Gebruikershandleiding – Multimedianotebook 129
130
INHOUDSOPGAVE AANWIJZING........................................................................................ 133 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN OVER DE VEILIGHEID...................... 136 Wireless LAN .......................................................................................................... 138 Aanvullende veiligheidsinstructies voor apparaten met Wireless LAN ..................... 139 CE-markering voor apparaten met Wireless LAN................................................
132
AANWIJZING Onze firma behoudt zich het recht voor om onaangekondigd wijzigingen in dit handboek aan te brengen. De informatie die hierin is opgenomen, is uitsluitend bedoeld ter referentie en mag niet worden beschouwd als uiting van verplichtingen van de kant van de fabrikant of tussenhandelaren. De fabrikant en de tussenhandelaren kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor mogelijke fouten of onjuistheden die in dit document kunnen voorkomen.
programma’s en hulpprogramma’s. Hierop staan het uitgebreide servicehandboek (in Adobe Acrobat-indeling), stuurprogramma’s en speciale hulpprogramma’s voor uw notebook. Wilt u een besturingsprogramma gebruiken dat niet in dit document wordt genoemd, raadpleeg dan de betreffende informatie die u in de „ReadMe“bestanden op de cd-rom aantreft. Neem bovendien contact op met de leverancier, om zeker te weten dat het besturingsprogramma van uw keuze ook werkelijk op deze notebook gebruikt kan worden.
Aanwijzing voor de gebruiker: Dit apparaat is zorgvuldig storingsvrij gemaakt en gecontroleerd. Toch moet u bij een externe gegevenskabel rekening houden met het volgende: Mocht het nodig zijn de door de fabrikant geleverde gegevenskabel te vervangen, dan moet de gebruiker erop letten dat de vervangende kabel van dezelfde kwaliteit is en evengoed afschermt als de oorspronkelijke kabel. Alleen zo kan radio-ontstoring worden gegarandeerd.
Aanwijzingen over de veiligheid BELANGRIJKE AANWIJZINGEN OVER DE VEILIGHEID Hoewel deze notebook stevig en solide is, kunnen er toch beschadigingen optreden. Deze kunt u voorkomen door de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te nemen: • • Voorkom dat de notebook hevig door elkaar wordt geschud . Houd het apparaat niet in de buurt van hittebronnen (verwarmingen, direct zonlicht). • Bescherm de notebook tegen elektromagnetische interferentie. Op deze manier voorkomt u ook het verlies van gegevens.
Aanwijzingen over de veiligheid Het apparaat dat u hebt aangeschaft, is voorzien van een accu. Deze accu is recyclebaar. Het is niet toegestaan de accu bij het gewone huisvuil te deponeren. Met vragen over een juiste afvalverwerking kunt u terecht bij de betreffende afdeling van uw gemeente. WAARSCHUWING • Aanwijzing over de batterij van de interne klok Pas op: Wanneer de batterij op ondeskundige manier wordt verwijderd, ontstaat er ontploffingsgevaar.
WIRELESS LAN (draadloos netwerk (Engels: Wireless local area netwerk of kortweg WLAN)) In uw notebookcomputer is een Wireless local area netwerk-module van het type 'Intel® Pro Wireless Mini PCI' ingebouwd. Met deze module kunt u een op radiogolven gebaseerd netwerk realiseren, respectievelijk een verbinding maken met een reeds bestaand draadloos netwerk. De module werkt volgens de standaard IEEE802.11b.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR APPARATEN MET WIRELESS LAN In uw notebookcomputer is een Wireless LAN-component geïntegreerd; let bij het gebruik daarom altijd op de volgende veiligheidsinstructies: • • • LET OP • • • • Schakel de notebook uit wanneer u zich in een vliegtuig bevindt of met de auto rijdt.
MAXDATA Computer AG is niet verantwoordelijk voor storingen in de ontvangst van radio- of televisiesignalen die veroorzaakt worden door ongeoorloofde modificaties aan dit apparaat. MAXDATA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor het vervangen c.q. omruilen van niet door MAXDATA Computer AG goedgekeurde aansluitkabels en apparaten. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het verhelpen van storingen die door dergelijke modificaties ontstaan zijn en voor het vervangen resp. omruilen van apparatuur.
BEPERKINGEN • FRANKRIJK Beperkt frequentiebereik: in Frankrijk mogen alleen de kanalen 10 en 11 (2457 MHz respectievelijk 2462 MHz) gebruikt worden. Het is wettelijk verboden om het apparaat buiten afgesloten ruimtes te gebruiken. Informatie: www.art-telecom.fr • ITALIË Ook voor gebruik binnenshuis is een ministeriële vergunning noodzakelijk. Uw leverancier kan u inlichten over de manier waarop u deze kunt aanvragen. Het is wettelijk verboden om het apparaat buiten afgesloten ruimtes te gebruiken.
ZENDFREQUENTIES VOOR APPARATEN MET WIRELESS LAN De volgende informatie was actueel in januari 2002. Actuele informatie hierover kunt u opvragen bij de betreffende instantie in uw land (bijvoorbeeld www.regtp.de). FREQUENTIES Zendende netwerkkaarten en -adapters moeten volgens de IEEE-standaard 802.11b werken in de ISM-frequentieband (Industrial, Scientific, Medical) tussen 2,4 en 2,4835 GHz.
WETTELIJKE BEPALINGEN - UITSLUITINGSCLAUSULES VOOR APPARATEN MET WIRELESS LAN Het installeren en gebruiken van een Wireless LAN-apparaat is uitsluitend toegestaan op de manier zoals is beschreven in de gebruikersdocumentatie. De gebruikersdocumentatie is bij het product meegeleverd. Alle aan dit apparaat uitgevoerde veranderingen of modificaties die niet uitdrukkelijk door de fabrikant zijn toegestaan kunnen het recht om dit apparaat te gebruiken doen vervallen.
Geleverde onderdelen GELEVERDE ONDERDELEN Controleer voordat u met de installatie van de notebook begint, of alle onderdelen aanwezig zijn. Ontbreekt er een onderdeel uit de lijst, neem dan onmiddellijk contact op met de leverancier. • Notebook • Accu • Utility-cd • Adapter • Spanningskabel • Handboek • Cd- of dvd-rom station (ingebouwd) • Modemkabel Als u het apparaat voor reparatie of uitbreiding wilt opsturen, moet u de originele verpakking gebruiken. Bewaar de verpakking dus goed.
De voorbereiding DE VOORBEREIDING Voordat u de notebook voor het eerst gaat gebruiken, moet u weten uit welke onderdelen uw systeem is opgebouwd. Schuif de vergrendelingsknop (1) naar rechts en open het beeldscherm (2).
De voorbereiding DE ACCU PLAATSEN Bij de notebook wordt een accu geleverd. Deze accu is slechts gedeeltelijk opgeladen. Afbeelding 3 (1) Plaats de accu in de richting van de pijl in het accuvak Druk de accu zachtjes aan tot u een zachte klik hoort. (2) Vergrendel de accu. Nu kunt u de accu opladen. LET OP Houd er rekening mee dat het opladen van de accu bij een uitgeschakeld apparaat twee uur en bij een ingeschakeld apparaat vijf uur duurt.
De voorbereiding STROOMVOORZIENING De notebook kan zowel via de accu als het net gebruikt worden.De eerste keer gebruikt u de notebook via de adapter. Gebruik alleen de bijgeleverde adapter. Een onjuiste adapter kan de computer beschadigen. De adapter bevat geen onderdelen die onderhoud behoeven. De notebook is voorzien van een spanningskabel en een universele zelfregulerende adapter. De adapter is geschikt voor een willekeurige constante spanning tussen 100 en 240 volt. Zo gebruikt u de adapter: 1.
De voorbereiding DE COMPUTER AANZETTEN Hiermee zijn de voorbereidingen voltooid. Druk nu op de aan-/uitknop om de notebook aan te zetten. Als de computer aan staat, kan de aan-/uitknop, afhankelijk van de instellingen in energiebeheer , meerdere functies vervullen. Drukt u nogmaals op deze knop, dan wordt de computer in de standaardsituatie uitgeschakeld. Afbeelding 5 Aanwijzing: Let er goed op dat u de computer bij Windows-systemen altijd op de volgende manier uitzet: Klik op de knop „Start“.
Energiebeheer ENERGIEBEHEER Uw computer is compatibel met het systeem voor energiebesparing ACPI. De basisinstellingen voor energiebeheer vindt u bij Windows-systemen onder . Gebruik bij vragen de helpfunctie van Verwijder nooit een pc- Windows. Aanwijzing over de pckaart kaart terwijl het systeem zich in de Save-to-Diskmodus bevindt.
Overzicht van het systeem VERZICHT VAN HET SYSTEEM LINKERKANT Afbeelding 6 (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) USB-aansluiting IEEE 1394 aansluiting Pc-kaartsleuf Pc-kaartontgrendeling Line In aansluiting Microfoonaansluiting Aansluiting voor luidspreker / hoofdtelefoon /SPDIF RECHTERKANT Afbeelding 7 (1) (2) (3) (4) (5) Lithium-Ion accu Cd- of dvd-romstation Knop voor ontgrendeling Noodontgrendeling (alleen als de notebook uitgeschakeld is) Aansluiting voor de adapter VOORKANT Afbeelding 8 (1) (2) (3) (4) (
Overzicht van het systeem ACHTERKANT Afbeelding 9 (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) Aansluiting modem Netwerkaansluiting Aansluiting poortreplicator Aansluiting printer Aansluiting voor externe monitor S-video TV uitgang Kensington Lock – beveiliging tegen diefstal LET OP * Ontluchtings- en ventilatieopeningen moeten altijd onbedekt blijven. Anders kan het apparaat oververhit raken.
Overzicht van het systeem BETEKENIS VAN DE LEDS (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) Aan/uit Accu Draadloos LAN Caps Lock Num Lock Scroll Lock Activiteit harde schijf Afbeelding 11 Symbool Betekenis Brandt wanneer de computer is ingeschakeld. Knippert in de modus Energiebesparing. Brandt wanneer de accu klaar is voor gebruik of wordt opgeladen. Brandt als het draadloze LAN actief is. Brandt als Caps Lock is ingedrukt. Brandt wanneer Num Lock is ingedrukt. Brandt wanneer Scroll Lock is ingedrukt.
Overzicht van het systeem HOT KEYS (Toetsencombinaties met een speciale functie) Om een hot key te activeren, houdt u de Fn-toets ingedrukt en drukt u vervolgens op de gewenste toets. Voor sommige functies moet u mogelijk de Launchmanager installeren. Meer hierover kunt u lezen op de volgende pagina.
Overzicht van het systeem DE QUICK-KNOPPEN (SNELSTARTKNOPPEN) Aan de bovenkant van het toetsenbord bevinden zich drie Quick Buttons (snelstarttoetsen). Deze toetsen zijn bedoeld om veelgebruikte toepassingen te openen. Werken deze toetsen niet, dan kunt u op de utility-cd de stuurprogramma‘s vinden waarmee u de toetsen kunt activeren Volg de aanwijzingen in de paragraaf “Aanwijzingen voor de installatie”.
Overzicht van het systeem HET TOETSENBORD Typemachine Functietoetsen Speciale toetsen - Het toetsenbord van uw notebook bevat alle functies van een normaal AT-compatibel toetsenbord, plus enige extra functies: Deze toetsen komen overeen met de toetsen van een typemachine. Bij veel besturingssystemen (en toepassingen) kunnen met behulp van deze toetsen bijzondere functies worden opgeroepen. Meer informatie hierover vindt u in de betreffende handleidingen.
Overzicht van het systeem DE TOUCHPAD Het systeem stelt de geïntegreerde TouchPad automatisch in. Gebruikt u Windows, dan hoeft u voor de basisfuncties geen stuurprogramma te installeren. Als u de uitgebreide functies wilt gebruiken, dan vindt u het stuurprogramma om deze te activeren op de utility-cd. Volg hiervoor de aanwijzingen in de paragraaf “Aanwijzingen voor de installatie”.
Overzicht van het systeem Wanneer u een TouchPad gebruikt, moet u ervoor zorgen dat uw vinger en de Pad altijd droog en schoon zijn. De TouchPad reageert op de bewegingen die u met uw vinger maakt. Hoe lichter de aanraking, hoe beter de Pad zal reageren. Met krachtiger bewegingen bereikt u geen nauwkeuriger resultaat. HET CDROM/DVDSTATION Voordat u een cd plaatst, drukt u eerst op de knop aan de voorkant van het station.
Overzicht van het systeem DE PC-KAARTSLEUF De computer is voorzien van een sleuf voor een pc-kaart. Dat is een PCMCIA 3,3V / 5V sleuf van het Type II. U plaatst een pc-kaart in de sleuf tot u een klik hoort. Maak de gewenste verbindingen (bijvoorbeeld voor het netwerk) Lees ook de handleiding bij de betreffende kaart. U verwijdert de pc-kaart door op de uitwerpknop naast de sleuf te drukken. Deze springt naar buiten. Druk nogmaals om de pc-kaart uit te werpen.
Overzicht van het systeem DE GEHEUGENKAARTSLEUF De computer is voorzien van een combisleuf. In deze sleuf passen Memory Sticks, SD (Secure Digital), SM (Smart Media) en MMC (MultiMediaCard) kaarten. Steek deze kaarten met de bedrukte kant naar boven in de sleuf. Nadat de kaart tot het stuitpunt is ingedrukt, wordt deze als extra schijfstation herkend. Daarna hebt u toegang tot de gegevens. Trek de kaart naar buiten als u deze wilt verwijderen.
Overzicht van het systeem DE GEGEVENS-/FAXMODEM Het systeem stelt de geïntegreerde analoge modem automatisch in. U kunt de modem gebruiken zodra u deze via de telefoonkabel hebt verbonden met een analoge telefoonaansluiting (geen ISDN). Juist gebruik: U kunt de modem op alle analoge aansluitingen (TBR 21) binnen Europa aansluiten. De modem dient alleen te worden gebruikt voor datacommunicatie.
Software AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE DE STUURPROGRAMMA’S HERSTELLEN Als uw systeem wordt afgeleverd, is daarop een Preload geïnstalleerd. Dat wil zeggen: alle gegevens en stuurprogramma’s die het systeem nodig heeft, zijn op de harde schijf geïnstalleerd. Mocht u per ongeluk de harde schijf hebben gewist en/of geformatteerd, dan kunt u de benodigde stuurprogramma’s terugvinden op de utility-cd.
Software DE RESOLUTIE INSTELLEN Na de installatie van de grafische kaart kunt u de resolutie instellen op de gewenste grootte (bijvoorbeeld 1024 x 768 tot 1400 x 1050). U doet dit als volgt: Rechtsklik op een leeg veld in het bureaublad selecteer . In het venster „Eigenschappen voor Beeldscherm“ kiest u het tabblad „Instellingen“. Zet hier de schuifregelaar op de gewenste instelling. Klik op om de nieuwe resolutie te bevestigen.
Bijlage A - Specificaties SPECIFICATIES • • • • • • • • • • • • • • Processor en platform Intel® Centrino™ Mobile Technologie -Intel Pentium M processor 1,3 GHz tot 1,6 GHz -Intel PRO draadloze netwerkverbinding 802.11b -Intel 855PM chipset Werkgeheugen Hoofdgeheugen uitbreidbaar tot 1 GB DDR SDRAM (laat het hoofdgeheugen alleen door gekwalificeerd personeel uitbreiden) Twee PC2100 (DDR-266) soDIMM Sockets Beeldscherm en video 15,0 inch SXGA TFT-beeldscherm.
Bijlage A - Specificaties • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • 164 LAN Fast Ethernet-functie voor 10Base-T, 100Base-TX en Gigabit netwerkstandaarden ingebouwd Intel® Centrino™ 802.
Bijlage A - Specificaties • • • • • • Besturingssysteem O/S Microsoft Windows 2000/XP Overige gegevens 280(D) x 334 (B) x 29,8 (H) mm Gewicht 2,45 kg (afhankelijk van de uitvoering) Temperatuur tijdens gebruik: 5 tot 35°C Vochtigheid tijdens gebruik: 20 tot 80 % RH Temperatuur in opslag: -10 tot 65 °C 165
166
Bijlage B – Problemen opsporen PROBLEMEN OPSPOREN EN VERHELPEN Treden er tijdens het werken met uw computer problemen op, probeer die dan eerst aan de hand van de onderstaande informatie op te lossen. Lukt het u niet het probleem op deze manier op te lossen, dan kunt u in het uitgebreide servicehandboek (op de cd-rom met stuurprogramma’s en hulpprogramma’s) meer informatie vinden. Doet het probleem zich dan nog steeds voor, zet het systeem dan enige minuten uit en start het opnieuw op.
Bijlage B – Problemen opsporen Het beeldscherm functioneert niet. Mogelijk probleem: de energiebesparingsmodus is geactiveerd. Aanwijzing: het suspend-lampje brandt. Oplossing voor het probleem: o Druk op de aan-/uitknop. Mogelijk probleem: het beeldscherm is niet goed ingesteld. Oplossing voor het probleem: o druk op de spatiebalk, eventueel meerdere malen o Hebt u een externe monitor aangesloten, zet deze dan aan.
Bijlage B – Problemen opsporen Mogelijk probleem: door een fout in de software is het systeem vastgelopen. Oplossing voor het probleem: o In het handboek van het besturingssysteem kunt u hier meer over lezen. o Kunt u het probleem op die manier niet oplossen, start dan het systeem opnieuw. Niet opgeslagen gegevens gaan op die manier verloren! Lukt het zo niet het probleem te verhelpen, zet dan de computer even uit en vervolgens weer aan.
Index A aan-uitknop 148 Aan/uit knop 145 aanwijzingen 148 aanwijzingen voor de installatie 148 accu 136,146 accuvak 146 accu of netvoeding 147 adapter 147 Autoadapter 136 B besturingssysteem 148 C I Q IEEE 1394 150 infrarood 150 interface van het bureaublad 148 in gebruik nemen 146 Quick Launch-toetsen 145 K kleurdiepte 148 koude start 148 L laadtijd 146 LCD-scherm 145 Line In 150 Luidspreker 145,150 M Ctrl+Alt+Del 148 Microfoon 150 Modem 151 E N eigenschappen voor het beeldscherm 148 Energieb
171