Gebruiks- en montagehandleiding Stoomovens DGD 4635 DGD 6635 DGD 6605 Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat. nl - NL M.-Nr.
Inhoud Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Het afdanken van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Model . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Bediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Tijdens de bereiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Bereiding onderbreken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Bereiding voortzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Temperatuur / bereidingstijd wijzigen . .
Inhoud Kippeneieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 Fruit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 Koken menu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Speciale toepassingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 Verwarmen . . . . .
Inhoud Nuttige tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96 Bij te bestellen accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101 Stoomovenpannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101 Reinigings- en onderhoudsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103 Diversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingen tot gevolg hebben. Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Verantwoord gebruik ~ Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijk gebruik (of daarmee vergelijkbaar). ~ Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt. ~ Gebruik het apparaat alleen voor de toepassingen die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Kinderen ~ Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen. ~ Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdurend toezicht houdt. ~ Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe- zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Technische veiligheid ~ Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden kunnen grote risico’s voor de gebruiker ontstaan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd. ~ Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen. Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een beschadigd apparaat nooit in gebruik.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanning staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert. Open nooit de ommanteling van het apparaat. ~ De garantie vervalt als het apparaat niet wordt gerepareerd door een technicus die door Miele is geautoriseerd.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ De wateraansluiting mag alleen door een erkend vakman worden gerealiseerd. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van fouten bij het inbouwen of aansluiten. ~ Het apparaat mag uitsluitend op koud water worden aangesloten. ~ De afsluitkraan van de watertoevoer moet goed toegankelijk zijn, ook nadat het apparaat is ingebouwd. ~ Controleer de slangen voor de aansluiting op zichtbare schade.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Veilig gebruik ~ Verbrandingsgevaar! Het apparaat wordt bij gebruik heet. U kunt zich branden aan de ovenruimte, het voedingsmiddel, de accessoires en de hete stoom. Draag altijd ovenwanten als u hete gerechten in het apparaat zet of eruit haalt of als u in het apparaat bezig bent. Voorkom dat gerechten overstromen als u deze in de ovenruimte zet of eruit haalt.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ~ Verbrandingsgevaar! Open de ovendeur niet als het apparaat in gebruik is! Open de deur pas als: - de afkoelfase afgelopen is, - het akoestische signaal niet meer klinkt, - en het symbool g in het tijddisplay knippert. Als u toch probeert de deur voortijdig te openen, hoort u een waarschuwingssignaal en verschijnt in het tijddisplay de melding "door" (deur).
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Reiniging en onderhoud ~ De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger. ~ De geleiderails kunnen voor reinigingsdoeleinden worden verwijderd (zie "Reiniging en onderhoud"). Plaats de geleiderails na afloop correct terug en gebruik het apparaat nooit zonder ingebouwde geleiderails.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu Het verpakkingsmateriaal Het afdanken van het apparaat De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Algemeen Model a Bedieningspaneel b Aan/Uit-toets c eschermkapje oververhittingsbevei liging d Deurgreep e Deurontgrendeling f Uittrekniveau g Deur van de ovenruimte h Deurknop i Vulopening voor ontkalkingsmiddel (systeemontkalker) j Liftdeur (alleen bij apparaten met een "L" in de type-aanduiding) k Temperatuurvoeler l Stoomtoevoer m Afschermplaatje waterinspuiter n Geleiderails o Deurcontactschakelaar p Bodemzeef 16
Algemeen Bijgeleverde accessoires U kunt de bijgeleverde accessoires (en andere accessoires) desgewenst ook nabestellen (zie "Bij te bestellen accessoires").
Principe Bedieningspaneel Functie-/temperatuurdisplay Symbool È Stomen onder druk 2 Drukloos stomen Ç Verwarmen P Ontdooien 0 Vergrendeling k Ontkalken X Instellingen Toets(en) 18 Betekenis Functie + Temperatuur instellen ; Ovenfunctie kiezen (functietoets)
Principe Tijddisplay Symbool / weergave T Betekenis Bereidingstijd Start Stop Toets(en) Functie + Bereidingstijd instellen Start Stop Bereiding starten Bereiding onderbreken 19
Principe Geluiden Na het inschakelen van het apparaat, bij gebruik en na het uitschakelen hoort u een (brommend) geluid. Dit geluid duidt niet op een storing of een defect aan het apparaat. Het geluid ontstaat bij het in- en afpompen van het water. Temperatuur Aan alle ovenfuncties is een voorgeprogrammeerde temperatuur toegewezen. U kunt deze voorgeprogrammeerde temperatuur voor een enkele bereiding of definitief wijzigen (zie "Instellingen").
Principe Uittrekniveau Schuif voordat u de deur opent het uittrekplateau uit. Zo kunt u het kookgerei neerzetten en worden hete waterdruppels opgevangen. Open de ovendeur niet als een programma nog niet is afgelopen! U kunt zich anders ernstig branden! Let vooral op kinderen! Open de deur pas als: - de afkoelfase afgelopen is, - het akoestische signaal niet meer klinkt, - en het symbool g in het tijddisplay knippert.
Vóór het eerste gebruik Waterhardheid instellen Het apparaat is af fabriek op waterhardheid "Hard" ingesteld. Om ervoor te zorgen dat het apparaat correct functioneert en op het juiste moment wordt ontkalkt, moet u het apparaat op de waterhardheid van uw regio instellen. Hoe hoger het kalkgehalte, des te harder is het water en des te vaker moet het apparaat worden ontkalkt. ^ Controleer welke waterhardheid is ingesteld en voer zo nodig de juiste waterhardheid in (zie "Instellingen").
Vóór het eerste gebruik Deur sluiten ^ Zet de greep in horizontale stand. Alleen dan sluiten de lamellen van de deur aan op de lamellen van de ovenruimte (zie de pijlen). ^ Druk met uw linker hand stevig op de deurknop. ^ Duw met de rechter hand de greep omlaag totdat deze hoorbaar vastklikt. Druk daarbij de deurontgrendeling met de duim naar voren. De ovenruimte wordt dan ontlucht, waardoor de deur gemakkelijker sluit. Het apparaat functioneert alleen als de deur correct gesloten is.
Vóór het eerste gebruik ^ Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing. Eerste reiniging ^ Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies. ^ Haal alle accessoires uit de ovenruimte en reinig deze handmatig of in de afwasautomaat. Het apparaat is tijdens de productie met een onderhoudsmiddel behandeld. ^ Reinig de ovenruimte met een schoon sponsdoekje, afwasmiddel en warm water om het onderhoudsmiddel te verwijderen.
Ovenfuncties Symbool Ovenfunctie Voorgeprogrammeerde temperatuur* in °C Temperatuurbereik** in °C Fabrieksinstelling Gewijzigde instelling È Stomen onder druk 120 105 - 120 101 - 120 2 Stomen (drukloos) 100 40 - 100 40 - 100 Ç Verwarmen 95 - - P Ontdooien 60 50 - 60 50 - 60 * De voorgeprogrammeerde temperatuur is de temperatuur die volgens onze deskundigen de beste resultaten oplevert.
Principe van de bediening Controleer voor elke bereiding of de bodemzeef correct geplaatst is, omdat grove voedingsresten de waterafvoer kunnen verstoppen. Ovenfunctie kiezen ^ Sluit de deur van het apparaat. ^ Schakel het apparaat met de Aan/Uit-toets in. In het functie-/temperatuurdisplay ziet u het volgende: Na enkele seconden wisselt het display automatisch naar de ovenfunctie "Stomen onder druk È".
Principe van de bediening Temperatuur instellen ^ Stel met de temperatuurtoets + of - de gewenste temperatuur in. Bereidingstijd instellen In het tijddisplay verschijnen 3 nullen en knippert het symbool T. ^ Stel met de tijdtoets + of - de gewenste tijd in, bijvoorbeeld 20 minuten.
Principe van de bediening Het starten van een ovenfunctie ^ Druk op de Start/Stop-toets. In het tijddisplay verschijnt "Start", het symbool T knippert niet meer en de dubbele punt begint te knipperen. Zit de deur niet goed dicht, dan hoort u na de start een waarschuwingssignaal en verschijnt in het tijddisplay de melding "door". Na afloop van de bereidingstijd De bereidingstijd eindigt met een afkoelfase. In het tijddisplay verschijnt "Stop".
Principe van de bediening ^ Schakel het apparaat uit. Het water wordt nu weggepompt. In het functie-/temperatuurdisplay verschijnen drie liggende streepjes - - -. Zolang de temperatuur in de ovenruimte boven 45 °C ligt, is in het display de gradenaanduiding "°C" te zien. Houdt u er rekening mee dat het apparaat pas na het doven van de aanduiding "°C" echt wordt uitgeschakeld. Verbrandingsgevaar! U kunt zich branden aan de ovenruimte, het voedingsmiddel en de accessoires.
Bediening Tijdens de bereiding Bereiding onderbreken U kunt een bereiding op elk moment onderbreken, bijvoorbeeld om een ander voedingsmiddel in de oven te zetten. ^ Druk op de Start/Stop-toets. In het tijddisplay verschijnt "Stop". De afkoelfase begint. ^ Wacht totdat u meerdere akoestische signalen hoort en in het tijddisplay het symbool T knippert, voordat u de deur opent. Verbrandingsgevaar! U kunt zich branden aan de ovenruimte, het voedingsmiddel en de accessoires.
Bediening Bereiding voortzetten ^ Sluit de deur. ^ Schuif het uittrekplateau terug. ^ Druk op de Start/Stop-toets. De verwarming wordt weer ingeschakeld en de stijgende temperatuur is in het display te zien. Temperatuur / bereidingstijd wijzigen U kunt de temperatuur en de bereidingstijd tijdens een bereiding op elk moment wijzigen. ^ Stel met de toets + of - de gewenste waarde in. Een andere ovenfunctie kiezen ^ Druk op de Start/Stop-toets. ^ Wacht totdat de afkoelfase afgesloten is.
Beveiligingen Normaal regelt de stoomoven automatisch de druk en de temperatuur in de ovenruimte. Voor noodgevallen heeft het apparaat twee veiligheidsvoorzieningen tegen overdruk (overdrukbeveiliging en veiligheidsventiel), alsmede een beveiliging tegen te hoge temperaturen (oververhittingsbeveiliging). Het veiligheidsventiel en de overdrukbeveiliging moeten na 1-2 jaar worden vervangen (afhankelijk van het gebruik). Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen in de veiligheidsvoorzieningen.
Beveiligingen ^ Controleer eerst of het siliconenschijfje uit de houder van de overdrukbeveiliging is gedrukt. Is dat het geval, plaats dan een nieuw siliconenschijfje (zie "Bijgeleverde accessoires") in de opening van de overdrukbeveiliging aan de binnenkant van de deur. U kunt het apparaat daarna weer in gebruik nemen. ^ Heeft de overdrukbeveiliging niet gereageerd, trek dan het veiligheidsventiel aan de binnenkant van de deur eruit. ^ Druk de metalen stift van het veiligheidsventiel weer naar binnen.
Beveiligingen Oververhittingsbeveiliging De oververhittingsbeveiliging bevindt zich onder de Aan/Uit-toets. Wanneer deze beveiliging bij een te hoge temperatuur in het stoomaggregaat reageert, wordt de verwarming van de oven automatisch uitgeschakeld. In het functie-/temperatuurdisplay verschijnt de foutmelding F27 en begint de afkoelfase. Na 1 minuut is de afkoelfase afgesloten en klinken er meerdere akoestische signalen. In het functie-/temperatuurdisplay knippert gedurende korte tijd de foutmelding F27.
Beveiligingen Vergrendeling instellingen / apparaat Het apparaat is voorzien van een vergrendeling die voorkomt dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen of dat instellingen worden gewijzigd als het apparaat al in gebruik is. Als u gebruik wilt maken van de vergrendeling moet u eenmalig de betreffende instelling wijzigen (zie "Instellingen"). De vergrendeling van de instellingen activeert u als het apparaat in gebruik is.
Beveiligingen Deactiveren ^ Druk zo vaak op de functietoets ;, totdat in het display de symbolen 0-§ en 0 verschijnen. ^ Druk op de temperatuurtoets -. De vergrendeling is uitgeschakeld.
Belangrijke opmerkingen en nuttige informatie In dit hoofdstuk vindt u algemene aanwijzingen voor het stomen. Als u bij voedingsmiddelen en/of toepassingen bijzonderheden in acht moet nemen, wordt u hierop gewezen. Het bijzondere van koken met stoom Bij stomen gaan nauwelijks vitaminen en mineralen verloren, omdat het voedingsmiddel niet in het water ligt. Bij stomen blijft de eigen smaak van het voedingsmiddel beter behouden dan bij gewoon koken. Voeg daarom geen zout toe of doe dat pas na de bereiding.
Belangrijke opmerkingen en nuttige informatie – Zet het kookgerei op het bijgeleverde plateau. – Let u erop dat het kookgerei niet met de ovenwand in aanraking komt, anders kan de stoom niet goed bij het gerecht komen. Niveau U kunt elk niveau kiezen en tegelijk op meerdere niveaus koken. Een en ander is niet van invloed op de bereidingstijd. Diepvriesproducten Bij diepvriesproducten is de opwarmtijd langer dan bij verse voedingsmiddelen. Hoe groter de hoeveelheid, des te langer de opwarmfase.
Belangrijke opmerkingen en nuttige informatie Koken met vocht Vul ovenpannen hooguit voor 2/3 als u gerechten met veel vocht bereidt. U voorkomt zo dat het gerecht overstroomt als u het uit de oven haalt. – Met de ovenfunctie "Stomen onder druk È" kunt u de normale bereidingstijd bijna halveren. – Bij de ovenfunctie "Stomen onder druk È" (120 °C) ontstaan tijdens de afkoelfase luchtwervelingen in de ovenruimte. Deze wervelingen kunnen voedingsmiddelen uit de ovenpannen blazen.
Stomen Groente Verse producten Bereid verse groente voor zoals u dat normaal ook doet, bijvoorbeeld afspoelen, reinigen en fijn snijden. Diepvriesproducten Diepvriesgroente hoeft u voor de bereiding niet te ontdooien, behalve groente die als blok is ingevroren. Diepvries- en verse groente met een gelijke bereidingstijd kunnen tegelijkertijd worden bereid. Maak grote, aan elkaar gevroren stukken kleiner. De bereidingstijd vindt u op de verpakking.
Stomen Instellingen De in de tabellen genoemde tijden zijn slechts algemene richtlijnen voor verse groente. Wij raden u aan om eerst de kortste bereidingstijd te kiezen. U kunt de bereidingstijd na afloop nog verlengen.
Stomen Stomen onder druk È 120 °C * Drukloos stomen 2 100 °C * Aardappelen, kruimig, geschild heel gehalveerd gevierendeeld – 7 5 26–28 19–20 15–16 Koolraap, in stiften gesneden 2 6–7 Pompoen, in blokjes – 2–4 15 30–35 Snijbiet, gesneden – 2–3 Paprika, blokjes/reepjes – 2 Aardappelen in schil, vastkokend – 30–32 Paddestoelen – 2 Prei, gesneden 1 4–5 Prei, gehalveerd – 6 Romanesco, heel – 22–25 Romanesco, roosjes 2 5–7 3–4 10–12 24–26 53–57 4 23–26 3–4 9–10 Knolse
Stomen Stomen onder druk È 120 °C Drukloos stomen 2 100 °C Spitskool, gesneden 2–3 10–11 Bleekselderij, gesneden 1–2 4–5 Knolrapen, gesneden 2–3 6–7 Witte kool, gesneden 2 12 Savooiekool, gesneden 2 10–11 Courgette, schijven – 2–3 Suikererwten – 5–7 * Bereidingstijd in minuten 43
Stomen Vlees Verse producten Bereid het vlees voor zoals u dat normaal ook doet. Diepvriesproducten Ontdooi diepvriesvlees voordat u het bereidt (zie "Ontdooien"). Voorbereiding Vlees dat bruin moet worden en dat u vervolgens wilt smoren, zoals goulash, moet u eerst op de kookplaat aanbraden. Bereidingstijd De bereidingstijd is afhankelijk van de dikte en de hoedanigheid van het vlees, niet van het gewicht. Hoe dikker het vlees des te langer de bereidingstijd.
Stomen Instellingen De in de tabel genoemde tijden zijn slechts algemene richtlijnen. Wij raden u aan om eerst de kortste bereidingstijd te kiezen. U kunt de bereidingstijd na afloop nog verlengen.
Stomen Worstwaren Instellingen Stomen 2 Temperatuur: 90 °C Duur: zie tabel Worstwaren 46 Tijd in minuten Kookworst 6–8 Vleesworst 6–8 Witte worst 6–8
Stomen Vis Verse producten Bereid verse vis voor zoals u dat normaal ook doet, bijvoorbeeld schubben en ingewanden verwijderen en reinigen. Diepvriesproducten Ontdooi diepvriesvis enigszins voordat u deze bereidt (zie "Ontdooien"). Voorbereiding Besprenkel de vis voor de bereiding met bijvoorbeeld citroen- of limoensap. Hierdoor wordt het vlees steviger. U hoeft de vis niet te zouten, omdat het vlees bij stomen alle mineralen behoudt die voor een intensieve smaak zorgen.
Stomen Bereidingstijd De bereidingstijd is afhankelijk van de dikte en de hoedanigheid van de vis, niet van het gewicht. Hoe dikker de vis des te langer de bereidingstijd. Een stuk vis van 500 g dat 3 cm dik is, heeft een langere bereidingstijd dan een stuk van 500 g dat 2 cm dik is. Hoe langer u vis kookt des te steviger wordt het vlees. Houd de aangegeven bereidingstijden aan. Als u de vis niet gaar genoeg vindt, kunt u de bereiding verlengen, maar hooguit met enkele minuten.
Stomen Instellingen Stomen 2 Temperatuur: zie tabel Bereidingstijd: zie tabel De in de tabellen genoemde tijden zijn slechts algemene richtlijnen voor verse vis. Wij raden u aan om eerst de kortste bereidingstijd te kiezen. U kunt de bereidingstijd na afloop nog verlengen.
Stomen Schaaldieren Voorbereiding Laat ingevroren schaaldieren voor de bereiding ontdooien. Maak de schaaldieren schoon, verwijder de darm en reinig ze. Stoomovenpannen Vet ovenpannen met gaten in. Bereidingstijd Hoe langer u schaaldieren kookt, des te steviger worden ze. Houdt u zich aan de aangegeven bereidingstijden. Verleng de aangegeven bereidingstijden met enkele minuten als u schaaldieren in saus of bouillon bereidt.
Stomen Mosselen Verse producten ,Bereid alleen gesloten mosselen. Mosselen die na de bereiding niet open zijn, mogen niet worden gegeten. Vergiftigingsgevaar! Zet verse mosselen voor de bereiding enkele uren in water, zodat ze eventueel aanwezig zand kunnen uitspoelen. Borstel de mosselen daarna goed schoon. Diepvriesproducten Ingevroren mosselen moeten voor de bereiding worden ontdooid. Bereidingstijd Hoe langer u mosselen kookt, des te harder worden ze. Houdt u zich aan de aangegeven bereidingstijden.
Stomen Rijst Rijst welt tijdens de bereiding en moet daarom in vocht worden bereid. Afhankelijk van de rijstsoort is de vochtopname verschillend en daarmee ook de verhouding rijst/vocht. De rijst neemt het vocht compleet op en er gaan geen voedingsstoffen verloren.
Stomen Pasta / deegwaren Droge pasta/deegwaren Droge pasta en droge deegwaren wellen tijdens de bereiding. Deze producten moeten dan ook in vocht worden bereid. Het vocht moet de pasta goed bedekken. Als u heet vocht gebruikt, wordt het bereidingsresultaat beter. Verleng de door de producent aangegeven bereidingstijd met ca. 1/3. Verse producten Verse pasta en verse deegwaren (bijvoorbeeld uit de koeling) hoeven niet te wellen. Gebruik hiervoor een ovenpan met gaten.
Stomen Knoedels Kant-en-klare knoedels in een kookbuiltje moeten goed met water worden bedekt, omdat zij anders niet voldoende vocht opnemen en uit elkaar vallen, ook als u ze voorheen in water heeft gezet. Bereid verse knoedels in een ingevette ovenpan met gaten.
Stomen Granen Granen wellen tijdens de bereiding en moeten daarom in vocht worden bereid. Afhankelijk van de graansoort is de vochtopname verschillend en daarmee ook de verhouding graan/vocht. Granen kunnen met hele korrel of gebroken worden bereid.
Stomen Peulvruchten, gedroogd Peulvruchten moeten voor de bereiding minimaal 10 uur in koud water worden geweekt. Door het weken kunnen peulvruchten beter worden verteerd en neemt de bereidingstijd af. Uitzondering: Linzen hoeft u niet te weken. Geweekte peulvruchten moeten tijdens de bereiding met vocht zijn bedekt. Als de peulvruchten niet zijn geweekt, moet u (afhankelijk van de soort) een bepaalde verhouding peulvruchten/vocht aanhouden.
Stomen Niet geweekt Verhouding peulvruchten : vocht Stomen onder druk È 120 °C * Drukloos stomen 2 100 °C * Kidneybonen 1:3 - 130–140 Rode bonen (azukibonen) 1:3 - 95–105 Zwarte bonen 1:3 15-16 100–120 Bonte bonen 1:3 - 115–135 Witte bonen 1:3 - 80–90 Bruine linzen 1:2 - 13–14 Rode linzen 1:2 - 7 Gele erwten 1:3 - 110–130 Groene erwten 1:3 - 60–70 Bonen Linzen Erwten * Bereidingstijd in minuten 57
Stomen Kippeneieren Gebruik een ovenpan met gaten als u eieren wilt koken. U hoeft de eieren voor de bereiding niet in te prikken. Omdat de eieren tijdens de opwarmfase langzaam worden verhit, barsten ze niet tijdens het stomen. Vet ovenpannen zonder gaten in als u daarin eiergerechten wilt bereiden.
Stomen Fruit Om te voorkomen dat sap verloren gaat, kunt u fruit het best in een ovenpan zonder gaten bereiden. Als u fruit in een ovenpan met gaten bereidt, schuif dan een ovenpan zonder gaten eronder in de oven. Ook dan blijft het sap behouden. Tip U kunt het opgevangen sap voor andere doeleinden gebruiken.
Stomen Koken menu Met deze bereidingsfunctie kunt u een menu samenstellen dat uit verschillende voedingsmiddelen met verschillende bereidingstijden bestaat, bijvoorbeeld roodbaarsfilet met rijst en broccoli. De voedingsmiddelen worden achtereenvolgens op verschillende momenten in de oven gezet en zijn dan tegelijk klaar. Niveau Schuif druppelende voedingsmiddelen (zoals vis) en kleur afgevende voedingsmiddelen (zoals rode bieten) meteen boven het plateau in de oven.
Stomen Voorbeeld Rijst Roodbaarsfilet Broccoli 20 minuten 6 minuten 4 minuten 20 minuten min 6 minuten = 14 minuten (1e bereidingstijd: rijst) 6 minuten min 4 minuten = 2 minuten (2e bereidingstijd: roodbaarsfilet) Rest = 4 minuten (3e bereidingstijd: broccoli) Bereidingstijden 20 min. rijst 6 min. roodbaarsfilet 4 min. broccoli Instelling 14 min. 2 min. 4 min. ^ Zet eerst de rijst in de oven. ^ Stel de eerste tijd in, dus 14 minuten.
Speciale toepassingen Verwarmen De stoomoven is ideaal voor het opwarmen van reeds bereide gerechten met de ovenfunctie "Verwarmen Ç". Ook het servies wordt daarbij verwarmd. Omdat bij dit programma het apparaat niet met water wordt afgekoeld, ontstaat er nauwelijks condens. U kunt bordmaaltijden (vlees, groente, aardappelen) net zo verwarmen als afzonderlijke voedingsmiddelen. Kookgerei Kleine hoeveelheden kunt u op een bord, grote hoeveelheden in een ovenpan verwarmen.
Speciale toepassingen Werkwijze ^ Dek de voedingsmiddelen af met een diep bord, een hitte(tot 100 °C) en stoombestendige folie of met een deksel. ^ Zet het bord op het plateau en schuif het in het apparaat.
Speciale toepassingen Ontdooien De ontdooitijden zijn aanzienlijk korter dan bij ontdooien op kamertemperatuur. Temperatuur De optimale ontdooitemperatuur is 60 °C. Uitzonderingen: Gehakt en wild: 50 °C. Voor en na het ontdooien / de bereiding Verwijder bij ontdooien de verpakking. Uitzonderingen: Ontdooi brood en gebak in de verpakking, omdat deze producten anders vocht opnemen en zacht worden. Laat het ontdooide voedingsmiddel na afloop nog enige tijd bij kamertemperatuur staan.
Speciale toepassingen Tips Vis hoeft voor de bereiding niet helemaal te worden ontdooid. Het is voldoende als de buitenkant zacht genoeg is om de kruiden op te nemen. Afhankelijk van de dikte is 2–5 minuten voldoende. Maak producten die aan elkaar kleven (zoals bessen en stukken vlees) na de helft van de ontdooitijd los en verdeel ze zo goed mogelijk. Vries eenmaal ontdooide voedingsmiddelen niet weer in. Ontdooi ingevroren kant-en-klaargerechten volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Speciale toepassingen Ingevroren producten Gewicht in g Temperatuur in °C Ontdooitijd in minuten Doorwarmtijd in minuten Kaas in plakken 125 60 15 10 Kwark 250 60 20–25 10–15 Room 250 60 20–25 10–15 Zachte kaas 100 60 15 10–15 Appelmoes 250 60 20–25 10–15 Appels in stukken 250 60 20–25 10–15 Abrikozen 500 60 25–28 15–20 Aardbeien 300 60 8–10 10–12 Frambozen/ rode bessen 300 60 8 10–12 Kersen 150 60 15 10–15 Perziken 500 60 25–28 15–20 Pruimen 250
Speciale toepassingen Ingevroren producten Gewicht in g Temperatuur in °C Ontdooitijd in minuten Doorwarmtijd in minuten In plakken 60 8–10 15–20 Gehakt 250 50 15–20 10–15 Gehakt 500 50 20–30 10–15 Goulash 500 60 30–40 10–15 Goulash 1000 60 50–60 10–15 Lever 250 60 20–25 10–15 Hazenrug 500 50 30–40 10–15 Reerug 1000 50 40–50 10–15 Schnitzel/kotelet/braadworst 800 60 25–35 15–20 Haantje / kip 1000 60 40 15–20 Kippenbout 150 60 20–25 10–15 Kipschnitze
Speciale toepassingen Inmaken Kies voor inmaken nooit een temperatuur boven 95 °C (op een hoogte van meer dan 1000 m nooit hoger dan 90 °C), anders kunnen de glazen uiteenspatten. U kunt zich dan verwonden! Gebruik alleen verse voedingsmiddelen, zonder lelijke en rotte plekken. Inmaakglazen/weckpotten Gebruik alleen onbeschadigde, schone inmaakglazen en toebehoren. U kunt glazen met een twist-off-deksel gebruiken en glazen deksels met een rubberen ring.
Speciale toepassingen Hoeveelheid Vul het glas losjes tot maximaal 3 cm onder de rand. De celwanden raken beschadigd als u het voedingsmiddel erin drukt. Tik met het glas voorzichtig op een doek, zodat de inhoud beter wordt verdeeld. Vul de glazen met vocht op. Het product moet geheel bedekt zijn. Gebruik voor fruit een suikeroplossing, voor groente een zoutof azijnoplossing. Tips Maak gebruik van de restwarmte van de oven en haal de glazen pas 30 minuten na het uitschakelen uit de ovenruimte.
Speciale toepassingen Instellingen Stomen 2 Temperatuur: zie tabel Bereidingstijd: zie tabel In te maken product Temperatuur in °C Tijd in minuten* Bessen Rode bessen 80 50 Kruisbessen 80 55 Rode bosbessen 80 55 Kersen 85 55 Mirabellen 85 55 Pruimen 85 55 Perziken 85 55 Reine-claudes 85 55 Appels 90 50 Appelmoes 90 65 Kwee-appels/-peren 90 65 Bonen 100 120 Dikke bonen 100 120 Komkommer 90 55 Voorgekookt 90 90 Gebraden 90 90 Steenvruchten Pitvruchten Groente
Speciale toepassingen Sap bereiden U kunt in uw oven van zacht en hard fruit sap maken. Met rijp fruit kunt u het best sap maken. Hoe rijper het fruit des te meer sap en des te aromatischer het sap. Voorbereiding Selecteer en reinig het fruit waarvan u sap wilt maken en verwijder beschadigde plekken. Verwijder de steeltjes van wijndruiven en zure kersen, omdat deze bittere stoffen bevatten. De steeltjes van bessen hoeven niet te worden verwijderd. Snijd grote vruchten (zoals appels) in ca.
Speciale toepassingen Werkwijze ^ Doe het voorbereide fruit in een ovenpan met gaten. ^ Schuif een ovenpan zonder gaten eronder om het vrijkomende vocht op te vangen.
Speciale toepassingen Yoghurt bereiden Voor de yoghurtbereiding gebruikt u melk en als startcultuur yoghurt of yoghurtferment, bijvoorbeeld uit een reformwinkel. Gebruik verse yoghurt met levende culturen zonder toevoegingen. Gepasteuriseerde yoghurt is niet geschikt. De yoghurt moet vers zijn. Bewaar de yoghurt niet te lang. Voor de yoghurtbereiding kunt u ongekoelde houdbare melk of verse melk gebruiken. Houdbare melk kunt u meteen gebruiken.
Speciale toepassingen Tip Bij gebruik van yoghurtferment kunt u de yoghurt met een mengsel van melk en room bereiden. Meng 3/4 liter melk met 1/4 liter room. Werkwijze ^ Roer 100 g yoghurt door 1 liter melk of maak het mengsel met yoghurtferment volgens de aanwijzingen op de verpakking. ^ Vul het melkmengsel in portieglazen en sluit de glazen af. ^ Zet de gesloten glazen in een ovenpan met gaten. Ze mogen elkaar niet raken. ^ Zet de glazen meteen na afloop in de koelkast. Beweeg de glazen niet onnodig.
Speciale toepassingen Gistdeeg laten rijzen Werkwijze ^ Bereid het deeg volgens het recept. ^ Dek de deegschaal af en zet deze op het plateau. Instellingen Stomen 2 Temperatuur: 40 °C Duur: zie recept Gelatine smelten Werkwijze ^ Laat gelatinebladen 5 minuten in een schaal met water weken. De gelatinebladen moeten goed met water bedekt zijn. Knijp de gelatinebladen uit en giet het water weg. Leg de uitgeknepen gelatinebladen weer in de schaal.
Speciale toepassingen Chocolade smelten U kunt alle soorten chocolade in het apparaat smelten. Werkwijze ^ Breek de chocolade in stukken. Vetglazuur bereidt u bij voorkeur in de ongeopende verpakking in een ovenpan met gaten. ^ Doe grote hoeveelheden in een ovenpan zonder gaten en kleine hoeveelheden in een kopje of schaal. ^ Dek de ovenpan of het serviesgoed af met hitte- (tot 100 °C) en stoombestendige folie of met een deksel. ^ Roer grote hoeveelheden tussendoor een keer om.
Speciale toepassingen Voedingsmiddelen pellen Werkwijze ^ Snijd voedingsmiddelen zoals tomaten, nectarines, etc. bij de steelvoet in (kruisvormig). U kunt het velletje dan gemakkelijker verwijderen. ^ Doe het voedingsmiddel in een ovenpan met gaten. ^ Laat amandelen meteen na het koken met koud water schrikken. U kunt ze anders niet pellen.
Speciale toepassingen Appels conserveren U kunt onbehandelde appels langer houdbaar maken. Bij opslag in een droge, koele, goed geventileerde ruimte zijn appels dan 5 tot 6 maanden houdbaar. Dit kan alleen met appels, niet met andere pitvruchten. Instellingen Stomen 2 Temperatuur: 50 °C Duur: 5 minuten Blancheren Als u groente en fruit wilt invriezen, moet u de producten eerst blancheren. De kwaliteit van de voedingsmiddelen blijft dan tijdens de opslag in de vriezer beter.
Speciale toepassingen Uien fruiten/stoven Bij stoven wordt een voedingsmiddel in het eigen sap bereid, eventueel met toevoeging van wat vet (fruiten). Werkwijze ^ Snijd de uien fijn en doe de uien met wat boter in een ovenpan zonder gaten. ^ Dek de ovenpan of het serviesgoed af met hitte- (tot 100 °C) en stoombestendige folie of met een deksel. Instellingen Stomen 2 Temperatuur: 100 °C Duur: 4 minuten Stomen onder druk È Temperatuur: 120 °C Duur: 2 minuten Spek uitsmelten Het spek wordt niet bruin.
Speciale toepassingen Steriliseren In het apparaat kunt u ook serviesgoed en zuigflessen steriliseren. Na afloop van het programma zijn deze voorwerpen kiemvrij zoals bij het bekende uitkoken. Controleer wel eerst of alle onderdelen (ook de speen) bestand zijn tegen temperaturen tot 100 °C en tegen stoom. Zet de zuigflessen pas weer in elkaar als deze helemaal droog zijn. Alleen zo voorkomt u dat er opnieuw kiemvorming optreedt. Werkwijze ^ Haal de flesjes uit elkaar.
Speciale toepassingen Honing vloeibaar maken Werkwijze ^ Draai het deksel iets open en zet de pot in een ovenpan met gaten of op het plateau. ^ Roer de honing tussendoor een keer om. Instellingen Stomen 2 Temperatuur: 60 °C Duur: 90 minuten (ongeacht de grootte van de pot of de hoeveelheid in de pot) Eierstich (ei voor soep) Werkwijze ^ Roer 6 eieren door 375 ml melk (niet tot schuim kloppen). ^ Kruid het ei-/melkmengsel en doe het in een met boter besmeerde ovenpan zonder gaten.
Instellingen Af fabriek heeft uw apparaat bepaalde instellingen. U kunt de in de tabel aangegeven instellingen wijzigen. ^ Kies met de functietoets ; de programmeerfunctie P. ^ Druk de temperatuurtoets + zo vaak in totdat in het functie-/temperatuurdisplay het gewenste cijfer verschijnt (1 staat voor P1, 2 voor P2, etc.). ^ Druk de tijdtoets + of - zo vaak in totdat in het tijddisplay de gewenste status verschijnt, bijvoorbeeld 02. ^ Druk op de functietoets -. De nieuwe instelling wordt opgeslagen.
Instellingen Programma* P 1 P 2 P 3 P 4 P 5 Akoestisch signaal Signaal programma-einde Vergrendeling Programma na inschakelen Waterhardheid P 6 Plaats van opstelling P 7 Temperatuurinstelling P 8 Status** Instelling S 0 Uit S 1 Heel zacht S 2 Zacht S S 3 Gemiddeld 4 Hard S 0 Eén toon S 1 Kort intervalsignaal S 2 Lang intervalsignaal (5 minuten) S 0 Niet mogelijk S 1 Mogelijk S 0 Stomen onder druk S 1 Stomen (drukloos) S 2 Verwarmen S 3 Ontdooien S 4 Laatst gekozen ove
Reiniging en onderhoud ,Verwondingsgevaar! De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger. Beschadigingsgevaar! Als u ongeschikte reinigingsmiddelen gebruikt, kunnen de oppervlakken beschadigd raken. Gebruik voor het reinigen alleen een normaal afwasmiddel voor huishoudelijk gebruik. Gebruik geen reinigings- of afwasmiddelen die alifatische koolwaterstoffen bevatten.
Reiniging en onderhoud Front Verwijder verontreinigingen op het front bij voorkeur meteen. Als verontreinigingen te lang inwerken, kunt u ze soms niet meer verwijderen en kunnen de oppervlakken verkleuren of aangetast worden. Reinig het front met een schoon sponsdoekje, afwasmiddel en warm water. Wrijf het daarna met een zachte doek droog. U kunt voor het reinigen ook een schoon, vochtig microvezeldoekje zonder reinigingsmiddel gebruiken. Alle oppervlakken zijn krasgevoelig.
Reiniging en onderhoud Ovenruimte en uittrekplateau Reinig de ovenruimte, de binnenkant van de deur en het uittrekplateau na elk gebruik. Droog de onderdelen daarna weer af. Laat de oven eerst afkoelen! Het meeste vuil kunt u moeiteloos verwijderen met een doekje, warm water en afwasmiddel. Bij zeer kalkrijk water kunnen er kalkafzettingen op de ovenwand en het uittrekplateau ontstaan. Bij zeer mineraalrijk water kunnen er na verloop van tijd verkleuringen op de ovenwand ontstaan.
Reiniging en onderhoud Accessoires Ovenpan en bodemzeef Reinig de ovenpannen en de bodemzeef na elk gebruik. Alle delen kunnen in een afwasautomaat worden gereinigd. Blauwe verkleuringen in de ovenpannen, alsmede verkleuringen en kalkafzettingen op de bodemzeef kunt u verwijderen met het Miele-reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal (zie "Bij te bestellen accessoires"). Spoel de ovenpannen en de bodemzeef daarna met schoon water af om alle resten van het reinigingsmiddel te verwijderen.
Reiniging en onderhoud Geleiderails U kunt de geleiderails handmatig of in de afwasautomaat reinigen. Verkleuringen en kalkafzettingen kunt u gemakkelijk verwijderen met het Miele-reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal (zie "Bij te bestellen accessoires"). Spoel de geleiderails daarna met schoon water af om alle resten van het reinigingsmiddel te verwijderen. U kunt de ovenruimte gemakkelijker reinigen, als u eerst de geleiderails verwijdert.
Reiniging en onderhoud Deurdichting / veiligheidsventiel Vervang de deurdichting en het veiligheidsventiel steeds na 1-2 jaar (afhankelijk van het gebruik). De dichting en het veiligheidsventiel zijn als setje te bestellen (zie "Bij te bestellen accessoires"). Deurdichting Reinig de deurdichting na elk gebruik. Reinig de dichting niet in de afwasautomaat, maar alleen handmatig met een zacht sponsje, afwasmiddel en warm water. Wrijf de dichting vervolgens met een zachte doek droog.
Reiniging en onderhoud Waterinspuiter Via de waterinspuiter achter het afschermplaatje wordt tijdens de afkoelfase water in de ovenruimte gespoten. Na langdurig gebruik kan de inspuiter smerig worden en verkalken. Uiterlijk op het moment waarop in het display de melding F13 verschijnt, moet u de inspuiter ontkalken. ^ Wacht totdat er een akoestisch signaal klinkt. Open de deur van het apparaat en haal het gerecht uit de oven. Open de deur voorzichtig.
Reiniging en onderhoud ^ Sluit de deur. Schakel het apparaat in en kies de ovenfunctie "Drukloos stomen 2". ^ Stel een tijd in van 1 minuut en druk op de Start/Stop-toets. ^ Wacht totdat de afkoelfase is afgesloten (zie de rubriek "Na afloop van de bereidingstijd"). ^ Open de deur en plaats de inspuiter en de geleiderails terug. U kunt het apparaat daarna weer in gebruik nemen. Verschijnt de foutmelding F13 na het ontkalken opnieuw, neem dan contact op met Miele.
Reiniging en onderhoud Ontkalken Gebruik voor het ontkalken uitsluitend de Miele-systeemontkalker (zie "Bijgeleverde accessoires"). U voorkomt zo schade aan het apparaat. Ontkalk het apparaat uitsluitend, wanneer het afgekoeld is, anders kunnen er bijtende dampen ontstaan. Het ontkalkingsmiddel kan een bijtende werking hebben. Vermijd daarom contact met de huid en het inademen van de dampen. Mocht de huid met de stof in aanraking komen, spoel deze dan met veel water af.
Reiniging en onderhoud ^ Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. ^ Druk het opzetstukje uit de zuiger van de bijgeleverde spuit en plaats het op het tuitje. ^ Schakel het lege, gesloten apparaat in. In het functie-/temperatuurdisplay verschijnen het symbool k, de ovenfunctie "Ontkalken k" en een getal. ^ Druk op de Start/Stop-toets. In het functie-/temperatuurdisplay verschijnen E00 en links het symbool k. De ovenfunctie "Ontkalken k" wordt weergegeven. Het apparaat pompt het water weg.
Reiniging en onderhoud ^ Doe 300 ml systeemontkalker in een zuurbestendig schaaltje, bijvoorbeeld van glas of porselein. ^ Vul de spuit met ontkalkingsmiddel uit het schaaltje en doseer 1 spuitvulling in de vulopening. ^ Vul de spuit met water en doseer 2 spuitvullingen in de vulopening. U hoort een signaal en in het functie-/temperatuurdisplay verschijnt E02. Het ontkalkingsprogramma wordt voorbereid. Als u geen signaal hoort, spuit dan beslist geen water meer in het apparaat! Wacht 5 minuten.
Reiniging en onderhoud Na het ontkalken: ^ Schuif het uittrekplateau uit. ^ Open de deur. ^ Schakel het apparaat uit. ^ Wis de ovenruimte schoon met een sopje van afwasmiddel of een azijnoplossing. Wrijf de ovenruimte daarna droog. ^ Maak de vulopening voor het ontkalkingsmiddel droog om korstjes te voorkomen. Plaats de afdekking terug. ^ Laat de deur openstaan, zolang de ovenruimte nog vochtig is. ^ Draai de watertoevoerkraan dicht om eventuele waterschade te voorkomen. ^ Schuif het uittrekplateau terug.
Nuttige tips De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet de hulp van een service-technicus hoeft in te roepen. Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een probleem te vinden en het probleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende: ,Reparaties aan dit apparaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
Nuttige tips Probleem Oorzaak en oplossing Stroomstoring! Pas op! Het apparaat is misschien nog heet en staat onTijdens een langdu- der druk! rige stroomstoring is ^ Schuif het uittrekplateau uit. Om de druk en de hoeveelheid stoom in de ovenruimte te verminderen, schuift u de oven vergrendeld. met de duim van uw rechter hand de deurontgrendeU wilt het gerecht uit ling langzaam en stukje voor stukje naar voren. het apparaat halen. Pas op! Boven en onder het deurbeslag komt stoom vrij.
Nuttige tips Probleem Oorzaak en oplossing Voor alle foutmeldingen geldt: In het display verschijnt een F Open de deur van de ovenruimte pas als met een getal. - de foutmelding en de ingestelde temperatuur afwisselend knipperen, - het symbool T in het tijddisplay knippert, - het waarschuwingssignaal niet meer klinkt. Knipperen de displays niet, dan is het probleem nog niet verholpen. F 06 De temperatuurvoeler is defect. ^ Schakel het apparaat uit en neem contact op met Miele.
Nuttige tips Probleem Oorzaak en oplossing In het display verschijnt een F met een getal. F 14 p Er stroomt te weinig water in het stoomaggregaat. ^ Schakel het apparaat uit en weer in. Verschijnt de foutmelding opnieuw, schakel dan het apparaat uit en neem contact op met Miele. F 20 De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd. ^ Ga te werk zoals beschreven in de rubriek "Oververhittingsbeveiliging". F 27 De stroomvoorziening is onderbroken geweest, terwijl het apparaat in gebruik was.
Nuttige tips F 95 In het watersysteem van het apparaat is een defect opgetreden. Wacht totdat F95 en de ingestelde temperatuur afwisselend knipperen. Druk daarna op de Start/Stop-toets. Als de foutmelding F95 meermaals achtereen optreedt, schakel het apparaat dan uit, sluit de watertoevoerkraan en neem contact op met Miele. F .. Andere foutmeldingen. 100 Een technisch defect. ^ Schakel het apparaat uit en neem contact op met Miele.
Bij te bestellen accessoires Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid assortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onderhoudsmiddelen. U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshop bestellen: De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) en bij uw Miele-vakhandelaar. Stoomovenpannen De roestvrijstalen ovenpannen zijn pannen die aan de Gastro-norm voldoen (GN). De aanduiding 1/3 staat voor de breedte en de diepte.
Bij te bestellen accessoires DGGL 6 Ovenpan met gaten, GN 1/3, inhoud 4,0 l / nuttige inhoud 2,8 l 325x175x100 mm (BxDxH) DGG 7 Ovenpan zonder gaten, GN 1/3, inhoud 4,0 l / nuttige inhoud 2,8 l 325x175x100 mm (BxDxH) DGG 9 Ovenpan zonder gaten, GN 1/3, inhoud 5,7 l / nuttige inhoud 4,2 l 325x175x150 mm (BxDxH) DGGL 10 Ovenpan met gaten, GN 1/3, inhoud 5,7 l / nuttige inhoud 4,2 l 325x175x150 mm (BxDxH) DGD 1/3 Deksel voor ovenpannen GN 1/3 Plateau Om kookgerei op te zetten 102
Bij te bestellen accessoires Reinigings- en onderhoudsmiddelen Systeemontkalker Voor het ontkalken van het apparaat.
Klantcontacten, typeplaatje, garantie Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u – uw Miele-vakhandelaar of – Miele. Het telefoonnummer staat op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing. Voor een goede en vlotte afhandeling moet Miele weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje. Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen Om afzettingen in de waterleiding en de afsluitkraan te verwijderen, raden wij u aan de watertoevoerleiding door te spoelen voordat u het apparaat aansluit en nadat aan de waterleiding is gewerkt. ~ De stoomoven mag alleen in een hoge kast worden ingebouwd. ~ Het apparaat moet zo hoog worden ingebouwd dat kinderen geen gevaar lopen (hete deur, heet water, etc.).
Inbouwaanwijzingen Waterslangen aansluiten ^ Voor de watertoe- en -afvoerslang moet een uitsparing a worden gemaakt in de betreffende bodem van de hoge kast. Zie hiervoor de volgende afbeelding. Zonder deze uitsparing kunnen de slangen beschadigd raken en kan waterschade optreden.
Inbouwaanwijzingen Inbouwhoogte Houdt u zich aan de afmetingen op de tekening.
Afmetingen DGD 4635 in een 380 mm hoge nis * Apparaten met glazen front ** Apparaten met metalen front 108
Afmetingen a Uitsparing in de kastbodem voor de watertoe- en -afvoerslang b Plaats voor de contactdoos 250 x 80 mm c Afsluitkraan (koudwateraansluiting) d Watertoevoerslang e Tweede sifon f Hier geen waterafvoer! g Waterafvoerslang Let op! Het oplopende einde h van de afvoerslang tot aan de stankafsluiter mag niet hoger zijn dan 500 mm (zie afbeelding).
Afmetingen DGD 4635 en AB 45-7 in een 450 mm hoge nis * Apparaten met glazen front ** Apparaten met metalen front 110
Afmetingen a Uitsparing in de kastbodem voor de watertoe- en -afvoerslang b Plaats voor de contactdoos 250 x 80 mm c Afsluitkraan (koudwateraansluiting) d Watertoevoerslang e Tweede sifon f Hier geen waterafvoer! g Waterafvoerslang Let op! Het oplopende einde h van de afvoerslang tot aan de stankafsluiter mag niet hoger zijn dan 500 mm (zie afbeelding).
Afmetingen DGD 6635 in een 380 mm hoge nis * Apparaten met glazen front ** Apparaten met metalen front 112
Afmetingen a Uitsparing in de kastbodem voor de watertoe- en -afvoerslang b Plaats voor de contactdoos 250 x 80 mm c Afsluitkraan (koudwateraansluiting) d Watertoevoerslang e Tweede sifon f Hier geen waterafvoer! g Waterafvoerslang Let op! Het oplopende einde h van de afvoerslang tot aan de stankafsluiter mag niet hoger zijn dan 500 mm (zie afbeelding).
Afmetingen DGD 6605 en AB 45-7 L in een 450 mm hoge nis * Apparaten met glazen front ** Apparaten met metalen front 114
Afmetingen a Uitsparing in de kastbodem voor de watertoe- en -afvoerslang b Plaats voor de contactdoos 250 x 80 mm c Afsluitkraan (koudwateraansluiting) d Watertoevoerslang e Tweede sifon f Hier geen waterafvoer! g Waterafvoerslang Let op! Het oplopende einde h van de afvoerslang tot aan de stankafsluiter mag niet hoger zijn dan 500 mm (zie afbeelding).
Montage Aansluiten en inbouwen ^ Schakel de netspanning uit. Zie ook "Elektrische aansluiting". ^ Bevestig het opvulpaneel AB 45-7 / AB 45-7 L met de vier bijgeleverde schroeven (CM 4x10) op het apparaat (zie afbeelding). ^ Sluit de aansluitkabel volgens de geldende voorschriften aan op de contactdoos. ^ Geleid de watertoe- en -afvoerslang door de uitsparing van de kastbodem. ^ Schuif het apparaat helemaal in de nis.
Montage Na het stellen, moet het apparaat worden vastgezet, zodat het niet meer kan verschuiven. ^ Bevestig het apparaat met de bijgeleverde schroeven j, zoals op de afbeeldingen is aangegeven.
Montage ^ Sluit het apparaat op de watertoe- en -afvoer aan. ^ Schakel de netspanning weer in. Zie ook "Elektrische aansluiting". ^ Controleer alle functies van het apparaat aan de hand van de gebruiksaanwijzing. Controleer alle schroefverbindingen van de waterslangen op lekkage voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Elektrische aansluiting Alleen een erkend elektricien mag het apparaat op het elektriciteitsnet aansluiten en (indien nodig) de aansluitkabel vervangen. Een erkend elektricien is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt deze zorgvuldig in acht. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden.
Elektrische aansluiting Scheidingssysteem Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars. Spanningsvrij maken Moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt, ga dan, afhankelijk van de situatie, als volgt te werk: – Bij zekeringen: Draai de zekering los en haal deze uit de houder.
Elektrische aansluiting Aansluitkabel Het apparaat moet met een kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) volgens het aansluitschema worden aangesloten. De kabel moet voldoende doorsnede hebben. Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema. De van toepassing zijnde aansluitwaarden vindt u op het typeplaatje. Het vervangen van de aansluitkabel Als de aansluitkabel moet worden vervangen, mag hiervoor alleen een kabel van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) worden gebruikt.
Elektrische aansluiting Aansluitschema 122
Wateraansluiting De watertoe- en -afvoerslangen dienen zo te worden gelegd dat een technicus het apparaat nog uit de kast kan trekken. Controleer de slangen voor de aansluiting op zichtbare schade. Gegevens waterslangen Roestvrijstalen toevoerslang: lengte 1.500 mm (1,5 m) C12,5 mm C aansluiting kraan / aansluiting apparaat telkens 33,5 mm Kunststof afvoerslang: lengte 2.
Wateraansluiting Alle apparaten en systemen die voor de toevoer van het water naar het apparaat worden gebruikt, moeten voldoen aan de voorschriften die gelden in het land van opstelling. Het apparaat mag uitsluitend op koud water worden aangesloten. Een terugslagklep is niet vereist. Het apparaat voldoet aan de daarvoor geldende eisen. De waterdruk moet minimaal 100 kPa (1 bar) bedragen en mag niet hoger zijn dan 600 kPa (6 bar).
Wateraansluiting Watertoevoer aansluiten De aansluiting op de waterleiding mag niet worden uitgevoerd terwijl het apparaat op het elektriciteitsnet is aangesloten. ^ Maak het apparaat spanningsvrij. ^ Sluit de roestvrijstalen slang op de waterkraan aan. Zorg dat de schroefkoppelingen vast zitten en goed afsluiten. De verbindingen staan onder leidingdruk. Controleer of de aansluiting lekt. Draai de kraan hiervoor langzaam open. Controleer of de dichting en de schroefkoppeling goed zitten.
Wateraansluiting Opmerkingen waterafvoer De waterafvoer kan worden aangesloten op een - sifon op of in de wand met vaste slangaansluiting of - op de machineaansluiting van de sifon van de spoelbak. De afvoersifon mag niet hoger worden geplaatst dan het afvoerpunt van het apparaat. Alleen zo kan het afvoerwater volledig wegstromen. De temperatuur van het afgevoerde water is ca. 70 °C. Let op! Het oplopende einde van de afvoerslang tot aan de aansluiting op de sifon mag niet hoger zijn dan 500 mm.
Wijzigingen voorbehouden / 1213 M.-Nr.