Gebruiksaanwijzing Bedrijfsafwasautomaat G 7859 Hygiene Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat. nl - NL M.-Nr.
Inhoud Functiebeschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Vóór het eerste gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Functiebeschrijving Deze afwasautomaat van Miele is een bedrijfsafwasautomaat met verswatersysteem, korte programmatijden en een grote capaciteit. Het apparaat is ideaal voor restaurants, snackbars, cafés, pensions, etc. De automaat is standaard voorzien van een waterontharder (WE), een dampcondensator (DC) en een elektrische deurvergrendeling (ET).
Algemeen a Aan/Uit-toets (I-0) b Deuropener c Display d Controlelampje "Startvoorkeuze" (zie "Extra functies programmeren") e Controlelampje "Drogen" f Controlelampje "Programmastart" g Starttoets h Toets "Drogen" i Wisseltoets voor omschakeling tussen weergave "Bereikte temperatuur" en "Cumulatieve tijd" j Optische interface (voor Miele Service) k Controlelampje "Reinigingsmiddel (vloeibaar) bijvullen" (alleen bij externe DOS-module optie) l Controlelampje "Naspoelmiddel bijvullen" m Controlelampje "Zout
Algemeen a Aansluiting voor DOS-module (doseerpomp voor vloeibare reinigingsmiddelen) - achterkant b Zeefcombinatie d Doseerbakje voor poedervormige reinigingsmiddelen e Reservoir voor naspoelmiddelen (met doseerinstelling) c Zoutreservoir (waterontharder) 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Bij ondeskundig gebruik echter kunnen personen letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees de gebruiksaanwijzing daarom aandachtig door voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het apparaat. In de gebruiksaanwijzing vindt u belangrijke instructies met betrekking tot plaatsing, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om schade aan het apparaat te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. ~ Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen. Stel het apparaat meteen buiten werking en neem contact op met Miele.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Veilig gebruik ~ Pas op bij het gebruik van vloeibare hulpmiddelen en additieven! Veel vloeibare middelen zijn bijtende stoffen. Gebruik in geen geval organische oplosmiddelen in verband met explosiegevaar. Neem de geldende veiligheidsvoorschriften in acht. Draag een veiligheidsbril en handschoenen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Verwijder resten van oplosmiddelen en zuren, met name zoutzuur en chloridehoudende oplossingen, van het spoelgoed vóórdat u het in de automaat plaatst. Dit geldt ook voor stoffen die corrosie kunnen veroorzaken. Van oplosmiddelen in verbinding met vuil mogen slechts sporen aanwezig zijn. Dit geldt met name voor gevarenklasse A1. ~ De automaat en de directe omge- ving ervan mogen niet met water (waterslang of hogedrukreiniger) worden afgespoten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Correcte plaatsing Toebehoren ~ Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan. ~ Toebehoren mogen alleen dan worden aan- of ingebouwd, als deze uitdrukkelijk door Miele zijn vrijgegeven.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Vóór het eerste gebruik Neem voordat u het apparaat in gebruik neemt beslist de volgende punten in acht! Uitgebreide informatie met betrekking tot deze punten vindt u in de desbetreffende hoofdstukken. Waterontharder voorbereiden Afhankelijk van de waterhardheid van uw leidingwater moet de waterontharder worden ingesteld. Bovendien moet het zoutreservoir eerst met water en daarna met regenereerzout worden gevuld.
Het openen en sluiten van de deur Elektrische deurvergrendeling Programma afbreken Het apparaat is voorzien van een elektrische deurvergrendeling. U mag de deur alleen in noodgevallen openen, bijvoorbeeld als het spoelgoed rammelt of als het programma bij een foutmelding wordt onderbroken (bewuste ingreep): U kunt de deur alleen openen als: ^ het apparaat elektrisch is aangesloten en ^ de Aan/Uit-toets I-0 is ingedrukt.
Waterontharder Om kalkafzetting op het servies en in de automaat te vermijden, dient het spoelwater te worden onthard. De ingebouwde waterontharder kan alleen optimaal functioneren als: 1. deze op de juiste wijze is ingesteld (geprogrammeerd) en 2. het zoutreservoir gevuld is. (Wanneer het water niet erg hard is - onder 4 °d - hoeft geen zout in het reservoir te worden gevuld.) De waterontharder is standaard ingesteld op een waterhardheid van 19 °d (3,4 mmol/l).
Waterontharder Tabel voor het instellen van de waterontharder °d mmol/l °f instelling °d mmol/l °f instelling 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 0,2 0,4 0,5 0,7 0,9 1,1 1,3 1,4 1,6 1,8 2,0 2,2 2,3 2,5 2,7 2,9 3,1 3,2 3,4 3,6 3,8 4,0 4,1 4,3 4,5 4,7 4,9 5,0 5,2 5,4 5,6 5,8 5,9 6,1 6,3 6,5 6,7 6,8 7,0 7,2 7,4 7,6 7,7 7,9 2 4 5 7 9 11 13 14 16 18 20 22 23 25 27 29 31 32 34 36 38 40 41 43 45 47 49 50 52 54 56 58 59
Waterontharder Waterontharder instellen ^ Schakel de automaat uit. ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Druk de toetsen 4 en 6 in, houd deze ingedrukt en schakel tegelijk de automaat met de Aan/Uit-toets I-0 in. In het display verschijnt de actuele programmastatus "P...". Het controlelampje p / 6 brandt. ^ Druk 1x op de 3 toets. In het display verschijnt nu "E01" (programmeermenu 1). ^ Draai de programmaschakelaar 6 posities naar rechts (hij staat op "6 uur").
Waterontharder Zoutreservoir vullen ^ Haal het onderrek uit de automaat. Gebruik uitsluitend speciaal grofkorrelig regenereerzout met een korrelgrootte van ca. 1-4 mm, zoals Broxomatic of Sunzout. Gebruik in geen geval andere soorten zout zoals keukenzout of strooizout! Deze zouten kunnen niet-oplosbare deeltjes bevatten die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder. ^ Draai de afsluitdop van het reservoir. Als u het zoutreservoir voor de eerste keer vult, moet u het eerst met ca.
Waterontharder Controlelampje "Zout bijvullen" ^ Verwijder eventuele zoutresten van de schroefdraad en de dichting van het zoutreservoir. ^ Zet de afsluitdop er weer op en draai de dop goed dicht. ^ Kies direct daarna: het programma D (AFSPOELEN). Zo wordt de overgelopen zoutoplossing verdund en weggespoeld. Er is geen storing als het programma D (AFSPOELEN) pas enkele minuten nadat u de automaat heeft ingeschakeld start. De waterontharder wordt dan eerst geregenereerd.
Toepassingsmogelijkheden Het vullen van de automaat Voorbereiden ^ Leeg het serviesgoed voordat u het in de automaat plaatst. ,Er mogen geen zuurresten of oplosmiddelen, vooral geen zoutzuur en chloride, in de spoelruimte terechtkomen. Belangrijk ^ Om het servies optimaal schoon te krijgen, moet het zó in de automaat worden geplaatst, dat het water er aan alle kanten bij kan. ^ Zorg ervoor dat het spoelgoed goed verdeeld wordt (niet over elkaar heen).
Toepassingsmogelijkheden Indelingsvoorbeelden: Losse boven- en onderrekken O 881 Bovenrek voor 20 kopjes, 24 schoteltjes of 12 dessertschaaltjes. O 889 Bovenrek-lafette voor diverse inzetten, bijvoorbeeld voor bestek en glazen. U 880 Onderrek met 2 halve inzetten E 216 voor elk 15 borden Ø 240 mm en 2 kokers E 165 voor verschillende soorten bestek. U 880 Onderrek met inzet E 884 voor 20 grote borden of 10 dienbladen.
Toepassingsmogelijkheden Glazenset GG/F-GL O 882 Bovenrek voor 27 glazen Ø 65 mm. U 880 Onderrek met 2 halve inzetten E 205 voor elk 14 glazen Ø 65 mm.
Toepassingsmogelijkheden Bovenrek verstellen Het bovenrek is verstelbaar. Er zijn 3 standen met telkens 2,5 cm hoogteverschil. Het rek staat standaard op de middelste stand. Afhankelijk van de positie van het bovenrek passen bijvoorbeeld borden met een volgende doorsnede in de rekken: Voorbeeld bovenrek O 881 Niet geschikt voor deze automaat – Bestek met een houten of hoornen handgreep. – Ontbijtplankjes van hout of kunststof. – Oude messen en dergelijke waarvan heft en lemmet aan elkaar zijn gelijmd.
Naspoelmiddel doseren Naspoelmiddel zorgt ervoor dat het water beter van het spoelgoed afloopt en dat het spoelgoed na het spoelen gemakkelijker droogt. Het naspoelmiddel wordt in het reservoir van het doseerapparaat gedaan. De ingestelde hoeveelheid wordt tijdens het naspoelen automatisch toegevoegd. Het reservoir heeft een inhoud van ca. 125 ml.
Naspoelmiddel doseren Dosering instellen ^ Vul naspoelmiddel bij totdat het in de vulopening zichtbaar is, niet meer! ^ Druk het klepje daarna weer goed dicht om te voorkomen dat tijdens het spoelen water in het reservoir komt. ^ Verwijder eventueel gemorst naspoelmiddel om bij een volgend programma sterke schuimvorming te voorkomen. Het klepje blijft altijd gesloten.
Reinigingsmiddel doseren ,Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen voor speciale reinigingsautomaten. Gebruik nooit reinigingsmiddel voor huishoudelijke afwasautomaten! U kunt het reinigingsmiddel in poedervorm via het poederreservoir doseren of vloeibaar via de DOS-module (speciaal toebehoor - zie "Let op!" op de volgende pagina).
Reinigingsmiddel doseren Let op! De automaat kan desgewenst ook van een doseersysteem voor vloeibare reinigingsmiddelen worden voorzien (DOS-module G 60). Deze wordt extern aangebracht. Ontlucht het doseersysteem en stel de te doseren hoeveelheid in, zie hoofdstuk "Extra functies programmeren". Bij de DOS-module is een aparte montagehandleiding gevoegd. Onderhoud doseersystemen Om een veilig gebruik te kunnen waarborgen, moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Programma kiezen Laat de keuze van het programma steeds afhangen van het te reinigen spoelgoed en de mate van verontreiniging. In het programma-overzicht op de volgende bladzijde worden de verschillende programma’s en hun toepassingsmogelijkheden beschreven.
Programma-overzicht Programma Toepassing Reinigingsmiddel (indien niet vloeibaar) Let op de aanwijzingen van de fabrikant! I SUPERKORT Een extra kort programma voor licht vervuild ser- 20 gram in het reservoir voor viesgoed. reinigingsmiddel J KORT Voor normaal verontreinigd serviesgoed. 20 gram in het reservoir voor reinigingsmiddel K UNIVERSEEL Voor sterk vervuild serviesgoed waarbij grove verontreinigingen worden verwijderd door intensief koud voor te spoelen.
Programma-overzicht Programmaverloop 1. Voorspoelen (spaarstand) 2. Voorspoelen 3. Reinigen 1) 4. 5. Tussenspoelen I 6. Tussenspoelen II 7. Naspoelen 1) 8. Drogen (aanvullende functie) (X) X 85°C/1’ (X) 2) X X 65°C/1’ X X 65°C/1’ X (X) X 85°C/1’ (X) X 65°C/3’ X (X) X 85°C/1’ (X) X X X X = in het programma opgenomen onderdelen (met temperatuur/temperatuurstop) 1) Wijziging temperatuur en temperatuurstop, zie hoofdstuk "Extra functies programmeren".
Bediening Inschakelen ^ Sluit de deur. ^ Draai de waterkranen open (indien dit nog niet is gebeurd). ^ Druk op de toets I-0. In het display op het bedieningspaneel licht een punt op als de programmaschakelaar op f "STOP" staat. Programma starten ^ Draai de programmaschakelaar naar links of rechts op het gewenste programma. In het display wordt de reinigingstemperatuur van het gekozen programma weergegeven, behalve bij D (AFSPOELEN) en 6 (AFPOMPEN). Het controlelampje naast de starttoets 6 knippert.
Bediening Programmawisseling Programma-einde Als de starttoets nog niet is ingedrukt, kunt u een per ongeluk gekozen programma nog als volgt wijzigen (zie anders de rubriek "Programma afbreken"): Als in het programmaverloop geen controlelampje meer brandt en het controlelampje van de starttoets 6 uitgaat, is het programma afgelopen. In het midden van het display verschijnt een "0". Gedurende maximaal 30 seconden (standaardinstelling) hoort u een akoestisch signaal.
Bediening Programma afbreken Een gestart programma mag alleen in noodgevallen worden onderbroken, bijvoorbeeld wanneer het spoelgoed erg rammelt. ^ Zet de programmaschakelaar op f (het programma wordt na 2 seconden afgebroken). ^ Open de deur met de toets a. ,Pas op! Het spoelgoed kan heet zijn. U kunt zich eraan branden. ^ Zet het spoelgoed stabiel neer. Neem de voorschriften in acht en draag handschoenen in verband met infectiegevaar. ^ Vul, indien nodig, reinigingsmiddel (poeder) bij. ^ Sluit de deur.
Extra functies programmeren Documenteer elke aanpassing van de standaardinstellingen. Dit kan handig zijn bij een bezoek van een technicus van Miele. Noteer de verandering in het vakje "Ingestelde waarde: ". ^ Druk nogmaals op de toets 6. De wijziging wordt in het geheugen opgeslagen. Ingestelde waarde: 2. Tussenspoelen II kiezen 1.
Extra functies programmeren 3. Startvoorkeuze activeren en startvoorkeuzetijd instellen U kunt de start van een programma uitstellen, in stappen van 30 minuten tot maximaal 9 uur en 30 minuten. Gebruik de voorkeuzemogelijkheid (uitgestelde start) alleen voor het programma "Universeel". Bij de korte programma's kan vanwege de langere indroogtijd geen goed reinigingsresultaat worden gegarandeerd. a) Startvoorkeuze activeren ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de automaat uit.
Extra functies programmeren 4. Doseersysteem "DOS-module G 60 c.q. C 60" (optie) ontluchten en dosering instellen ^ Zet de doseerschakelaar van de DOS-module op "10" (alleen bij DOS-module C 60). ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de automaat uit. ^ Druk de toetsen 4 en 6 in, houd deze ingedrukt en schakel tegelijk de automaat in met de Aan/Uit-toets I-0. In het display verschijnt de actuele programmastatus "P...". Het controlelampje p / 6 brandt. ^ Druk 2 x op de toets 3.
Extra functies programmeren ^ Start het programma D (AFSPOELEN), zodat de middelen die na het ontluchten eventueel in de spoelruimte zijn terechtgekomen, worden verdund en weggespoeld. 5. Wijziging spoeltemperatuur en/of temperatuurstop voor de programmafasen "Reinigen" en "Naspoelen" Elke wijziging van de temperatuur en/of de temperatuurstop dient in het "Programma-overzicht" te worden vastgelegd voor een eventueel volgend bezoek van Miele.
Extra functies programmeren Temperatuur "Reinigen": ^ Druk 3 x op de toets 3. In het display verschijnt nu "E03" (programmeermenu 3). ^ Zet de programmaschakelaar op het programma dat moet worden gewijzigd. In het display verschijnt de actuele waarde achter °C. ^ Druk zo vaak op de toets 4 of houd deze toets zo lang ingedrukt totdat de gewenste waarde in het display verschijnt. Temperatuurstop "Reinigen": ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP" (alleen in deze stand wordt het programmeermenu weergegeven).
Extra functies programmeren 6. Akoestisch signaal (zoemer) U kunt de zoemer (maximaal 30 seconden) voor meerdere functies gebruiken. Het akoestische signaal varieert: ^ Druk nogmaals op de toets 6. De wijziging wordt in het geheugen opgeslagen. Ingestelde waarde: – Programma-einde = continu signaal. – Foutmelding = signaal in secondenritme. ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de automaat uit.
Extra functies programmeren 7. Alle gewijzigde parameters weer terugzetten op de standaardinstellingen ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de automaat uit. ^ Druk de toetsen 4 en 6 in, houd deze ingedrukt en schakel tegelijk de automaat in met de Aan/Uit-toets I-0. In het display verschijnt de actuele programmastatus "P...". Het controlelampje p / 6 brandt. ^ Druk 7 x op de toets 3. In het display verschijnt nu "E07" (programmeermenu 7).
Reiniging en onderhoud Zeven in de spoelruimte reinigen ,Zonder de zeven mag de automaat niet worden gebruikt! De zeefcombinatie op de bodem van de spoelruimte moet regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. ,Pas op voor eventuele glassplinters! Grove zeef reinigen ^ Druk de opstaande lipjes iets samen. Haal de zeef eruit en reinig deze. ^ Plaats de zeef weer terug. De zeef moet vastklikken. Vlakke zeef en microfilter reinigen ^ Verwijder de grove zeef.
Reiniging en onderhoud Sproeiarmen reinigen Het kan voorkomen dat in de sproeikoppen van de sproeiarmen verontreinigingen zitten. U dient de sproeiarmen dan ook regelmatig (ongeveer eens per half jaar) te controleren. ^ Druk de verontreinigingen in de sproeikoppen met een spits voorwerp naar binnen en spoel ze vervolgens onder stromend water weg. Daartoe moet u de sproeiarmen eerst als volgt verwijderen: ^ Schroef de bovenste sproeiarm eraf.
Reiniging en onderhoud Afvoerpomp en terugslagklep reinigen Onder de terugslagklep bevindt zich de afvoerpomp (zie pijl). Als het spoelwater aan het einde van een programma niet is afgepompt, kan dit eraan liggen dat de afvoerpomp of de terugslagklep door voorwerpen wordt geblokkeerd. Deze kunnen eenvoudig worden verwijderd. ^ Haal de zeefcombinatie uit de spoelruimte. ^ Controleer voordat u de terugslagklep terugplaatst of voorwerpen de afvoerpomp blokkeren.
Reiniging en onderhoud Zeefjes in de watertoevoer reinigen Ter bescherming van de watertoevoerklep zijn in de schroefkoppeling zeefjes ingebouwd (zie afbeelding). Als deze zeefjes vuil zijn, moeten ze worden gereinigd, omdat er anders te weinig water in de automaat stroomt. ,De kunststof behuizing van de Waterproof-ventielen bevat een elektrisch onderdeel en mag daarom niet in vloeistoffen worden gedompeld.
Nuttige tips Mocht er een storing optreden, dan kunt u deze in vele gevallen zelf verhelpen. – De afvoerpomp is verstopt. Laat werkzaamheden aan elektrische onderdelen uit veiligheidsoverwegingen altijd door Miele verrichten! ^ Verhelp de storing. Storingen / mogelijke oorzaken ^ Draai de programmaschakelaar op f "STOP" (de foutcode verdwijnt). ^ Laat het water afpompen en start het programma opnieuw (zie hiervoor het programma "AFPOMPEN" en de rubriek "Inschakelen"). De automaat start niet.
Nuttige tips Mocht de thermische beveiliging herhaald reageren, neem dan contact op met Miele. Service Wanneer u ondanks deze aanwijzingen een opgetreden storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan Miele. Vermeld hierbij welke foutcode "F..." er in het display wordt weergegeven. Vermeld hierbij tevens het type en het nummer van het apparaat. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje (zie "Elektrische aansluiting").
Plaatsen Gebruik de bijgevoegde installatietekening! ,In de directe omgeving van de Hiervoor moet het machinedeksel worden verwijderd. Ga als volgt te werk: ^ Open de deur. automaat mag uitsluitend meubilair voor professioneel gebruik worden geplaatst. Andere meubels kunnen door de condens beschadigd raken. De automaat moet stabiel en waterpas worden opgesteld. Oneffenheden in de vloer kunt u met de vier stelvoeten compenseren.
Plaatsen Automaat stellen en vastschroeven Om de stabiliteit te waarborgen, moet het apparaat na het stellen aan het werkblad worden vastgeschroefd. ^ Open de deur en schroef de automaat links en rechts (door de gaten van de voorste lijst) aan het doorlopende werkblad vast. ^ Om de beluchting van de circulatiepomp niet te belemmeren, mogen de spleten tussen de automaat en ernaast staande kasten of apparaten niet met siliconenkit worden afgedicht.
Elektrische aansluiting ,De elektrische aansluiting mag uitsluitend worden gerealiseerd door een erkend elektricien. – De elektrische huisinstallatie dient volgens de geldende voorschriften te zijn geïnstalleerd. – Het apparaat moet op een geschikte contactdoos worden aangesloten (die ook na plaatsing van het apparaat toegankelijk is) of worden voorzien van een vaste aansluiting. Bij een vaste aansluiting moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld.
Elektrische aansluiting Het verwijderen van het sokkelpaneel en het kunststof beschermkapje Zie ook het bijgevoegde installatieschema. Randaarde aansluiten Voor de aansluiting op de randaarde bevindt zich aan de achterkant van het apparaat een aardaansluiting (8). ,Haal de spanning van het apparaat! ^ Pak het sokkelpaneel aan beide zijkanten vast, trek het iets naar boven a en haak het naar voren toe uit de houders b.
Wateraansluiting Watertoevoer aansluiten ,Het water in de automaat is geen drinkwater! – De automaat moet overeenkomstig de voorschriften van het waterleidingbedrijf worden aangesloten. – Het water dient minimaal te voldoen aan de eisen van de Europese drinkwater- verordening. Een hoog ijzergehalte kan corrosie aan het spoelgoed en aan het apparaat tot gevolg hebben. Bij een chloridegehalte van meer dan 100 mg/l neemt het corrosierisico voor het spoelgoed aanzienlijk toe.
Wateraansluiting ,De toevoerslangen mogen niet beschadigd zijn en niet worden ingekort (zie afbeelding).
Wateraansluiting Waterafvoer aansluiten – De afvoer van de machine is voorzien van een terugslagklep, zodat afvoerwater niet naar de machine kan terugstromen. – Het apparaat kan het beste op een apart afvoersysteem worden aangesloten. Als dat niet mogelijk is, adviseren wij de automaat aan te sluiten op een sifon met twee kamers (verkrijgbaar bij Miele). De opvoerhoogte moet liggen tussen 0,3 en 1 meter, gemeten vanaf de onderkant van het apparaat.
Technische gegevens Hoogte: 85 (82) cm Breedte: 60 cm Diepte: 60 cm Spanning: Aansluitwaarde: Zekering: zie typeplaatje zie typeplaatje zie typeplaatje Aansluitkabel: ca. 1,8 m Waterdruk: 50 - 1000 kPa overdruk (100 kPa = 1 bar) Koud- en warmwateraansluiting: tot max. 70 °C Opvoerhoogte: min. 0,3 m, max. 1 m Afpomplengte: max. 4 m Toevoerslang: ca. 1,7 m Afvoerslang: ca.
Wijzigingen voorbehouden / productiedatum: 04.10.2010 M.-Nr.