Gebruiksaanwijzing Inductiekookplaat KM 418 Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. M M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Sensortoetsen en info-displays . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Algemeen Kookplaat Kookzones a Achterste kookzone (Ø 16 / 19,5 / 23 cm; normaal vermogen / met booster 2200 W / 3000 W) b Voorste kookzone (Ø 10 / 13 / 16 cm; normaal vermogen / met booster 1400 W / 600 W) Bedieningspaneel c Kookplaat AAN/UIT d Vergrendelingstoets e Controlelampje vergrendeling f Kookzonebediening (zie de rubriek "Sensortoetsen en info-displays") g Boosterfunctie van de kookzone achter (zie de rubriek "Boosterfunctie") h Aansluitkabel i Netstekker 3
Algemeen Sensortoetsen en info-displays j Weergave: 0 = De kookzone is klaar voor gebruik 1 t/m 9 = Vermogensstand H = Restwarmte A = Ingeschakelde aankookautomaat (in afwisseling met de doorkookstand) ß = Geen pan of verkeerde pan (zie de rubriek "De juiste pannen") F = Foutmelding (zie het hoofdstuk "Nuttige tips") P = Booster ingeschakeld (alleen achterste kookzone) k Sensortoetsen - en + voor het instellen van de vermogensstand 4
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het inbouwen en aansluiten van het apparaat Als de stekker wordt verwijderd, mag dit apparaat uitsluitend door een vakman worden ingebouwd en aangesloten. Deze is precies op de hoogte van de landelijke voorschriften en van de voorschriften van het gemeentelijke energiebedrijf en houdt zich daar strikt aan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Verantwoord gebruik Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan het apparaat. Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd. Dit om te voorkomen dat u per ongeluk onderdelen aanraakt die onder spanning staan. Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik. 6 Gebruik het apparaat alleen voor het bereiden van gerechten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen. Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing. Kinderen kunnen de gevaren van een apparaat niet altijd goed inschatten. Houd daarom voldoende toezicht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van schade aan het apparaat Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een licht voorwerp als een zoutvaatje kan, als het verkeerd terechtkomt, scheuren of barsten veroorzaken. Gebruik geen pannen of schalen met een niet gepolijste bodem (bijvoorbeeld gietijzer) of met een scherpe bodemrand. Daardoor ontstaan krassen die niet meer te verwijderen zijn. Ook zandkorrels kunnen krassen veroorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van brandwonden Wanneer u de kookzones gebruikt, worden deze zeer heet. Ook na het uitschakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan of een kookzone nog heet is. Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Als het apparaat defect is Wanneer u een defect aan het apparaat constateert, schakel dan eerst het apparaat uit en daarna de hoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Is het apparaat niet ingebouwd en heeft het geen vaste aansluiting, trek dan ook de aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekker vast. Bel nu de Technische Dienst.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Het voorkomen van andere gevaren Personen met een pacemaker dienen er rekening mee te houden dat in de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat een elektromagnetisch veld ontstaat dat de werking van de pacemaker nadelig kan beïnvloeden. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts. Zet pannen altijd midden op een kookzone. Zo voorkomt u onnodige blootstelling aan het elektromagnetische veld.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug.
Vóór het eerste gebruik Informatie vooraf Als u het apparaat voor het eerst aansluit of na een stroomstoring verschijnt gedurende enkele seconden in het display van de achterste kookzone een -, in het display van de voorste kookzone een 1. Zodra de - en de 1 verdwijnen, kunt u het apparaat in gebruik nemen.
Bediening Het inductieprincipe Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld. Wanneer de bodem van de gebruikte pan magnetiseerbaar is, produceert ("induceert") dit magneetveld wervelstromen. Hierdoor wordt de bodem van de pan heet. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd via de stralingswarmte van de pan.
Bediening Inductiegeluiden Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de verwerking van de bodem van het kookgerei. – Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld. Om de levensduur van de elektronica te vergroten, is het apparaat voorzien van een ventilator.
Bediening De juiste pannen Let op! U kunt inductiekookzones alleen maar gebruiken, wanneer u pannen gebruikt met een magnetiseerbare bodem. Gebruik geen kookgerei met een te dunne bodem. Verhit kookgerei nooit leeg, tenzij de fabrikant van het kookgerei een dergelijk gebruik uitdrukkelijk toestaat.
Bediening Bedieningspaneel met sensortoetsen Het bedieningspaneel van uw inductiekookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen. Deze reageren op vingercontact. U kunt de kookzones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kookplaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal.
Bediening Tabel vermogensstanden Deze standen gelden voor alle kookzones: Bereiding Vermogensstand Boter, chocolade, etc. smelten Gelatine oplossen Yoghurt maken 1-2 Saus maken van eigeel en boter Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmen Gerechten warmhouden die snel aankoeken Rijst wellen 1-3 Gerechten verwarmen die veel vocht bevatten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.
Bediening Aankookautomaat Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de desbetreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel). Bij een hoge doorkookstand is de aankooktijd relatief kort, omdat bij deze vermogensstanden meestal het lege serviesgoed voor het aanbraden wordt verhit.
Bediening Boosterfunctie De achterste kookzone heeft een boosterfunctie, waarmee een extra hoog vermogen kan worden geleverd. Is de booster ingeschakeld, dan werkt de kookzone 10 minuten lang met een verhoogd vermogen op vermogensstand 9. Met deze functie kunt u bijvoorbeeld grote hoeveelheden water snel verhitten. Het verhoogde vermogen voor de booster kan alleen worden geleverd, wanneer aan de voorste kookzone een deel van het vermogen wordt onttrokken.
Bediening Uitschakelen en restwarmte-indicatie Zo schakelt u een kookzone uit: ^ Druk tegelijk op de toetsen - en + van de betreffende kookzone. In het display verschijnt gedurende enige seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt daarna de restwarmte aangegeven. De restwarmte-indicatoren verdwijnen pas uit het display als de kookzones zover zijn afgekoeld dat u deze zonder gevaar kunt aanraken. Raak de kookzones niet aan zolang de restwarmte-indicator brandt.
Bediening Vergrendeling Zo activeert u de vergrendeling: Om te voorkomen dat de kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling. ^ Druk zo lang op de vergrendelingstoets a totdat het bijbehorende controlelampje verschijnt. De kookplaat moet zijn ingeschakeld. U kunt de vergrendeling alleen aan- en uitzetten als de kookplaat ingeschakeld is.
Bediening Automatische uitschakeling ... als een kookzone te lang aanstaat De kookplaat is voorzien van een beveiliging die de plaat automatisch uitschakelt als u vergeet deze uit te zetten. Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator. Vermogensstand Maximale bedrijfsduur in uren 1 10 2 5 3 5 4 4 5 3 6 2 7 2 8 2 9 1 ...
Bediening Oververhittingsbeveiliging Oververhitting van de inductiespoel De inductiespoel van een kookzone kan oververhit raken, wanneer – de pan de warmte niet goed geleidt. – vet of olie op een hoge vermogensstand verhit wordt. De oververhittingsbeveiliging leidt bij de desbetreffende kookzone tot een van de volgende reacties: – Is bij de achterste kookzone de booster ingeschakeld, dan wordt de boosterfunctie uitgezet.
Bediening Oververhitting van de koeleenheid Ga als volgt te werk: De koeleenheid van de kookplaat kan oververhit raken als het apparaat niet voldoende geventileerd wordt. ^ Bevindt zich onder de kookplaat een lade, zorg dan dat tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat voldoende afstand is. De oververhittingsbeveiliging leidt bij de kookplaat tot een van de volgende reacties: – De eventueel ingeschakelde boosterfunctie wordt uitgeschakeld.
Reiniging en onderhoud Gebruik nooit een stoomreiniger voor het reinigen van dit apparaat. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en zo een kortsluiting veroorzaken. Bovendien kunnen door de stoom het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Als u een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen gebruikt, houdt u zich dan aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Reiniging en onderhoud Reinig het apparaat regelmatig, bij voorkeur na elk gebruik. Laat de kookplaat eerst voldoende afkoelen. Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een schraper. Reinig de plaat vervolgens grondig met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en met keukenpapier of een schone doek. Ook kalkresten (van overgekookt water) en aluminiumvlekken worden zo verwijderd.
Nuttige tips Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker. Wat moet u doen als ... ... de kookplaat respectievelijk de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld? ... in het display van een kookzone een ß verschijnt? Controleer of – een lege kookzone per ongeluk is ingeschakeld. – op de desbetreffende kookzone een pan staat die geschikt is voor inductiekoken (zie de rubriek "De juiste pannen").
Nuttige tips ... een van de volgende storingen optreedt: ... de ventilator na het uitschakelen doorwerkt? – De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld. Dit is geen storing! De ventilator draait door totdat het apparaat is afgekoeld en wordt dan automatisch uitgeschakeld. – In het display knipperen afwisselend de vermogensstanden 9 en 8. – In de displays van alle kookzones knippert een 0. De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging"). ...
Techniek Elektrische aansluiting Aansluiting op een geaard stopcontact wordt aanbevolen, omdat dat eventuele werkzaamheden van de Technische Dienst gemakkelijker maakt. Het stopcontact moet ook na het inbouwen toegankelijk zijn. Wordt de stekker verwijderd, dan mag dit apparaat uitsluitend door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Deze is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
Techniek Technische Dienst Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet de Technische Dienst weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wijzigingen voorbehouden / 4004 M.-Nr.