apparaat in gebruik is.
Beveiligingen Stop & Go Zo deactiveert u Stop & Go: Uw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen van alle ingeschakelde kookzones in één keer kunt verlagen. ^ Druk zo lang op de sensortoets $ tot het controlelampje uitgaat. Zo activeert u Stop & Go: ^ Druk zo lang op de sensortoets $ tot u twee korte akoestische signalen hoort. Druk niet te lang op de toets $. U activeert anders de vergrendeling. Het controlelampje voor de vergrendeling begint te knipperen.
Beveiligingen Automatische uitschakeling ... als een kookzone te lang aanstaat De kookplaat heeft een beveiliging die het apparaat automatisch uitschakelt als u vergeet het uit te zetten. Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator. Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in uren 1 / 1. 10 2 / 2. 5 3 / 3. 5 4 / 4. 4 5 / 5. 4 6 4 6.
Beveiligingen Oververhittingsbeveiliging Alle inductiespoelen en het koellichaam van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of het koellichaam oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging bij de betreffende kookzone of de kookplaat voor een van de volgende reacties: – Als de boosterfunctie ingeschakeld is, wordt deze afgebroken. – Als een vermogensstand tussen 10 en 12 ingesteld is, wordt deze verlaagd.
Reiniging en onderhoud Gebruik nooit een stoomreiniger voor het reinigen van dit apparaat. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en zo een kortsluiting veroorzaken. Bovendien kunnen door de stoom het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Als u een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen gebruikt, houdt u zich dan aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Reiniging en onderhoud Reinig het apparaat regelmatig, bij voorkeur na elk gebruik. Laat de kookplaat eerst voldoende afkoelen. Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper. Reinig de plaat vervolgens grondig met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en met keukenpapier of een schone doek. Ook kalkresten (van overgekookt water) en aluminiumvlekken worden zo verwijderd.
Programmering U kunt de programmering van uw apparaat eventueel veranderen (zie tabel). Ga als volgt te werk: ^ De kookplaat moet zijn uitgeschakeld. Druk nu tegelijk op de Aan/Uit-toets s en de vergrendelingstoets $. Houd deze toetsen ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling begint te knipperen. Om de nieuwe instellingen op te slaan, drukt u op de Aan/Uit-toets s totdat de weergaven verdwijnen.
Programmering Programma* P P P P P P P P * 0 1 2 3 4 5 6 Status** Instelling Demo-stand en fabrieksin- S stellingen S 0 Demo-stand aan 1 Demo-stand uit S 9 Fabrieksinstellingen herstellen Akoestisch signaal bij bediening sensortoetsen S 0 Uit S 1 Aan Akoestisch signaal als geen pan of een ongeschikte pan is geplaatst S 0 Uit S 1 Aan Akoestisch signaal timer S 0 Uit S 1 10 seconden continu S 2 4 minuten continu S 0 Vergrendeling met toets $ S 1 Vergrendel
Programmering Programma* P P P P P 12 13 14 15 16 Aankookautomaat Restwarmte-indicator Beginwaarde timer Timerfuncties Aantal vermogensstanden Status** Instelling S 0 Uit S 1 Activering door instelling vermogensstand met - S 2 Activering door instelling vermogensstand met + S 3 Activering bij elk inschakelen S 0 H als restwarmte-indicator S 1 # als restwarmte-indicator S 0 01 dan wel 99 S 1 De laatst ingestelde waarde (zie de rubriek "Beginwaarde timer") S 0 Alleen k
Nuttige tips Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker. ... de kookplaat kan worden ingeschakeld en instellingen mogelijk zijn, maar de kookzones niet heet worden? Controleer of het apparaat in de demo-stand staat (zie het hoofdstuk "Programmering"). Wat moet u doen als . . . ... de kookplaat respectievelijk de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld? Controleer of – de pannen geschikt zijn.
Nuttige tips ... een van de volgende storingen optreedt: – De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld. – In het kookzonedisplay knippert de ingestelde vermogensstand 10, 11 of 12 in afwisseling met een lagere vermogensstand. De lagere vermogensstand is ook te zien aan het aantal segmenten van de standenindicator. De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging"). ...
Klantcontacten / typeplaatje Klantcontacten Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V. De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Inbouwen Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, moet het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd. De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn. Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten.
Inbouwen Veiligheidsafstand boven het apparaat Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is de betreffende informatie niet beschikbaar, bijvoorbeeld bij een keukenplank, dan moet de afstand bij licht ontvlambare materialen ten minste 760 mm bedragen.
Inbouwen Veiligheidsafstanden zijkant De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen). Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan: – 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast). Niet toegestaan! – 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.
Inbouwen Veiligheidsafstand bij een beklede nis Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm. Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of ander brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding (voor zover praktisch realiseerbaar).
Inbouwen Afmetingen a Voorkant b Inbouwhoogte c Inbouwhoogte aansluitkabel d Aansluitkabel, L = 1440 mm 47
Inbouwen Voorbereiding werkblad Kookplaat bevestigen ^ Maak een uitsparing in het werkblad volgens de maatschets. Houd een afstand aan van minimaal 50 mm tussen de kookplaat en de achterwand. Tussen de kookplaat en een eventueel aanwezige zijwand (rechts of links) moet eveneens minimaal 50 mm worden vrijgelaten. Zie ook de rubriek "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen". ^ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
Inbouwen Dichting Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen kookplaat en werkblad. Gebruik nooit kit tussen de lijst van het apparaat en het werkblad! Anders kan het apparaat later - voor servicedoeleinden - alleen nog met moeite uit het werkblad worden gehaald. Lijst en werkblad kunnen daarbij beschadigd raken.
Inbouwen Elektrische aansluiting Aansluitwaarde: Dit apparaat mag uitsluitend door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Deze is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt ze zorgvuldig in acht. Zie het typeplaatje. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig inbouwen of door een verkeerde aansluiting.
Inbouwen Scheidingssysteem Aansluitkabel Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars. De leidingen moeten volgens het aansluitschema worden aangesloten. De leidingen dienen van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) of H 05 RR-F (rubberen isolatie) te zijn en moeten voldoende doorsnede hebben.
Inbouwen Aansluitschema 52
Wijzigingen voorbehouden / 3306 M.-Nr.