Operation Manual

Press [RECORD] button to enter the user song selection
mode. The “REC” icon, “UserSong” and sequence number
will be displayed on the LCD.
Use data dial, [+/YES] or [-/NO] button to select the user song
you want to record.
Press [RECORD] button again to enter the record mode. Now
four beats and “MELODY 1” (or other tracks) on LCD is
flashing, indicates waiting for recording.
Parameters such as voice, style and tempo can be revised.
When recording a new song, the keyboard will automatically
select “melody 1” as the recorded track. Press other track
buttons to make your own selection.
When recording an existing song, the keyboard will
automatically select the empty track next to the occupied
track. For example, if “Melody 1” is occupied, “Melody 2” will
be selected as the recorded track.
When all 3 tracks have been recorded and a specific track
needs to be revised. Press the button of the desired track and
start recording. The original data will be replaced.
Press [START/STOP] button or play the keyboard to start
recording.
With the easy-to-use song recording features, you can record your own keyboard performances as a User song. 5
user songs can be recorded with 3 tracks (1 ACCOMP track, 2 MELODY tracks) each.
Starting Recording
1.
2.
3.
Note:
2 melody tracks can’t be recorded at the same time. However,
you are allowed to record 1 melody track and 1 accomp track
simultaneously. Style can only be recorded in “Accomp” track.
24
Choosing Tracks
There are 3 status of the track cursor on the left side of the
LCD: Lighten Flashing and Darken.
When the cursor is flashing, it indicates the flashing track is the
track to be recorded.
When the cursor is lightened, it indicates there has recorded
data in this track. The data in this track will be played while
recording for another track.
When the cursor is darkened, it indicates there’s no data in this
track or there’s data in this track but it’s forbid to play while
recording another track.
You can press “Accomp” (or “Melody 1” to “Melody 2”) to select
the desired track. The corresponding track will be switched from
the above three states by pressing the track button repeatedly.
Song-opname
Opname starten
Met de gebruiksvriendelijke Song-opnamefuncties kun je je eigen opvoering opnemen in een Gebruikerssong. Er
kunnen 5 Gebruikerssongs worden opgenomen met elk 3 sporen/partijen (1 begeleidingsspoor, 2 melodiesporen).
1. Druk op de RECORD-knop om toegang te krijgen tot de Songselectie-
modus. Het REC-pictogram, “UserSong” en het sequence-nummer
worden in het LCD-venster getoond.
2. Gebruik het datawiel of de knoppen +/YES en -/NO om de
gebruikerssong waarin je wilt opnemen te selecteren.
Druk nogmaals op de RECORD-knop om toegang te krijgen tot de
opname-modus. De vier tellen en :”MELODY 1” (of een van de andere
sporen) in het LCD-venster knipperen, aangevend dat het instrument
wacht op opname.
3. Parameters zoals geluid, style en tempo kunnen worden aangepast.
Bij het opnemen van een nieuwe song kiest het keyboard automatisch
“Melody 1” als opnamespoor. Druk op een van de andere sporen
(knoppen) om je eigen keuze te maken.
Bij het opnemen in een bestaande song kiest het keyboard automatisch
het lege spoor direct naast het al opgenomen spoor.Als bijvoorbeeld
“Melodie 1” al is bezet, wordt “Melodie 2” gekozen als opnamespoor.
Als alle drie de sporen al zijn opgenomen moet een daarvan worden
veranderd. Druk op de knop va het gewenste spoor en start de opname.
De oorspronkelijke data op dat spoor zullen worden vervangen.
Druk op de START/STOP-toets of bespeel het klavier om de opname te
starten.
Sporen kiezen
De sporen-cursor links in het LCD-venster kent drie toestanden: Verlicht,
Knipperend en Uit.
Wanneer de cursor knippert, geeft dit aan dat er op het betreffende
spoor is opgenomen. Dit spoor wordt weergegeven wanneer er op een
ander spoor wordt opgenomen.
Wanneer de cursor niet verlicht is, betekent dit dat er geen data op het
betreffende spoor staat of dat er data op staat die niet mag worden
afgespeeld wanneer er op een ander spoor wordt opgenomen.
Druk op “Accomp” (of “Melody 1” tot “Melody 2”) om het gewenste spoor
te kiezen. Door herhaaldelijk op de Spoor-knop te drukken schakelt het
betreffende spoor naar een van de drie genoemde toestanden.
Opmerking:
De 2 melodiesporen kunnen niet gelijktijdig worden opgenomen. Je kunt
echter wel 1 melodiespoor én 1 begeleidingsspoor tegelijkertijd
opnemen. Styles worden alleen opgenomen in een begeleidingsspoor
(“Accomp”).