Aanwijzingen m.b.t. deze handleiding Deze handleiding is zo ingedeeld dat u te allen tijde via de inhoudsopgave de benodigde informaties m.b.t. het desbetreffende onderwerp kunt nalezen. Opmerking Uitgebreide instructies voor de navigatie vindt u op de DVD en de onlinehulp van het toestel. Zie hoofdstuk „Vaak gestelde vragen“ om een antwoord te vinden op vragen die vaak aan onze klantendienst gesteld worden. Deze handleiding wil u in begrijpelijke taal leren werken met uw navigatiesysteem.
De kwaliteit Bij de keuze van de componenten lieten wij ons leiden door hoge functionaliteit, eenvoudige bediening, veiligheid en betrouwbaarheid. Door een uitgebalanceerd hard- en softwareconcept zijn wij in staat om u een op de toekomst gerichte apparaat te presenteren waarmee u bij uw werk en in uw vrije tijd veel plezier zult beleven. De service Via onze persoonlijke klantenservice ondersteunen wij u bij uw dagelijks werk. Neem gerust contact met ons op: wij helpen u met alle plezier.
Inhoud Veiligheid en onderhoud ................................................................................. 1 Veiligheidsadviezen ....................................................................................................... 1 Gegevensbeveiliging ..................................................................................................... 1 Voorwaarden van uw werkomgeving ............................................................................ 2 Reparaties .........................
Instellingen achteraf instellen ...................................................................................... 19 Opvragen van het wachtwoord ................................................................................... 20 Navigatiesysteem herstellen .......................................................................... 21 Reset ........................................................................................................................... 21 Volledig uitschakelen / Hard Reset .
Appendix ....................................................................................................... 48 Bijzondere functie CleanUp (Engelstalig programma) ................................................. 48 Synchronisatie met de PC .............................................................................. 51 I. Microsoft® ActiveSync® installeren ............................................................................ 51 II. Aansluiten op de PC ...........................................
Copyright © 2009, 10/12/09 Alle rechten voorbehouden. Dit handboek is door de auteurswet beschermd. Het copyright is in handen van de firma Medion®. Handelsmerken: ® ® MS-DOS en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van de firma Microsoft®. ® ® Pentium is een geregistreerd handelsmerk van de firma Intel . Andere handelsmerken zijn het eigendom van hun desbetreffende houder. Technische wijzigingen voorbehouden.
Veiligheid en onderhoud Veiligheidsadviezen Gelieve dit hoofdstuk aandachtig te lezen en alle adviezen die u hier vindt, goed op te volgen. Op die manier bent u zeker van een langdurige werking van uw apparaat. Bewaar ook het verpakkingsmateriaal en de handleiding, zodat u ze bij een eventuele verkoop van uw apparaat aan een nieuwe eigenaar kunt doorgeven. Laat in geen geval kinderen zonder toezicht van volwassenen met elektrische toestellen spelen.
Voorwaarden van uw werkomgeving Het niet naleven van deze aanwijzingen kan storingen of beschadiging van het toestel tot gevolg hebben. Voor deze gevallen geldt geen waarborg. Laat uw navigatiesysteem en alle aangesloten apparatuur nooit in contact komen met vocht. Verder vermijdt u ook stof, hitte en directe zonnestralen. Negeert u deze raadgevingen, dan kan dat leiden tot storingen en beschadigingen van uw apparaat. Bescherm uw toestel in ieder geval tegen vocht bijv. door regen en hagel.
Elektromagnetische tolerantie Bij het aansluiten van extra of andere componenten moet u rekening houden met de „Richtlijnen voor elektromagnetische tolerantie“ (EMT). Gelieve er bovendien op te letten, dat enkel bedekte kabels (max. 3 meter) voor de externe interfaces mogen worden gebruikt. Behoud minstens één meter afstand van hoogfrequente en magnetische storingsbronnen (televisietoestel, luidsprekerboxen, GSM enz. ) om de goede werking niet in gevaar te brengen en gegevensverlies te vermijden.
Aansluiten Neem volgende raadgevingen in acht om uw apparaat op een correcte manier aan te sluiten: Stroomvoorziening via Auto-adapter Gebruik de auto-adapter enkel in een sigarettenaansteker van een auto (autobatterij = DC 12V of batterij vrachtwagen = 24V ). Als u niet zeker bent van het type stroomvoorziening in uw voertuig, contacteer dan uw autofabrikant. Bekabeling Leg uw kabel zo, zodat niemand erop kan trappen of erover struikelen. Plaats niks op de kabel om hem niet te beschadigen.
Accuwerking Uw apparaat wordt door een ingebouwde accu gevoed. Om de levensduur en de prestatiemogelijkheden van uw accu te optimaliseren en tevens een veilige werking te garanderen, dient u de volgende raadgevingen te volgen: Een accu kan niet tegen hitte. Legt u dit advies naast u neer, dan kan het tot beschadiging, zelfs explosie van de accu komen. Zorg er dus voor dat u uw apparaat en bijgevolg de ingebouwde accu niet te sterk te verhit.
Afvalverwijdering Het toestel en zijn verpakking zijn geschikt voor recyclage. Apparaat Behandel het apparaat op het eind van de levensduur in geen geval als gewoon huisvuil. Informeer naar de mogelijkheden om het milieuvriendelijk als afval te verwijderen. Verpakking Om uw product tijdens het transport tegen beschadiging te beschermen, wordt het in een verpakking geplaatst.
In de levering begrepen Gelieve de volledigheid van de levering te controleren en ons binnen 14 dagen na aankoop te contacteren, indien de levering niet compleet is. Gelieve hiervoor zeker het serienummer op te geven.
Componenten Vooraanzicht Nr. Component Beschrijving Weergave „Accu laden“ Licht oranje op, wanneer een extra accu wordt geladen en licht groen op, wanneer de accu opgeladen is. Touch Screen Toont de gegevensoutput van het apparaat. Tik met de vinger of een gepaste stift met „stompe“ punt op het beeldscherm om menuopdrachten te selecteren of gegevens in te voeren. Opgelet! Raak het display niet met puntige of hoekige voorwerpen aan, om beschadigingen te voorkomen.
Achteraanzicht GPS Antenne Nr. Component Beschrijving Luidspreker Geeft gesproken aanwijzingen en waarschuwingen weer. Onderaanzicht Nr. Component Beschrijving kaartlezer Sleuf voor de opname van een optionele geheugenkaart. Mini-USBaansluiting Aansluiting voor de verbinding met een pc via de USB-kabel (voor de gegevenuitwisseling) aansluiting voor de externe stroomvoorziening.
Bovenaanzicht 10 Nr. Component Beschrijving Aan- en uitschakelaar Lang drukken schakelt het toestel in of uit. Door kort te drukken gaat u naar de standbymodus resp. haalt u het toestel weer uit de slaapstand. Het apparaat wordt opnieuw “geactiveerd” door te drukken op de aan/uit-schakelaar.
Eerste initialisatie Hierna wordt u stap voor stap door de eerste initialisatie van het navigatiesysteem gevoerd. Verwijder eerst de transportbeschermfolie van het scherm. I. Accu laden U kunt de batterij van uw navigatiesysteem op de volgende manieren opladen: met behulp van een autoadapter met behulp van een USB-kabel of met behulp van een optionele netadapter.
II. Stroomvoorziening Autoadapter (lijkende afbeelding) 1. Steek de stekker () van de verbindingskabel in de daarvoor voorziene aansluiting van uw toestel. 2. Steek nu de stroomadapterstekker () in de sigarettenaansteker en zorg ervoor, dat deze tijdens de rit het contact niet verliest. Dit zou immers tot een foutief functioneren kunnen leiden.
III. Toestel in- en uitschakelen Door lang (> 3 sec.) op de aan- / uitschakelaar te drukken zet u het navigatietoestel aan en schakelt u het volledig uit. Het navigatiesysteem begint automatisch met de initiële inrichting. Selecteer vervolgens de gewenste taal. Het logo van het merk verschijnt en na enkele seconden toont het toestel het opstartscherm.
Opmerking Als het menu mappen niet beschikbaar is, dan kunt u nog het navigatiemenu instellingen kiezen. Het menu “Andere toepassingen” zal automatisch verschijnen. Opmerking Zolang uw navigatiesysteem op een extern voedingssysteem aangesloten is of op accu werkt, volstaat een korte druk op de aan/uit-knop om het apparaat in- of uit te schakelen (standby mode). Het apparaat wordt opnieuw “geactiveerd” door te drukken op de aan/uit-schakelaar.
Algemene gebruiksaanwijzingen In- en uitschakelen 1. Na de initiële inrichting is uw toestel in zijn normale toestand van gereedheid. Druk kort (> ½ sec.) op de aan- en uitschakelaar om uw navigatietoestel aan te zetten. Het controlelampje van de accu licht even op en het gebruikersscherm verschijnt. Opmerking Uw toestel wordt zo afgeleverd, dat het zich, wanneer het niet aan staat ook bij niet-gebruik, niet zelf uitschakelt.
Wanneer u geen gebruik wilt maken van een van deze drie mogelijkheden, gaat het toestel na enkele seconden automatisch in de stand-by modus. Voor verdere instellingen in de stand-by modus, zie ook hoofdstuk Bijzondere functie CleanUp (Engelstalig programma), pagina 48, Punt 8. Heeft u de comfortfunctie DC AutoSuspend geactiveerd, dan verschijnt er na verloop van de vertragingstijd van enkele seconden eveneens dit beeldscherm.
6. Voer het wachtwoord in het tweede veld in, om het opnieuw te bevestigen en eventuele fouten te vermijden. Opmerking Het wachtwoord wordt in de vorm van sterretjes aangeduid (****). 7. Nadat u het wachtwoord heeft ingevoerd, verschijnt er nog een tekstveld. Voer hier de verwijstekst in, die als geheugensteuntje voor uw wachtwoord dient. Deze verwijzing kunt u dan oproepen, als u uw wachtwoord vergeten bent, resp. het verkeerd ingegeven heeft.
Bevestig uw instellingen met . Het volgende scherm verschijnt: SuperPIN en UUID Nadat u de instellingen ingesteld heeft, verschijnt de SuperPIN en de UUID (Universally Unique IDentifier = unieke toestelidentificatie)op het scherm. Opmerking Noteer deze gegevens in uw gebruiksaanwijzing (zie pagina 1) en bewaar ze op een veilige plek. Deze gegevens heeft u nodig wanneer u het wachtwoord tot drie keer toe fout ingaf. Het navigatietoestel kan dan enkel met deze gegevens opnieuw vrijgegeven worden.
Instellingen achteraf instellen Wanneer u al een wachtwoord hebt geregistreerd en nadien andere dingen wil instellen, bijvoorbeeld wanneer u uw wachtwoord wil wijzigen, start u de Security-functie op. Dan verschijnt het volgende beeldscherm. Toets Beschrijving Wachtwoord of verwijzingstekst veranderen Instellingen authentificatie (blz. 17, Instellingen regelen) SuperPIN en UUID aanduiden (blz. 18) Reset de volledige beveiligingsfunctie.
Opvragen van het wachtwoord Wanneer u een wachtwoord via de Security-functie heeft vastgelegd, wordt het wachtwoord, afhankelijk van de instelling, gevraagd wanneer het toestel opnieuw opgestart wordt. 1. Geef via het toetsveld het door u gekozen wachtwoord aan. Opmerking Het wachtwoord wordt in de vorm van sterretjes aangeduid (****). De door u bepaalde informatie wordt weergegeven als u het vraagtekensymbool aanraakt. 2. Klik op om de invoer te bevestigen.
Navigatiesysteem herstellen Er bestaat een mogelijkheid om het navigatiesysteem te resetten indien het niet meer juist reageert of werkt. Bij deze mogelijkheid start het navigatiesysteem opnieuw op, zonder dat het nodig is een nieuwe installatie te doen. De Reset wordt dikwijls gebruikt om het geheugen te reorganiseren. Daarbij worden alle lopende programma’s afgebroken en wordt het werkgeheugen opnieuw van zijn beginwaarden voorzien.
Volledig uitschakelen / Hard Reset Opgelet! Een Hard Reset verwijdert alle gegevens in het tijdelijke geheugen. Uw navigatiesysteem bevindt zich normaal gesproken in de stand-by modus, als u het uitgeschakeld hebt door kort te drukken op de aan/uitschakelaar. Bovendien kan het systeem ook helemaal uitgeschakeld worden, zodat het zo weinig mogelijk energie verbruikt. Als u het toestel volledig uitschakelt, gaan alle gegevens in het tijdelijke geheugen verloren (Hard Reset).
Navigatie Veiligheidstips voor navigatie Een uitvoerige handleiding vindt u op de bijbehorende DVD. Tip voor de navigatie Voer geen instellingen aan het navigatiesysteem uit tijdens het rijden, om uzelf en anderen niet nodeloos in gevaar te brengen! Als u een keer de gesproken aanwijzingen niet hebt verstaan of onzeker bent, wat u bij het volgende kruispunt moet doen, dan kunt u zich met behulp van de kaart- of pijlweergave snel oriënteren.
Tips voor gebruik in een voertuig Let tijdens de installatie van de houder erop, dat de houder bij ongevallen geen veiligheidsrisico vormt. Bevestig de componenten stevig in uw voertuig en let bij de installatie op een vrij uitzicht. Het beeldscherm van het toestel kan lichtreflecties veroorzaken. Let er dus op dat u tijdens de werking niet verblind wordt. Leg de kabel niet in de onmiddelijke nabijheid van componenten die belangrijk zijn voor de veiligheid.
I. Montage van de autohouder Opgelet! Monteer de houder van het navigatiesysteem enkel dan aan de voorruit als uw zicht niet wordt belemmerd. vergrendeling (lijkende afbeelding) Opmerking Afhankelijk van het type kan uw navigatiesysteem bij wijze van alternatief ook met een andere autohouder uitgerust zijn. Opmerking Maak het raam met een glasreiniger zorgvuldig schoon. Als de temperatuur beneden de 15° C is, dan moet u het raam en de zuignap een beetje opwarmen.
II. Bevestiging van de navigatiesysteem 1. Sluit de autoadapter en eventueel FM-antenne voor de TMC-ontvangst op uw navigatiesysteem aan en breng de geheugenkaart in. 2. Zet het toestel in het midden onderaan op de schaal en duw het zachtjes naar achter, totdat het erin sluit. 3. Nu schuift u het toestel lichtjes naar achteren () totdat het hoorbaar vergrendelt (). stift in houdersc haal (lijkende afbeelding) 4. U zet de houderschelp op de bevestigingspinnen van de autohouder. 5.
III. Autoadapter aansluiten (lijkende afbeelding) 1. Steek de stekker () van de verbindingskabel in de daarvoor voorziene aansluiting. 2. Steek nu de stroomadapterstekker () in de sigarettenaansteker en zorg ervoor, dat deze tijdens de rit het contact niet verliest. Dit zou immers tot een foutief functioneren kunnen leiden. Opmerking Trek na de rit, of als u uw wagen gedurende langere tijd niet gebruikt, de stroomadapterstekker uit de sigarettenaansteker.
IV. Navigatiesoftware starten Opmerking Bevat uw geheugenkaart (extra) kaarten, dan moet de geheugenkaart tijdens het gebruik van het navigatiesysteem steeds in het apparaat zitten. Als de geheugenkaart tijdens het gebruik verwijderd wordt, al is het kortstondig, moet een reset uitgevoerd worden om het navigatiesysteem opnieuw te starten (blz. 21). Naargelang het navigatiesysteem gebeurt deze reset automatisch. Schakel uw navigatiesysteem in. 1.
Informatie over verkeerscontroles Wanneer de waarschuwingsfunctie voor verkeerscontroleknooppunten geïnstalleerd is verschijnt het volgende scherm: Bevestig met , wanneer u de navigatie met de waarschuwingsfunctie voor verkeerscontroleknooppunten wil gebruiken. Om de waarschuwingsfunctie te configureren, tikt u in het menu Instellingen de toets Bijzondere functies configureren aan. Dan verschijnt het volgende scherm.
Tik hier Vaste (flitser) aan om de „flitspalen” in te stellen: Hier heeft u de mogelijkheid, de verkeerscontroleknooppunten op een kaart te laten voorstellen of deze niet aan te geven op het scherm. Hier kunt u ook instellen of u, voordat u een verkeerscontroleknooppunt bereikt, door een geluidssignaal wil verwittigd worden. De akoestische waarschuwing voor een verkeerscontrole gebeurt aan de hand van een waarschuwingstoon op een afstand van ong. 15 seconden van het verkeerscontrolepunt.
Voorbeeld wanneer de kaartvoorstelling geactiveerd is: Tip Gelieve erom te denken dat de verkeerscontroleknooppunten niet in alle landen ter beschikking staan. * Juridische opmerking In sommige landen is het gebruik van toestellen verboden die voor verkeerscontrolesystemen (bv. „flitspalen“) waarschuwen. Wij raden u aan inlichtingen over de juridische situatie in te winnen en de waarschuwingsfunctie enkel daar te gebruiken, waar ze is toegestaan.
Picture Viewer Uw navigatiesysteem beschikt over een Picture Viewer. Met de Picture Viewer kunt u foto’s in jpg-formaat bekijken die zich op de geheugenkaart van uw navigatiesysteem bevinden. Alle foto’s die zich op de geheugenkaart bevinden zijn onmiddellijk te bekijken. Bediening van de Picture Viewer Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu “Andere toepassingen” op de knop Picture Viewer. Overzicht van het hoofdscherm Afb.
Grote foto Afb.: Grote foto zonder bedieningspaneel Klik bij de grote foto onderaan op het beeldscherm om het bedieningspaneel te activeren: Afb.
Door op het midden van de foto te klikken, keert u terug naar de kleine foto’s. Door op het symbool onderverdeeld. (raster invoegen) te drukken, wordt de foto in 6 velden Afb.: Grote foto met raster Door op een vierkant te klikken, wordt dat deel van de foto vergroot: Afb.: Zoom in modus Door op het midden van de foto te klikken, keert u terug naar de grote foto.
Travel Guide Uw navigatiesysteem bechikt over een Travel Guide. De Travel Guide geeft algemene informatie over verschillende aspecten van bepaalde steden of regio’s in Europa, zoals bv. bezienswaardigheden, restaurants, cultuur en reisinformatie. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu “Andere toepassingen” op de knop Travel Guide. Als u informatie wilt opvragen, kies dan eerst het land, dan de stad (of de regio) en daarna de categorie. Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 4 Afb. 5 Afb.
Afb. 7 Afb. 8 Als u een bepaald onderwerp hebt gekozen, bevestig dan door op klikken. De navigatiesoftware kan dan naar het betreffende adres gaan. Toets Beschrijving Vorige scherm Toont het adres van de gekozen categorie Toont beschikbare foto’s van de gekozen categorie Door op deze knop te drukken, kunt u direct naar het gekozen adres toe navigeren. Opmerking De keuzemogelijkheden in de Travel Guide kunnen naargelang de software uitvoering afwijken.
AlarmClock (wekfunctie) Uw navigatiesysteem is uitgerust met een AlarmClock / wekfunctie. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu “Andere toepassingen” op de knop Alarm Clock. De wekfunctie kan zowel als normale wekker fungeren wanneer het toestel uitgeschakeld is (standbymodus/ energiebesparingsmodus) alsook als herinnering tijdens de lopende navigatie. Overzicht van het hoofdscherm Dit beeld krijgt u, waanneer u nog geen wekuur heeft ingesteld.
Beschrijving van de toetsen Toets Beschrijving Huidige systeemtijd Instelmodus (instellen van volume, systeemtijd en alarmgeluid) Nachtmodus (stand-by modus) Nieuwe instelling/Deactiveren van de wekfunctie Instellen van de wekuur Wissen van de invoer Bevestigingstoets Volume verminderen / vehogen Terug naar het vorige menu Sluit de toepassing 38 Nederlands
Instellen van de systeemtijd In de rechterbovenhoek van het scherm wordt het huidige uur aangegeven. Dat kunt u als volgt aanpassen: . Dan verschijnt het volgende 1. Toets op het hoofdscherm op scherm: 2. Toets op om het uur in te stellen. Afb. 1 Opmerking De systeemtijd wordt ge-update bij GPS-ontvangst. Let daarbij ook op de juiste instelling van de tijdzone.
Keuze van een wektoon 1. Om een wektoon uit te kiezen, tikt u op . 2. Kies de gewenste map en bevestig deze keuze met de -knop. 3. Wanneer u een andere wekkertoon op uw geheugenkaart wilt kiezen, kiest u de map waarin deze zich bevindt onder de aanduiding Storage Card en wederom bevestigd u uw keuze met . 4. Kies, zoals beschreven bij de MP3-speler, de gewenste wektoon uit en bevestig deze met 40 .
5. De uitgekozen wektoon wordt door een 6. Sluit de toepassing met gekenmerkt. . Volume instellen Door de toets aan te toetsen kunt u het volume van het weksignaal aanpassen. Opmerking Het hier geconfigureerde volume heeft enkel betrekking op het weksignaal en wijzigt het volume van de gesproken navigatie of van de andere functies van het systeem niet. Afb.
Snoozefunctie Als de wekker afgaat op het aangeduide uur, kunt u het weksignaal via de snoozefunctie op regelmatige tijdstippen laten herhalen: 1. Toets op om de snoozefunctie te activeren. Huidige systeemtijd Ingestelde wektijd Afb.: Wekaanzicht 2. Om de dag nadien weer op het ingegeven tijdstip gewekt te worden, beëindigt u de snoozefunctie via het schakelvlak . Door te klikken op verlaat u de wekaanduiding en keert u terug naar het scherm van voor het wektijdstip terug.
Sudoku Uw navigatiesysteem is uitgerust met het spel Sudoku. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu “Andere toepassingen” op de knop Sudoku. Sudoku is een cijferraadsel. Het speelveld is vierkant en in negen blokken onderverdeeld. Elk blokje bestaat dan weer uit 9 vakjes. De bedoeling bij Sudoku is om alle 81 cijfervelden correct in te vullen met cijfers van 1 tot 9. Elk cijfer mag maar één keer in elk blokje voorkomen. Bovendien mag elk cijfer ook maar één keer per rij en per kolom voorkomen.
Deze toets toont oplossingen voor de vakken met getallen. Duwt u opnieuw op de toets, dan verdwijnen de oplossingen. Deze toets start een nieuw Sudoku-spel. Instellingen In het menu instellingen hebt u de volgende mogelijkheden: Met deze toets slaat u het actuele spel op. Met deze toets roept u een opgeslagen spel weer op het scherm. Wissen van een opgeslagen spel. Wissen Hier kunt u de moeilijkheidsgraad instellen.
Overzicht over het speelveld Beschrijving van de toetsen Toets Beschrijving Lijst voor de invoer van getallen Keuzelijst van het invoeren van getallen in de getallenvakken. Het gekozen getal word gemarkeerd en kan door het aantikken van een getallenvak in dit vak worden ingevoerd. Invoer U markeert eerst een getal in de getallenlijst, dat in een bepaald vak zou moeten verschijnen. Vervolgens kiest u het gewenste vak. Wissen U kiest eerst het wissymbool uit en dan het getal. De toepassing beëindigen.
Dikwijls gestelde vragen Waar vind ik meer informatie over het navigatiesysteem. Uitgebreide handleidingen voor de navigatie vindt u op de DVD die met uw apparaat wordt meegeleverd. Gebruik als bron voor extra hulp ook de uitgebreide hulpfuncties, die u eenvoudigweg kunt intoetsen (veelal de F1-toets op de PC) of aanstippen op het vraagteken (bij de navigatie-systeem). Deze hulpfuncties worden tijdens het gebruik van de computer of het apparaat ter beschikking gesteld.
Service Fouten en mogelijke oorzaken Het navigatiesysteem reageert niet meer of gedraagt zich atypisch. Voer een Reset uit (blz. 21). Het navigatiesysteem wordt door ActiveSync® enkel als gast herkend. Zie informatie op pagina 52. De GPS-ontvanger kan niet geïnitialiseerd of gevonden worden. Indien ondanks een correcte installatie van het systeem nog steeds geen signaal op het beeldscherm ontvangen wordt, kan dat volgende oorzaken hebben: Er is niet voldoende satellietontvangst mogelijk.
Appendix Bijzondere functie CleanUp (Engelstalig programma) De CleanUp-functie dient voor het gericht wissen van pc-gegevens die niet langer gebruikt worden. Belangrijk Gebruik deze functie zeer voorzichtig aangezien er gegevens gewist kunnen worden die dan handmatig hersteld moeten worden. De CleanUp-functie wordt geactiveerd wanneer onmiddellijk na de starttoon na een reset kortstondig de „o“ in het GoPal-schrift van het hoofdmenu aangetikt wordt. De CleanUp-functie bevat 9 opties: 1.
5. Factoryreset Terugzetten in de leveringstoestand bij intacte hoofdinstallatie. 6. Format Flash Formatteert het interne “My Flash Disk” geheugen. Bij een uitgebreide foutcorrectie kan deze formattering eventueel noodzakelijk zijn. Na de uitvoering van de formatfunctie is het noodzakelijk het scherm opnieuw te kalibreren. Ook worden alle gegevens in het interne “My Flash Disk” geheugen gewist, zonder kans op herstelling (kijk Remove All). 7.
Exit Verlaat de CleanUp-functie en herstart het apparaat (zoals een reset) Opmerking Vooraleer de gegevens werkelijk gewist worden, is er een bevestiging nodig. Tik hiervoor op YES. Indien de te wissen niet (meer) voorhanden zijn, krijgt u een bijhorende melding. Om de gegevensbestanden in het interne geheugen (installatiebestanden en kaartengegevens) te herstellen leest u a.u.b. het hoofdstuk ”Kopiëren van installatiebestanden en kaartengegevens naar het interne geheugen” op pagina 60.
Synchronisatie met de PC I. Microsoft® ActiveSync® installeren Voor de overdracht van gegevens tussen uw pc en uw navigatiesysteem heeft u het programma Microsoft® ActiveSync® nodig. U hebt samen met uw apparaat een licentie van dit programma verkregen. U vindt het op de DVD. Opmerking Gebruikt u het besturingssysteem Windows Vista/Windows®7, dan heeft u ® de ActiveSync -communicatiesoftware niet nodig.
II. Aansluiten op de PC 1. U start het navigatietoestel door de aan-/uitschakelaar in te duwen 2. U sluit de USB-kabel op uw navigatiesysteem aan. 3. Het andere uiteinde van de USB-kabel sluit u aan op een vrije USB-poort van uw computer. 4. Na de aansluiting van het navigatiesysteem verschijnt het volgende scherm: ActiveSync-modus opslagmodus Opmerking Heeft u geen modus gekozen, dan laadt het systeem na enkele seconden automatisch de ActivSync®-Modus. 5.
ActiveSync®-Modus Wanneer u de ActiveSync®-Modus heeft gekozen, herhaalt u het zoeken naar een verbinding mocht dit in eerste instantie niet succesvol zijn geweest. Volg vervolgens de aanwijzingen op het scherm. Het programma zal nu een associatie tussen uw PC en het Navigatie systeem aanmaken. Aanwijzing Om met de GoPal Assistant te kunnen werken, moet het Navigatie systeem bij het de eerste keer koppellen in ActiveSync®-Modus staan.
III. Werken met Microsoft® ActiveSync® Zodra u uw navigatiesysteem met uw PC verbindt wordt ActiveSync® automatisch opgestart. Het programma controleert, of het om een toestel gaat waarmee een partnerschap is afgesloten. Als dat zo is, dan worden de wijzigingen op de PC en op het navigatiesysteem, die sinds de laatste synchronisatie hebben plaatsgevonden, met elkaar ® vergeleken en gecoördineerd.
GPS (Global Positioning System) Het GPS is een satellietondersteund systeem voor de positiebepaling. Met behulp van 24 satellieten die rond de aarde cirkelen is een tot op enkele meters nauwkeurige plaatsbepaling op aarde mogelijk. De ontvangst van de satellietsignalen gebeurt via de antenne van de ingebouwde GPSontvanger die daarvoor een „vrij zicht“ op minstens 4 van deze satellieten nodig heeft. Opmerking Bij beperkte zichtbaarheid (bijv.
TMC (Traffic Message Channel) Traffic Message Channel (TMC) is een digitale radio-datadienst, die op een vergelijkbare manier als RDS werkt en gebruikt wordt voor het verzenden van informatie over verkeersstoringen aan geschikte ontvangers. De verkeersinformatie wordt voortdurend via FM verzonden. Omdat dit signaal constant wordt uitgezonden is de gebruiker minder afhankelijk van de verkeersinformatie, die enkel om het halve uur wordt uitgezonden. Bijkomend kan belangrijke informatie, b.v.
Externe FM-antenne aansluiten (optioneel) In uw navigatiesoftware is een TMC-ontvanger geïntegreerd om verkeersinformatie te ontvangen. De ontvangst is echter pas mogelijk, als de meegeleverde TMC-werpantenne aangesloten is. 1. Sluit het ene uiteinde van de FM-antenne aan op het contact voor de koptelefoon van uw navigatietoestel. 2. Bevestig de antenne met behulp van de zuignappen bijvoorbeeld aan de rand van uw voorruit. 3. Plaats de antenne op een afstand van ong. 10 cm van de metalen raamstijl.
Werken met geheugenkaarten Geheugenkaarten invoeren 1. Neem de geheugenkaart (optioneel) voorzichtig uit de verpakking (indien beschikbaar). Let er op, dat u de contacten niet aanraakt en dat ze niet vuil worden. 2. Breng de geheugenkaart in de kaartensleuf in, waarbij de aansluiting naar de contacten naar voren moeten wijzen. De kaart moet zich makkelijk laten vastklikken.
Gegevens uitwisselen via kaartenlezer Wanneer u grote aantallen gegevens (MP3-bestanden, navigatiekaarten) naar de geheugenkaart wenst te kopiëren, kunt u die ook onmiddellijk op de geheugenkaart opslaan. Vele computers beschikken reeds over een kaartlezer. Hierbij brengt u de kaart in en kopieert u de gegevens direct naar de kaart. Omwille van de directe toegang gebeurt de overdracht aanzienlijk sneller dan via het gebruik van ActiveSync®.
Alternatieve installatie van de navigatiesoftware van een geheugenkaart De software voor uw navigatiesysteem kan ook rechtstreeks van een daarvoor voorziene geheugenkaart geïnstalleerd worden. De voorgeïnstalleerde software moet eventueel vooraf verwijderd worden (zie Bijzondere functie CleanUp, blz. 48). Tijdens de initiële inrichting wordt u gevraagd de navigatiesoftware te installeren. U doet dat zoals hieronder beschreven: 1. Verwijder de geheugenkaart voorzichtig uit de verpakking.
Technische specificaties Parameter Gegevens Stroomvoorziening CA-051-00U-00 / CA-0511MH-2F (Mitac) met stroomadapterkabel voor sigarettenaansteker ingang uitgang 12-24V DC, 800mA / zekering 2A (T2AL/250V) 5V / 1A (max.) Accu Li-Ion 3,7V Aansluiting hoofdtelefoon Stereo hoofdtelefoon (2,5 mm) Type geheugenkaart Micro-SD USB- aansluiting USB 2.0 Afmetingen ca. 100 mm x 79 mm x 19,5 mm Gewicht incl. accu ca.
Index A Aan- en uitschakelaar .......................... 10 Accuwerking......................................... 5 ® ActiveSync -Modus ............................. 53 Afvalverwijdering .................................. 6 Alarm Clock (wekfunctie) Beëindigen...................................... 42 Hoofdscherm .................................. 37 Keuze van een wektoon .................. 40 Snoozefunctie ................................. 42 Systeemtijd instellen ....................... 39 Toetsen ..........
TMC ................................................... 56 Externe FM-antenne aansluiten ...... 57 Touch Screen ....................................... 8 Transport ............................................. 6 Travel Guide ...................................... 35 O Omgevingstemperatuur ....................... 2 Onderhoud........................................... 5 Onderhoud van het display .................. 5 Opslagmodus ..................................... 52 U P UUID ............................
64 Nederlands