TIPS VOOR DEZE HANDLEIDING Hou deze handleiding steeds binnen handbereik in de buurt van uw PC. Bewaar deze gebruikshandleiding zorgvuldig om ze in geval van doorverkoop aan de nieuwe eigenaar te kunnen doorgeven. Wij hebben dit document zo opgebouwd, zodat u altijd via de inhoudsopgave de benodigde informatie thematisch na kunt lezen. Om de PC meteen in gebruik te nemen, lees a.u.b de hoofdstukken „Veiligheidsvoorschriften“ (vanaf Blz. 1) en „Bediening“ (vanaf Blz. 19).
DOELGROEP Deze handleiding is vooral bedoeld voor eerste gebruikers en gevorderde gebruikers. Ongeacht het mogelijk beroepsmatig gebruik is de PC geconcipieerd voor gebruik in een privé-woning. De vele toepassingsmogelijkheden staan ter beschikking voor het hele gezin. PERSOONLIJK Gelieve uw eigendomsbewijs te noteren: Serienummer ...................................... Aankoopdatum ...................................... Plaats van aankoop ......................................
Inhoud: Veiligheidsvoorschriften .........................................................1 Veiligheidsvoorschriften ............................................... 3 Beveiliging van gegevens........................................... 4 Plaats van opstelling ................................................. 5 Omgevingstemperatuur ............................................. 5 Aansluiten ............................................................... 6 Tips voor modemgebruik ................................
Het beeldscherm....................................................... 31 Openen en sluiten van het beeldscherm ..................... 31 Beeldschermresolutie .............................................. 32 Externe monitor aansluiten ...................................... 33 Gegevensinvoer........................................................ 35 Toetsenbord .......................................................... 35 Muisveld (Touchpad) ...............................................
Software.................................................................. 63 Windowsxp leren kennen .......................................... 63 Software installatie ................................................. 65 Windows Activering................................................. 67 BIOS-setupprogramma............................................ 68 Eerste Hulp............................................................................71 Tips en Trucks ................................................
Appendix ...............................................................................97 De Personal Computer (Notebook) .............................. 99 Toepassingen op de Notebook .................................100 Richtlijnen ..............................................................103 Elektromagnetische verdraagzaamheid .....................103 ISO 13406-2 Klasse II............................................103 Garantie .................................................................
Hoofdstuk 1 Veiligheidsvoorschriften Thema Blz.
2 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Gelieve dit hoofdstuk aandachtig te lezen en alle vermelde voorschriften in acht te nemen. Zo garandeert u een betrouwbare werking en een lange levensduur van uw PC. * Laat kinderen niet zonder toezicht met elektrische toestellen spelen. Kinderen kunnen mogelijke gevaren niet altijd juist herkennen. * Open nooit de behuizing van de notebook, batterij of netadapter! Dit kan leiden tot elektrische kortsluiting of zelfs tot brand, waardoor uw Notebook zou worden beschadigd.
* Het beeldscherm moet niet volledig, nl. 180°, worden opengeklapt. Probeer ze niet met geweld te openen. * Raak het beeldscherm niet aan met uw vingers of met scherpe voorwerpen om beschadigingen te vermijden. * Neem de Notebook nooit aan het beeldscherm vast, omdat de scharnieren anders kunnen breken. Schakel de notebook onmiddellijk uit of schakel hem zelfs niet in, trek de stekker uit het stopcontact en contacteer de klantendienst wanneer... ...
PLAATS VAN OPSTELLING * Houd uw Notebook en alle aangesloten toestellen weg van vocht en vermijd stof, warmte en rechtstreekse zonnestralen. De niet-inachtneming van deze tips kunnen leiden tot storingen of tot beschadiging van de Notebook. * Gebruik uw Notebook niet in open lucht. * Plaats en gebruik alle componenten op een stabiel, vlak en trillingvrij oppervlak om te vermijden dat de Notebook zou omvallen.
AANSLUITEN Let op de volgende tips om uw Notebook volgens de voorschriften aan te sluiten: STROOMVOORZIENING * Open de behuizing van de stekker niet. Bij geopende behuizing bestaat doodsgevaar door elektrische schokken. Het bevat geen te onderhouden onderdelen. * Het stopcontact moet zich in de buurt van het Notebook bevinden en gemakkelijk bereikbaar zijn. * Om de stroomvoorziening te onderbreken trekt u de stekker uit het stopcontact.
TIPS VOOR MODEMGEBRUIK * Is uw systeem voorzien van een modem, gelieve er dan op te letten dat deze enkel op een analoge telefoonlijn kan worden aangesloten. De aansluiting op een digitale, tweede aansluiting, een groepsnummeraansluiting of een munttelefoonlijn is niet toegelaten en kan in bepaalde omstandigheden leiden tot beschadiging van de modems of van de aangesloten installatie.
ACCUWERKING Om de levensduur en het prestatievermogen van uw batterij te verlengen, alsook om een goede werking te waarborgen moet op het volgende worden gelet: * Stel de batterij nooit bloot aan langdurige, rechtstreekse zonnestralen of warmte. * Werp de batterij niet in een vlam. * Grove niet-naleving van deze tips leiden tot beschadiging en onder bepaalde omstandigheden zelfs tot ontploffing van de batterij. * Open de batterij nooit, deze bevat geen te onderhouden onderdelen.
Hoofdstuk 2 Aanzichten Thema Blz.
10 AANZICHTEN
AFBEELDINGEN LEVERINGSOMVANG Gelieve de volledigheid van de levering te controleren en ons binnen 14 dagen na aankoop te contacteren, indien de levering niet compleet is. Gelieve hiervoor zeker het serienummer op te geven.
OPEN NOTEBOOK n o p q r s t u v w 12 Beeldscherm (Ö blz. 31) Luidsprekers Toetsenbord (Ö blz. 35) Status-/Functieweergave (Ö blz. 16) Miccofoon Touchpad en toetsen (Ö blz. 36) Aan- / Uitschakelaar (Ö blz.
AANZICHT FRONT n o p q r Beeldschermvergrendeling (Ö blz. 31) IEEE1394 (Ö blz. 61) Line out / SPDIF (Ö blz. 48) Microfoon (Ö blz. 49) Infrarood Poort (Ö blz. 62) LINKER KANT n o p q r Ext. Monitor DVI poort (Ö blz. 32) USB Poort (Ö blz. 60) Modem Poort (RJ-11)(Ö blz. 50) LAN Poort (RJ-45)(Ö blz. 53) Inschuifvak voor PC kaarten (PCMCIA (Ö blz.
RECHTER KANT n o Optische drive (Ö blz. 41) Aansluiting Kensington-slot ACHTERKANT n o p 14 Ext. Monitor VGA poort (Ö blz. 32) Netadapter-aansluiting (Ö blz. 24) USB Poort (Ö blz.
ONDERKANT n o p Li-ion-accu Sleuf voor de harde schijf Geheugengleuf afdekking AFBEELDINGEN 15
FUNCTIELAMPEN n o p q r s Het systeem toont via LED´s stroomverzorging en gebruiks-toestand aan. De functie LED´s branden bei de desbetreffende activiteit van het Notebook: WIRELESS LAN n o p Weergave voor draadloze gegevensuitwisseling. Licht de weergave onophoudend op, dan is de draadloze LAN functie geïnstalleerd. (Optie in de fabriek ingesteld) TOEGRIJP LED OPTISCHE STATION Als deze LED oplicht resp. knippert, grijpt het Notebook op DVD-Rom toe.
Hoofdstuk 3 Bediening Thema Blz.
18 BEDIENING
INGEBRUIKNEMING Om uw Notebook met de nodige zorgvuldigheid te gebruiken en een hoge levensverwachting ervan te garanderen moet u het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften Blz. 1 op het begin van dit handboek hebben gelezen. Het Notebook is van tevoren reeds volledig geïnstalleerd, zodat u geen stuurprogramma´s moet installeren en u meteen kunt starten. ZO START U: Stap 1 • Plaats voor de ingebruikneming de batterij in het toestel door de batterijpack in het vak te laten glijden. (Ö blz. 15, 25).
Stap 2 Volg de instructies op het scherm. De dialogen verklaren de uit te voeren stappen. De begroetingsprocedure leidt u o.a. door navolgende scher-en en dialogen. Als u vragen hebt, klikt u gewoon op het . Licentieovereenkomst Verklaring: Lees het licentiecontract aub. Zorgvuldig door. U krijgt belangrijke rechtelijke informatie voor het gebruik van uw softwareproduct. Om de complete tekst te bekijken, moet u met de muis de rolbalken naar beneden schuiven, tot u het einde van het document hebt bereikt.
WERKPLAATS VAN HET BEELDSCHERM Een niet te verwaarlozen aspect is de plaats van opstelling van uw Notebook. Gelieve op het volgende te letten: Het beeldscherm moet zo worden opgesteld dat spiegelingen, verblindingen en sterke licht/donkercontrasten worden vermeden (en ook al is het zicht uit het venster nog zo aantrekkelijk!) Het beeldscherm mag nooit in direct in de buurt van ramen staan, omdat op deze plek in de werkruimte door het daglicht het sterkst belicht is.
e.z.v. te vermeiden: Bij voorbeeld draaien, schuinzetten of neigen van het beeldschermapparaat. Door lamellen aan de ramen, door tussenmuren of door veranderingen van de belichtingsinrichting kan ook in veel gevallen een verbetering worden bereikt. COMFORTABEL WERKEN Langdurig in dezelfde houding zitten is op den duur niet prettig. Een goede houding verkleint de kans op lichamelijke aandoeningen of letsel.
STROOMVOORZIENING AAN-/UITSCHAKELAAR Met de aan-/uitschakelaar (bladzijde 12) wordt de Notebook aanof uitgeschakeld. Het statuslampje informeert u over de huidige energietoestand. Onafhankelijk van het besturingssysteem wordt het Notebook uitgeschakeld, wanneer de schakelaar langer dan 4 seconden ononderbroken wordt bediend. Â OPGELET! Schakel uw Notebook niet uit, terwijl de harde schijf of het diskettestation actief zijn en de toegangslampjes branden. Anders kunnen er gegevens verloren gaan.
STROOMVOORZIENING Uw Notebook wordt met een universele adapter voor wisselstroom uitgeleverd, die zich automatisch instelt op de aangeboden stroombron. De volgende waarden worden ondersteund: AC 100240V~/ 50-60 Hz. Let op de veiligheidsvoorschriften voor de stroomvoorziening op blz. 6 e.v. De adapter wordt via een elektrische kabel aangesloten aan een stopcontact met wisselstroom. Het elektrische kabel met gelijkstroom wordt aan de achterkant van het Notebook aangesloten (zie blz. 14).
ACCUWERKING Accu´s slaan in hun cellen elektrische energie op en geven die indien nodig weer af. Om de levensduur en het prestatievermogen van uw accu te verhogen, en om een goede werking te garanderen moet u de veiligheidsvoorschriften op blz. 8 e.v. in acht nemen. INZETTEN VAN DE ACCU Schuif de accu met de kontakten aan de aansluitkant in het accuvak. VERWIJDEREN VAN DE ACCU Om de batterijpack te verwijderen, opent u de zekering (n+o) om de batterij uit de houder te verwijderen.
ACCU OPLADEN De accu wordt via de stekker opgeladen. Als de stekker is aangesloten, wordt de accu automatisch opgeladen, onafhankelijk van het feit of het Notebook wel of niet is aangeschakeld. Het duurt voor het volledig opladen van de accu enkele uren, als het Notebook is uitgeschakeld. Als het Notebook is aangeschakeld, duur dit omdat er stroom word gebruikt iets langer. Â TIP: het opladen wordt onderbroken, wanneer temperatuur of batterijspanning te hoog zijn.
TESTEN VAN DE ACCULADING Om de huidige laadtoestand van de accu te testen beweegt u de muispijl over het energiesymbool op de taakbalk. In de accumodus wordt het symbool van een batterij weergegeven en in de stroomnetmodus een stekker. Wordt de accu opgeladen, dan staat boven de stekker een “bliksem”. Meer inlichtingen over de instellingen vindt u, als u dubbelklik op het desbetreffende symbool maakt.
ENERGIEBEHEER (POWER MANAGEMENT) Uw Notebook biedt automatische en instelbare energiebeheer functies, die u voor een optimale gebruiksduur van de accu en een vermindering van alle functiekosten kan gebruiken. APM EN ACPI Advanced Power Management (APM) werd door Intel en Microsoft ontwikkeld en controleert enkel de belangrijkste stroomfuncties van het systeem.
WEERGAVENMODUS Als u »Weergavenmodus« instelt, blijft de inhoud van het geheugen van uw Notebook bewaard, terwijl praktisch alle andere onderdelen van uw Notebook volledig worden uitgeschakeld of uw stroomverbruik tot een minimum wordt herleid. Door kort op de in- en uitschakelaar te drukken, wordt het toestel weer ingeschakeld. HIBERNATE Opslaan op de harde schijf is een zinvol alternatief voor het volledig uitschakelen van het Notebook.
30 BEDIENING
HET BEELDSCHERM Anders dan een gewone monitor creëert het LCD-beeldscherm straling noch trilling. OPENEN EN SLUITEN VAN HET BEELDSCHERM Een displayvergrendeling houdt de display gesloten als de notebook niet gebruikt wordt. Om het beeldscherm te openen schuift u de grendel (n) met een duim op zij, neemt u (o) de grendel met duim en wijsvinger vast en plaatst u het in de gewenste positie. Het beeldscherm mag niet volledig, dus geen 180°, worden opengeklapt. Probeer hem niet met geweld te openen.
BEELDSCHERMRESOLUTIE Het ingebouwde beeldscherm geeft 1280 x 768 pixels weer. Als u in het Windows hulpprogramma »Eigenschappen voor Beeldscherm« naar een weergave met afwijkende instellingen gaat, verschijnt de weergave soms niet op het volledige beeldschermoppervlak. Door de vergroting komt het, vooral bij bepaalde lettertypes, tot vervormingen in de weergave. Maar u kan met een hogere resolutie werken, als u een extern beeldscherm met hogere resolutie aansluit.
EXTERNE MONITOR AANSLUITEN Het Notebook beschikt over een aansluitpoort voor een externe monitor. 1. Sluit uw notebook af zoals voorgeschreven. 2. Sluit de signaalkabel van de externe monitor aan de VGA-bus van het notebook aan. 3. Verbind de externe monitor met het net en zet hem aan. 4. Schakel nu uw notebook in. Bij het aansluiten van een externe monitor heeft u twee instelmogelijkheden: 1.
2. Extended Desktop (In deze modus wordt op de tweede [externe] monitor een lege desktop getoond. Vensters uit het eerste beeldscherm kunnen naar het tweede scherm overgezet worden.) Deze optie wordt niet door de toetsencombinatie FN + F5 ondersteund. Klik met de rechtermuisknop om het even waar op uw desktop en kies Eigenschappen om het programma Eigenschappen van het beeld te starten. • Klik onder Instellingen met de linkermuisknop op het tweede beeldscherm n.
GEGEVENSINVOER TOETSENBORD Door de dubbele functie van bepaalde toetsen beschikt u over dezelfde functieomvang als op een normaal Windows toetsenbord. Bepaalde functies worden ingevoerd met behulp van de voor de Notebook typische Fn-toets. TOETSENCOMBINATIES, SPECIFIEK VOOR HET NOTEBOOK Combinatie Beschrijving Schakelt de Wireless LAN aan en uit (optioneel). Vermindert de geluidssterkte. Verhoogt de geluidssterkte. Wisselt de beeldschermweergave tussen LCD, externe monitor en gelijktijdige weergave.
MUISVELD (TOUCHPAD) Het touchpad bevindt zich vóór het toetsenbord (zie blz. 12). De muispijl volgt de richting die op het touchpad wordt aangegeven door uw vinger of duim in die richting te bewegen. Gebruik geen balpen of andere voorwerpen, omdat dit kan tot een defect van het touchpad leiden. Onder het touchpad bevindt zich de linke en rechte muisknop, die als bij een gewone muis kunnen worden gebruikt. U kunt over het beeldscherm scrollen d.m.v. het optionele controleveld.
Hoofdstuk 4 Hoofdcomponenten Thema Blz.
38 HOOFDCOMPONENTEN
DE HARDE SCHIJF De harde schijf is uw hoofdopslagmedia, met hoge opslagcapaciteit en snelle gegevensoverdracht ineen. Met uw Notebook hebt u een OEM- versie van het besturingssysteem Microsoft Windows® gekocht, dat complete prestatievermogen van uw PC vol ondersteunt. Wij hebben de harde schijf van uw Notebook reeds zo geconfigureerd, zodat normaalgesproken optimaal ermee kunt werken, zonder zelf te moeten installeren.
BELANGRIJKE MAPPEN Hierop volgend hebben wij de belangrijkste mappen opgelijst en de inhoud beschreven. C:\ Â Let op! Wis of wijzig deze directories of de inhoud ervan niet aangezien gegevens daardoor verloren zouden kunnen gaan of de systeemfunctionaliteit in gevaar zou kunnen komen. Â Hou ook het volgende in acht: indien u de recovery–partitie in een NTFS-bestandsysteem omzet, kan u de herstelling van de uitleveringstoestand (Ö blz. 84) via de support-disc niet meer uitvoeren.
HET OPTISCHE STATION Naargelang de uitvoering kan uw notebook met een cd-/, dvd-/, cdrw, een combi-drive (dvd-/ en cd-rw-ondersteuning) of een DVDReWriter uitgerust zijn. De onderstaande tabel toont u welke media u met welk station kunt lezen: Medium CD DVD CD R/ RW DVD R/ RW CD-ReWriter DVD DVD-ReWriter 9 8 9 8 9 9 9 9* 9 9 9 9* Of u een disc met een betreffend station kunt lezen, hangt af van het feit of het formaat door het station en de driver wordt ondersteund.
CD/DVD INVOEREN Â Tip: Kleef geen beschermfoliën of ander kleefmateriaal op de cd’s. Gebruik geen vervormde of beschadigde cd’s om schade aan uw drive te voorkomen. Let op: Gebruik geen gekraste, gebarsten, vuile discs of discs van slechte kwaliteit. Door de hoge snelheden van de drive kunnen deze breken en uw gegevens vernietigen alsook uw toestel beschadigen. Controleer de discs nauwgezet vooraleer ze in het toestel te plaatsen. Indien er schade of vuil te bespeuren is, mag u deze niet gebruiken .
In de uitleveringstoestand is aan uw optische drive de letter „F“ toegewezen. Met Windows-Explorer (werkplaats) kan u gemakkelijk gegevens van uw schijf ophalen. Start de Explorer via het startmenu of door gelijktijdig de Windowsknop á en de toets „E“ in te drukken. Bij het ophalen van gegevens van dvd-video’s (resp. Audio –en videobestanden op traditionele gegevens-cd’s) wordt automatisch de voorgedefinieerde mediaweergave gebruikt. Om een disk te verwijderen, drukt u de ejecttoets.
DE DVD-TECHNOLOGIE De Compact Disc (CD) werd ingevoerd in 1982. Ondertussen is de CD nauwelijks nog weg te denken als middel om gegevens voor multimedia, computerspelletjes en gedeeltelijk ook voor video op te slaan. Een CD kan tot 700 MB gegevens opnemen, wat te weinig is voor het opslaan van een volledige speelfilm in goede kwaliteit.
DVD-VIDEO Enkele eigenschappen van de DVD-video: • tot 8 uur speelfilm op één DVD • tot 8 audiosporen en 32 ondertitels • betere beeldkwaliteit dan VHS of SVHS • seconden snelle navigatie, stilstaand beeld, enz. • selectie van verschillende cameraperspectieven • Jeugdbeschermingcontrole - De optie "Parental Control" stelt u in staat om bepaalde scènes of de hele film enkel toegankelijk te maken voor bepaalde leeftijdsgroepen. DVD-spelers kunnen bvb.
REGIONALE WEERGAVE INFORMATIE BEI DVD De Weergave van DVD- Filmen beinhoud decodering van MPEG2Video, digitale AC3 Audioinformatie en ontsleutelen van CSSbeschermde Inhoud. CSS (soms ook Copy Guard genoemd) is de benaming van een informatiebescherming- programma, die van de filmindustrie als maatregel tegen illegale kopieën opgenomen werd. Onder de vele reglementeringen voor CSS- Licentienemers zijn de belangrijkste de weergavebeperking bij landspecifieke inhoud.
THEMA’S RONDOM DE BRANDER Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op toestellen die met een cd-rw, een combi of een dvd-rw-station geleverd werden. Eerst krijgt u informatie over het zog. CD-Writers Media. Deze media, die een CD-ReWriter (Brander) nodig heeft, om CD’s te compileren heten CD-Recordable (CD-R, beschrijfbaar) of CDRewritable (CD-RW, opnieuw beschrijfbaar). CD- EN DVD-WRITERS MEDIA Normale CD’s worden door een glas-master geperst en daarna verzegeld.
GELUIDSKAART Uw Notebook heeft een geïntegreerde stereo geluidskaart met 16bits en ruime klankeffecten (3D). De geluidskaart is compatibel met de industrienorm Sound Blaster en Microsoft Sound System Version 2.0. Dit garandeerd een optimale ondersteuning voor alle gebruikelijke programma’s en spelletjes. U kunt het volume instellen met de desbetreffende schuifbalken. Als u het basisvolume wilt wijzigen, klikt u op het luidsprekersymbool op uw taakbalk. Door hierop te dubbelklikken opent u de soundmixer.
Microfoon Om op te nemen via een externe microfoon. Voor een geluidsweergave via externe stereotoestellen zoals luidsprekers (aktief) of koptelefoons. (Ö blz. 13) Line Out / SPDIF (Ö blz. 13) Uw Notebook beschikt over ingebouwde luidsprekers, zodat u steeds geluid kunt weergeven zonder extra toestellen. Als u gebruik maakt van de externe aansluitingen, dan kunt u uw Notebook met externe toestellen verbinden.
MODEM Het modem is uitgerust met een RJ-11-aansluiting waaraan een standaardtelefoonkabel kan worden aangesloten. WAT IS EEN MODEM? Het begrip „Modem“ is een afkorting voor Modulator-/Demodulator. Een Modem verandert de bitstroom van de PC in analoge signalen om, om die dan ook via het telefoonnet te kunnen overdragen (Modulatie). Het modem op de andere kant, maakt de verandering dan weer ongedaan (Demodulatie).
MODEMAANSLUITING Sluit het ene eind van het kabel, (de RJ11-aansluiting / Westernstekker) aan het modem / de netwerkaansluiting aan en het andere eind in een analoog telefoonaansluiting welke gemakkelijk toegankelijk is. Â TIP: zet het notebook niet in de Suspend-modus (of Sleep-modus), als u met het internet bent verbonden, omdat de modemverbinding dan wordt onderbroken.
NETWERKGEBRUIK WAT IS EEN NETWERK? Men spreekt over een netwerk, als meerdere PCs met elkaar zijn verbonden. Op deze manier kunnen de PC- gebruikers informatie en Bestanden van PC tot PC oversturen en zich hun ressources (printer, modem en stations) delen. Hier een paar voorbeelden uit de praktijk: 52 • In een bureau worden Mededelingen via E-mail verstuurd en afspraken worden central opgeslagen.
FAST ETHERNET-NETWERLAANSLUITING Als uw PC is uitgerust met een Fast Ethernet-Netwerk-aansluiting, dan kunt u deze aan een netwerk aansluiten. De volgende verklaringen hebben betrekking op notebooks met een netwerkaansluiting. Sluit een uiteinde op de RJ45-aansluiting (Westernstekker) aan de netwerkinterface aan en de andere op een gemakkelijk bereikbare analoge telefoonbus. Noch meer verklaringen voor het netwerk vindt u in het Windows®-Help in het Start-Menü.
3. De met elkaar verbondenen PC´s moet over een netwerkvaardige Besturingssysteem beschikken. Bij Windows® is dit het geval. 4. De deel nemende PC´s moeten dezelfde „Taal“ spreken, om zich te kunnen verstaan. De taal van het Netwerk zijn protocollen: - - Het Netwerkprotocol wordt door het inbinden van de ClientDienst vastgelegd. Hebben alle PC´s dezelfde Cliënt geladen, bvb. „Cliënt voor Microsoft®-Netwerken“, is de eerste vooruitzetting vervuld.
PROBLEEMOPLOSSING IN HET NETWERK Waarom worden in de netwerkomgeving de gedeelde bestanden niet getoond? De Netwerkomgeving is tijd vertraagd. Controleer de gedeelde mappen, indien u naar de desbetreffende Computernamen zoekt. Waarom krijg ik een foutmelding als ik op de netwerkomgeving klik? De Computernaam moet in het netwerk eenmalig zijn en mag niet precies zo heten als de Werkgroep. Het ziet er zo uit, als of de netwerkkaarten niet kunnen communiceren.
WIRELESS LAN (DRAADLOOS-NETWERK) Wireless LAN is een optionele uitrusting. Deze functie biedt u de mogelijkheid om draadloos een netwerkverbinding naar een welbepaalde transmitter op te bouwen. Â OPGELET: Werk niet de WLAN-functie op plaatsen (Bv.: ziekenhuizen, vliegtuig enz.) waar zich apparaten bevinden waarvan de werking kan beïnvloed worden door radiostralen. Schakel het apparaat enkel in wanneer er zekerheid over bestaat dat qeen interferentie van/met andere apparaten mogelijk is.
De transfersnelheid van maximaal 54 Mbps kan verschillen volgens afstand en belasting van de transmitter. Als het ander station volgens de standaard IEEE 802.11b werkt, dan is de maximale snelheid voor gegevensoverdracht 11 Mbps.
PC KAARTAANSLUITING Naargelang zijn uitvoering kan uw notebook met een PC-kaarten aansluiting zijn uitgerust. In de PC kaartenaansluiting (zie blz. 13) kunnen PC-kaarten in de maat van een kredietkaart worden gebruikt. De meeste pc kaarten zijn communicatie- of aansluitingstoestellen zoals ISDN, faxmodem, netwerk of SCSI adapters. Bepaalde PC kaarten hebben geheugenchips of harde schijven om gegevens op te slaan.
PC-KAART INSTALLEREN Volg de installatiehandleiding van de PC-kaart die het gebruik onder Windows® verklaart, en hou het nodige stuurprogramma bij de hand. Nadat u Windows® heeft opgestart, schuift u de kaart voorzichtig in de daarvoor voorziene ruimte. Uitwerptoets Is de kaart er volledig ingeschoven, hoort u twee korte signalen om aan te duiden dat de kaart juist is herkend en met succes werd geconfigureerd. Als u maar één signaal hoort, is er een probleem opgetreden bij de herkenning van de kaart.
AANSLUITINGSMOGELIJKHEDEN Het Notebook beschikt over veel in- en uitvoerpoorten om randapparatuur zoals printers, scanners, toetsenborden e.d.m. aan te sluiten. In dit hoofdstuk worden de aansluitpoorten een voor een voorgesteld. Voor een betere oriëntatie verwijzen we naar blz. 12, waar omschreven wordt waar elke aansluiting aan het Notebook zit. UNIVERSAL SERIAL BUS-AANSLUITING De Universal Serial Bus (USB 1.1 en USB 2.
IEEE 1394 (FIREWIRE) (Optioneel) De IEEE 1394 aansluiting, ook onder de naam iLink® of FireWire bekent, is een seriële Bus-Standard voor de snelle overdragen van digitale Tv/video-, PC- en audio-bestanden. GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN VOOR IEEE1394 • Aansluiting voor het aansluiten van digitaal apparatuur van de entertainmentindustrie zoals: set-top boxen, digitale video- en camcorders, DVD, televisie etc. • Multimediale toepassingen en videobewerking. • In- en uitvoerapparaten zoals bvb.
INFRAROODPOORT De infraroodpoort bevindt zich aan de rechter kant van het Notebook (zie blz. 13). De IR-poort voldoet aan de norm „IrDA Serial Infrared Data Link Version 1.1”. Deze omvat een draadloze punt-voorpunt-communicatie. U kan SIR/FIR-applicaties gebruiken om bestanden uit te wisselen tussen de IR-poort en andere toestellen. Momenteel kan de poort worden gebruikt voor de koppeling met andere computers, randapparatuur en veel PDA’s (elektronische agenda’s).
SOFTWARE Dit hoofdstuk gaat over het thema Software. Hierbij maken wij een verschil tussen de BIOS, de Toepassingspro-gramma´s en het Besturingssysteem, die wij als eerste behandelen. WINDOWSXP LEREN KENNEN Het besturingssysteem Windowsxp biedt u veel mogelijkheden, de bediening te begrijpen en de veelvuldige mogelijkheden te gebruiken: WINDOWSXP HOME EDITION - EERSTE STAPPEN Deze handleiding geeft u een kort overzicht over de bediening van uw besturingssysteem.
MICROSOFT INTERACTIEVE TRAINING Wij raden het programma „WindowsXP Stap voor Stap interactief“ aan, om een overzicht over de functies en de bediening van WindowsXP te verkrijgen. Doel van dit programma is het, beginners zoals ook professionele gebruikers interactief de in- of overstap in de WindowsXP Wereld makkelijker te maken. Het programma is in veel kleine thematische delen opgedeeld, zo dat de gebruiker de mogelijkheid heeft de inhoud optimaal aan zijn niveau aan te passen.
SOFTWARE INSTALLATIE Tip: Zou uw besturingssysteem zo zijn ingesteld, dat de installatie van software en stuurprogramma´s alleen wordt aangenomen, als deze zijn gesigneerd (van Microsoft vrijgegeven), verschijnt de volgende dialoog: Klik voor installatie va stuurprogramma´s op „Volgende“. De meegeleverde software is reeds compleet geïnstalleerd. Bij de installatie van programma´s of stuurprogramma´s kunnen belangrijke bestanden overschreven en verandert worden.
ZO INSTALLIEERD U UW SOFTWARE: Volg de instructies die de softwareleverancier bij het softwarepakket heeft bijgevoegd. Navolgend beschrijven wij een „typische“ installatie. Als u de CD invoert, wordt automatisch het installatiemenu gestart. Bent u niet zeker van de compatibiliteit van het te installerende programma, voer dan via Programma´s, Bureau accessoires. De Programma compatibiliteit-assistent uit. Tip: Zou de automatische start niet werken, is waarschijnlijk het zog. „Autorun“-functie gedeactiveerd.
VERWIJDEREN VAN SOFTWARE Om de geïnstalleerde software van uw PC te verwijderen, volgt u a.u.b de volgende stappen: 1. klik op 2. Klik op 3. Kies vervolgens het volgende programma: Selecteer het betreffende programma, start de de- installatie en volg de instructies op het scherm. Is door de installatie van een bepaalde software of stuurprogramma het systeem instabiel geworden, kunt u via verschillende methoden (kijk vanaf blz. 83) de stabiliteit van het systeem herstellen.
PRODUCTACTIVERING BIJ UW NOTEBOOK In enkele gevallen is het toch noodzakelijk, om Windows XP te activeren. Indien de activering via Internet met een foutmelding wordt beantwoord, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd. 1. U kiest telefonische activering. 2. Vervolgens klikt u op Product Key veranderen. Hierop verschijnt een nieuw venster. U geeft hier de Product Key in. U vindt deze op het certificaat van echtheid (Certificate of Authenticity, COA), dat zich op de onderkant van uw notebook bevindt. 3.
GEBRUIK VAN DE BIOS-SETUP In het menu van het installatiehulpprogramma staan 6 hoofdpunten. Elk menupunt is een functie of roept een bepaald venster op met nieuwe instelopties. Selecteer met de pijltjestoetsen de gewenste optie op de startpagina. Als u op een menupunt klikt, wordt deze automatisch geopend. Met de entertoets selecteert u het gewenste menupunt. In vensters met optievelden kan u eveneens met behulp van de pijltjestoetsen de gewenste optie selecteren.
70 HOOFDCOMPONENTEN
Hoofdstuk 5 Eerste Hulp Thema Blz.
72 EERSTE HULP
TIPS EN TRUCKS WEERGAVENOPTIES Resolutie van het beeldscherm veranderen De symbolen (Icons) en vensters zijn te groot of te klein. Zo lost u het probleem op: 1. Klik met de rechter muistoets op een vrije plek op het bureaublad (Desktop). 2. Kies nu de optie „Eigenschappen“. Het verschijnen de „Eigenschappen voor Beeldscherm“. 3. Op de registerkaart „Instellingen“ kunt u onder „Beeldschermresolutie“ de gewenste instelling kiezen.
Maat en positie van de taakbalk veranderen Zo verandert u de positie of de maat van de taakbalk: 1. Klik de taakbalk op een vrije plek aan, trek deze met gedrukte muistoets naar de linker, rechter of bovenste Beeldschermrand en laat de muistoets los. 2. De maat van de taakbalk verandert u netzo als bij vensters: Beweeg de muispijl naar de rand, tot de muispijl als dubbele pijl verschijnt. Nu kunt u de taakbalk op de gewenste maat „trekken“.
Desktop anpassen U kunt de Symbolen Deze Computer, Mijn Documenten, Netwerkomgeving en Prullenbak op de Desktop (Bureaublad) aangeven of niet. Ga als volgt te werk: 1. Klik met de rechter muistoets op de Desktop. 2. Kies in het menu de optie „Eigenschappen“. 3. Klik in de registratiekaart „Desktop“ op „Desktop aanpassen“. Hier kunt u boven in de registratiekaart uitkiezen, welke symbolen op de Desktop moeten worden getoond. 4. Selecteer de te tonen elementen. 5.
BEDIENINGHULPJES Windows – Toetsenbordbesturing Tips voor het Toetsenbord vindt u vanaf Blz. 35. Met ALT + TAB wisselt u het actieve venster. Met de TAB -toets springt u naar het volgende Tekst/invoer veld, met SHIFT + TAB naar de vorige. ALT + F4 sluit het actuele venster/programma. Ctrl + F4 sluit een venster van een programma. Hebt u geen Windows (á)-toetsen op het toetsenbord, kunt u het startmenu ook via Ctrl + ESC oproepen. Met de Windows -toets + M kan men alle vensters minimeren.
Hoe kan ik bestanden, tekst of plaatjes naar een andere plek kopiëren? Het best via het Klembord. Markeer de tekst met de muis (trek de muispijl met gedrukte linke toets over de tekst) of klik het plaatje aan. Functie Bevel Cont. [Ctrl]+[X] Plakken [Ctrl]+[V] Kopiëren [Ctrl]+[C] Druk Ctrl + C, om het gemarkeerde op het klembord te Wissen [Del] kopiëren. Nu ga naar de plek, waar het gemarkeerde ingevoegd moet worden. Druk Ctrl + V, om de inhoud van het klembord daar te plakken.
SYSTEEMINSTELLINGEN EN INFORMATIEFEHLER! TEXTMARKE NICHT DEFINIERT. Administratorrechten onder Windows XP Personal Administratorrechten zijn uit veiligheidsredenen geïntegreerd, om uw PC tegen onrechtmatige toegrijpen te beschermen en gebruiker te hinderen, ongecontroleerd systeemveranderingen uit te voeren. Wordt de PC door meerdere mensen gebruikt, kan gewaarborgd worden, dat de persoonlijke bestanden voor de andere gebruikers niet toegankelijk zijn. De administrator kan op alle bestanden toegrijpen.
Autostart functie van de optische driver Wanneer u een disk inbrengt, wordt deze uitgevoerd in overeenstemming met zijn inhoud (muziek, video enz.) Is dit niet het geval, dan kunnen er meerdere oorzaken aan de basis liggen: De disk heeft geen autostart-functie; de functie is gedeactiveerd, of de functie is voor deze typ gedeactiveerd. Op volgende wijze activeert of deactiveert u in het algemeen de functie: 1. U opent het „bureaublad“. 2.
80 EERSTE HULP
FAQ Moet ik de bijgevoegde disk nog installeren? Neen. Normaalgezien werden alle programma’s reeds geïnstalleerd. De disks zijn enkel bedoeld als veiligheidskopieën. Wat is de Windows activering? In uw handleiding vindt u in het desbetreffende hoofdstuk gedetailleerde informatie m.b.t. dit onderwerp. Wanneer moet ik Windows activeren? Uw software werd in de fabriek vooraf geactiveerd. Een activering is bijgevolg enkel nodig, wanneer... ... meerder hoofdcomponenten door andere werden vervangen. ...
Wanneer raadt u aan om het geheel opnieuw naar zijn toestand bij uitlevering te brengen? Deze methode dient u enkel als laatste redmiddel te gebruiken. U kunt in het hoofdstuk „Systeemherstelling“ nalezen welke de alternatieven zijn. Hoe komt het dat bij het booten van de Support- / toepassingsdisk de partitie ontbreekt? De eerste beide partities werden met het bestandsysteem NTFS geformatteerd. Tegenover FAT32 biedt dit bestandsysteem meer veiligheid en een efficiëntere toegang.
BESTAND EN SYSTEEMVEILIGHEID De beschreven programma´s zijn in Windows geïntegreert. Gedetailleerde informatie vindt u onder weergave van de vetgeschreven trefwoorden in de Windows-Help in het startmenu. BACK-UP Maak regelmatig Back-ups op externe media, zoals CD-R of CD-RW. Windows bied u daarvoor het programma „Back-up“ en extra het programma „Overdragen van Bestanden en Instellingen“. Beide programma´s bevinden zich onder Bureau Accessoires, Systeemprogramma´s .
SYSTEEMHERSTELLING Windowsxp levert een nuttige functie die het mogelijk maakt zogenoemde Herstellingspunten op te slaan. Het systeem onthoudt de actuele configuratie als momentopname en gaat als het nodig is naar deze terug. Dit heeft het voordeel dat een mislukte installatie weer ongedaan gemaakt kan worden. Herstellingspunten worden automatisch van het systeem gemaakt, maar kunnen ook manueel gemaakt worden.
Voer het trefwoord „Overzicht over de Reparatie“ in, om te beoordelen, welke van de hierop volgende functies uw probleem het veiligst oplost: • • • • • • • • Back-up Stuurprogramma herstelling Apparaat deactiveren Systeemherstelling Laatste als functionerend bekende configuratie Veilige Modus en Systeemherstelling Herstellingsconsole Windows-Installatie-CD KOOPTOESTAND HERSTELLEN Zou uw systeem onlangs de hiervoor beschreven Foutoplossingen niet meer goed functioneren, kunt u de kooptoestand herstellen.
BEPERKING VAN DE SYSTEEMHERSTELLING Achteraf voorgenomen configuratieveranderingen (Desktop/Internetinstelling) en software-installaties worden niet hersteld - Er wordt geen rekening gehouden met achteraf gebeurde stuurprogramma -actualisatie en hardware uitbreidingen. - Attentie! Alle Bestanden op station C, ook die voor de bestandsopslag van de gebruiker gedachte mappen „Documenten en Instellingen“, worden gewist. Maak evt. een Back-up op station D en op externe Media.
EERSTE HULP BIJ FOUT FUNCTIONEREN LOKALISEREN VAN DE OORZAAK Een fout functioneren kan soms banale oorzaken hebben maar vaak ook te wijten zijn aan defecte componenten. We willen u hier een leidraad geven om het probleem op te lossen. Als de hier vermelde maatregelen geen succes hebben, helpen wij u graag verder. Bel ons dan gerust op! AANSLUITINGEN EN KABELS CONTROLEREN Begin met het zorgvuldig nakijken van alle kabelverbindingen.
FOUTEN EN OORZAKEN Het beeldscherm is zwart: - Verzeker u ervan dat de notebook zich niet in swap-toestand bevindt of dat de toetsencombinatie Fn+F12 niet ingedrukt werd. De notebook schakelt zich tijdens de werking uit. - De batterij is misschien leeg. Sluit de notebook via de netadapter aan en laadt de batterij weer op. De notebook kan niet ingeschakeld worden. - Indien u de notebook met de batterij gebruikt, controleert u of deze juist geplaatst en geladen is. Foute weergave van tijd en datum.
HEEFT U MEER ONDERSTEUNING NODIG ? Als u ondanks de voorstellen in het vorige hoofdstuk nog altijd problemen hebt, neem dan contact op met uw Helpdesk. We zullen u telefonisch verder helpen. Voor dat U zich aan uw servicecenter wend, hou aub.
90 EERSTE HULP
ONDERHOUD Â Opgelet! Er zijn geen te onderhouden of te reinigen onderdelen in de behuizing van het Notebook. De levensduur van het Notebook kan u door de volgende maatregelen verlengen: * Trek alvorens te reinigen steeds de stekkers van alle verbindingskabels uit het stopcontact en verwijder de batterij. * * Reinig het Notebook met een vochtige, pluisvrije doek.
ONDERHOUD VAN HET BEELDSCHERM * Sluit het Notebook, als er niet mee wordt gewerkt. Vermijd krassen op het oppervlak van het beeldscherm, omdat dit snel kan worden beschadigd. * Let erop dat er geen waterdruppels op het beeldscherm achterblijven. Water kan ernstige verkleuringen veroorzaken. * * Reinig het beeldscherm met een zachte, pluisvrije doek. * Stel het beeldscherm niet bloot aan fel zonlicht of ultraviolette straling. Het Notebook en zijn verpakking zijn recyclingvaardig.
* Koop voor dat u op reis gaat evt. de benodigde adapter voor stroom en evt. communicatie (Modem, LAN etc.). * Leg bij het verzenden van het Notebook, de accu extra in die kartonnage. * Als u de handbagagecontrole bij een vliegveld passeert, is het aan te raden, dat u het Notebook en alle magnetische opslagmedia (diskettes, externe harde schijven) door de röntgeninstallatie (de voorrichting, op die u uw tassen neerzet) stuurt.
HET NOTEBOOK TEGEN DIEFSTAL EN ONBEVOEGDE TOEGRIP TE BESCHERMEN INRICHTEN VAN EEN PASWOORD U kunt Uw Notebook met een aanschakel paswoord tegen onbevoegd gebruik beschermen. Bij het aanschakelen van het notebook verschijnt dan een verzoek het paswoord in te typen op het scherm. Het paswoord word in het BIOS ingericht. Â Attentie: Bewaar Uw paswoord op een veilige plek. Als u uw paswoord hebt vergeten, heeft u geen mogelijkheid dit te wissen. Neem dan aub. contact met uw klantenservice op.
MONTAGE, UITRUSTING EN HERSTELLINGEN * Laat de montage of uitrusting van uw Notebook uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel uitvoeren. * Mocht u niet over de nodige kwalificatie beschikken, gelieve dan een geschikte onderhoudstechnicus te raadplegen. Gelieve contact op te nemen met ons service center, als u technische problemen heeft met uw Notebook. * Gelieve u te wenden tot onze geautoriseerde servicepartner in geval van een noodzakelijke herstelling.
TIPS VOOR DE ONDERHOUDSTECHNICUS • De behuizing van de Notebook, alsook de montage en uitrusting ervan, is enkel voorbehouden voor onderhoudstechnici. • Gelieve enkel originele reserveonderdelen te gebruiken. • Trek vóór het openen van de behuizing alle stroom- en aansluitingskabels uit en verwijder de batterij. Wordt de Notebook vóór het openen niet losgekoppeld van het stroomnet, dan bestaat het gevaar dat de componenten kunnen worden beschadigd.
Hoofdstuk 6 Appendix Thema Blz.
98 APPENDIX
DE PERSONAL COMPUTER (NOTEBOOK) Wij willen u in dit gedeelte van de handleiding een overzicht geven over de Functies en de toepassingsmogelijkheden van uw Notebook. HOE WERKT EEN COMPUTER? PC´s zijn hun oorspronkelijke werkdoelen, namelijk de effectieve berekeningen van complexere mathematische opdrachten, ontgroeit. Nieuwe Technologieën hebben van de PC een multimediale alleskunner gemaakt, die steeds meer nieuwe taken omvat.
DE UITVOER De uitvoerapparaat is normaalgesproken het Beeldscherm. Daar wordt het resultaat van de berekeningen getoond. Ook een printer zou als uitvoerdoel kunnen bestemt zijn. TOEPASSINGEN OP DE NOTEBOOK De massa aan verschillende toepassingen voor de PC zijn onoverzienbaar. Vandaar dat wij ons op de belangrijkste mogelijkheden concentreren. Het opgetelde programma´s horen daarbij niet perse bij de leveringsomvang.
LEREN UND INFORMEREN Een zeer populair gedeelte van softwaretoepassingen is het vaak ook tot Edutainment benoemde deel „leren en informeren“. Encyclopedieën, lexica en leerprogramma´s op CD´s zijn door geluid-, beeld- en filmmateriaal multimediaal in elkaar gezet. Deze vermiddelen interactief en makelijk te onthouden info. Een van de populairste encyclopedieën is Encarta van Microsoft, van die verschillende uitvoeringen bestaan.
CD’S EN DVD’S BRANDEN Voor deze taak gebruikt best u het programma Nero. Nero Express is de vereenvoudigde versie en Nero Burning Rom de versie met de uitgebreide mogelijkheden. Â Neem in acht dat bepaalde kopieermethoden niet legaal zijn en daarom niet ondersteund worden. TEKENEN EN ONTWERPEN De mogelijkheden van de softwareprogramma’s, met die u kunt tekenen en ontwerpen, gaan van het simpele Tekenprogramma tot professionele CAD-toepassing.
RICHTLIJNEN ELEKTROMAGNETISCHE VERDRAAGZAAMHEID • Bij het aansluiten van bijkomende of andere componenten moeten de Richtlijnen voor elektromagnetische verdraagzaamheid (EMV) in acht worden genomen. Gelieve er bovendien op te letten die in verbinding met deze Notebook enkel afgeschermde kabels (max. 3 m) mogen worden gebruikt. • Hou tenminste één meter afstand tussen het Notebook en magnetische stoorbronnen en stoorbronnen met hoge frequentie (Tv-toestel, luidsprekers, GSM´s, enz.
Pixelfouten -Type: Type 1: voortdurend oplichtende pixels (heldere, witte punt), maar niet aangestuurd. Type 2: niet oplichtende pixel (donkere, zwarte punt), hoewel aangestuurd. Type 3: abnormale of defecte sub-pixel van rode, groene of blauwe kleur. (bvb. voortdurend oplichten aan halve helderheid, niet oplichten van een kleur, flikkerend of knipperend, maar niet van het type 1 of 2) Een witte pixel ontstaat door het oplichten van alle drie de sub-pixels.
GARANTIE Het ontvangstbewijs geldt als bewijs voor de eerste aankoop en moet goed worden bewaard. Dit hebt u nodig wanneer u gebruik wilt maken van een eventuele garantievergoedingen. Wanneer het product aan een andere gebruiker wordt doorgegeven, dan heeft deze voor de rest van de garantietijd recht op garantievergoeding. Hierbij dienen de kassabon alsmede deze verklaring eveneens in het bezit van genoemde andere gebruiker te worden gesteld.
BEPERKING VAN DE AANSPRAKELIJKHEID De inhoud van dit handboek kan in verband met technische ontwikkelingen onaangekondigd worden gewijzigd. De fabrikant en distributie nemen geen verantwoordelijkheid op zich voor schades die zijn ontstaan als gevolg van fouten of weglatingen van de informatie die in dit handboek beschikbaar zijn gesteld. Wij zijn in ieder geval niet aansprakelijk voor: 1. door derden aan u gestelde eisen met betrekking tot verliezen of beschadigingen; 2.
INDEX Bekabeling ............................6 Beperking van de aansprakelijkheid ............ 106 Bestand- en Systeemveiligheid ............. 83 Bestanden kopieren.............. 77 Beveiliging van gegevens ........4 Bij fout functioneren ............. 87 BIOS-setup uitvoeren ........... 68 BIOS-setupprogramma ......... 68 BIOS-setup uitvoeren ........ 68 Gebruik van het BIOS-setup69 A Aan-/Uitschakelaar ......... 12, 23 Aanduiden Draadloos LAN ..................16 Aanschakelzelftest ................
EMV ................................. 103 Energiebeheer .....................28 Ext. Monitor-aansluiting ........14 Extended Desktop ................34 Externe Audioverbindingen ....48 Externe monitor ...................33 Kensington-Veiligheidsslot..... 94 Kloonmodus ........................ 33 Kooptoestand ...................... 85 Kwaliteit ............................... ii F L Fast-Ethernet.......................53 Fouten en oorzaken ..............88 Foutoplossing ......................
Windows Activering ........... 67 Softwareinstallatie ............... 66 Status-/Functieweergave ...... 12 Stroombron......................... 24 Stroomvoorziening ............... 23 Energiebeheer .................. 28 Weergavemodus ............... 29 Aan-/Uitschakelaar............ 23 Stroombron...................... 24 Accuwerking..................... 25 Systeemherstelling............... 84 Systeemprestatie ................. 83 Netwerkgebruik....................52 Nooduitgang voor een CD ......
Gebruik van een veiligheidsslot ................94 Inrichten van een paswoord 94 Veiligheidsslot......................94 Veiligheidsvoorschriften Bekabeling ........................ 6 Stroomvoorziening ............. 6 Aansluiten ......................... 6 Beveiliging van gegevens .... 4 Omgevingstemperatuur....... 5 Plaats van opstelling ........... 5 Accuwerking ...................... 8 Veiligheidsvoorziening ...........94 Verwijderen van de Accu .......25 Weergaves Toegangsweergave ...........