Gebruiks- en montage-aanwijzing voor de koel-vriescombinaties KD 683 i Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. M M.-Nr.
Inhoud Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Het besparen van energie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie . . . . . . . . . . .
Inhoud Het bereiden van ijsblokjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Het snelkoelen van dranken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Diepvriesplateau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Het gebruik van de koude-accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Het ontdooien van de koel-vriescombinatie . . . .
Algemeen a Temperatuurregelaar b Winterschakeling - toets met controlelampje a Boter- en kaasvak b Binnenverlichting c Eierrekje d Flesplateau (Afhankelijk van het model) e Plateaus f Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater g Groenten- en fruitladen h Fleshouder i Deurvak j Diepvriesplateau k Diepvriesladen met diepvrieskalender l Temperatuuraanduiding (Afhankelijk van het model) m Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen n Afvoerbuisje voor het dooiwater 4 c Lichtcontactschake
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Afgedankte apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grofvuil, maar informeer bij uw handelaar of het mogelijk is het apparaat terug te geven. Is dit niet mogelijk, informeer dan bij de gemeente of bij een grondstoffenhandelaar naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Hoe meer koelmiddel een koelvriescombinatie bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die het apparaat bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting. Gebruik Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie. Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd. Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Het besparen van energie Normaal energieverbruik Plaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventileerd Te hoog energieverbruik In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd Op een plaats waar de zon niet di- Op een plaats waar de zon direct rect op kan schijnen op kan schijnen Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) Bij een kamertemperatuur van ca.
Het besparen van energie Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit. Een ijslaag in het diepvriesgedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie Voor het eerste gebruik ^ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel. ^ Wrijf daarna alles met een doek droog. Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit.
De juiste temperatuur Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven. Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De juiste temperatuur Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood. Temperatuuraanduiding Het instellen van de temperatuur Wanneer u met behulp van de temperatuurregelaar een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de thermometer na ca. 6 uur wanneer de diepvrieszone lang niet vol is en na ca.
De functie "Winterschakeling" Het gebruik van de winterschakeling Het uitschakelen van de winterschakeling Bij lage kamertemperaturen onder de of gelijk aan 18 °C slaat het apparaat minder vaak aan en daardoor kan het in de diepvrieszone te warm worden. Dat kan ertoe leiden dat de ingevroren producten gaan ontdooien. Om dat te voorkomen kunt u de winterschakeling gebruiken.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen Gedeelten met verschillende temperaturen Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in de koelzones gedeelten met verschillende temperaturen. Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van. De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat. Koelste gedeelte in de koelzone Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren: deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.
Het indelen van de binnenruimte Plateaus Deurvakken De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet/neergelegd. ^ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit. ^ Trek het plateau naar voren totdat u weerstand voelt, til het aan de voorkant op en haal het eruit. ^ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Maximale vriescapaciteit Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden. De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen – Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet. Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. – Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ontdooien en wordt er meer stroom verbruikt dan nodig is.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen. Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien. Diepvrieskalender De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, als ze vers worden opgeslagen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen. Het snelkoelen van dranken Schakel om dranken snel te koelen de superkoeling in en leg de dranken in de koelzone.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen Het gebruik van de koude-accu De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvrieszone snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen. Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau. Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie Het ontdooien van de koelzone Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen. Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampingssysteem aan de achterkant van het apparaat. Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. ^ Schuif het afvoerbuisje voor het dooiwater naar buiten. ^ Giet de onderste diepvrieslade leeg. ^ Neem het dooiwater dat zich verder nog in de diepvrieszone bevindt met een spons of doek op. ^ Reinig de diepvrieszone en maak deze droog.
Het reinigen van de koel-vriescombinatie Voor het reinigen Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigingsmiddelen of chemische oplosmiddelen. Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorzaken. ^ Schakel de koel-vriescombinatie uit door de temperatuurregelaar op "0" te draaien. ^ Haal de producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats. ^ Haal alle toebehoren uit het apparaat die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de koel-vriescombinatie Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen ^ Reinig de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger. Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt. Het reinigen van de deurdichtingen Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus. Na het reinigen ^ Plaats de toebehoren in de koelzone.
Nuttige tips Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen. Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen. Wat moet u doen, wanneer . . . . . . de koel-vriescombinatie niet koelt? ^ Controleer of: – de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0"; – de stekker stevig in het stopcontact zit; – de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Nuttige tips Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan en kan het in de diepvrieszone te warm worden. . . . de ingevroren producten vastgevroren zijn? ^ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los. . . . zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt? ^ Controleer of de deur van de diepvrieszone goed sluit. ^ Ontdooi de diepvrieszone. ^ Reinig de diepvrieszone.
Geluiden en de oorzaken ervan Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan? Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wanneer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Sssrrrrr....
Technische Dienst Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met – uw Miele-handelaar of – met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing. Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat.
Elektrische aansluiting Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V. Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde. Het is het beste wanneer de contactdoos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Montage-instructies Luchttoevoer en luchtafvoer Een apparaat dat niet is ingebouwd kan kantelen! Plaats van opstelling Kies geen plaats direct naast een fornuis, een verwarming of in de buurt van een raam, waar de zon direct door heen kan schijnen. Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is. Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd. Klimaatklasse Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse.
Inbouwmaten Apparaat Breedte kast A Hoogte kast B Diepte kast C Breedte apparaat D Hoogte koelzonedeur E KD 683 i 560 - 570 1776 - 1780 550 551 1074,5 34
Het veranderen van de draairichting van de deur Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur. ^ Open de deuren van het apparaat. ^ Draai de schroeven a er helemaal uit en schroef ze er losjes aan de andere kant, in het 2e en 3e gat van buiten, weer in. Draai van de middelste 4 schroeven a eerst de bovenste en daarna de onderste aan de andere kant vast.
Het inbouwen van het apparaat Alle stappen bij de montage worden gedemonstreerd met een apparaat met een rechtsscharnierende deur. Hebt u de deurschanieren naar links verplaatst, houd daar dan bij de montage rekening mee. Voordat u het apparaat inbouwt Het stellen van de inbouwkast ^ Schroef het bevestigingsprofiel op het apparaat. ^ Stel de inbouwkast voordat u het apparaat inbouwt heel precies met een waterpas. De hoeken van de kast moeten allemaal 90° zijn.
Het inbouwen van het apparaat Het bevestigingsprofiel mag niet tegen de rand van de inbouwkast aankomen; het moet volledig in de kast verdwijnen. ^ Alleen bij 16 mm dikke kastwanden: Klik de afstandstukken op de scharnieren. ^ Druk het apparaat met de kant waar de scharnieren zitten tegen de wand van de inbouwkast. Het inbouwen van het apparaat ^ Schuif het apparaat in de inbouwkast. Let er daarbij op dat de aansluitkabel niet ergens tussen beklemd raakt.
Het inbouwen van het apparaat ^ Schuif het apparaat zover naar binnen dat het bevestigingsonderdeel of de kunststof haak evenwijdig loopt met de voorste rand van de bodem van de inbouwkast. ^ Verbind het apparaat boven en onder met de inbouwkast door in totaal 4 schroeven door de scharnieren te draaien (detailtekening Y). ^ Draai schroeven door het bevestigingsonderdeel (detailtekening X) of door het midden van het sleufgat van de kunststof haak en klap deze haak naar beneden.
Het inbouwen van het apparaat ^ Trek de montagehulpstukken c naar boven en haal ze eruit. ^ Stel de kastdeur ten opzichte van de kastdeuren ernaast. ^ Draai de montagehulpstukken en steek ze helemaal in de middelste gleuven van de bevestigingstraverse d. Het stellen aan de zijkanten: de juiste afstand X krijgt u door de kastdeur te verschuiven. Het stellen in de hoogte: de juiste afstand Y krijgt u door met een sleufschroevendraaier aan de stelschroeven a te draaien.
Het inbouwen van het apparaat ^ Bevestig de haak a met de schroeven b aan de deur van het apparaat door de schroeven door het midden van de sleufgaten te draaien. ^ Stel de kastdeur parallel met de deur van het apparaat en draai de schroeven b vast. ^ Schroef de bevestigingshaak met de spaanplaatschroeven c 4 x 14 mm aan de kastdeur. ^ Plaats de afdeklijst boven op de deur van het apparaat.
Het instellen van de deurscharnieren De deurscharnieren zijn vanuit de fabriek zo ingesteld dat de deuren van het apparaat wijd open kunnen. Wanneer de deuren tegen een aangrenzende muur aankomen kan het nodig zijn om de openingshoek te veranderen. Dit kunt u doen door de deurscharnieren met de bijgevoegde inbussleutel opnieuw in te stellen. b Wanneer u de deuren weer wijd open wilt hebben, ^ draai de inbussleutel dan tegen de wijzers van de klok in.
Wijzigingen voorbehouden / 3603 M.-Nr. 06 050 090 / 00 KD 683 i Dit papier bestaat uit 100 % chloorvrij gebleekte cellulose en is dus minder belastend voor het milieu.