Gebruiksaanwijzing desinfector G 7830 TD Lees beslist deze gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt hiermee onnodige schade aan het apparaat. M M.-Nr.
Inhoud Functiebeschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen (uitneembaar) . . . . . middenpagina's Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Functiebeschrijving De G 7830 TD is een desinfector/reinigingsautomaat. De machine is bedoeld voor het automatisch reinigen van instrumentarium en toebehoren van praktijken en klinieken. Voor verschillende toepassingsgebieden (zoals tandheelkunde, gynaecologie, urologie, KNO en OP) zijn speciale rekken en inzetten verkrijgbaar. De instrumenten en utensiliën kunnen machinaal worden gereinigd en thermisch gedesinfecteerd.
Algemeen a Aan/Uit-toets (I-0) b Deuropener c Display d Controlelampje "Voorkeuze" (zie "Extra functies programmeren") e Controlelampje "Drogen" f Controlelampje "Start" g Starttoets h Toets "Drogen" i Wisseltoets voor omschakeling tussen weergave "Bereikte temperatuur" en "Cumulatieve tijd" j Controlelampje "Neutralisatiemiddel bijvullen" Optische interface (Technische Dienst) k Controlelampje "Reinigingsmiddel (vloeibaar) bijvullen" (alleen bij externe DOS-module - speciaal toebehoor -) l Controlelampje
Algemeen a Aansluiting voor DOS-module (doseerpomp voor vloeibare reinigingsmiddelen) - achterkant b Zeefcombinatie c Zoutreservoir (waterontharder) e Niveau-indicator voor neutralisatiemiddel f Doseerbakje voor poedervormig reinigingsmiddel g Doseerapparaat voor naspoelmiddel (met doseerinstelling) d Reservoir voor neutralisatiemiddel (met doseerinstelling) 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen. Door onjuist gebruik echter kunnen personen letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig, voordat u het apparaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt hiermee onnodige schade aan het apparaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Pas op bij het gebruik van vloeibare hulpmiddelen en additieven! Veel vloeibare middelen zijn bijtende stoffen. Gebruik in geen geval organische oplosmiddelen in verband met explosiegevaar. Neem de geldende veiligheidsvoorschriften in acht. Draag een veiligheidsbril en handschoenen. Houdt u zich bij chemische hulpmiddelen aan de veiligheidsvoorschriften van de desbetreffende fabrikant! Vermijd het inhaleren van stofdeeltjes van poedervormige middelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Gebruik alleen reinigingsmiddelen voor professionele reinigingsautomaten die door Miele zijn getest en aanbevolen. Gebruik van andere reinigingsmiddelen kan schade aan de automaat en aan het spoelgoed veroorzaken. Voorbehandeling (bijvoorbeeld met reinigings- of desinfectiemiddelen), maar ook bepaalde vervuilingen en bepaalde reinigingsmiddelen kunnen schuim veroorzaken. Schuim kan het resultaat van de reiniging of desinfectie verminderen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Let erop dat de roestvrijstalen ommanteling niet met zoutzuurhoudende oplossingen en dampen in aanraking komt. Anders kan door corrosie schade ontstaan. Neem de installatie-instructies in de gebruiksaanwijzing en de installatiehandleiding in acht. Gebruik van toebehoren Voor bijzondere toepassingen mogen alleen Miele-toebehoren worden aangesloten. Informeer bij de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. naar de typenummers.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug.
Vóór het eerste gebruik Neem voordat u het apparaat in gebruik neemt beslist de volgende punten in acht! Uitgebreide informatie met betrekking tot deze punten vindt u in de desbetreffende hoofdstukken. Waterontharder voorbereiden Afhankelijk van de waterhardheid van uw leidingwater moet de waterontharder worden ingesteld. Bovendien moet het zoutreservoir eerst met water en daarna met regenereerzout worden gevuld.
Deur openen en sluiten Elektrische deurvergrendeling Het apparaat is voorzien van een elektrische deurvergrendeling. De deur kan alleen worden geopend als: ^ het apparaat elektrisch is aangesloten en ^ de Aan/Uit-toets I-0 is ingedrukt. Deur openen a ^ Druk de deuropener tot de aanslag in, pak tegelijk de greep vast en open de deur. Raak de verwarmingselementen niet meteen aan, als u tijdens of na een programma de deur opent. U kunt zich eraan branden, ook nog minuten na afloop van een programma.
Waterontharder Om kalkafzetting op het spoelgoed en in de automaat te vermijden, dient het spoelwater te worden onthard. De ingebouwde waterontharder kan alleen optimaal functioneren als: 1. deze op de juiste wijze is ingesteld (geprogrammeerd) en 2. het zoutreservoir gevuld is. (Wanneer het water niet erg hard is - onder 4 °d - hoeft geen zout in het reservoir te worden gevuld.) De waterontharder is standaard ingesteld op een waterhardheid van 19 °d (3,4 mmol/l).
Waterontharder Tabel voor het instellen van de waterontharder °d mmol/l °f instelling 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 *) 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 0,2 0,4 0,5 0,7 0,9 1,1 1,3 1,4 1,6 1,8 2,0 2,2 2,3 2,5 2,7 2,9 3,1 3,2 3,4 3,6 3,8 4,0 4,1 4,3 4,5 4,7 4,9 5,0 5,2 5,4 5,6 5,8 5,9 6,1 6,3 2 4 5 7 9 11 13 14 16 18 20 22 23 25 27 29 31 32 34 36 38 40 41 43 45 47 49 50 52 54 56 58 59 61 63 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30
Waterontharder Zoutreservoir vullen Gebruik uitsluitend speciaal grofkorrelig regenereerzout met een korrelgrootte van ca. 1-4 mm, zoals Broxomatic of Sunzout. Gebruik in geen geval andere soorten zout zoals keukenzout of strooizout! Deze zouten kunnen niet-oplosbare deeltjes bevatten die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder. Als u het zoutreservoir voor de eerste keer vult, moet u het eerst met ca. 1,0 l water vullen. In het zoutreservoir kan ca. 1,2 kg zout.
Waterontharder Controlelampje "Zout bijvullen" Wanneer het controlelampje k "Zout bijvullen" b brandt, moet het zout in het zoutreservoir worden bijgevuld. De waterontharder wordt automatisch tijdens een programma geregenereerd. Wanneer dit gebeurt, brandt het controlelampje k a in het programmaverloop.
Toepassingsmogelijkheden De desinfector kan worden voorzien van twee rekken (bovenrek en onderrek). Al naar gelang het soort en de vorm van de te reinigen utensiliën kunnen de rekken worden voorzien van verschillende inzetten of worden vervangen door speciale rekken. Er zijn zoveel mogelijkheden dat deze niet allemaal kunnen worden afgebeeld. Er kan slechts op enkele toepassingen worden ingegaan. Instrumentarium met holle ruimten moet van binnen goed doorspoeld kunnen worden.
Toepassingsmogelijkheden ^ Wanneer na verloop van tijd verkleuringen en corrosievlekken op de instrumenten (met name op de scharnierende delen) verschijnen, kunt u een extra dosering neutralisatiemiddel (refresh) in de tussenspoelfase I programmeren (zie de rubrieken "Neutralisatiemiddel doseren" en "Extra functies programmeren"). Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
Toepassingsmogelijkheden Indelingsvoorbeelden: kunnen raken. Niet alle mondspiegels kunnen machinaal worden gereinigd. Tandheelkunde O 800-03 Bovenrek / Lafette O 801-03 Bovenrek / Injectorwagen voor diverse toepassingen Voorkant E 800-03 inzet voor 3 zeefschalen E 146-03 en achterkant E 801-03 voor mondspoelbekers. Voorkant 2 zeefschalen E 146-03 voor instrumenten en aan de achterkant inzet E 802-03 eveneens voor instrumenten.
Toepassingsmogelijkheden E 806-03 Halfinzet E 805-03 Halfinzet Voor 11 trays/tableaus in het onderrek. Voor 8 trays in het onderrek. E 800-03 Halfinzet E 801-03 Halfinzet Voor 3 E 146-03 of 3 E 363-03 zeefschalen. Voor 8 mondspoelbekers. 20 Reinig mondspoelbekers bij voorkeur in het bovenrek. In het onderrek kunnen de grote mechanische werking en de temperatuurwisselingen spanningscorrosie veroorzaken.
Toepassingsmogelijkheden KNO E 803 Inzet Voor oortrechters en oor- en neusspecula. E 804 Inzet Voor KNO-instrumenten, zoals inhalatieaansluitstukken, etc.
Toepassingsmogelijkheden GYNAECOLOGIE E 416 Inzet 1/4 Voor gynaecologische specula. Belading zoals afgebeeld.
Naspoelmiddel doseren Naspoelmiddel is onder meer nodig om ervoor te zorgen dat het water tijdens het drogen als een film van de utensiliën afloopt en de utensiliën na het spoelen gemakkelijker drogen. Het naspoelmiddel, bijvoorbeeld Mielclear, wordt in het doseerapparaat gedaan. De ingestelde hoeveelheid wordt bij het naspoelen automatisch toegevoegd. Het doseerapparaat heeft een inhoud van ca. 125 ml.
Naspoelmiddel doseren Het instellen van de naspoelmiddeldosering ^ Vul naspoelmiddel bij totdat het in de vulopening zichtbaar is, niet meer! ^ Druk het klepje daarna weer goed dicht om te voorkomen dat tijdens het spoelen water in het reservoir komt. ^ Verwijder eventueel gemorst naspoelmiddel om bij een volgend reinigingsprogramma sterke schuimvorming te voorkomen. Het klepje blijft altijd gesloten.
Neutralisatiemiddel doseren (Refresh) Wanneer in de loop van de tijd verkleuringen en corrosievlekken op het instrumentarium verschijnen, met name bij scharnierende delen, kan dit probleem in de programmafase "Tussenspoelen I" met speciale zuren worden opgelost (neem indien nodig contact op met de Technische Dienst van Miele). Belangrijk: Het programma moet op "Neutralisatiemiddeldosering" worden ingesteld, zie "Extra functies programmeren".
Neutralisatiemiddel doseren (Refresh) Neutralisatiemiddel-dosering instellen Het doseerschuifje in de vulopening kan op een waarde tussen 1 en 6 (1-6 ml) worden gezet. De standaardinstelling is "6" (6 ml). Let op: Wij adviseren u bij gebruik van milde alkalische reinigingsmiddelen een neutralisatiemiddel op basis van fosforzuur te gebruiken.
Reinigingsmiddel doseren Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen voor speciale reinigingsautomaten. Gebruik nooit reinigingsmiddelen voor huishoudelijke afwasautomaten! Wij raden u aan om vloeibaar reinigingsmiddel (mild alkalisch) te doseren met de DOS-module (speciaal toebehoor - zie "Let op!" op de volgende pagina).
Reinigingsmiddel doseren Bij de keuze van het reinigingsmiddel moet, ook uit milieu-overwegingen, met de volgende criteria rekening worden gehouden: ^ Welke alkaliteit is voor het oplossen van het reinigingsprobleem nodig? ^ Is er actieve chloor nodig voor desinfectie of oxydatie (pigmentverwijdering)? ^ Zijn speciaal voor dispersie en emulgatie tensiden nodig? ^ Voor de thermische desinfectieprogramma’s moet een geschikt mild-alkalisch en chloorvrij reinigingsmiddel worden gebruikt.
G 7830 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Voor de gebruiker: ^ Haal deze pagina’s uit de gebruiksaanwijzing en bevestig ze duidelijk zichtbaar voor het bedienend personeel in de directe omgeving van het apparaat. ^ Zorg ervoor dat het bedienend personeel op de hoogte is van deze veiligheidsinstructies en waarschuwingen en deze ook in acht neemt. Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen. Door onjuist gebruik echter kunnen personen letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Reparaties mogen uitsluitend door de Technische Dienst van Miele worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico’s lopen. Personeel dat het apparaat bedient, moet regelmatig worden geïnstrueerd. Laat het apparaat niet bedienen door personeel dat niet is geïnstrueerd. Kleine kinderen mogen het apparaat niet bedienen en er niet mee spelen. Ze zouden zich in het apparaat kunnen opsluiten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen De desinfectiestandaard van het desinfectieproces moet worden bewaakt. Daarom moet het desinfectieproces regelmatig meettechnisch worden gecontroleerd. Een desinfectieprogramma mag niet worden onderbroken, omdat het desinfectieresultaat anders niet is gewaarborgd. Moet het programma toch worden onderbroken, dan moet het volledig worden herhaald! Gebruik alleen reinigingsmiddelen voor professionele reinigingsautomaten die door Miele zijn getest en aanbevolen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Alle schalen, bakjes en dergelijke moeten geleegd worden vóórdat ze in de automaat worden geplaatst. Verwijder resten van oplosmiddelen, met name zoutzuur en chloridehoudende oplossingen, van het spoelgoed vóórdat u het in de automaat plaatst. Dit geldt ook voor stoffen die corrosie kunnen veroorzaken. Oplosmiddelen in verbinding met vuil mogen slechts in sporenhoeveelheid aanwezig zijn. Dit geldt met name voor gevarenklasse A1.
Programma kiezen Laat de keuze van het programma altijd afhangen van het te reinigen product en de mate van verontreiniging. In het programma-overzicht op de volgende pagina worden de verschillende programma’s en de toepassingsmogelijkheden daarvan beschreven.
Programma-overzicht programma toepassing reinigingsmiddel (indien niet vloeibaar) Let op de aanwijzingen van de fabrikant! D VOORSPOELEN Voor het spoelen van sterk vervuilde utensiliën, die bijvoorbeeld in desinfectie-oplossingen hebben gelegen (ter voorkoming van verhoogde schuimvorming). E INTENSIEF 65 °C Voor sterk vervuilde utensiliën, mits het hierbij voornamelijk om niet-proteïnehoudende vervuilingen gaat (zonder thermische desinfectie).
Programma-overzicht programmaverloop 3. 2. 1. tussentherm. voorspoedesinfectie spoelen I len 1) en/of reiniging 4. tussenspoelen II opmerkingen 5. naspoelen1) 6. drogen (aanvullende functie) X 65°C/2’ (X) wijzigingen van temperatuur en/of temperatuurstop hier invullen a.u.b. X X X 65°C/3’ X 2) ingestelde waarde: reiniging:.........°C/...... min. 2) naspoelen:..... °C/...... min. X X 45°C/3’ X (X) 3) 2) X 93°C/10’ (X) ingestelde waarde: reiniging:.........°C/...... min. 2) naspoelen:.
In- en uitschakelen Inschakelen ^ Sluit de deur. ^ Draai de waterkraan open (indien dit nog niet is gebeurd). ^ Druk op de toets I-0. Op het bedieningspaneel brandt in het display een punt als de programmaschakelaar op f "STOP" staat. Programma starten ^ Draai de programmaschakelaar naar links of rechts op het gewenste programma. In het display wordt de reinigingstemperatuur van het gekozen programma weergegeven, behalve bij D (VOORSPOELEN) en 6 (AFPOMPEN).
In- en uitschakelen Programma wijzigen Als de starttoets nog niet is ingedrukt, kunt u een per abuis gekozen programma nog als volgt wijzigen (zie anders de rubriek "Programma onderbreken"): ^ Draai de programmaschakelaar op het gewenste programma. ^ Kies eventueel opnieuw de aanvullende functie 3 (DROGEN), zie de rubriek "Aanvullende functie kiezen". ^ Druk op de starttoets 6.
In- en uitschakelen Programma onderbreken Een gestart programma mag alleen in noodgevallen worden onderbroken, bijvoorbeeld wanneer de inhoud rammelt. ^ Draai de programmaschakelaar op f (het programma wordt onderbroken). ^ Open de deur a. Let op! Het spoelgoed kan heet zijn. U kunt zich hieraan branden. ^ Zet het spoelgoed stabiel neer. (Draag daarbij handschoenen in verband met infectiegevaar). ^ Vul, indien nodig, reinigingsmiddel (poeder) bij. ^ Sluit de deur. ^ Kies het programma 6 (AFPOMPEN).
Extra functies programmeren geslagen. Let op! Wanneer u een waarde verandert die in de fabriek is ingesteld, dient u dit te documenteren voor een eventueel volgend bezoek van de Technische Dienst. Vul de verandering in het vakje "Ingestelde waarde: ................." in. 1. Koudwatertoevoer veranderen van: "toevoer nominale waterhoeveelheid" in "nominale waterhoeveelheid + 1 l". De waterhoeveelheid kan 1 l per watertoevoerbeurt (max. 7 l) worden verhoogd.
Extra functies programmeren ^ Druk nogmaals op de 6 toets. De wijziging wordt in het geheugen opgeslagen. Ingestelde waarde: 3. Tweede tussenspoelbeurt kiezen Om het tussenspoelen nog verder te verbeteren kan voor de programma’s DESIN vario TD en DESIN 93°C-10’ een tweede tussenspoelbeurt worden geprogrammeerd. ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de desinfector uit. 4.
Extra functies programmeren Te doseren hoeveelheid instellen: De hoeveelheid moet volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het reinigingsmiddel worden ingesteld. De desinfector gebruikt tijdens de programmafase "Reinigen" 6,5 l water. Voorbeeld: De fabrikant van het reinigingsmiddel adviseert 4 ml reinigingsmiddel per liter water. 6,5 l x 4 ml/l = 26 ml. 2 ml = 1 seconde doseertijd. U moet dus 13 seconden programmeren. ^ Draai de programmaschakelaar op E.
Extra functies programmeren ^ Draai de programmaschakelaar op het programma dat moet worden gewijzigd. In het display verschijnt de actuele instelling achter °C. ^ Druk net zo vaak op de 4 toets of houd deze toets net zolang ingedrukt totdat de gewenste instelling in het display verschijnt. ^ Temperatuurstop "Reinigen": Zet de programmaschakelaar op f "STOP" Alleen in deze positie wordt het programmeermenu weergegeven. ^ Druk nogmaals op de 3 toets. In het display verschijnt "E04" (programmeermenu 4).
Extra functies programmeren 6. De maximale reinigingstemperatuur verlagen van 93 °C naar 90 °C en de temperatuurstop in het programma "DESIN 93 °C-10’" verlengen van 10’ naar 25’ ^ Zet de programmaschakelaar op f "STOP". ^ Schakel de desinfector uit. ^ Druk de toetsen 4 en 6 in, houd deze ingedrukt en schakel tegelijk de automaat in met de Aan/Uit-toets I-0. In het display verschijnt de actuele programmastatus "P...". Het controlelampje p / 6 brandt. ^ Druk 1x op toets 3.
Extra functies programmeren ^ Druk op de 6 toets. In het display verschijnt "SP". ^ Druk nogmaals op de 6 toets. De wijziging wordt in het geheugen opgeslagen. Ingestelde waarde: b) Starttijd van het programma instellen De voorkeuze (van 30 minuten tot 9 uur en 30 minuten) moet voor iedere start van een programma opnieuw worden ingesteld. ^ Kies een programma (zie de rubriek "Inschakelen"). Druk op de 4 toets of houd deze toets net zolang ingedrukt totdat de gewenste instelling verschijnt.
Reiniging en onderhoud Zeven in de reinigingsruimte reinigen combinatie onder stromend water af. Gebruik eventueel een borstel. Zonder zeefcombinatie mag de desinfector niet worden gebruikt! De zeefcombinatie op de bodem van de reinigingsruimte dient regelmatig gecontroleerd en gereinigd te worden. Pas op voor eventuele glassplinters! ^ Draai de zeefcombinatie om en open de sluiting van de grove zeef door de ontgrendeling naar achteren te trekken.
Reiniging en onderhoud Sproeiarmen reinigen Het kan voorkomen dat in de sproeikoppen van de sproeiarmen verontreinigingen zitten. U dient de sproeiarmen derhalve regelmatig (ongeveer eens per half jaar) te controleren. ^ Druk de verontreinigingen in de sproeikoppen met een spits voorwerp naar binnen en spoel ze vervolgens onder stromend water weg. Daartoe moeten de sproeiarmen eerst als volgt worden verwijderd: ^ Schroef de bovenste sproeiarm eraf.
Reiniging en onderhoud Afvoerpomp en terugslagklep reinigen Indien het spoelwater aan het einde van een reinigingsprogramma niet is afgepompt, kan dit eraan liggen dat de afvoerpomp of de terugslagklep door voorwerpen wordt geblokkeerd. Deze kunnen eenvoudig worden verwijderd. ^ Verwijder de zeefcombinatie uit de reinigingsruimte. ^ Til de terugslagklep omhoog, verwijder de klep en spoel deze onder stromend water goed af. ^ Klap de afsluitbeugel opzij.
Reiniging en onderhoud Zeefjes in de watertoevoerslang reinigen Ter bescherming van de watertoevoerklep zijn er in de schroefkoppeling zeefjes aangebracht. Als de zeven vuil zijn, moeten deze worden gereinigd omdat er anders te weinig water in de reinigingsruimte stroomt. De kunststof behuizing van de Waterproof-ventielen bevat een elektrisch onderdeel en mag daarom niet in vloeistof worden gedompeld.
Nuttige tips Mocht er een storing optreden, dan kunt u deze in vele gevallen zelf verhelpen. Laat werkzaamheden aan elektrische onderdelen uit veiligheidsoverwegingen altijd door de Technische Dienst van Miele verrichten! Storingen / mogelijke oorzaken De desinfector start niet. – De deur is niet goed gesloten. – De stekker zit niet in het stopcontact. – De zekering van de huisinstallatie is defect.
Nuttige tips Technische Dienst Wanneer u ondanks deze aanwijzingen een opgetreden storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. Vermeld hierbij welke foutcode "F..." in het display wordt weergegeven. Vermeld hierbij tevens het type en het nummer van het apparaat. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje (zie "Elektrische aansluiting").
Plaatsen Gebruik bij het opstellen het bijgevoegde installatieschema! ^ Open de deur. In de directe omgeving van de desinfector mag uitsluitend meubilair voor professioneel gebruik worden geplaatst. Andere meubels worden door de condens beschadigd. De desinfector moet stabiel en waterpas worden opgesteld. Oneffenheden in de vloer kunnen met de stelvoeten worden gecorrigeerd.
Plaatsen Desinfector stellen en vastschroeven Om de stabiliteit te waarborgen, moet de desinfector na het stellen aan het werkblad worden vastgeschroefd. ^ Open de deur en schroef de desinfector links en rechts door de gaten van de voorste lijst aan het doorlopende werkblad vast. ^ Om bij inbouw de beluchting van de circulatiepomp ongehinderd te laten plaatsvinden, mogen de voegen bij kasten of apparaten die ernaast staan niet met siliconenkit worden dichtgespoten.
Elektrische aansluiting Alle werkzaamheden die de elektrische aansluiting betreffen, mogen uitsluitend worden verricht door een erkend elektricien. Het verwijderen van het sokkelpaneel en het kunststof beschermkapje ^ De elektrische huisinstallatie dient volgens NEN 1010 geïnstalleerd te zijn! ^ De elektrische huisinstallatie waarop het apparaat wordt aangesloten, moet van een aardlekschakelaar zijn voorzien, overeenkomstig de EU-voorschriften en -richtlijnen voor Nederland.
Wateraansluiting Watertoevoer aansluiten Het water in de desinfector is geen drinkwater! ^ De desinfector moet overeenkomstig de voorschriften van het waterleidingbedrijf worden aangesloten. ^ Een terugstroomklep in de leiding is niet nodig vanwege de standaardvoorziening in de machine. ^ De waterdruk moet minimaal 50 kPa overdruk bedragen (100 kPa = 1 bar). Is de waterdruk lager dan 150 kPa dan wordt de waterinstroomtijd automatisch langer. De maximaal toelaatbare stat. druk bedraagt 1000 kPa (overdruk).
Wateraansluiting Waterafvoer aansluiten ^ De afvoer van de machine is voorzien van een terugslagventiel, zodat afvoerwater niet naar de machine kan terugstromen. ^ Het apparaat kan het beste op een apart afvoersysteem worden aangesloten. Als dit niet mogelijk is, adviseren wij de automaat aan te sluiten op een sifon met twee kamers (verkrijgbaar bij de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.). De opvoerhoogte moet liggen tussen 0,3 en 1 meter, gemeten vanaf de onderkant van het apparaat.
Technische gegevens Hoogte: 85 (82) cm Breedte: 45 cm Diepte: 60 cm Spanning: Aansluitwaarde: Zekering: zie typeplaatje zie typeplaatje zie typeplaatje Aansluitkabel: ca. 1,8 m Waterdruk: 50 - 1000 kPa overdruk (100 kPa = 1 bar) Koudwateraansluiting Opvoerhoogte: min. 0,3 m, max. 1 m Afpomplengte: max. 4 m Toevoerslang: ca. 1,7 m Afvoerslang: ca.
DOS-module monteren/aansluiten (optioneel) 118 DOS-modules mogen alleen door de Technische Dienst van Miele worden aangesloten. ^ Bevestig de module aan de muur. ^ Sluit de stroomvoorziening en de doseerslang aan. De aansluitingen voor de stroomvoorziening en voor de doseerslang bevinden zich aan de achterkant van het apparaat. ^ Verschuif de schroefdop van de zuiglans of verkort de zuiglans zodanig dat deze in het reinigingsmiddelreservoir past. ^ Vul het reservoir en steek de zuiglans er goed in.
54
55
Wijzigingen voorbehouden / 1602 M.-Nr. 04 980 010 / V06 Dit papier bestaat uit 100% chloorvrij gebleekte cellulose en is dus minder schadelijk voor het milieu.