Operation Manual
10
VOORUIT
1. Schakel het voertuig in met de
aan-/uitschakelaar
2. Druk de "Vooruit/achteruitschakelaar" in de
"vooruit"stand.
3. Trap het voetpedaal in.
4. Het voertuig gaat vooruit.
STOPPEN
1. Wanneer het voetpedaal wordt losgelaten,
stopt het voertuig.
Achteruit
1. Schakel het voertuig in met de
aan-/uitschakelaar
2. Druk de "Vooruit/achteruitschakelaar" in de
"achteruit"stand.
3. Trap het voetpedaal in.
4. Het voertuig gaat vooruit.
GELUIDTOETS
1. Druk de toets op de handgreep om een geluid
weer te geven.
KENNISGEVING:
• U dient het kind te leren dat het het voetpedaal dient los te laten voordat de snelheid of rijrichting
wordt gewijzigd. Het dient eerst te wachten totdat het voertuig tot stilstand komt voordat het verder
kan rijden.
• Voorkom dat plotseling wordt gewisseld tussen voor- en achteruit tijdens het rijden. Dit kan
overmatige slijtage van de onderdelen van de aandrijving tot gevolg hebben, of tot noodsituaties
leiden!
8. Zekering
Wanneer het voertuig niet werkt of de batterij niet opgeladen kan worden, controleer dan of de zekering
niet is doorgeslagen. Als de zekering is doorgeslagen, vervang hem dan door een nieuwe. Het
zekeringenpakket bevat een reservezekering. De zekeringhouder bevindt zich onder de stoel.
Reservezekering
Doorgeslagen
Goed
Let op: Zekering 10A










