Operation Manual

Wanneer de kamertemperatuur te laag
is, slaat de koel-vriescombinatie minder
vaak aan en kan het in de diepvrieszo
-
ne te warm worden.
. . . de ingevroren producten vastge
-
vroren zijn?
^
Maak de ingevroren producten met
een stomp voorwerp, bijv. met een le
-
pelsteel los.
. . . zich in de diepvrieszone een vrij
dikke ijslaag bevindt?
^
Controleer of de deur van de diep
-
vrieszone goed sluit.
^ Ontdooi de diepvrieszone.
^ Reinig de diepvrieszone.
Door een dikke ijslaag vermindert de
koelcapaciteit waardoor het stroomver-
bruik stijgt.
. . . de binnenverlichting in de koelzo-
ne niet meer functioneert?
^
Controleer of de lichtcontactschake
-
laar klemt.
^
Controleer of de temperatuurrege-
laar op een andere stand staat dan
op "0".
Is dat wel het geval, dan is het gloei
-
lampje kapot.
^
Trek de stekker uit het stopcontact of
schakel de hoofdschakelaar van de
elektrische huisinstallatie uit.
^
Pak de lampafdekking aan de achter
-
kant vast, druk de zijkant a omhoog
en trek de lampafdekking b eraf.
^
Vervang het gloeilampje.
Aansluitgegevens van het lampje:
220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14
^ Schuif de lampafdekking er weer op
en klik deze vast.
. . . de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is
verstopt.
^ Reinig het gootje en de afvoerope-
ning voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven
-
genoemde tips niet verhelpen, roep
dan de hulp in van de Technische
Dienst.
Open als het mogelijk is de deuren
van de koel-vriescombinatie niet
vóórdat de storing is verholpen. Op
deze manier houdt u het koudever
-
lies zo gering mogelijk.
Nuttige tips
29