Operation Manual
OPMERKING
Het moment waarbij het systeem de koplampen overschakelt verandert onder de
volgende omstandigheden. Als het systeem de koplampen niet juist overschakelt,
handmatig tussen grootlicht en dimlicht oversc hakelen, overeenkomstig het zicht en de
verkeersomstandigheden.
l
Wanneer er lichtbronnen in het gebied zijn, zoals straatlantaarns, verlichte
aanwijsborden en verkeerslichten.
l
Wanneer er lichtweerkaatsende voorwerpen in de omgeving zijn, zoals
lichtweerkaatsende platen en borden.
l
Wanneer het zicht verminderd is tijdens regen, sneeuw of mist.
l
Bij het rijden op wegen met scherpe b ochten of in heuvelachtige gebied.
l
Wanneer de koplampen/achterlichten van voertuigen vóór u of op de
tegenovergestelde rijbaan niet duidelijk zichtbaar of onverlicht zijn.
l
Wanneer het onvoldoende donker is, zoals bij zonsopgang of schemering.
l
Wanneer de bagageruimte beladen is met zware voorwerpen of de
achterpassagierszittingen bezet zijn.
l
Wanneer het zicht verminderd is doordat spatwater van de banden van een voertuig
vóór u op uw voorruit terechtkomt.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-143










