Gebruiksaanwijzing voor afwasautomaten Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw afwasautomaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. T M.-Nr.
Inhoudsopgave Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Voordat u uw apparaat in gebruik neemt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Deur openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Algemeen Bedieningspaneel (12) 4
Algemeen 1 Bovenste sproeiarm (niet zichtbaar) 2 Besteklade 3 Watertoevoertrechter voor de middelste sproeiarm 4 Bovenrek 5 Regenereerschakelaar 6 Middelste sproeiarm Sticker met programmanamen (14) Bij de afwasautomaat wordt een sticker gevoegd waarop staat wat de symbolen en cijfers op het bedieningspaneel betekenen. Deze sticker kunt u in het dieper gelegen gedeelte naast de programmatoetsen plakken. Maak het dieper gelegen gedeelte schoon. Het moet stofvrij, vetvrij en droog zijn.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Deze afwasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing eerst aandachtig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt daarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Zorg er bij gebruik van poedervormige reinigingsmiddelen voor dat u geen stofdeeltjes inademt! Zorg ervoor dat u eventueel vrijliggende verwarmingselementen tijdens of direct na afloop van een afwasprogramma niet aanraakt. U kunt zich daaraan verbranden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Als u per abuis reinigingsmiddel in het reservoir voor regenereerzout doet, raakt de waterontharder altijd defect! Controleer iedere keer voordat u het zoutreservoir vult of u wel een pak zout in uw handen heeft. Afdanken van het oude apparaat Als u per abuis (vloeibaar) reinigingsmiddel in het doseerapparaat voor naspoelmiddel doet, raakt het doseerapparaat altijd defect.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Het verpakkingsmateriaal Afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Gekozen is voor verpakkingsmateriaal dat niet schadelijk is voor het milieu, op verantwoorde wijze kan worden afgedankt en dus voor hergebruik geschikt is. Afgedankte apparaten bevatten nog waardevolle stoffen/materialen. Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grof vuil. Informeer bij uw handelaar of het mogelijk is het apparaat terug te geven.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu Economisch afwassen Deze afwasautomaat werkt uiterst water- en energiebesparend. U kunt nog spaarzamer te werk gaan, indien u de volgende adviezen opvolgt: Sluit de afwasautomaat aan op warm water, als u een moderne warmwaterinstallatie heeft. Bij elektrisch verwarmde installaties is echter een aansluiting op koud water aan te bevelen.
Voordat u uw apparaat in gebruik neemt Neem voordat u uw apparaat in gebruik neemt beslist de volgende punten in acht! Onderstaande punten worden nog apart behandeld. Uitgebreide instructies m.b.t. deze punten vindt u in de desbetreffende hoofdstukken. Waterontharder instellen De waterontharder moet nauwkeurig worden ingesteld, afhankelijk van de waterhardheid van uw leidingwater. Daar komt nog bij dat het reservoir voor regeneerzout eerst met water en daarna met regenereerzout moet worden gevuld.
Voordat u uw apparaat in gebruik neemt De keuze van een afwasprogramma is belangrijk! De universele programma’s zijn goede programma’s voor de dagelijkse afwas. De andere programma’s zijn in het programma-overzicht beschreven. Als u de afwasautomaat voor de eerste keer in gebruik neemt, start het afwasprogramma ca. 7 minuten later dan normaal. Gedurende deze 7 minuten wordt het programma-onderdeel "Regeneren" met tussenpozen uitgevoerd (Functie - Pauze....) en brandt het controlelampje k.
Deur openen en sluiten De deur openen De deur sluiten Schuif de rekken naar binnen. De deur omhoogklappen en dichtdrukken tot deze hoorbaar vastklikt. Trek aan de deurgreep. Als de deur wordt geopend terwijl de automaat in gebruik is, worden alle functies automatisch onderbroken. Tip: Hoe u de deur van de afwasautomaat zonder frontpaneel kunt openen, kunt u lezen in het hoofdstuk "Plaatsing en installatie" en wel in paragraaf 3: "Frontpaneel monteren".
Waterontharder Het water dient voor de afwas te worden onthard. Zo ontstaat er geen kalkaanslag op het serviesgoed en in de afwasautomaat; tevens heeft het reinigingsmiddel zo het meeste effect. Bij een zeer lage waterhardheid, nl. onder de 4°dH, hoeft het water niet te worden onthard. Het plaatselijke waterleidingbedrijf kan u inlichten over de hardheid van uw leidingwater. De ingebouwde waterontharder kan alleen dan optimaal functioneren, als deze: 1. op de juiste wijze is ingesteld (geprogrammeerd) en 2.
Waterontharder Omrekentabel De waterontharder is standaard ingesteld voor een waterhardheid van 17 22 °dH. Wanneer uw leidingwater een andere waterhardheid heeft moet u de programmering van de waterontharder veranderen en in incidentele gevallen de regenereerschakelaar in de spoelruimte opnieuw instellen (zie omrekentabel). Hoe u de waterontharder moet programmeren kunt u op de volgende bladzijde lezen.
Waterontharder Waterontharder programmeren De waterontharder wordt geprogrammeerd via de programmatoetsen. Iedere programmatoets heeft twee niveaus met waarden voor de waterhardheid (zie omrekentabel). Wanneer het controlelampje van slechts één programmatoets brandt, is er een waarde van het eerste niveau gekozen. Voorbeeld: Het controlelampje d brandt. De waterontharder is ingesteld op een waterhardheid van 7 °dH.
Waterontharder den en als niet de daarbij behorende waterhardheid is gekozen. Als u de juiste waterhardheid wilt instellen, zoek dan in de tabel welke toets u daarvoor moet indrukken. Zolang deze toets is ingedrukt, brandt het controlelampje van de gekozen toets. Als de waterhardheid meer dan 12 °dH bedraagt, druk dan allereerst toets 2 in om op het tweede programmeerniveau te kunnen komen. Het controlelampje 2 brandt. Voorbeeld: de waterhardheid bedraagt 25 °dH. Druk dan eerst toets 2 en daarna toets e in.
Waterontharder Regenereerschakelaar instellen De regenereerschakelaar is ingesteld op stand 6. Alleen wanneer uw leidingwater een waterhardheid heeft tussen de 36 - 65 °dH (6,5 - 11,7 mmol/l), moet de regenereerschakelaar op een andere stand worden ingesteld (zie tabel).
Waterontharder Zoutreservoir vullen Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout. Gebruik in geen geval andere soorten zouten zoals keukenzout of strooizout. Deze zouten kunnen niet in water op te lossen deeltjes bevatten, die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder! In het zoutreservoir kan ca. 2 kg zout.
Waterontharder Controlelampje voor het bijvullen van zout Let op! Het controlelampje gaat ook branden, als de waterhardheid steeds onder de 4° dH ligt en u het reservoir dus niet met regenereerzout hoeft te vullen. Dat het lampje brandt heeft dan niets te betekenen. Het controlelampje k zal in de toekomst ook worden gebruikt voor het actualiseren van programma’s. Zie hoofdstuk: "Technische Dienst". Wanneer het controlelampje k gaat branden, moet er regeneerzout worden bijgevuld.
Naspoelmiddel doseren Naspoelmiddel is nodig om ervoor te zorgen dat het water tijdens het drogen als een film van het serviesgoed afloopt en het serviesgoed na het spoelen droogt zonder dat het vlekken gaat vertonen. Het naspoelmiddel wordt in een doseerapparaat gedaan en in de ingestelde hoeveelheid bij het naspoelen automatisch toegevoegd. Het doseerapparaat heeft een inhoud van ca. 130 ml.
Naspoelmiddel doseren Het instellen van de naspoelmiddeldosering U kunt het naspoelmiddel gemakkelijker doseren, als u de deur eerst slechts ongeveer voor de helft (ca. 45°) opendoet en dan tijdens het doseren helemaal naar beneden laat zakken. U dient het naspoelmiddel slechts zolang te doseren, totdat het aan de oppervlakte van het zeefje in de vulopening zichtbaar is. Druk het klepje goed dicht. Verwijder eventueel gemorst naspoelmiddel om bij de volgende afwasbeurt sterke schuimvorming te voorkomen.
Rekken vullen Attentie! Zet het serviesgoed in principe zo in de rekken, dat het water er aan alle kanten bij kan; alleen dan kan het echt schoon worden! Serviesgoed en bestek mogen niet zodanig worden geplaatst, dat de delen elkaar afdekken. Hol serviesgoed, zoals kopjes, glazen en kommen met de openingen naar beneden in de rekken zetten. Serviesgoed met een diepe bodem zoveel mogelijk schuin in het rek zetten, zodat het water eraf kan lopen.
Rekken vullen Praktische voorbeelden voor de indeling In het onderrek In het bovenrek wordt klein, licht en teer serviesgoed zoals kopjes, schoteltjes, glazen en dessertschaaltjes geplaatst. Zo ook licht, hittebestendig kunststof serviesgoed. wordt groter en zwaarder serviesgoed zoals borden, schalen, potten en pannen geplaatst. Dun en fijn glaswerk mag niet in het onderrek worden geplaatst.
Rekken vullen Het is aan te bevelen het bestek te groeperen; als messen, vorken, lepels enz. in groepen in de besteklade worden gelegd is het makkelijker ze er weer uit te halen. Leg bij lepels met ovale of ronde grepen de lepelbladen en niet de grepen tussen de opstaande kammen. Let erop dat de lepelbladen indien mogelijk rechtop staan, zodat ze tegen de bodem van de besteklade aanliggen en al het water eraf kan lopen. De bovenste sproeiarm mag niet door te hoog serviesgoed (bijv.
Rekken vullen Opklapbaar rooster Glazeninzet (Alleen voor modellen met losse inzetten in het onderrek. Afhankelijk van het model standaard bijgevoegd) Voor het inruimen van hoger serviesgoed kunt u het rooster omhoogklappen. Steun Om serviesgoed gemakkelijk te kunnen inruimen en er gemakkelijk weer uit te kunnen halen kunt u de steun omklappen. Na het inruimen van het serviesgoed kunt u de steun weer omhoogklappen, zodat er serviesgoed tegenaan kan worden gelegd.
Rekken vullen Bovenrek verstellen (type-afhankelijk) Om in het boven- of onderrek meer plaats te krijgen voor hoger serviesgoed kunt u het bovenrek op 3 hoogten van elk ca. 2 cm verstellen. Afhankelijk van de instelling van het bovenrek kunnen bijv. borden met de volgende diameters in de rekken worden gezet, zie tabellen: Bovenrek in stand Bovenrek cm Ø Onderrek cm Ø boven 20,5 30 midden 22,5 28 onder 24,5 26 Bovenrek naar buiten trekken en de moeren (pijlen) aan beide kanten losdraaien.
Niet geschikt voor de afwasautomaat – Bestek met houten of hoornen grepen. – Ontbijtplankjes van hout of kunststof. – Verlijmde delen, zoals bij messen waarvan heft en lemmet aan elkaar zijn gelijmd. – Voorwerpen van koper en tin. – Voorwerpen van niet-hittebestendige kunststof. Let op – Zilver en aluminium kunnen verkleuren. – Aluminium serviesgoed zoals vetfilters mag niet worden afgewassen met bijtende alkalische reinigingsmiddelen die in bedrijfsafwasautomaten of industriereinigers worden gebruikt.
Reinigingsmiddel doseren Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen voor huishoudafwasautomaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de handafwas! Bij inwendig gebruik kunnen reinigingsmiddelen ernstige brandwonden in mond en keel veroorzaken of tot verstikking leiden! Houd deze middelen daarom buiten bereik van kinderen en laat kinderen niet bij de geopende afwasautomaat komen! Er zijn misschien nog resten van het middel in de automaat aanwezig.
Reinigingsmiddel doseren Voor elk afwasprogramma moet er reinigingsmiddel in het daarvoor bestemde doseerbakje worden gedaan, behalve voor: "KOUD VOORSPOELEN". – Doseer poedervormig reinigingsmiddel in de vakjes. In vakje I kan max. 25 ml., in vakje II max. 80 ml. In vakje II zijn markeringsstreepjes aangebracht om het doseren makkelijker te maken. De streepjes geven de stand in ml aan. – Reinigingstabletten kunnen op verschillende plaatsen in de afwasautomaat worden gelegd.
Programma kiezen Laat de keuze van het programma steeds afhangen van het soort serviesgoed en de mate van vervuiling. Voor de normale dagelijkse afwas zult u meestal de "UNIVERSEEL"-programma’s kiezen: – UNIVERSEEL 55 ° of 65 ° Deze programma’s zijn optimaal berekend op vaatwerk waarmee men dagelijks in de huishouding te maken krijgt: verschillende soorten serviesgoed die niet allemaal even vuil zijn. Voor bijzondere situaties zijn de speciale programma’s ontwikkeld.
Programma-overzicht Programma Toepassing Reinigingsmiddel A1) B2) Vakje Vakje Vakje I II II (Voor- (Reinigen) (Reinigen) spoelen) Universele programma’s UNIVERSEEL 65 ° (Toets b) UNIVERSEEL 55 ° 3) (Toets c) Als UNIVERSEEL 55 °, maar met een hogere reinigingstemperatuur voor ingedroogde, zetmeelhoudende etensresten. Dit programma kiest u voor de reiniging van normaal vervuild serviesgoed.
Programmaverloop Verbruik Stroom 1. Voorspoelen 2. Voorspoelen Duur Water Minuten (ca.
Afwasautomaat in- en uitschakelen Afwasautomaat inschakelen Open de deur. Draai de waterkraan open indien gesloten. "Aan"-toets (20) indrukken. Het controlelampje "Aan" brandt. Programma starten Druk de toets in van het programma dat u wilt hebben. Het controlelampje van de ingedrukte programmatoets brandt. Kies voordat het programma start eventueel de extra functie "Top Solo" (2). (Zie hoofdstuk "Extra functies"). Sluit de deur. Het programma start.
Afwasautomaat in- en uitschakelen Programma onderbreken Afwasautomaat uitschakelen Het afwasprogramma wordt onderbroken, zodra u de deur opent. Als u de deur weer dichtdoet, gaat het programma daar verder, waar het onderbroken is. Als het programma is afgelopen Let op! Als het water in de afwasautomaat heet is, loopt u het risico zich te verbranden. Als u de deur beslist moet openen, doe dat dan zeer voorzichtig! Zet de deur, voordat u deze sluit, eerst ca.
Rekken leeghalen Heet serviesgoed breekt snel! Laat het daarom als het programma is afgelopen zo lang in de afwasautomaat afkoelen, tot u het goed kunt vastpakken. Als u de deur na afloop van het programma helemaal opent, koelt het serviesgoed sneller af. Ruim eerst het onderrek, dan het bovenrek en tenslotte de besteklade uit. Zo voorkomt u dat eventueel achtergebleven waterdruppels van het bovenrek, resp. van de besteklade, op het serviesgoed in het onderrek vallen.
Extra functies programmeren 1. Top Solo (18) (voor geringe belading) Met deze functie wordt een groot gedeelte van het water alleen via de bovenste en middelste sproeiarm toegevoerd en daar verspreid. U kunt deze extra functie het beste dan gebruiken, wanneer u weinig vuil serviesgoed heeft en u daarom genoeg heeft aan het bovenrek en de besteklade.
Extra functies programmeren 2. Zonder drogen In de afwasprogramma’s "UNIVERSEEL 65°, "UNIVERSEEL 55°" en "KORT 55°" wordt het serviesgoed met behulp van het verwarmingselement gedroogd. Als u de extra functie "Zonder drogen" programmeert, wordt het verwarmingselement niet ingeschakeld. Dan wordt er ca. 0,1 kWh minder energie verbruikt. Het serviesgoed is dan echter niet droog. Als u het servies droog wilt hebben kunt u de deur na afloop van het programma op een kier zetten.
Extra functies programmeren Het controlelampje "Aan" brandt en de controlelampjes k en c knipperen. Het controlelampje b brandt. Attentie: Als er een ander controlelampje knippert, begin dan nog een keer van voren af aan. Schakel daartoe het apparaat uit. Druk toets b in om van "Zonder drogen" naar "Drogen" te gaan. Het controlelampje b gaat nu uit en de controlelampjes k en c knipperen. Druk toets 2 in. Het controlelampje 2 brandt en het controlelampje k knippert. Het controlelampje c is uitgegaan.
Extra functies programmeren Druk toets 2 in. Het controlelampje 2 brandt en het controlelampje k knippert. De controlelampjes e en c zijn uitgegaan. Ook de controlelampjes b en f gaan uit, als deze daarvóór al brandden. Druk nog een keer op toets 2. De controlelampjes 2 en k knipperen. Schakel de afwasautomaat uit. De extra functie "Zonder zoemer" is nu geprogrammeerd en opgeslagen. Aan het eind van een afwasprogramma gaat de zoemer niet meer totdat er wordt geherprogrammeerd.
Reiniging en onderhoud Zeven in de spoelruimte reinigen Zonder zeefcombinatie mag niet worden afgewassen. De zeefcombinatie op de bodem van de spoelruimte moet regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig gereinigd. Ontgrendel de zeefcombinatie door de greep naar rechts te draaien. De zeefcombinatie verwijderen, van grove resten ontdoen en onder stromend water afspoelen. Gebruik eventueel een borstel.
Reiniging en onderhoud Draai de zeefcombinatie om en open de sluiting van de grove zeef door de ontgrendeling naar achteren te trekken. Reinig de grove zeef met stromend water. Gebruik daarbij eventueel een borstel. Druk de sluiting van de grove zeef weer dicht. Attentie: Voordat de grove zeef wordt teruggeplaatst moet de sluiting goed zijn vergrendeld. 42 Plaats de zeefcombinatie zo in de uitsparing, dat ze plat tegen de bodem van de spoelruimte aanligt.
Reiniging en onderhoud Sproeiarmen reinigen Het kan voorkomen dat er in de sproeikoppen van de sproeiarmen etensresten vast gaan zitten. U dient de sproeiarmen derhalve regelmatig (ongeveer 1 keer per halfjaar) te controleren en indien nodig te reinigen. Daarvoor moet u de sproeiarmen eerst verwijderen, en wel op de volgende manier. Trek de besteklade indien aanwezig naar buiten en schroef de bovenste sproeiarm er af.
Reiniging en onderhoud Afvoerpomp en terugslagklep reinigen Indien het afwaswater aan het einde van een afwasprogramma niet is afgepompt, kan dat verschillende oorzaken hebben. Het is mogelijk dat de afvoer door vetaanslag verstopt is geraakt. Om vetaanslag te voorkomen kunt u de afvoer het beste 1 x per 2 maanden met een machinereiniger behandelen. Hoe u dat moet doen kunt u op de verpakking lezen. Een andere mogelijkheid is dat bepaalde voorwerpen de afvoerpomp of de terugslagklep blokkeren.
Reiniging en onderhoud Zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer reinigen Zeefje reinigen Ter bescherming van de watertoevoerklep tegen verontreinigingen in het leidingwater is in de schroefkoppeling een zeefje aangebracht. Als het zeefje vuil is, loopt er te weinig water in de spoelruimte.
Reiniging en onderhoud Bedieningspaneel reinigen Veeg het paneel alleen af met een vochtige doek of met een gewoon reinigingsmiddel voor kunststof. Gebruik geen schuurmiddelen en geen glas- of allesreinigers! Deze kunnen door hun chemische samenstelling aanzienlijke beschadigingen aan het kunststof oppervlak veroorzaken. Front van de afwasautomaat reinigen Behandel fronten van kunststof met een daarvoor geschikt reinigingsmiddel.
Nuttige tips Mocht er een storing optreden, dan kunt u deze in vele gevallen zelf verhelpen. Laat echter werkzaamheden aan elektrische onderdelen uit veiligheidsoverwegingen altijd door een vakman/vakvrouw verrichten! Mocht u een storing ondanks de nu volgende tips niet zelf kunnen verhelpen, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. Storingen / mogelijke oorzaken De afwasautomaat start niet – De deur is niet goed gesloten. – De stekker zit niet in de contactdoos.
Nuttige tips Het serviesgoed en bestek zijn wit uitgeslagen – Er zit geen zout in het zoutreservoir. – De afsluitdop van het zoutreservoir is niet goed dichtgedraaid. – Er is te weinig naspoelmiddel gedoseerd. Na afloop van het afwasprogramma zit er water in de spoelruimte – Er zit een knik in de afvoerslang. – De afvoerpomp is verstopt of er zijn voorwerpen in de terugslagklep blijven steken. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
Technische Dienst Reparaties Mocht u een opgetreden storing ondanks bovenstaande tips niet zelf kunnen verhelpen, neem dan contact op met: – de Miele-vakhandel of – de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. Het adres en diverse telefoonnummers vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing. Programma-actualisering Reinigingsmiddelen, afwasgewoonten en afwasvoorschriften zullen in de toekomst veranderingen ondergaan. De spoel- en afwasprogramma’s zullen daaraan moeten worden aangepast.
Extra toebehoren Flessehouder Voor het plaatsen van de afwasautomaat zijn verkrijgbaar: Haken waarmee u een afwasautomaat aan een stenen of marmeren werkblad kunt bevestigen. Een afdekplaat die u nodig heeft als u een afwasautomaat onder een kookplaat wilt plaatsen. Voor een efficiënter gebruik van de afwasautomaat zijn verkrijgbaar: In het onderrek kan een flessehouder voor melk- en zuigflessen worden gezet. Deze flessehouder wordt bij sommige typen standaard geleverd.
Instructies voor vergelijkende onderzoeken Onderzoeksnorm: IEC 436 / DIN 44990 Vergelijkend programma: UNIVERSEEL 55 ° Hoeveelheid reinigingsmiddel Bij gebruik van fosfaathoudende reinigingsmiddelen: 5 g in vakje I, 25 g in vakje II. Bij gebruik van fosfaatvrije reinigingsmiddelen: 30 g alleen invakje II. Hoeveelheid naspoelmiddel: Stand 3 (ca.
Instructies voor vergelijkende onderzoeken Besteklade 52
Plaatsingen installatie-instructies 53
Inhoudsopgave Afwasautomaat plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. Roestvrij stalen beschermplaat voor het werkblad monteren . . . . . . . . . . . . . . 2. Afwasautomaat inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. Frontpaneel monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4. Frontpaneel stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Afwasautomaat plaatsen Deze afwasautomaat is speciaal geconstrueerd om te worden ingebouwd in een inbouwkeuken. Maten: Het front kan worden voorzien van een frontpaneel dat bij uw keuken past. Om de stabiliteit te waarborgen mogen deze afwasautomaten alleen worden geplaatst onder een doorlopend werkblad dat aan de kastjes ernaast is vastgeschroefd. 1) bij een machinehoogte van 890 mm 2) bij een machinehoogte van 840 mm Het verstelbereik bedraagt ca. 5 cm.
Afwasautomaat plaatsen 1. Roestvrij stalen beschermplaat voor het werkblad monteren De onderkant van het werkblad wordt door een roestvrij stalen plaat beschermd tegen beschadiging door condens. Deze beschermplaat voor het werkblad wordt standaard toegevoegd. Spuit de bijgevoegde dichtingskit b in de holte van de roestvrij stalen plaat. De roestvrij stalen plaat c stellen afhankelijk van de voorkant van het werkblad – zie afbeelding – en met de bijgevoegde spijkers onder het werkblad vastspijkeren.
Afwasautomaat plaatsen 2.Afwasautomaat inbouwen In de regel bevinden de aansluitpunten voor de watertoevoer en de waterafvoer zich in het gootsteenkastje. Afhankelijk van de keukenfabrikant bevindt zich in de bodem van het gootsteenkastje een installatie-opening voor de watertoevoer- en waterafvoerslang van de afwasautomaat. Als in de bodem van het gootsteenkastje of bij de sokkel geen installatie-opening aanwezig is, moet die alsnog worden uitgezaagd. Maten: 60 x 110 mm.
Afwasautomaat plaatsen M.b.v. de glijrails kan de afwasautomaat makkelijk worden ingebouwd en kunnen de achterste machinevoeten in hoogte worden versteld. Bovendien is bij gebruik van de glijrails de kans op beschadigde vloeren kleiner. Stel de hoogte van de afwasautomaat te voren met de hand in. Let er op dat er 5 mm zit tussen de bovenkant van de afwasautomaat en het werkblad, zodat de automaat zonder problemen in de nis kan worden geschoven. Let er daarbij op dat de automaat waterpas staat.
Afwasautomaat plaatsen Stel de achterste stelvoeten op de juiste hoogte in. Verstel de voorste stelvoeten met de hand of met een schroevedraaier. Moeten de stelvoeten hoger, draai dan naar rechts. Moeten ze lager, draai dan naar links. De stelvoeten kunnen makkelijker worden versteld wanneer het gewicht van de afwasautomaat er niet op drukt. Om een stelvoet 1 mm in hoogte te verstellen moet u de kruiskopschroevedraaier een paar keer omdraaien.
Afwasautomaat plaatsen 3. Frontpaneel monteren De voorkant van de afwasautomaat moet van een frontpaneel worden voorzien dat bij uw keuken past. Dit frontpaneel kan uit één deel of uit twee delen bestaan. D.w.z. het frontpaneel bestaat uit een deur zonder ladenpaneel of uit een deur mét ladenpaneel. Aan de voorkant van het frontpaneel moet u een deurgreep aanbrengen, voordat u de bevestigingsplaat monteert.
Afwasautomaat plaatsen De frontpanelen zijn niet allemaal even zwaar. Daarom is het beslist noodzakelijk dat de deurvering wordt ingesteld, nadat de panelen zijn gemonteerd. Zie stap 6. De bevestigingsplaat is aan de afwasautomaat vastgeschroefd. Voordat u het frontpaneel aan het buitenpaneel van de deur bevestigt moet u aan de achterkant van het frontpaneel één bevestigingsplaat aanbrengen. Draai de schroeven (zie pijl) aan beide kanten van het buitenpaneel van de deur los.
Afwasautomaat plaatsen Deur openen als de bevestigingsplaat is verwijderd Steek uw vinger door het T-vormige gat van de deuropener en trek de deur open. Om de bevestigingsplaat aan het frontpaneel vast te kunnen schroeven, moet u eerst maat "X" bepalen. Maat "X" is de afstand tussen de onderkant van de deur van het aangrenzende kastje en het boorpunt in het buitenpaneel van de deur van de afwasautomaat (zie afbeelding).
Afwasautomaat plaatsen Op de bevestigingsplaat bevinden zich markeringen A. Leg de bevestigingsplaat tegen de achterkant van het frontpaneel en wel zo, dat de markeringen A op de middellijn liggen en de onderkant van de plaat op de horizontale hulplijn ligt die u m.b.v. maat "X" verkregen heeft. Boor eventueel de schroefgaten vóór (Ø 2,5 mm, ca 10 mm diep). Schroef de bevestigingsplaat vast.
Afwasautomaat plaatsen Frontpaneel ophangen Het frontpaneel hangt goed wanneer – de onderste strips van de bevestigingsplaat in de onderste gleuven van het buitenpaneel van de deur grijpen, – de uitsparingen van de bevestigingsplaat op de elastische bouten in de bovenste hoeken van de deur van de afwasautomaat liggen. Hang het frontpaneel met de onderste strips van de bevestigingsplaat in de onderste gleuven van het buitenpaneel van de deur en trek het paneel iets omhoog.
Afwasautomaat plaatsen Druk het frontpaneel tegen het buitenpaneel van de deur. Schuif de uitsparingen van de bevestigingsplaat daarbij over de elastische bouten heen. Stevig aandrukken. Druk het frontpaneel naar beneden, totdat de uitsparingen achter de elastische bouten vastzitten.
Afwasautomaat plaatsen 4. Frontpaneel stellen 5. Frontpaneel vastschroeven Het gemonteerde frontpaneel kan in hoogte maximaal 2 mm naar boven en maximaal 2 mm naar beneden aan het front van het daarnaast staande kastje worden aangepast. Draai de bevestigingsschroeven (bovenste boorgat) aan beide zijden van het buitenpaneel van de deur vast. Pas de hoogte van het frontpaneel aan. Doe dit door de schroef (onderste boorgat) te verstellen die aan elke kant van het buitenpaneel van de deur zit.
Afwasautomaat plaatsen 6. Deurvering instellen De deurveren zijn goed ingesteld, als de deur half geopend (met een openingshoek van ca. 45°) in dezelfde stand blijft staan als u de deur loslaat. Als de deur helemaal openvalt, moeten de deurveren worden gespannen. Als de deur daarentegen weer omhoogzwiept, moeten de veren worden ontspannen. De stelschroef bevindt zich in de bovenste lijst links aan de voorkant van de afwasautomaat. Open de deur van de afwasautomaat. Breng de deurvering in balans.
Afwasautomaat plaatsen 7. Afwasautomaat stellen en vastschroeven Om de stabiliteit te waarborgen moet de afwasautomaat – nadat hij is gesteld – aan het werkblad worden vastgeschroefd. Doe de deur van de afwasautomaat half open. Draai telkens rechts en links één van de bijgevoegde bolkopschroeven (4 x15) van onderen door de openingen in de bovenste lijst. De afwasautomaat mag daarbij niet omhoog worden getild. Draai desnoods de stelvoeten verder naar buiten.
Afwasautomaat plaatsen Wanneer de schroefgaten zich in de werkbladuitsparing, bv. van de spoelbak bevinden, dan moet de bijgevoegde bevestigingshaak worden aangebracht. Extra toebehoren voor marmeren resp. granieten werkbladen waarmee de afwasautomaat aan de daarnaast staande kast kan worden bevestigd Trek de afwasautomaat ca. 5-10 cm uit de nis. Trek de afwasautomaat ca. 5-10 cm uit de nis. Leg de bevestigingshaak op de automaat. Leg de bevestigingshaken erop en buig ze opzij.
"i"-afwasautomaat plaatsen 8. Sokkelpaneel aanpassen De mogelijke hoogte van het sokkelpaneel (H) is afhankelijk van de sokkelterugsprong (R) en van de lengte van het gedeelte dat het frontpaneel over de deur van de afwasautomaat heenvalt (P). Als u bij het openen van de deur merkt dat het frontpaneel het sokkelpaneel raakt, moet van het sokkelpaneel in het deurgedeelte een stuk worden afgesneden. Markeer daartoe het gedeelte waar het frontpaneel het sokkelpaneel raakt.
Elektrische aansluiting De afwasautomaat mag alleen door een erkend installateur op het elektriciteitsnet worden aangesloten. De afwasautomaat is standaard voorzien van een aansluitkabel met stekker met beschermingscontact (randaarde), geschikt voor aansluiting op een contactdoos met beschermingscontact (randaarde). Controleer voordat u de automaat in gebruik neemt of de elektrische waarden van uw huisinstallatie (spanning, frequentie en zekering) overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
Wateraansluiting Watertoevoer Het water in de afwasautomaat is geen drinkwater. De afwasautomaat mag worden aangesloten op koud of warm water tot max. 60° C. Wij raden u aan de afwasautomaat op warm water aan te sluiten omdat u dan energie en tijd bespaart. Dan wordt er echter wel met warm water gespoeld tijdens alle programma-onderdelen, waarin anders met koud water wordt gespoeld. Het betreft hier de programma-onderdelen voorspoelen en tussenspoelen. Hetzelfde geldt voor het programma KOUD VOORSPOELEN.
Wateraansluiting Voor de aansluiting op een kraan in het werkblad kan een bocht met schroefkoppeling worden geleverd (Onderdeelnummer: 2078910). Leg de toevoerslang zo aan dat deze niet hoger ligt dan de behuizing van de Waterproof-ventielen.
Wateraansluiting Waterafvoer In de afvoer van de afwasautomaat bevindt zich een terugslagklep, zodat er geen vuil water via de afvoerslang in de automaat kan teruglopen. De afwasautomaat is voorzien van een flexibele afvoerslang van ca. 1,5 m met een diameter van 22 mm binnenwerks. De afvoerslang kan met nog een slang en met een verbindingsstuk tot 4 meter worden verlengd. Voor de aansluiting van de slang op het afvoersysteem ter plaatse is bovendien een slangklem bij de automaat verpakt.
Technische gegevens Hoogte 84 cm (verstelbaar + 5,0 cm) Breedte 59,8 cm Breedte van de inbouwnis 60 cm Diepte 57 cm Diepte bij geopende deur 115,5 cm Spanning Zekering } Keurmerk KEMA Waterdruk 0,3 - 10 bar overdruk Warmwateraansluiting tot max. 60 °C Opvoerhoogte max. 1 m Afpomplengte max. 4 m Aansluitkabel ca.
Wijzigingen voorbehouden (G 873 / G 879) / 001 Dit papier bestaat uit 100% gebleekte cellulose en is dus minder belastend voor het milieu.