DIGITALE CAMERA
GARANTIEVOORWAARDEN Het ontvangstbewijs geldt als bewijs voor de eerste aankoop en moet goed worden bewaard. Dit hebt u nodig wanneer u gebruik wilt maken van eventuele garantievergoeding. Wanneer het product aan een andere gebruiker wordt doorgegeven, dan heeft deze voor de rest van de garantietijd recht op garantievergoeding. Hierbij dienen de kassabon evenals deze verklaring eveneens in het bezit van genoemde andere gebruiker te worden gesteld.
BEPERKING VAN DE AANSPRAKELIJKHEID De inhoud van dit handboek kan in verband met technische ontwikkelingen onaangekondigd worden gewijzigd. De fabrikant en distributie nemen geen verantwoordelijkheid op zich voor schades die zijn ontstaan door fouten of weglatingen van de informaties die in dit handboek beschikbaar zijn gesteld. Wij zijn in ieder geval niet aansprakelijk voor: 1. Door derden aan u gestelde eisen over verliezen of beschadigingen; 2.
Inhoud: VEILIGHEID EN ONDERHOUD ................................................1 Veiligheidsadviezen ..................................................... 1 Bedrijfszekerheid .............................................................. Plaats van opstelling .......................................................... Omgevingstemperatuur ................................................... Elektromagnetische comptabiliteit ..................................... Aansluiten ...................................
FOTOGRAFEREN ..................................................................23 Autofocus en Autobelichting ....................................... 23 Focusblokkering ...............................................................24 Zoom ...................................................................... 25 Optische Zoom ................................................................25 Digitale Zoom ..................................................................25 Zoom gebruiken..................
Menuopdracht: Kopiëren/Verpl.................................... 43 Menuopdracht: Opstartscherm .................................... 44 HET MENU IN DE SETUP-MODUS .........................................45 Menuopdracht: Menuopdracht: Menuopdracht: Menuopdracht: Menuopdracht: Taal .................................................. Auto uit ............................................. Geluidssignaal .................................... Datum/Tijd......................................... Video-uitgang ....
VEILIGHEID EN ONDERHOUD VEILIGHEIDSADVIEZEN Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle getoonde aanwijzingen op. Zo waarborgt u een betrouwbare werking en een lange levensduur van uw camera. Zorg er altijd voor dat u deze handleiding binnen handbereik bij uw camera hebt liggen. Bewaar de gebruikershandleiding goed, zodat u deze bij een eventuele verkoop van de camera aan de nieuwe eigenaar kunt doorgeven.
OMGEVINGSTEMPERATUUR De camera kan met de computer bij een omgevingstemperatuur van 0°C tot 40°C en bij een relatieve luchtvochtigheid van 20% -80% (niet condenserend) worden gewerkt . In uitgeschakelde toestand kan de camera worden opgeslagen bij een temperatuur van - 20°C tot + 70°C en bij een relatieve luchtvochtigheid van 20% - 90% (niet condenserend). Na een transport dient u met het inschakelen van de camera zolang te wachten, totdat deze zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast.
REPARATIES Wanneer u technische problemen met uw camera hebt, neem dan contact op met ons Service Center. Laat reparaties uitsluitend door onze geautoriseerde servicepartners uitvoeren. Neem contact op met uw klantenservice wanneer… • vloeistof in het apparaat is gedrongen. • de camera niet naar behoren functioneert. • het apparaat is gevallen of de behuizing beschadigd. REINIGING • Vermijd blootstelling aan vuil en stof.
Laad nooit batterijen op (Behalve als het tegendeel uitdrukkelijk wordt vermeld). Ontlaad de batterijen nooit door een hoog afgegeven vermogen. Zorg ervoor dat u de batterijen nooit kortsluit. Vermijd hitte en werp de batterijen nooit in het vuur. Demonteer of vervorm de batterijen niet. U kunt uw handen of vingers verwonden of er kan batterijvloeistof in uw ogen of op uw huid komen.
INTRODUCTIE AANWIJZINGEN M.B.T. DEZE HANDLEIDING Deze handleiding is zo ingedeeld dat u te allen tijde via de inhoudsopgave de benodigde informaties m.b.t. het desbetreffende onderwerp kunt nalezen. Het is de bedoeling van deze handleiding om u in begrijpelijke taal met de bediening van uw camera vertrouwd te maken.
ONZE DOELGROEP Deze handleiding is zowel voor beginners als ook voor ervaren gebruikers bedoeld. Afgezien van eventuele professionele toepassingen is de camera ontworpen voor privé-gebruik. Het grote aantal toepassingsmogelijkheden staat het hele gezin ter beschikking. Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u in onze producten stelt. Het doet ons genoegen om u als nieuwe klant te mogen begroeten.
TECHNISCHE GEGEVENS Camera CCD 1/1.8“ CCD (4:3) met 5.18 miljoen pixels 3 x zoomlens Objectief F/2.7 – F/4.9 F=7.7~23.1 mm (vergl. 37-111 mm bei KB) 0,5m – unendlich, Makro-Naheinstellungsbereich 0,1 - 0,6 m. Sluiter 1/2000 – 2 sec. Belichtingsregeling Belichtingsprogramma met middenbenadrukking of puntmeting Beeldscherm 1.5“ TFT color LCD Geheugentype Fotobestandstype MMC/SD™ geheugenkaart, 16 MB intern geheugen DCF v 1.0, Exif 2.2, DPOF v1.
Ingebouwde flits Flitsmodi Autom. flitsinschakeling, invulflits, flitsuitschakeling, autom. flitsinschakeling met vermindering van het „rode-ogeneffect“ (standaardinstelling), invulflits voor speciale effecten – lichthoeveelheid afhankelijk van het beschikbare licht (flitsuitschakeling in macromodus) Video-uitgang PAL/NTSC PC-poort USB-aansluiting Poorten Energiebronnen Batterijen 2 AA-NiMH-accu's (alternatief: AANiCd- of alkalinebatterijen) Externe voeding AC-voedingseenheid 3.3V 2.
AANZICHT VOORKANT Lens Zoeker Zelfontspanner lampje Omgevingssensor Microfoon Flits Aansluitingsaf dekking Aansluiting voor statief (Gelijkende afbeelding) Video uitgang USB poort AANZICHT 9
ACHTERKANT Ontspanner Zoeker Keuzewiel voor het selecteren van de modus Setup modus Filmmodus Weergave modus Fotomodus Oogje voor riempje Connector voor stroomtoevoer Vak voor batterijen en geheugenkaarten LCD Display Luidspreker 10 AANZICHT
ACHTERKANT Roode indicator In-/uitschakelaar Breedhoekzoom Groene indicator (blz. 20) Telezoom Weergaveknop OK-Toets Menutoets Bedieningsknoppen Afbreekknop / Autom. programma (Gelijkende afbeelding) AANZICHT Abbruchtaste / Programmautom.
INGEBRUIKNEMING 1. BATTERIJEN EN GEHEUGENKAART INBRENGEN Voor mobiel gebruik heeft de camera twee 1,5 Vmignonbatterijen nodig (Type AA). 1. Draai de camera om zodat u het batterijvak ziet. 2. Schuif de afdekking naar boven in de richting van de pijl. 3. Plaats twee AA-batterijen of accu’s in het vak. (Lees de aanwijzingen betreffende de werking van de batterijen vanaf pagina 3.) 4. Steek één MMC/SD™ geheugenkaart in de kaartsleuf met de aansluitings-contactstrip naar de camera gericht. 5.
2. CAMERA IN-/UITSCHAKELEN Druk op de aan/uitschakelaar om de camera in te schakelen. Als de camera langer dan 3 minuten niet gebruikt wordt, schakelt hij zichzelf uit. Om de camera weer in gebruik te nemen, drukt u opnieuw op de aan/uitschakelaar. 3. FOTO'S OPNEMEN / AUTO FOCUS 1. Als de camera ingeschakeld is, draait u het keuzewiel voor de modus op het camerasymbool . 2. Positioneer uzelf en de camera zodanig dat het te fotograferen voorwerp volledig in de zoeker of op de display verschijnt. 3.
4. DRAAGSNOER AANBRENGEN Om te verhinderen dat de camera toevallig schade zou oplopen, gebruikt u best altijd het draagsnoer.
STROOMVOORZIENING Het plaatsen van batterijen wordt op pagina 12 verklaard. CONTROLE VAN DE BATTERIJSPANNING Als er zich batterijen of accu's in de camera bevinden, controleert het apparaat automatisch de staat van de batterijen en toont deze op de datamonitor. Display Bemerking De batterijen zijn vol. De batterijen zijn niet meer vol, maar het toestel werkt perfect. De batterijen zijn leeg. Wanneer de camera gedurende minuten niet werd gebruikt, wordt hij uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
DE AC POWER ADAPTER GEBRUIKEN Â LET OP! Gebruik uitsluitend het meegeleverde netdeel. Het gebruik van een netdeel met een andere spanning zou de camera kunnen beschadigen. Indien er een stopcontact in de buurt is, kunt u de camera met de optioneel meegeleverde netadapter DSA-0131F-033 EU 07 gebruiken. Daardoor kan het toestel langer gebruikt worden. Indien u de camera in combinatie met de pc wilt gebruiken, wordt stroomtoevoer via de netadapter aanbevolen om een langer gebruik te garanderen. 1.
BASISINSTELLINGEN De basisinstellingen en –functies voor de camera worden in de setup-modus samengevat. 1. Schakel de camera in en zet het keuzewiel om de modus te selecteren op het setupsymbool S. 2. Selecteer een menuopdracht met de toetsen . 3. Door op de toets te drukken, selecteert u een menuopdracht. Let vooral op de laatste regel van de display. Hier wordt precies uitgelegd op welke toetsen u moet drukken. MENUTAAL SELECTEREN 1.
DATUM / TIJD In het menu Datum/Uur kan u de datum en het uur instellen. Deze waarden worden samen met elk beeld als bestandsinformatie opgeslagen. Bij het afdrukken van een beeld wordt deze waarde niet afgedrukt. 1. Schakel de camera in en draai het keuzewiel voor het selecteren van de modus op het setupsymbool S. 2. Selecteer de optie „Datum/Uur” en druk op de knop om in het onderliggende menu te komen. 3. Selecteer met behulp van de knoppen de instelling die u wilt wijzigen. 4.
LCD-SCHERM Bij het aanzetten van de camera is de weergave van het LCDscherm ingeschakeld. Het LCD-scherm dient naargelang de geselecteerde modus voor … de weergave van het instellingenmenu. de weergave van de geregistreerde gegevens. de oriëntatie van de op te nemen voorwerpen (zoeker). informatie over de instellingsstatus. De volgende pagina’s geven een overzicht van de diverse weergavemogelijkheden.
OVERZICHT LCD SCHERM Camera-/ Videocameramodus Display Zoom in/out Beeldgrootte* 2560 x 1920 2048 x 1536 1280 x 960 640 x 480 Belichtingsmodus Programma AE Blende auto Tijd auto Beeldkwaliteit Hoog Fijne Normaal Flitsermodus* Flits automatic Flits automatic Rode-ogeneffect Ontspanner* Één foto Seriefoto’s Zelfontspanner 3 s. Zelfontspanner 10 s.
STATUSLED'S De led's aan de achterkant van de camera (pagina 11) geven verschillende statussen aan: Groene LED Roode LED aan ----- Aan knippert knippert ----- Status Normaal gebruik van de camera. AE (belichtingsautomatisme), AF (Auto Focus) geslaagd AE, AF mislukt. De camera werkt (laadt of slaat gegevens op) en kan niet gebruikt worden. ----- knippert Waarschuwing. De flitser wordt geladen. aan aan Foutweergave. AE, AF wordt uitgevoerd..
22 FOTOGRAFEREN
FOTOGRAFEREN In het hoofdstuk „ Ingebruikneming “ op pagina 12 heeft u reeds een eerste foto genomen. In dit hoofdstuk worden geavanceerde mogelijkheden uitgelegd. AUTOFOCUS EN AUTOBELICHTING heeft u reeds een eerste foto genomen. In dit hoofdstuk worden geavanceerde mogelijkheden uitgelegd. Geel: waarden voor focus en belichting worden berekend. Groen: Autofocus en automatische belichting geslaagd. Rood: Autofocus en automatische belichting mislukt.
FOCUSBLOKKERING Wanneer het te focusseren voorwerp niet in het midden van het beeld mag staan, gaat u als volgt te werk: 1. Kies het te focusseren voorwerp zodat het binnen de focushaakjes valt. 2. Houd de ontspanner half ingedrukt tot de focushaakjes groen worden. 3. Zonder de ontspanner los te laten, beweegt u de camera zodanig dat het te fotograferen beeld in de zoeker of op het LCD-scherm zichtbaar wordt. (De camera heeft het focusseren van het door u gekozen voorwerp onthouden.) 4.
ZOOM OPTISCHE ZOOM De camera heeft een 3x optische zoom functie. Door optische lenzen kan een voorwerp met een factor 3 vergroot worden om verafgelegen voorwerpen dichterbij te doen lijken. DIGITALE ZOOM De digitale zoomfunctie kan enkel op het LCD-scherm weergegeven worden en is enkel beschikbaar in de cameramodus. De vergrotingsfactor voor de digitale zoom bedraagt 2.
AUTOMATISCHE PROGRAMMA’S Voor bepaalde omgevingsomstandigheden beschikt uw fototoestel over vooraf ingestelde programma’s zodat u snel op gewijzigde omstandigheden kunt reageren. Dit is vooral interessant voor beginnende fotografen. Druk in de camera- of videocameramodus op de door een pijl aangeduide knop om het bijhorende programma op te roepen. De programma’s die met een sterretje (*) aangeduid worden, zijn in de videocameramodus niet beschikbaar.
INGEBOUWDE FLITSER De ingebouwde flitser biedt vijf functies die u met het navigatiekruis selecteert. Druk op de knop , om de gewenste instelling te selecteren: Display Modus De flits wordt automatisch ingeschakeld (als er te weinig licht is). De flits is ingeschakeld met de functie voor de reductie van het „rode-ogeneffect“. De flits is ingeschakeld. S De flitser bevindt zich in de zgn. slow sync modus. Dit zorgt ervoor dat het tafereel langer belicht wordt. De flits is uitgeschakeld.
SERIEFOTO’S OPNEMEN De functie continu is ideaal voor foto's van bewegende gebeurtenissen (sport/dans/actie). Met die functie kunt u op enkele seconden tijd foto na foto vlak na elkaar opnemen. Deze seriefoto's zijn alleen beperkt door de grootte/capaciteit van de gebruikte geheugenkaart. Zorg er wanneer u seriefoto's wil maken dus voor dat u voldoende geheugenruimte hebt of verlaag voor dergelijke opnamen de fotogrootte (pixelgetal) en/of de fotokwaliteit (comprimering).
FOTO’S NEMEN MET DE ZELFONTSPANNER Deze functie kunt u gebruiken om automatische opnames na een vooraf bepaalde tijd te nemen. Dit is handig als u een foto wilt nemen waar u zelf op staat. Â Let op: Plaats de camera op een statief of op een andere stabiele ondergrond om te vermijden dat het toestel zou vallen. De functies Zelfontspanner en Seriefoto’s kunnen niet gelijktijdig geactiveerd worden. Na de opname keert de zelfontspanner terug naar de basisinstelling (0 seconden).
BELICHTINGSCORRECTIE Bij bepaalde lichtverhoudingen kan het voorkomen dat de automatische berekening van de belichtingsinstelling geen optimale resultaten geeft. Met behulp van de belichtingscorrectie kunt u de belichtingswaarde veranderen en betere opnames verkrijgen. Verhoog de waarde bijvoorbeeld in geval van tegenlicht, verminder de waarde bij zeer heldere lichtverhoudingen om een hogere kleurverzadiging te verkrijgen. Hou ook rekening met de instellingen in paragraaf Isogevoeligheid op pagina 36.
VIDEO’S REGISTREREN De videomodus stelt u in staat videoclips op te nemen. 1. Zet het functiewiel op videomodus . 2. Selecteer de afstand/grootte met de knoppen “W/T”. 3. Druk de ontspanner half in om de automatische identificatie uit te voeren. 4. Vervolgens drukt u de ontspanner volledig in om de opname te starten. 5. Druk nogmaals op de ontspanner om de opname te beëindigen.
HET MENU IN DE CAMERA- EN VIDEOCAMERAMODUS In de camera- en videocameramodus kunt u een menu oproepen waarin u instellingen kunt doorvoeren. 1. Druk in de camera- of videocameramodus op de knop . 2. Selecteer een menuopdracht met behulp van de knoppen . 3. Door op de knop te drukken, selecteert u een menuopdracht. Let op de laatste regel op de display. Hier wordt nauwkeurig uitgelegd op welke knoppen u moet drukken. 4.
MENUOPDRACHT: BEELDGROOTTE ( enkel in cameramodus). De groottes kunnen geselecteerd worden: Beeldgrootte 2560 x 1920 pixels 2048 x 1536 pixels 1280 x 960 pixels 640 x 480 Pixel pixels Het aantal beeldpunten is doorslaggevend voor de grootte van het beeld en van het bestand. Hoe kleiner een beeld, hoe slechter de kwaliteit bij sterke vergrotingen.
Volgende instellingen zijn mogelijk: Modus Functie Automatische instelling Auto Instelling op zonlicht Daglicht Instelling op neonlampen (TL-lampen) Neonlicht Instelling op kunstlicht Gloeilamplicht Bij zware bewolking. bewolkt handmatig terug Manuele instelling voor gevorderde gebruikers. MENUOPDRACHT: BELICHTINGBEREIK Hier kunt u het belichtingsbereik instellen. Modus Volledig Het volledige beeldbereik wordt voor de berekening van de belichting in aanmerking genomen.
MENUOPDRACHT: FOCUSBEREIK ( enkel cameramodus). Hier kunt u het focusbereik instellen. Om voorwerpen met een groot oppervlak te focusseren, kiest u de optie „Centraal“, in andere gevallen kiest u de optie „Punt“. MENUOPDRACHT: FOCUSMODUS Selecteer hier de optie „Autofocus“ om de automatische focus te gebruiken. Met „Handmatige focus“ kunt u via de knoppen de focus manueel instellen. Voor meer informatie hierover, zie pagina 23.
MENUOPDRACHT: ISO De Isowaarde geeft de lichtgevoeligheid van de camera aan. Standaard is de camera op Auto ingesteld. U kunt de Isowaarde echter ook manueel ingeven. Bij fel licht wordt een lage Isowaarde en bij ongunstige lichtverhoudingen een hoge Isowaarde aanbevolen. Een te hoge Isowaarde kan leiden tot kwaliteitsverlies op het beeld. Selecteer met de knopjes en Auto, ISO 200 of ISO 400.
WEERGAVEMODUS Uw digitale camera kan uw afbeeldingen op het ingebouwde LCDscherm of op een externe monitor (zie pagina 45) weergeven. Dit biedt u de mogelijkheid uw foto’s te controleren of te showen: 1. Zet het functiewiel op weergavemodus. De laatst genomen foto wordt getoond. 2. Met de knoppen kunt u door de opgeslagen opnames bladeren. 3. Gebruik de knop om een geregistreerde video te starten en opnieuw te stoppen.
INDEXWEERGAVE De opnames kunnen als indexbeeld van maximum 6 foto’s getoond worden. 1. Druk op de linkerzoomknop (W) om het indexbeeld te selecteren. 2. Selecteer met behulp van de knoppen of de gewenste foto’s. 3. Druk op „OK“ om terug te keren naar het normale beeld.
VERGROTE ZOOM-FOTOWEERGAVE De camera kan opgeslagen foto's ook in een vergrote zoomweergave op de LCD-monitor tonen. 1. Druk op de rechterzoomknop (T) om de foto te vergroten. De vergrotingsfactor wordt weergegeven. 2. Druk op de linkerzoomknop (W) om stapsgewijze naar het normale beeld terug te keren.
HET MENU IN WEERGAVEMODUS Net zoals in de camera of videocameramodus, kunt u een menu oproepen waarin verschillende functies voor de weergavemodus ter beschikking staan. 1. Zet het functiewiel op weergavemodus. 2. Druk de knop . 3. Selecteer een menuopdracht met behulp van de knoppen . Door op de knop te drukken, selecteert u een menuopdracht. Let op de laatste regel op de display. Hier wordt nauwkeurig uitgelegd op welke knoppen u moet drukken.
MENUOPDRACHT: MEMO U kunt met uw camera klankopnames maken om bijkomende informatie over de opgenomen beelden op te slaan. Onder de menuopdracht Klankopn. vindt u volgende opties: Opname Via deze menuopdracht kunt u de klankopname starten door op keert de knop te drukken en beëindigen. Met de menuknop u naar het menu terug. De opname kan in de weergavemodus ook rechtstreeks via de knop gestart worden zonder dat u eerst van menu moet veranderen.
De weergavetijd van de afzonderlijke foto’s wordt via het onderliggende menu Interval vooraf geselecteerd. De volgorde van de getoonde beelden kan via het onderliggende menu Richting geselecteerd worden en biedt de mogelijkheden Voorwaarts en Achterwaarts. De menuopdracht Herhaling bepaalt of na het laatste beeld de weergave van voren af aan moet hernomen worden MENUOPDRACHT: ALLE WISSEN Om alle beelden op de kaart of in het interne geheugen te wissen, kiest u de optie Wissen Alles.
MENUOPDRACHT: DRAAIEN Met deze functie kunt u opgenomen beelden roteren. Telkens als u op de knop „OK“ drukt, wordt het beeld 90° met de wijzers van de klok mee gedraaid. MENUOPDRACHT: MAP Indien op een geheugenkaart meerdere folders staan (bijv. van een andere camera), dan kan u met deze menuopdracht een folder selecteren. De camera toont dan de beelden uit deze folder. De camera legt vanzelf een nieuwe folder aan als er meer dan 9999 geregistreerd werden.
MENUOPDRACHT: OPSTARTSCHERM Gebruik deze menuopdracht om een beeld als startscherm in te stellen. 1. Zoek het gewenste beeld in de weergavemodus en kies de menuopdracht „Startscherm“. 2. Om uw keuze te bevestigen, kiest u vervolgens „Ja“. 3. Druk op „OK“ om de keuze af te sluiten. 44 Â Tip: Deze instelling is afhankelijk van de instelling in het setupmenu. Enkel als daar in de menuopdracht „Startscherm“ de optie „definiëren“ gekozen werd, kan dit gebruikt worden (zie pagina 47).
HET MENU IN DE SETUP-MODUS De onderstaande instelmogelijkheden krijgt u als u het functiewiel op de setup-modus S zet en vervolgens op de knop drukt. MENUOPDRACHT: TAAL Stel via deze menuopdracht de taal van het menu in. (zie pagina 17. MENUOPDRACHT: AUTO UIT De camera schakelt zich uit als ze gedurende langere tijd niet gebruikt wordt, om de batterijen te sparen. U kunt de tijdspanne voor de automatische uitschakeling in het menu instellen op een waarde tussen 1 en 30 minuten.
2. Open het aansluitingsvak van de camera. 3. Steek de plug van de meegeleverde videoaansluitkabel aan op de AV-bus van de camera: A/V USB 6V 4. Steek de gele Cinch plug in de Composite Video-ingang van uw scherm. 5. Schakel vervolgens eerst het scherm en dan de camera in. 6. Zet het scherm op de video-ingang en stel de camera op weergavemodus in. Verwijder alle kabels, schakel de toestellen uit en sluit het aansluitingsvak wanneer de weergave ten einde is.
MENUOPDRACHT: OPSTARTSCHERM Gebruik deze menuopdracht om het startbeeld (het beeld dat bij het opstarten kort getoond wordt) van uw camera in te stellen. Als optie staan ter beschikking: - twee vooraf gedefinieerde beelden (standaard 1 en standaard 2), - een zelf gekozen beeld (definiëren) - en geen foto (uit). Â Tip: De instelling „Definiëren“ is afhankelijk van de instelling in het weergavemenu.
FOTO'S NAAR DE PC OVERBRENGEN Om uw beelden naar de pc over te dragen, zijn er twee mogelijkheden. U kunt … … de geheugenkaart verwijderen en in een kaartenlezer steken (zie pagina 50). … of u kunt de camera door middel van een meegeleverde USB-kabel met een computer verbinden. GEBRUIK MET USB-KABEL Uw camera wordt door uw pc als een USB verwisselbare drive (Flash Drive, USB-Memory-Stick, enz.) beschouwd.
AANSLUITING VAN DE CAMERA AAN DE PC 1. Schakel de camera uit. 2. Open het aansluitingsvak van de camera. 3. Steek de kleine stekker van de meegeleverde USB-kabel aan op de USB-bus van de camera: A/V USB 6V 4. Schakel uw PC aan en zet uw pc aan en wacht tot het besturingssysteem volledig geladen is. 5. Steek vervolgens de USB-stekker in een vrije USBaansluiting van uw computer. 6. Zet het functiewiel op de modus USB en schakel de camera in. 7.
GEGEVENSUITWISSELING VIA EEN KAARTENLEZER Veel computers beschikken reeds over geheugenkaartlezer ( cardreader ). Plaats daarin een kaart en kopieer de gegevens rechtstreeks naar/van de kaart. U kunt de kaart ook voor de computer gebruiken. U mag echter de kaart slechts in de camera formatteren om compatibiliteitsproblemen uit de weg te gaan. Indien de kaart in de camera onleesbaar is, formatteert u deze in de camera. Â Let op: het formatteren van de geheugen-kaart wist onherroepelijk alle gegevens.
BEELDVERWERKINGSSOFTWARE INSTALLEREN Â Let op! Tijdens de installatie van programma’s of drivers kunnen belangrijke bestanden overschreven en gewijzigd worden. Om bij eventuele problemen na de installatie op de originele bestanden te kunnen terugvallen, dient u voor de installatie een backup van uw harde schijf te nemen. 1. Plaats de meegeleverde cd in de cd-drive om de installatie automatisch te starten. Tip: Indien de automatische start niet werkt, is de zgn.
TIPS EN TRUCS WENKEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE GEHEUGENKAART In de volgende gevallen bestaat het risico dat gegevens verloren gaan of dat de kaart wordt beschadigd: • Ondeskundig gebruik van de kaart. • Elektrostatische ontladingen of stoorvelden in de buurt van de kaart. • Verwijdering van de kaart of onderbreking van de stroomtoevoer terwijl de camera met de kaart aan het werken is (lezen, wissen). • Niet gebruiken van de kaart gedurende een zeer lange periode.
ONDERHOUD VAN DE LCD-MONITOR • De LCD-monitor is een hoogwaardig onderdeel met een pixelstoringspercentage van minder dan 0,02%. • Oefen op het oppervlak van de LCD-monitor geen druk uit, aangezien dit blijvende beschadigingen kan veroorzaken. • Bij lage temperaturen kan de LCD-monitor tijdelijk donker worden. Als de camera wordt opgewarmd, wordt het display weer normaal.
KLANTENDIENST EERSTE HULP BIJ FOUT FUNCTIONEREN LOKALISEREN VAN DE OORZAAK Storingen kunnen soms banale oorzaken hebben, maar af en toe ook zeer gecompliceerd zijn, waardoor een kostbare analyse noodzakelijk is. FUNDAMENTELE AANWIJZINGEN ¾ Door de Windows® programma’s Defragmentatie en Scandisk regelmatig uit te voeren, kunnen storingbronnen opgeheven en de systeemprestaties worden verhoogd.
FOUTEN EN MOGELIJKE OORZAKEN De camera gaat niet aan. • De batterij is bijna leeg. Breng nieuwe batterijen in. • AC power adapter is niet aangesloten. Sluit de power adapter aan. De camera schakelt zichzelf uit tijdens gebruik. • De batterijen zijn misschien uitgeput. • Camera is automatisch uitgeschakeld door de stroomspaarfunctie. • Adapter plug is niet correct gebruikt. Batterijoverloop • Camera werd gebruikt bij lage temperaturen.
MMC/SD™ kaart fout. • Incorrecte MMC/SD™ kaart formatering. Formateer MMC/SD™ kaart opnieuw. Kleur of foto verschilt t.o.v. het originele scherm. • Witte balance instelling is foutief. Foto’s zijn te helder • Te hoge blootstelling aan licht de playback display is niet heel duidelijk. • de lens of de LCD monitor is bevuild. Geen beeld op de externe monitor. • De externe monitor werd niet correct op de camera aangesloten. • Er zitten foutieve bestanden in de MMC/SD™ kaart.
TECHNISCHE ONDERSTEUNING De camera is in onze testlaboratoria samen met een groot aantal uiteenlopende apparaten uitvoerig en met succes getest. Het is echter gebruikelijk dat de drivers van tijd tot tijd worden geactualiseerd. Dit gebeurt, omdat bijv. eventuele comptabiliteitsproblemen met andere nog niet geteste componenten (programma's, apparaten) optreden. Op het Internet vindt u op onze websites zowel driveractualiseringen alsook de nieuwste informaties m.b.t. tot uw product.
INDEX Driverinstallatie ................... 48 DROF ................................. 42 A Aansluiten ............................ 2 Achterkant ..........................11 Alle wissen ..........................42 Auto Focus ..........................13 Auto uit ..............................45 Autobeelichting ....................23 Autofocus............................23 Automatische programma’s....26 Autorun ..............................51 Autostart.............................51 E Eerste Hulp ........
Startgeluid....................... 47 Taal ................................ 45 Video-uitgang................... 45 Witbalans ........................ 33 Menutaal selecteren ............. 17 K Kaartenlezer ........................50 Keuzewiel............................10 Klantendienst.......................54 Kleurverzadiging ..................36 Kopieren/Verpl. ....................43 Kwaliteit .............................33 O LCD Display .........................10 LCD-Helderheit ....................
U W USB....................................48 Weergavemodus .................. 37 Wenken voor het gebruik van de geheugenkaart ....... 52 Windows® 98SE ................... 48 Witbalans ........................... 33 V Veiligheid en onderhoud ......... 1 Veiligheidsadviezen................ 1 Aansluiten ......................... 2 Bedrijfszekerheid................ 1 EMV ................................. 2 Omgevingstemperatuur....... 2 Plaats van opstelling ........... 1 Reparaties.........................